Laten
we eerst nog even terugkijken op “Dreamers”. De plaat is nu een paar
maanden uit. Hoe is die naar jullie beleving ontvangen door pers en
publiek?
Didier:
Het gaat heel goed met de cd. Enthousiaste reacties, de verkoop loopt
goed en dat tot onze verbazing uit alle hoeken van de wereld. Japan,
Duitsland, Rusland, Italië, Amerika, daar gaan hele pakketten naar toe.
Dat is een blijde verrassing. Aan de andere kant realiseren wij ons dat
het een progrock album is. Wil je de plaat ook op de radio laten horen,
dan moet je kortere nummers kunnen aanbieden. Er is geen radiostation
dat nummers van twaalf minuten gaat uitzenden. Wij gaan ons nu niet
voordoen als een andere band, maar kijken waar we met enkele stukken van
“Dreamers” in een kortere versie mee uit de voeten kunnen.
Dus
geen kwestie van een albumband die ineens singleband wordt?
Marcel:
Nee, absoluut niet. We willen een andere kant van ons laten zien, maar
wel ons eigen ding blijven doen. Zoals Within Temptation of The
Gathering, die met hun eigen muziek toch landelijk bekend worden en op
de radio te horen zijn. Als je maar één of twee korte nummers hebt en
de rest is echt lange prog, dan werkt dat remmend. Het is niet zo dat
het volgende album alleen maar korte liedjes bevat en heel commercieel
wordt. De mix van toegankelijke muziek en prog blijft toch in je zitten,
dat is niet stelselmatig te veranderen.
Ewout: De reacties op het album vanuit de meer mainstream-hoek zijn
zeer positief, maar men kan er weinig mee. Om maar wat te noemen: via
via heeft Eddy Zoey het album in handen gekregen. Die vond het
fantastisch, maar zei wel dat hij de muziek niet op de radio kon
plaatsen of aan zijn vrienden geven, omdat de stukken te lang duren of
te ingewikkeld zijn. Je kunt een paar stukken, zoals Goodbye, Bioengine en Korsakov
opnieuw editen, wat maatsoorten weghalen, waardoor ze minder ingewikkeld
worden en nog steeds overeind staan. Van Goodbye
staat inmiddels een single-versie op onze website.
Menno: Misschien werkt dat ook zelfs met Reflections…
Marcel: Je kunt kijken naar wat Marillion bijvoorbeeld doet. Het
blijft een progressieve band, maar wel heel toegankelijk. Ze hebben een
goede balans in de muziek gevonden, waardoor het mainstream-publiek het
ook te gek vindt. Toch spreken wij ook mensen uit de proghoek die
nummers als “Goodbye” te gek vinden; die zijn niet vies van
toegankelijke liedjes.
Maar
achter Marillion en Within Temptation zit toch een uitgebreide en zeer
uitgedachte marketingmachine, die belangrijk voor beider succes is?
Marcel:
Ja, daarover hebben wij met ons management gepraat over hoe wij dat gaan
aanpakken. Met die ep willen wij dat aanwakkeren.
Menno: Om die pluggers wakker te schudden. Als dat lukt, dan heb je
al heel wat gewonnen. Voorlopig hoeft daar ook geen platenmaatschappij
tussen te zitten.
Didier: Dat is altijd welkom, maar het is voor ons geen must. Een
platenmaatschappij moet echt iets kunnen bieden, zodat het voor ons de
moeite waard is om een behoorlijk percentage van de albumopbrengsten af
te staan. Wij hebben in de laatste anderhalf jaar wel aanbiedingen
gehad, maar die konden ons niet de exposure bieden die wij graag willen.
Dan hebben wij er dus niets aan. Het is geen meerwaarde voor ons. Wij
verkopen nu via internet, waar ook veel winkels exemplaren van onze cd
afnemen. Interessanter wordt het pas, als een maatschappij zegt dat zij
graag voor ons een marketingplan wil schrijven.
Ewout: Wat jij al zegt, die marketingmachine, dat is het succes.
Heel vaak gaat het van: jullie tekenen bij ons en wij zorgen voor de
distributie. Maar dat kunnen wij zelf ook, dus dan houdt het op.
Marcel: Dat is ook één van de redenen waarom wij “Dreamers”
zelf hebben uitgebracht. Wij zaten te azen op grote maatschappijen, maar
waren ons er ook van bewust dat het ondertussen al heel lang duurde
voordat wij met het album kwamen. Toen overlegden wij over de aanpak en
besloten om het zelf te doen. Als het goed loopt en er heeft een
maatschappij toch interesse, dan is dat toch mooi meegenomen. Die maakt
zich er niet druk om dat een band er al 500 heeft verkocht, omdat ze er
vanuit gaan dat ze er 1000 willen gaan verkopen. Maar ja, welke progband
breekt tegenwoordig gelijk na de eerste of tweede cd door? Het echte
succes komt vaak pas na vier of vijf albums.”
Ewout: We hebben heel veel geld in het maken van de cd gestopt.
Leningen moesten worden afbetaald en daarom was er weinig geld meer over
om zelf de marketing te doen. Zodra we weer een beetje wat geld hebben,
dan denk ik dat we daar hard aan gaan werken. Zeker in Amerika, ik zie
dat als een grote afzetmarkt. Rock blijft daar een grote scene onder een
heel groot publiek. Hier in Nederland zijn 3FM of Kink-FM stations waar
we ons op gaan richten. Maar ook al wil een dj het draaien zoals Zoey,
het kan niet, omdat nummers te lang duren.
Hoe
zit dat met optredens? Waarom stonden jullie bijvoorbeeld niet op
Noorderslag of Eurosonic?
Menno: Omdat de boekingen al werden gedaan voordat de cd uit was en
er geen bands zonder cd worden gecontracteerd.
Ewout: Het staat bij ons hoog op de agenda om ooit ook op Pinkpop en
Parkpop te staan. Lekker voor veel mensen spelen. Overal waar we komen,
zijn de reacties enthousiast. Dus ik denk dat we daar heel veel fans
kunnen winnen. Ze kennen ons gewoon nog niet. Ook uit de
niet-progressieve hoek. Als ze onze show zien, dan roept dat reacties op
als: “ik wist helemaal niet dat dit soort dingen bestond”. Misschien
maken we wel teveel muzikantenmuziek, wie zal het zeggen.
Didier: Festivals en voorprogramma’s, daar gaan we ons dit jaar op
richten. Niet op spelen in kroegen; noem eens een band die in een kroeg
speelt met eigen materiaal?
Marcel: Dit jaar moeten we echt aan onze bekendheid gaan werken. We
moeten het denk ik echt van de grotere podia hebben, maar het zal tijd
kosten om daar echt lekker in mee te draaien. En dan bereik je ook
mensen die niet-progressieve muziek luisteren. Die worden dan
geconfronteerd met lange stukken als Reflections
en dat vinden ze toch lekker klinken.

Ewout:
Aan de andere kant hebben we zeker niet de ambitie om ons hele leven een
support act te zijn, dat is niet de bedoeling. Toch zijn we er dankbaar
voor en het levert enthousiaste reacties op van mensen die bij optredens
eigenlijk naar hun ‘eigen’ band komen kijken en erg enthousiast
reageren op Splinter. Daarmee win je mensen, die je in de gaten houdt en
het album ook kopen. Gek genoeg bestaat onze grootste afzetmarkt uit
mensen die onze muziek niet kennen. Ik dacht eerst dat we de meeste
exemplaren aan vrienden en zo zouden verkopen, maar het blijken dus de
mensen - zeg maar - van buiten te zijn. We hebben nu zo’n 400
exemplaren van “Dreamers” verkocht. De volgende persing zal met of
zonder dvd worden uitgebracht. Maar goed, de eerste persing is nu binnen
een paar maanden tijd bijna uitverkocht en dat geeft goeie hoop. Aan de
andere kant, niets is zo moeilijk om jezelf te gaan verkopen richting
festivalorganisatoren. Elke band vindt zichzelf het beste aanbod voor
een festival. Een manager kan daar wel een cruciale rol in spelen.
Marcel: We hadden dit jaar ook op ROSfest in Amerika kunnen spelen,
maar dat is ook niet gelukt, ook om dezelfde reden dat het album er nog
niet was toen de boekingen werden gedaan.
Hoe
kijken jullie terug op het ProgFarm optreden, nu anderhalf geleden?
Ewout: Dat was ons eerste optreden in de nieuwe samenstelling, nadat
we terugkwamen uit Zweden. Heel leuk, maar ik was doodsbang en had geen
flauw idee wat mij te wachten stond. Het was een geheel nieuwe ervaring:
mensen stonden te headbangen, dat had ik nog nooit meegemaakt. En te
luisteren: stil, met de armen over elkaar. Ik wist zelf ook niet wat ik
moest gaan doen op het podium. In de maanden daarna is dat gevoel wel
gegroeid; nu ben ik minder zenuwachtig.
Marcel: Het was ook het eerste optreden waarbij wij de nummers van
de plaat speelden. Dus in de nieuwe arrangementen.
Ewout: De nummers waren nog niet eens gemixt en dat optreden op
ProgFarm gaf ons zoveel vertrouwen.
Menno: Die reacties na afloop herinner ik mij ook nog heel goed. Zo
kwam Francis Géron van de Spirit of 66 uit Verviers helemaal wild naar
ons toe: “You gotta play in our club!
Ewout: En die mensen van Flamborough Head, die waren ook heel
sympathiek. Wat ik mij ook goed kan herinneren is dat zij opmerkten dat
zulke jonge jongens zulke volwassen muziek op het podium stonden te
spelen. Niet dat we ons jong of oud vinden of zo, maar toch is dat leuk
om te horen omdat je er niet over nadenkt.
Nog
even terug naar jullie nieuwe ep. Gaat Jonas Reingold wederom de
productie verzorgen en leg eens uit wat nou precies dat ‘Reingold’
sausje is?
Menno: Dat Jonas sausje staat voor mij voor net even dat
tingelingetje op de goede plek zetten of Jonas die zegt: hier doen we
geen zang, maar een bassolo. En ons als groep ook enorm inspireert.
Marcel: Sommige dingen vindt Jonas erg goed, andere dingen weer
minder, zo merkten we tijdens de opnames in Zweden. Samen wordt er dan
gewerkt aan perfectie. Hij geeft wel suggesties aan, die jezelf wel
speelt. Het einde van Devils’ Advocate
is bijvoorbeeld samen met z’n zessen in de studio op die manier tot
stand gekomen.
Didier: Als arrangeur heeft Jonas zijn grootste stempel op
“Dreamers” gedrukt. Daar zit het verschil in en dat onderscheidt hem
van andere producers. Dat is de meerwaarde. Compositorisch is hij zo
professioneel. Hij is niet iemand die zegt: ik heb nu geen inspiratie.
Als je tegen hem zegt: binnen een uur moet je een nummer afhebben voor
de Backstreet Boys, dan doet ‘ie dat. Hij is niet zomaar artiest die
af en toe inspiratie heeft.
Marcel: Hij hoorde de toegankelijke kant in onze muziek. Daarom
heeft hij ‘Dreamers” heel fris gemixt, in plaats van heel
traditioneel proggy of symfonisch. Dat is overigens een reactie die we
veel hebben gehoord: de plaat duurt vijftig minuten, maar klinkt heel
snel weg. Jonas vindt het niet erg om muzikaal toegankelijk te zijn en
dat heeft hij een beetje uitgebuit bij ons.
Didier: Ik zie hem nu meer als vriend dan onze producer, ook nadat
ik een keer met hem in Zweden met Karmakanic heb meegespeeld. We zijn in
totaal vijf keer naar Zweden geweest. Je bouwt dan een band op. Ik zie
hem als één van mijn grootste voorbeelden, waar ik al ontzettend veel
van heb geleerd. Als we hadden opgenomen, kwamen rond middernacht de
dvd’s en cd’s tevoorschijn en gingen we luisteren. Of naar andere
projecten waar hij aan werkte. Van simpele popliedjes tot zware
fusionstukken.
Ewout: Toen ik samen met Didier bij hem thuis de laatste hand aan de
mixen legde, kwam hij af en toe even luisteren. Gaf hij zijn commentaar
en de juiste opmerkingen. Terwijl hij met heel veel andere dingen bezig
was, bleef hij tot op het laatste moment erg betrokken bij onze plaat.
Didier: We gaan bij de opnames van de nieuwe ep wel een producer
aanstellen, maar dat zal niet Jonas zijn. Dit is een project dat wij op
korte termijn willen realiseren – in de zomer willen wij de ep laten
uitkomen – en Jonas heeft het simpelweg te druk. De afstand Zweden
Nederland helpt daarbij natuurlijk ook niet. Maar we gaan er iemand
bijhalen die goed is. Gordon Groothedde is zo iemand, een van de
topproducers op dit moment. Hij heeft met bands als Intwine en Krezip
gewerkt. Alhoewel hij ook uit Zutphen komt, woont hij min of meer in de
Wisseloord Studio’s! Of Attie Bauw, bij wie wij vorig jaar een cursus
in zijn studio hebben gevolgd.
Marcel: We gaan voor de ep wellicht ook nog The
Hymn, een nummer dat ook al op “Devils’ Jigsaw” stond, opnieuw
opnemen met behulp van een orkest en nieuwe zang van Ewout.
Ewout: Menno heeft een briljant orkestarrangement geschreven. Iets
waar je U tegen zegt en regelrecht uit de filmmuziek is komen vallen.
Heel symfonisch. Of het erop komt, is nog de vraag, maar het is een
kanshebber. Maar er zijn zoveel goeie nieuwe songs die we hebben, we
zijn er allemaal even enthousiast over. Soms heb je van die ideeën: al
is het maar een simpele riff of melodie. Je weet meteen dat het iets
goeds is, terwijl er bijvoorbeeld nog geen zanglijn voor is.
Didier: Toch blijven we kritisch. We nemen alleen die stukken op
waar we als band in geloven en waarvan we denken dat ze zullen aanslaan.
Dat is en blijft ons uitgangspunt.
