Teramaze – Eli: A Wonderful Fall From Grace

Het is moeilijk uit te leggen waarom de muziek van Teramaze bij mij zo lekker landt. De sound van de Australische band is sterk beïnvloed door de klassieke melodieuze progmetal uit de jaren negentig. Het is duidelijk dat bandleider Dean Wells in zijn jongere jaren veel naar Dream Theater luisterde, al zijn ook de dramatische stijl van Shadow Gallery en het vroege werk van Vanden Plas sterke referentiepunten. Ik heb hier geregeld “geklaagd” over de veilige muzikale aanpak bij veel bands die al een tijdje meedraaien, over het gebrek aan innovatie binnen dit genre, en over het verschil tussen progmetal en progressieve metal. Waarom steekt Teramaze er voor mij dan toch bovenuit, en (spoiler alert) vind ik ook “Eli: A Wonderful Fall From Grace” weer een genrepareltje?

De beste verklaring die ik kan geven is het “Goudlokje-effect”. U kent het sprookje wel, waarin een veeleisend meisje in het huis van drie beren alle huisraad test en uiteindelijk in slaap valt in het bed dat precies goed is: niet te hard en niet te zacht. Op dat bed plof ik mentaal neer als ik naar de muziek van Teramaze luister. Niet te hard, niet te zacht. Niet te toegankelijk, niet onnodig weerbarstig. Met een concept dat niet te simplistisch is, maar ook weer niet compleet onnavolgbaar. Allemaal precies goed, en daarmee raken Wells en co bij mij herhaaldelijk de juiste snaar.




Ik moet daarbij wel het onderscheid maken tussen de ambitieuze conceptalbums als “Her Halo” (2015) of de ep “Sorella Minore” (2021) en de meer gestroomlijnde tussenliggende albums als “Are We Soldiers” (2019). Componist en gitarist Wells heeft een bijna commercieel gevoel voor melodie, en zijn compactere songs lijken soms verdacht veel op popmuziek met harde gitaren. Ik ben daarom blij dat de band nog een keer is teruggekeerd naar de wereld van “Her Halo” en “Sorella Minore”. “Eli: A Wonderful Fall From Grace” fungeert als een voorloper op deze albums, een heuse “prequel” in filmjargon. Het donkere circusverhaal vult meer details in over het verleden van de hoofdpersonen. In combinatie met zijn voorgangers vertelt het een fascinerend verhaal over ambitie, liefde en psychologisch trauma. Meer details over het concept in ons interview met bandleider Dean Wells.




 

Teramaze zoekt op zijn laatste album bewust de sfeer en sound van de eerdere conceptalbums op, tot en met de keuze voor specifieke gitaar- en synthesizergeluiden. Het betekent ook dat de composities gemiddeld genomen weer wat epischer en bombastischer uitvallen. De connectie met “Her Halo” en “Sorella Minore” impliceert gelukkig niet dat “Eli:…” een pure herhalingsoefening is. Single Standing Ovation blijft weliswaar grotendeels op de gebaande paden, maar op andere tracks voegt de band interessante nieuwe elementen toe. Zo vormen de akoestische gitaar op The Will Of Eli, de schreeuwzang op Madam Roma, en de saxofoon op afsluiter A Wonderful Fall From Grace welkome aanvullingen op het vertrouwde bandgeluid.

De epische slottrack is met zijn krappe kwartiertje het hoogtepunt van het album. Het nummer bevat geen traditionele songstructuur en wisselt constant van tempo en sfeer. De stemmen van hoofdzanger Nathan Peachey en Dean Wells vullen elkaar hier prachtig aan. Wat een luxe om twee capabele zangers in de band te hebben, waarbij Wells eigenlijk niet onderdoet voor Peachey. Dat blijkt vooral wanneer hij het vocale voortouw neemt, zoals op de ballad Hands Are Tied, die tegen het eind van het album een prettig rustpunt biedt.




 

De trilogie van “Her Halo”, “Sorella Minore” en “Eli:…” vormt voor mij een setje moderne klassiekers binnen de melodieuze progmetal. De muzikale aanpak van Teramaze is ook op dit album niet per se grensverleggend of baanbrekend, maar binnen de kaders van het genre klopt hier gewoon alles: de uitdagende composities, de instrumentale en vocale krachtpatserij, het onderliggende concept. En zo ontpopt “Eli: A Wonderful Fall From Grace” zich zomaar als een nieuw hoogtepunt in het toch al sterke oeuvre van deze ondergewaardeerde band.

Laughing Stock – Shelter

Het trio van Laughing Stock houdt de vaart er lekker in. Sinds hun eerste album “The Island” uit 2018 is er bijna elk jaar een nieuw album verschenen. Deze nieuwe toevoeging aan de discografie is hun zesde langspeler.

Hierop nemen de Noren je mee naar Shelter. Dit is een organisatie die je een nieuw en beter leven belooft in overeenstemming met de natuur. Shelter zal je helpen vergeten wie je ooit was en staat haaks op de machinerie van het leven die je langzaam verpletterde. Shelter zal je verwelkomen met een samenleving gebaseerd op geluk, liefde en vrede. Klinkt dat niet geweldig?

Het hele verhaal doet mij denken aan het tweede seizoen van de geweldige serie The Sinner (Netflix), waarin een getroebleerde detective in de wereld van een sekte wordt getrokken en langzaam het zicht op de realiteit dreigt te verliezen.

Voor ik over de muziek begin, eerst het artwork. Wat een fenomenale hoes! Deze is van de hand van James Marsh. Hij was ook verantwoordelijk voor het artwork van Talk Talk-albums als “The Colour Of Spring” en “Spirit Of Eden”. Een hoes waar je naar blijft kijken. Alleen dat is al reden om hem op vinyl aan te schaffen.

Muzikaal zet het trio weer een paar stappen vooruit. Het is knap hoe ze in relatief korte tijd een heel eigen geluid hebben gecreëerd. De muziek is donker, melancholisch en stemmig. De algehele sfeer is doorleefd. De licht galmende drums zijn typerend, net als de vocalen. Deze laatste zijn niet bepaald heel goed, maar wel bezwerend en zeker ook fascinerend. Vaak klinkt het of ze in een andere ruimte zijn opgenomen met de deur dicht.

Binnen deze vrij donkere setting verstopt het drietal in elk nummer wel een paar pareltjes. Zoals een prachtige gitaarsolo, een heel subtiel Hammond orgeltje of een pakkend stukje trompet. Luister dit album met aandacht op de koptelefoon en je zult steeds nieuwe details ontdekken. Hoogtepunt is zonder twijfel Roots Go Deep dat je helemaal weet in te pakken. De gitaarsolo van gastmuzikant Anders Buaas is prachtig, net als de dreigende strijkers. Ook The Flood is prachtig. Dat zit hem vooral in de opbouw en het eerste deel van de song. In het tweede deel mag Tim Bowness (No-Man) de zang verzorgen. De man die het meest gevraagd wordt voor een gastbijdrage en die werkelijk altijd hetzelfde klinkt. Mij doet het niets. Zijn zeurderige zang heeft bij mij inmiddels helemaal afgedaan. Wie daagt deze man uit om eens heel anders te zingen? Gelukkig maken de blazers een hoop goed.

Laughing Stock gaat nog eens een meesterwerk afleveren. Met elk album zetten ze nieuwe stappen voorwaarts. Dit album is echter nog niet perfect. Het lijkt tegen het einde net iets te veel op elkaar. Iets wat als een rode draad door al hun albums heen loopt. Dat maakt dit album allesbehalve een tegenvaller. Binnen hun discografie behoort deze tot hun beste.

Gjenferd – Gjenferd

Scandinavië is al jaren een leverancier van topbands. Sommige als Airbag hebben duidelijk een tik van Floyd gekregen, anderen, zoals Wobbler, neigen naar Yes, en weer andere, Anekdoten en Änglagård geven hun eigen draai aan de muziek van King Crimson. Maar er is ook een behoorlijke groep bands die niet zozeer de symfonische, maar de progressieve hardrock uit de jaren zeventig als voedingsbodem heeft gekozen. En u raadt het al: Gjenferd is precies zo’n band, en “Gjenferd” is precies zo’n album.

High Octane geeft direct een stampend visitekaartje af, waar de vonken van afvliegen: een stevig Hammond-geluid, doordramdrums, een gruizige, goedliggende zangstem, maar ook genoeg ruimte voor inventiviteit en een instrumentale solo hier en daar. Zo kun je in nog geen vier minuten toch aardig wat doen.

Dacht je bij Starless aan een cover, dan kom je bedrogen uit, luister maar op YouTube. Dit is van hetzelfde laken een pak als High Octane, maar met meer aandacht voor sfeer. Ja, je kunt hier best even aan Pink Floyd denken. De samenzang is ongepolijst, maar dat past precies bij Gjenferd. De gitaar krijgt in het midden eindelijk wat ruimte voor een slome solo, waarbij de gedachten met name richting Hendrix en bedwelmende psychedelica gaan, dus niet te glad, niet te melodieus. Daarna rockt het er weer stevig op los, denk Uriah Heep, mogelijk zelfs wel wat Black Sabbath.




De akoestische gitaar wordt van stal gehaald voor de opening van Burning Soul, dat met zijn gemoedelijke dwarsfluitklanken een heel ander gezicht laat horen, totdat de stevige riffs en vette toetsen weer worden ingezet. Restless Nights is qua zanglijn misschien het meest memorabele nummer, waarbij het contrast tussen de laag gezongen verzen en het hoger gezongen refrein klinkt als een conversatie. Sterke gitaarsolo ook en energiek drumwerk.

Door het gebruik van een vocoder is Beneath The Wave een mysterieus klinkend nummer met typische jaren 70 drammerige gitaarriffs. Het begin van All That Remain Is Haze heeft van die psychedelische Beatles-klanken, maar ook de Mellotron mag even van zich laten horen. Opvallend is het lange instrumentale tussenstuk waarin de band zich ook wat van zijn experimentele kant laat horen.

“Gjenferd” is een album boordevol energie en met verve werkt dit viertal zich door de zes nummers dat het rijk is. Hierbij zijn gitaar, gedubbelde zang en stevig toetsenwerk de voornaamste ingrediënten. Lekker plaatje hoor.

Sykofant – Sykofant

In het framen van het hersenproces wordt de metafoor ‘denk niet aan een roze olifant’ toegepast als je iemand wilt overtuigen. Het ‘alles is mogelijk’ paradigma van de vliegende olifant kennen we van Jumbo en Dumbo, maar er blijkt dus ook een Sykofant te zijn. Het woord sycophant is een oud-Griekse term voor iemand die roddels verspreidt of persoonlijke gewin probeert te maximaliseren ten koste van anderen. Niks geen pseudo-psychologisch gebabbel dus, maar rechttoe rechtaan gossip en dat biedt de Noorse band Sykofant uit Oslo ons ook aan met haar muziek. Compromisloos, zonder voorkeur voor een bepaald genre gekoppeld aan muzikaal vakmanschap.

Het debuutalbum, geïnspireerd door de sci-fi en psychedelische esthetiek van de jaren zeventig, duikt in thema’s als tijd, vervreemding, de zoektocht naar betekenis en de relatie van de mens met de natuur. Dit conceptalbum biedt in zes nummers een luisterervaring van 55 minuten zonder onderbrekingen. Naadloos gaat de muziek over van sereniteit naar funky ritmes, vuige blues akkoorden versus jazz interpretaties en zelfs filmische klanken uit spaghettiwesterns. Het album presenteert een kleurrijk muzikaal palet, waarin composities en thema’s met elkaar verweven worden om een meeslepende geluidsreis te creëren.




De eclectische muziek van Sykofant verzuipt daarmee bijna in het progressieve moeras, met al die invloeden van -in willekeurige volgorde- pop, jazz, funk, blues en fusion. Door groovy vervorming, een speelse mix van scheve beats, tempowisselingen, dissonantie en een genre-mix die zich af en toe ook nog eens uitstrekt van shoegaze naar spacerock blijft die toch boven drijven. De band roept daarmee associaties op naar een andere tijd en injecteert tegelijkertijd een vleugje frisheid in zijn hedendaagse soundscape. De ritmesectie zorgt voor een solide basis, al vallen de stuwende baslijnen nogal weg in de mix. De gitaarsolo’s en -riffs, waar het vooral om gaat, zijn pakkend en toch harmonisch. De zang is energiek en stoort nergens. Inspiratie komt vooral van Cream, Led Zeppelin, Jethro Tull, de psychedelische kant van Pink Floyd uit de jaren 60, en uit deze eeuw Beardfish en Dewolff.

De productie op het debuutalbum van Sykofant blijft helder omdat de twee gitaristen elkaar niet in de weg zitten, maar elkaar juist aanvullen door zich al zinderend en stompend een weg te banen door de muziek. Het ontbreken van toetsen zorgt ervoor dat het totale geluid juist open blijft en niet dichtslibt. Rest nog een vraag aan de lezer: hoe vaak heb je gedacht aan een roze olifant tijdens het lezen van deze recensie? Wat een sykofant is weet je wellicht niet meer.

Inner Prospekt – Unusual Movements

Bezige baasjes in de prog. De meesten kennen we, een enkeling niet. Zelfs niet bij Progwereld. Alessandro Di Benedetti is een van die onbekenden met al wel een behoorlijke staat van dienst. Naast diverse soloalbums bracht de Italiaanse toetsenist vier albums uit onder de naam Mad Crayon en werkte hij mee aan diverse albums van The Samurai Of Prog en The Guildmaster. Maar zijn stiefkindje is Inner Prospekt. In hoog tempo bracht hij onder deze naam vanaf 2014 dertien albums uit, soms meerdere in een jaar. Het voorliggende “Unusual Movements” is nummer veertien en het eerste dat we hier bespreken.

De Italiaan steekt niet onder stoelen of banken dat hij een groot fan van en beïnvloed is door Tony Banks. Het mag duidelijk zijn dat deze invloeden net als die van Genesis hoorbaar zijn op dit album, waarbij hij zich laat ondersteunen door diverse gastmuzikanten.

Openingsnummer The Bridge is oorspronkelijk gecomponeerd als een intro voor het nummer White Skies van The Samurai of Prog. Je vindt het nummer in de uit drie cd’s bestaande verzamelbox Omnibus 3. Het is vriendelijk, met ontspannen toetsenspel, waaronder piano en ondersteuning door Daniele Vitalone op basgitaar. Dit is ‘slechts’ een opwarmer, want het opvolgende Mantra klokt vijftien minuten. Het is een lange (sombere) muzikale weerspiegeling van de coronapandemie, met veel toetsen, percussie en uiteenlopende ritmische grooves. De somberheid wordt extra aangezet met monotone en ingehouden zang van Di Benedetti zelf en het treurige saxofoonspel van Giuseppe Militello. Een plechtig piano-intermezzo voert naar een scherpe gitaarsolo van Federico Tetti. Percussie als een tikkende klok aan het eind symboliseert het uiteindelijk overleven van de pandemie. De melancholische pianoballad Winter Day, met Marco Bernard op basgitaar, is de overgang naar het volgende lange nummer Neverland.

Net als The Bridge is dit oorspronkelijk gecomponeerd voor een ander album, te weten The Boy Who Wouldn’t Grow Up van Marco Bernard (daarop getiteld Never Never Land). Opvallend is de zang van Di Benedetti, die sterk doet denken aan die van (wijlen) Shaun Guerin (K2, Clearlight). Verder is het een afwisselend retro symfonisch nummer met veel invloeden van Genesis. We horen bijdragen op gitaar van Rafal Pacha die een duel aangaat met Di Benedetti, die hier Flower Kings-achtig toetsenwerk laat horen.




 

Anders dan de titel doet vermoeden klokt Just Five Minutes ruim zeven minuten. Het vormt een jazzy tegenwicht na de voorgaande proggy nummers. Speels pianospel, emotionele saxofoon en jazzy drumpatronen zorgen voor een zwoele, haast sensuele sfeer. Around The Corner is het derde nummer dat ruim boven de tien minuten klokt. Je wordt hier meegevoerd langs uiteenlopende stemmingen en emoties die fraai worden weergegeven met Tony Banks-achtige synthesizer, piano, gitaar door Federico Tetti en zang van Di Benedetti. Ik ontkom niet aan de indruk dat dit een zeer persoonlijk nummer is. Het afsluitende The Question voltrekt zich in een vergelijkbare sfeer, met nu een vlijmscherpe en intense gitaarsolo van Carmine Capasso.

“Unusual Movements” is een sfeervol en authentiek progrockalbum met de persoonlijke signatuur van Alessandro Di Benedetti. Het maakt nieuwsgierig naar de andere albums van Inner Prospekt.

White Willow – Ex Tenebris

Ex Tenebris. Latijns voor ‘Uit het Duister’. En om meerdere redenen een meer dan toepasselijke titel voor dit tweede album van het Noorse White Willow. Want na hun debuutalbum “Ignis Fatuus” uit 1995 en het daaropvolgende optreden op ProgFest 1995 beleefde White Willow één van zijn donkerste perioden waarbij de band zo goed als ten dode was opgeschreven. En terwijl het een na het andere bandlid wegliep werkte Jacob Holm-Lupo aan zijn gothic-project Ex Tenebris. Maar er lag dus ook nog muziek die voor White Willow geschreven was. Samen met de, eveneens achtergebleven, toetsenist Jan Tariq Rahman besloot Holm-Lupo daarom maar de twee projecten in elkaar te schuiven daarbij geholpen door een aantal gastmuzikanten.

Het resultaat is een album dat behoorlijk afwijkt van het debuutalbum. Dat album had nog al een wisselvallig karakter, niet alleen in kwaliteit en stijl maar met name qua sfeer. Dat die op White Willow’s tweede album duidelijk anders is komt natuurlijk ten dele door de nummers die geschreven waren voor het Ex Tenebris project (onder andere A Strange Procession… en …A Dance Of Shadows) die een donkere, gotische sfeer uitstralen. Maar het komt met name omdat de composities nu allemaal op het conto staan van gitarist Holm-Lupo.

Muziek die een sfeer uitademt die maar met 1 woord valt te omschrijven: Scandinavisch. Die beelden oproept van winterdagen waarin het nauwelijks licht word en mensen samen kruipen rondom om warme haardvuren. Waar verhalen worden verteld over lang vervlogen tijden en over het verlangen naar elkaars geliefden.

Muziek die probeert om met zo min mogelijk muzikale middelen zoveel mogelijk te zeggen. Een gevoel van onderdrukte emotie en kracht bekruipt mij bij iedere luisterbeurt weer. Soteriology is daarvan een perfect voorbeeld. Na een korte intro door klassieke gitaar en piano valt het hoofdthema te horen op orgel waarna de prachtige engelachtige zang van Sylvia Erichsen zijn intrede doet. Uiteindelijk komt het hoofdthema weer terug, wederom op orgel, maar nu subtiel begeleid door zachte Mellotronstrijkers.

Nergens op dit album wordt er een poging gedaan om door middel van instrumentaal kunnen indruk te maken. De tempo’s zijn over het algemeen dan ook traag van karakter. White Willow heeft echter goed begrepen dat een opgebouwde spanning ook zo zijn uitweg moet vinden zoals bijvoorbeeld in het middenstuk van Helen And Simon Magus waarin Holm-Lupo’s elektrische gitaar als een laserstraal door een donker toetsentapijt snijd met een toon die ergens het midden houdt tussen dat van Robert Fripp en Steve Hackett. Maar ook Rahman laad zich niet onbetuigd in dit gedeelte door zijn orgel eens lekker te laten ‘rochelen’.

A Strange Procession… is een stuk dat gedomineerd word door zwaar klinkende trommels en (wederom) donker toetsenwerk en als zodanig bij mij een beeld oproept van een sinistere begrafenisstoet. Het dient eigenlijk als een opmaat voor het daaropvolgende …A Dance Of Shadows waarin de, over het hele album subtiel opgebouwde spanning, zijn uitlaatklep vind. Maar alvorens we bij die uiteindelijke “verlossing” komen worden we nog wel getrakteerd op een mooie, snerpende synth-solo, een mooie gitaarsolo en uiteindelijk zelfs nog een solo op theremin (Klik voor meer info over dit intrigerende instrument). De zang van Sylvia Erichsen doet ons uitgeleide en brengt ons weer met beide voeten terug op aarde.

Qua productie is dit een bijzonder album omdat er een poging gedaan is om alles zo naturel mogelijk te laten klinken. Dit alles met de grootst mogelijk verschillen in dynamiek. En afgezien van het feit dat de manier waarop de drumpartijen zijn opgenomen, en die overigens ingespeeld zijn door Änglagård’s ex-drummer Mattias Olsson die zich hier behoorlijk op de vlakte houdt, mij niet helemaal bekoren kan en misschien even wennen is voor onze verwende oren, is dit een album dat een waar genot is om naar te luisteren.

White Willow treedt hiermee in de voetsporen van illustere mede-Noorderlingen zoals Änglagård, Anekdoten en Landberk. Kortom: prog met een herkenbaar retro-geluid waar in men de ruimte neemt om zijn eigen weg te zoeken. En met dit album stoot wat mij betreft White Willow dan ook definitief door naar het Walhalla van de Prog.

Christian Bekhuis

CD Expanded Edition:
Koop bij bol.com

White Willow – Ex Tenebris (remaster 2024)

Het originele tweede album van White Willow “Ex Tenebris” is in 2024 opnieuw uitgebracht als geremasterde versie. De remaster is ondergebracht bij de huidige platenmaatschappij van de band, Karisma Records en is onderdeel van een voorgenomen rij van zes remasters van deze Noorse band. Verantwoordelijk voor de remaster van het album is bandleider, toetsenist en gitarist  Jacob Holm-Lupo en die taak is bij hem in goede handen. De natuurlijke en dynamische wijze van de productie uit 1997 is op de nieuwe uitgave gehandhaafd gebleven, hoewel de remaster (bijna vanzelfsprekend) meer sprankelt dan het origineel. Ook de mastering van het album is aanzienlijk verbeterd, Lupo heeft sinds enkele jaren zijn eigen masteringstudio.

De nieuwe cover is visueel volledig in de trant van het origineel, twee vrouwenlichamen liggen in een cirkel met elkaars handen en voeten naar elkaar toe. Was het origineel bruin, wit met in het midden een rode roos van kleur, de 2024-versie is een volledig blauwe-zwarte geworden. Minder aansprekend, wellicht wel moderner.

Ken je de band nog niet dan adviseer ik de remaster boven het origineel, voornamelijk wegens de verbeterde audiotechnieken en afspeelmogelijkheden. En check vooral ook de andere albums van White Willow, rijkelijk te vinden op deze site.

Ruard Veltmaat

Marjana Semkina – Sirin

Marjana Semkina is met name bekend van het kamerprogrockduo iamthemorning. Met “Sleepwalking” maakte de Russin in 2020 haar verdienstelijke solodebuut. Mijn voormalige collega Luke Peerdeman was behoorlijk lovend over haar album. Met “Sirin” zet Semkina deze lijn door, al ben ik wel wat gereserveerder over de muziek dan Luke destijds was.

Semkina’s overwegend rustige muziek kenmerkt zich door de nodige melancholieke sfeer, klassieke omlijstingen, een folky touch en haar stem ligt in de lijn van zangeressen als Kate Bush en Tori Amos. Veel liedjes beginnen vaak wat klein en krijgen vervolgens de ruimte om te ontbolsteren. De nummers hebben in de regel de gemiddelde poplengte, dus drie tot vier minuten. Daar is op zich niks mee, en ik heb ook niks tegen popinvloeden. Integendeel. Maar we zijn een spreekwoordelijke plaatkant verder voordat het album met het zesde nummer Gone pas echt loskomt. Ik kom daar zo op terug.

Het album begint met We Are The Ocean, een mooi liedje dat bol staat van de popinvloeden. Eigenlijk geldt dat ook voor het tweede nummer Lost But At Peace. Op het derde nummer zingt Jim Grey van Caligula’s Horse mee. De beide stemmen kleuren mooi met elkaar, helaas is het liedje in mijn ogen wat saai. Pygmalion is een interessant nummer, met name omdat het wat donkerder en slepender is.




Het album komt pas echt tot leven met het al gememoreerde Gone. Op dit nummer laat Semkina horen wat zij in huis heeft: een klassiek begin, haar sterke zang, een mooie melodielijn en overvloedige melancholie en spanning. Het nummer haakt, en dat is juist wat ik op de eerste helft van de plaat wat mis. Death and the Maiden is ook een sterke song. Dit is een duet met Mick Moss van Antimatter. De gotische symfonische muziek pakt mij wel. De muziek is wat progressiever en meer uitgesponnen. De kenmerkende Antimatter-sfeer geeft de muziek van Semkina een extra lading. De sfeervolle opbouw en mooie finale doen de rest.

Het lieflijke The Storm is een zacht popfolkliedje. Swan Song vind ik weer een van de betere nummers. Ook nu weer een mooie opbouw, klassieke invloeden en op een gegeven moment krijgt het liedje wat meer pit. En dat is zeer welkom wat mij betreft. Ze neemt wat meer tijd voor het nummer en dat zorgt voor meer (al dan niet) onderhuidse spanning. Heel mooi is de kamermuziek in Swan Song. Met het kabbelende en rustige This Silence The Dreaming besluit Semkina deze plaat, mij met een ambivalent gevoel achterlatend. Marjana Semkina maakt zeker mooie muziek, met name als ze de tijd neemt voor haar nummers en de songs een progressievere touch hebben. Bovendien spreekt het tweede deel van haar plaat mij veel meer aan dan het eerste. Voor mij staan er te weinig echt hele goede nummers op om van een sterke plaat te spreken.

The Aristocrats – Duck

Als er nou één band is die je voortdurend op het verkeerde been zet, dan is het wel The Aristrocrats. Het creatieve supertrio geeft al jaren een excentrieke eigen draai aan het fenomeen fusion of jazzrock, zo je wilt. Waarbij geen enkel nummer verloopt zoals je het had verwacht. Als je al een verwachting durfde te hebben. Keer op keer neemt het nummer een compleet andere wending, dat geldt eigenlijk voor alle nummers van de heren. Als ‘eclectisch’ en ‘excentriek’ verboden woorden waren in een recensie van dit trio zou het een schier onmogelijke taak worden voor een recensent om de muziek te beschrijven.

Het zojuist uitgebracht album “Duck”, het vijfde studioalbum van de band en het eerste in vijf jaar, is in dat opzicht geen uitzondering. Negen nieuwe nummers die in totaal een vol uur beslaan. Lange nummers ook, de meeste tracks hebben een mooie zeven minuten als speelduur. Tijd genoeg voor de drie heren om hun creativiteit ten volle aan te spreken, de composities zijn eerlijk verdeeld: een ieder krijgt de credits voor een drietal nummers.




Het begint al met opener Hey, Where’s MY Drink Package? Een bizarre titel voor een vreemde maar aanstekelijke shredder/shuffle-mix met aan Jeff Beck verwant gitaarspel, een melodieuze baspartij en uitstekende drums van componist Minnemann. Aristoclub is op het eerste gehoor een rechttoe rechtaan uptempo rock song met een gedenkwaardige riff, die in de verte doet denken aan het gitaarwerk van Joe Satriani, maar dan met een vreemdsoortige twist.

Ook hier weer aan Satriani en Vai verwante klanken, in Sgt. Rockhopper, maar tegelijk nét even anders. Het zou Guthrie Govan niet zijn om simpelweg het werk van anderen te volgen, laat staan kopiëren; dat zit gewoon niet in zijn aard. Sittin’ With A Duck On A Bay is een prachtige humoristische verbastering van Otis Reddings legendarische nummer. Even gas terug in dit nummer met zijn groovy jazzy feel, dat start in de trend van Lee Ritenour, ik meen zelfs een fragment van de beroemde Amerikaanse gitarist te herkennen, met druk gebruik van het wah-wah pedaal en slimme basloopjes, rock meets smooth jazz, zoiets.

De intro van dit nummer, Here Come The Builders … Grieg’s Morgenstimmung midden in een drukke bouwplaats, is de meest accurate beschrijving. Swingende jazzy tonen, aan de bovenkant Guthrie’s gevarieerde spel en aan de onderkant de melodieuze loopjes van Bryan, Marco timmert het allemaal bij elkaar in jazzy stijl, lekker hoor.

Bryan Bellers basgitaar is uiterst prominent aanwezig op dit album, vooral als solo-instrument, met vele inventieve basloopjes en uiterst melodieus spel, naast pulserend en pompend. Over Guthrie Govans capaciteiten is al genoeg gezegd, deze hogepriester van de zes snaren is inmiddels een levende legende en beheerst zijn instrument volkomen. Virtuoos tot de derde macht. Aan drummer Marco Minnemann de niet geringe taak om alles bij elkaar te houden en daarnaast nog zijn eigen ding te doen. Dat lukt de talentvolle Duitser prima. Er zijn momenten waarop alle drie de musici tegelijk soleren, maar toch klinkt het hecht en coherent, voorwaar geen sinecure.




Muddle Through wil zoiets zeggen als ‘doorakkeren’, maar dat dekt niet volledig de lading: heerlijke blues met tegendraads ritme, een soort van rustpuntje te midden van al dat drukke geweld. Vanzelfsprekend in Aristocrats-stijl. King Crimson is de eerste associatie die ik heb bij het intro van Slideshow, repetitieve motiefjes à la Fripps Frippertronics. Maar het verandert al snel in een dromerig jazzy nummer met veel ruimte tussen de noten en tempo- en sfeerwisselingen, waarna de terugkerende motiefjes voor de afsluiting zorgen.

Weer zo’n grappige titel, And Then There Were Just Us / Duck’s End, met verwijzing naar Genesis-titels, de heren kennen hun klassiekers. Het langste nummer duurt ruim negen minuten en heeft echt totaal niets weg van Genesis, in de verste verte niet. Daarentegen hoor ik invloeden van Alan Holdsworth, maar ook West Coast fusion in het zeer gevarieerde spel van Govan. Het afsluitende nummer heet This Is Not Scrotum. Tja, als je alle maffe titels al gehad hebt, wat kun je dan nog verzinnen? De viool van Rusanda Panfili speelt een dominante rol in dit oosters aandoende nummer met Noord-Afrikaanse ritmes en zigeunerorkestklanken, kunt u het nu nog volgen?

Maar hoe zit het nou met die mysterieuze Duck? Welnu, het lijkt erop dat hij zijn geboorteland Antarctica is ontvlucht en naar New York City is gegaan, om onbekende redenen achtervolgd door een pinguïnpolitieagent. Drummer Marco Minnemann kwam met een nummer over een eend en de heren besloten in alle wijsheid/waanzin dat alle verhalen in de nummers over een eend zouden gaan. Een conceptalbum was geboren.

Ik ben volledig uitgeteld na dit uur eclectische muziek van dit drietal heren van stand. Even bijkomen en de stilte inhaleren is de enige remedie. Uitstekend album van het talentvolle trio, dit is misschien wel hun beste werk tot dusverre. Ik ben inmiddels hersteld, het gaat alweer kriebelen, nog één luisterbeurt?

Ayreon – 01011011 – Live Beneath The Waves

“01011001” was in 2008 het eerste Ayreon-album dat hier niet direct resoneerde. Te vol, te veel zangers, die ook nog eens geen heldere rol binnen het concept vervulden. Daarnaast had ik net als collega Hans voor het eerst het gevoel dat ik ideeën en melodieën al eerder gehoord had. Daarom was ik bij de aankondiging van de “Live Beneath The Waves” concertreeks in Ayreons thuisbasis 013 benieuwd hoe het album live uit de verf zou komen.

Mijn oorspronkelijke terughoudendheid heeft er misschien juist aan bijgedragen dat ik vervolgens omver geblazen werd door de show. De live registratie die nu wordt gelanceerd (op elk fysiek medium dat je kunt verzinnen) bevestigt dat nog maar eens. Het grote aantal zangers werkt in deze setting juist goed, omdat er steeds iets nieuws en spannends op het podium gebeurt. De inwisselbare karakters zijn minder een issue, want je ziet de poppetjes bij de stemmen op het podium. En het gebrek aan muzikale vernieuwing op het album pakt zelfs positief uit: “01011001” voelt in de live setting als een soort Greatest Hits-show, waarin alle typische kenmerken van het Ayreon-geluid aan bod komen.

In vergelijking met de studioversie zien en horen we een aantal andere vocalisten. Floor Jansen, Bob Catley, Steve Lee en Jörn Lande zijn om uiteenlopende redenen niet aanwezig. Ze worden meer dan adequaat vervangen door Brittney Slayes, Damian Wilson, Mike Mills en John JayCee Cuijpers. Er is ten opzichte van het origineel overigens de nodige vrijheid genomen met de verdeling van de vocalen tussen de zangers, wat verrassend goed uitpakt. Brittney Slayes is daarbij een openbaring. De zangeres van de Canadese metalband Unleash The Archers laat horen dat haar vocale bereik praktisch onbeperkt is.




 

Het zijn toch al de dames die uitblinken tijdens de show. De schuurpapieren powerstrot van Maggy Luyten verdient een veel grotere discografie, ook buiten Ayreon. Haar duet met Slayes aan het loodzware eind van Liquid Eternity wekt nog steeds kippenvel op. Het blijft een van Arjen Lucassens grootste talenten om sterke zangers te verzamelen, en die vervolgens nog beter te laten klinken dan in hun eigen bands. Achtergrondzangeressen Irene Jansen en Marcela Bovio bewijzen samen met Jan Willem Ketelaers dat ze een plek vooraan op het podium verdiend hadden, die ze in het afsluitende The Day That The World Breaks Down gelukkig ook krijgen. Ze komen zo sterk uit de hoek dat zelfs Blind Guardian’s Hansi Kürsch moeite heeft vocaal tegen ze op te boksen.

Natuurlijk is de muzikale ondersteuning fantastisch, waarbij de combinatie van gitaristen Timo Somers en Marcel Coenen een aparte vermelding verdient. Somers’ cocky metalvibe wordt perfect gecomplementeerd door het cleane proggy spel van Coenen. Hun solo’s zijn een lust voor oog en oor, vooral wanneer ze juist wat dichter tegen elkaars stijl aankruipen. Luister maar eens naar de flashy solo’s in Ride The Comet en de trage duosolo in Waking Dreams.




Het credo van deze concertreeks was “more is more”, en dus is ook visueel alles uit de kast getrokken, inclusief projecties, lasers en vuureffecten. Het industriële decor met meerdere verdiepingen past perfect bij het futuristische thema, en vormt een fotogenieke achtergrond bij de beeldweergave. Weer een stap voorwaarts in vergelijking met het elektrische papier-maché kasteeltje van de vorige reeks Ayreon-concerten. De montage had van mij nog flink trager gemogen, maar wijkt gelukkig voldoende af van het neurotische geschakel tussen camera’s dat binnen de metal stilaan de norm voor live registraties is.

De frequente slow motion beelden zijn prachtig om te zien, maar trekken de kijker ook even uit de live ervaring. Het inzoomen op individuele fans die zich de longen uit het lijf zingen werkt op dat vlak een stuk beter. Complimenten voor de regie die de beelden van het publiek afwisselt met close-ups van de artiesten. Je krijgt daardoor een goed idee van het feestje dat zowel op het podium als in de zaal plaatsvindt. Hier wordt meer dan twee uur lang door alles en iedereen de muziek van Arjen Lucassen gevierd. Het Grote Genieten is van ieders gezicht af te lezen, en dat gevoel wordt ook naar  de fans die niet zelf aanwezig konden zijn meesterlijk overgebracht.




Ik zou er geen bezwaar tegen hebben als Lucassen op plaat weer eens een compleet andere afslag neemt, maar in de live setting zit er vooralsnog nul sleet op de formule. Er gaan al geruchten dat Circus Lucassen in september 2025 zijn tenten opnieuw opslaat in Tilburg. Progwereld staat dan zeker weer met de vuist omhoog in 013.

CD:

Blu-Ray:

Cathubodua – Interbellum

Deze Belgische band bestaat sinds 2013 en heeft als eerste wapenfeit in 2016 een ep uitgebracht en later  in 2019 een debuut cd. Vanaf de oorsprong produceert de band een mix van symfonische, klassieke en folkloristische metal. Een van de oprichters en drijvende motivatoren binnen die band was in die beginperiode violiste Katrien van den Hurk, maar zij haakte ergens 2018 af om zich volledig op een ander project te storten. Ondertussen blijven de andere bandleden trouw aan elkaar, behalve de drummer, die vervangen werd door Harald Bouten. De nieuwe vioolspeler is Arvid Vermote.

Het thema van het album is een verzameling van de belevenissen uit het leven van een Gallische oorlogsgodin, met daarin zowel haar opkomst als ondergang. We leren hoe deze oorlogsgodin moet omgaan met hoge verwachtingen, kracht, dromen, verloren liefde en een ongeneesbaar schuldgevoel. De band heeft zichzelf vernoemd naar die oorlogsgodin: Cathubodua.

Krachtig, agressief, orkestraal en dynamisch is de muziek op “Interbellum”. In de basis ligt een fundament van symfonische metal dat lijkt op bands als Nightwish, Eluveitie, Epica en een vleug Acient Bards. De connectie met de deze drie, vier bands is nooit ver weg, hoewel Nightwish er op dit album bovenuit springt. Dat is vooral te bemerken in Will Unbroken, dat ook nog eens de match treffend maakt op vocaal gebied met onze landgenote Floor Jansen. Maar ook Foretelling, dat een connectie maakt met de invloed van Troy Donockley binnen de Finse band. Niet specifiek via zijn gespeelde instrumenten, maar wel door het versterkte folkloristische karakter van de muziek. Cathubodua realiseert dat folkloristische karakter namelijk via de viool van Arvid Vermote. Dit doet hij bijvoorbeeld voortreffelijk binnen de song Foretelling.

De muziek van Cathubodua heeft veel overeenkomsten met het huidige Nightwish, door het gebruik van klassieke instrumenten als viool en cello, wat de orkestrale overeenkomsten met de Finse band versterkt. Een nummer waarin dat tot in de perfectie tot uiting komt is Goddess Fallacy. Het slotnummer maakt enorm veel indruk, deels door de perfecte orkestratie en de goed gemaakte keuzes. De acht minuten track bouwt voorzichtig op tot een smaakvolle compositie waarin driftig wordt gesmeten met riffs en solo’s van de gitaristen Robin Ritzen en Tom Van Den Bosschelle. En ondanks de volle productie komen alle instrumenten fijn en herkenbaar naar voren. Er wordt orkestratie gebruikt die je binnen de symfonische metal veel hoort en toch heeft het op deze cd een eigen identiteit, eigen smoel. De klasse van frontvrouw Sarah Vanderheyden is ook een pluspunt voor het nummer, zij is overigens ook verantwoordelijk voor de orkestratie. Naarmate je dit nummer vaker hoort zal de conclusie zijn dat de muziek van Cathubodua een absolute bedreiging is voor bands als Nightwish en Epica.

De laatste jaren beoordeelt deze recensent veel symfonische metal met vrouwelijke vocalen, maar er is nog maar weinig materiaal waar ik echt van onder de indruk ben. Cathubodua heeft een cd geproduceerd die indruk maakt door een stijlvolle aanpak. Het bevat details die een einde maken aan de voorspelbaarheid binnen het genre. Het gebruik van de akoestische viool is fantastisch geïntrigeerd in de productie, net als digi-instrumenten als de harp, cello of welke orkestratie dan ook. Behalve de viool komt die orkestratie uit de computer en toetsen, maar dat kan je moeilijk opmaken uit de mix en mastering. Ik sluit bij voorkeur niet vaak lyrisch af, maar hier maak ik een uitzondering: fantastisch!

Send this to a friend