Ik vind Moon Safari een bijzondere band. Deze Zweden maken complexe en melodieuze prog en combineren dat met een zekere lichtheid en vrolijkheid. De samenzang en de koortjes (met Beach Boys- en Queen-referenties) geven het geluid helemaal iets unieks. Over het laatste album “Himlabacken Vol. 2” heb ik twee jaar geleden een lovende recensie geschreven. Ik wilde dan ook graag deze band live zien. Op zaterdag 22 november was het zo ver in de Boerderij.

Foto’s: Ron Kraaijkamp
De band speelde twee sets. In de eerste set lag de nadruk vooral op het laatste album. Als eerste song werd 198X (Heaven Hill) gespeeld. Het geluid was nog niet helemaal in balans, maar het nummer werd overtuigend gespeeld. Erg fraai vond ik A Kid Called Panic van “Lover’s End”. In deze geweldige song gebeurt zo ontzettend veel. Heel sterk vond ik ook Between The Devil and Me van “Himlabacken Vol. 2”. Het geluid is steviger en dat past Moon Safari goed. Drummer Mikael Israelsson geeft met zijn inventieve en krachtige spel de muziek vaart en groove. Ik was vooraf vooral benieuwd hoe A Lifetime to Learn How to Love en Teen Angel Meets the Apocalypse live uit de verf zouden komen. In deze nummers komt de gevarieerdheid en complexiteit van Moon Safari sterk aan de oppervlakte. De afwisselende zang en samenzang was uitermate goed. De heren hebben allemaal mooie stemmen, maar met name de zang van toetsenist Simon Åkesson was indrukwekkend. De opbouw van de nummers is bovendien heel sterk, en de gitaarsolo’s van Pontus Åkesson zijn erg mooi.

Set 2 begon met het compactere Heartland, gevolgd door het speelse Mega Moon. Van “Blomljud” werd het nummer The Ghost of Flowers Past gespeeld. Dit nummer viel op in de set, het was wat softer en meer klassiek symfonisch. Met Lover’s End Pt. III: Skellefteå Serenade kwam er een eind aan dit concert. Ik vind het een gedurfde keuze om dit stuk van 25 minuten als slot te brengen. En laat ik het erbij zeggen: het is een heel mooi muziekstuk. Maar hoe mooi ook, live wel erg lang. Ik dacht dat ik wel wat gewend was, maar het koste mij wat moeite om mijn aandacht erbij te houden. Ook omdat Moon Safari al langere nummers had gespeeld. Na het applaus kwam de band nog even bij elkaar staan om a-capella Constant Bloom ten gehore te brengen. Deze heren kunnen echt goed zingen!

Kortom, een zeer geslaagd concert maar wel nog met een smetje wat mij betreft. Ik kan het op zich waarderen dat zanger Petter Sandström probeert om een showtje neer te zetten en een connectie met het publiek te maken. Alleen de manier waarop stoort mij wel. Het continue gesmeek om mee te zingen, mee te klappen, en met je telefoon als een aansteker in de lucht te zwaaien; dit alles hoeft van mij niet bij een progconcert. Ik denk dan: dat heeft zo’n jongen toch niet nodig. Het leidt alleen maar af van de muziek. Als je goede muziek maakt, reageert het publiek daar echt wel op en dat was zeker het geval.

Desondanks een zeer overtuigend concert van Moon Safari. Ik heb ervan genoten. Met name van het vakmanschap en de samenzang.
Het zou het laatste Northern Prog Festival worden. Op zaterdag 1 november nog één keer in de Uthof in Siegerswoude. Gelukkig, spoiler alert, komt er een vervolg. Tijdens deze editie liet Sound of Strangers van zich horen, presenteerde Leap Day hun nieuwe cd, maakte Wilson Project de hoge verwachtingen meer dan waar en was Living in Shadows een fijne verrassing.
Om 15.30 uur trapt Sound of Strangers af. De band heeft in Raymond Vermij een nieuwe zanger gevonden. Vermij heeft voor de gelegenheid een gouden jasje aangetrokken en probeert in elk geval iets van een podiumpresentatie neer te zetten. Dat is nodig ook, want verder gebeurt er niet zoveel op het podium. Sound of Strangers maakt toegankelijke neo-prog in de jaren 90 stijl. De heren spelen een mix van nummers van hun debuutalbum “Crossing Borders” uit 2023 en nieuw werk. Om te beweren dat Vermij naast een gouden jasje ook een gouden strot heeft, gaat mij wat te ver. Maar zijn stem past uitstekend bij deze muziek. Gitarist Paul Krempel komt bovendien met een aantal fraaie gitaarsolo’s. Wat mij bevalt is dat de nummers ergens over gaan, of het nu klimaatverandering of het verliezen van onschuld is. De hoogtepunten vind ik Ocean Sky van hun debuutalbum en het nieuwe nummer The Rock. Mooie sfeervolle en afwisselende neo-prog. Een prima optreden derhalve.
Daarna is het de beurt aan Leap Day. De schijnwerpers staan uiteraard op deze band omdat dit hun laatste optreden is op het festival dat zij zelf organiseren. Na terechte bedankjes en applaus begint een sterk en sfeervol optreden. Met deze show wordt hun nieuwe album “When Gravity Wins” gelanceerd. Van dit nieuwe album worden drie nummers gespeeld: het instrumentale Vital Cage, Wrinkles en Falling Star. Met name in Vital Cage laat de band horen waar ze zo goed in zijn: mooie melodieën, sterke overgangen en veel sfeer. Met twee toetsenisten in huis (Gert van Engelenburg en Derk Evert Waalkens) is er genoeg te genieten, maar het meest in het oog (of beter gezegd: oor) springen de geweldige gitaarsolo’s van Eddie Mulder. Een nummer als Falling Star wordt door de solo’s naar grote hoogten gestuwd. In de persoon van Roelof Beeftink heeft Leap Day een nieuwe zanger en hij bevalt mij wel. Hij heeft een krachtigere stem dan zijn voorganger(s), en geeft zo de muziek van Leap Day meer body. Een goed voorbeeld is het nummer Raining van “Treehouse”. Een heel mooi nummer, maar nu met de zang van Beeftink is het overtuigender. Ik heb genoten van ruim een uur Leap Day.
Eerlijk gezegd ben ik vooral voor Wilson Project naar Friesland afgereisd. Deze Italiaanse band verraste mij dit jaar met het uitstekende album “Atto Primo”. Deze jonge Italianen brengen een ode aan de opera en doen dat op een zeer aansprekende manier. Het is natuurlijk altijd afwachten hoe een band het er live vanaf brengt. Gelukkig is Wilson Project met vlag en wimpel geslaagd. Wat mij sowieso aanspreekt is dat deze band goed nadenkt over de performance. Met maskers op en operakleding aan betreedt de band het podium. Tijdens het optreden ligt de nadruk op “Atto Primo”. Een ouverture maakt direct de zeer melodieuze bedoelingen van de band duidelijk. Daarna worden nummers van het album in een wisselende volgorde gespeeld. Voor mij is het hoogtepunt het lange Ragnarok: zwaar symfonisch, mooie opbouw, veel afwisseling en het toetsenwalhalla. Sowieso is toetsentovenaar Andrea Protopapa een enorme blikvanger met zijn expressieve spel en performance. Zangeres Annaliesa Ghiazza steelt helemaal de show. Eenmaal op het podium verandert ze in een sterke frontvrouw met een theatrale uitstraling. De band speelt met Fiori di Plastica een nieuw nummer. Dit, haast dansbare, lied klinkt zeer veelbelovend. Het was voor Wilson Project het eerste optreden buiten Italië, ik ben blij dat ik erbij ben geweest. Wat een bijzondere band! Het is de bedoeling dat er eind volgend jaar een nieuw album is.
Living in Shadows heeft de eer om het festival af te sluiten. Ik kende deze band uit Engeland nog niet. Deze formatie rond zangeres Zoë Gilby en haar man en multi-instrumentalist Andy Champion maakt een zeer interessante blend van prog, pop en jazz. De prog zit ‘m vooral in de structuren, sferen en complexiteit. De pop in de verraderlijk toegankelijke zang van Gilby en met jazzinvloeden krijgt de muziek nog meer cachet en lading. Er zit ook een toefje alternative in. Gilby zit (of eigenlijk: staat) op de praatstoel. Elk liedje heeft een verhaal en Gilby legt dat op een aanstekelijke manier uit. Living in Shadows zet een sound neer die ik nog niet vaak heb gehoord. Tijdens de set wordt vooral werk gespeeld van hun tweede album “Neon Burning”. Het klinkt bovendien als één geheel. De liedjes hebben ook genoeg eigenheid en variatie. Heel mooi vind ik Satellites (over hoe destructief verslavingen zijn) en Page By Page (over de kracht van verhalen). Een zeer aangename verrassing, dit gezelschap uit Engeland. Een band om in de gaten te houden!
En zo was het een uitstekende editie van Northern Prog. Aangekondigd als de laatste editie, maar dat wordt het niet. Want hoewel Leap Day stopt met de organisatie, neemt een nieuwe club het stokje over. Dus ook volgend jaar een Northern Prog Festival, met in elk geval Leap Day als eregast!
Al achttien jaar lang vind in Apeldoorn in November het Brainstorm festival plaats, een festival waar metal bands van verschillende stijlen optreden, van grote namen tot aan kleine, regionale bands. Het festival is ontstaan in 2008 en er worden jaarlijks zo’n 1000 kaarten verkocht, verspreid over twee dagen, de vrijdag en de zaterdag. De organisatoren zijn veelal werkzaam in de metalscene en organiseren concerten, werken voor platenlabels of boekingsbedrijven. De organisatie wil zich niet alleen toespitsen op het organiseren van de concerten, bij elke editie verzorgen ze ook andersoortige evenementen onder het dak van de Gigant. Denk dan aan tentoonstellingen, lezingen, openbare interviews, akoestische optredens en platenmarkten. Zo is er dit jaar een tentoonstelling van Rikkers Gitaarbouw. Alle activiteiten naast de live presentaties van de bands zijn in ieder geval gericht op het brede vlak van metal.
Progwereld kwam eigenlijk voor een drietal bands, die gelukkig voor de dienstdoende recensent alle drie binnen enkele uren optraden. Die bands zijn IOTUNN, Heretoir en Within Silence, waar je als lezer ook recensies van kunt vinden op onze site.
De eerste band die optrad in de middag was het Duitse Heretoir. De bekendheid van de band is vooral te danken aan het meesterbrein David Conrad, alias Eklatanz. De van oorsprong Duitser met karakteristieke dreadlocks is een grote naam binnen de metalwereld en dan specifiek binnen die van de Shoegaze. Het laatste album “Solastalgia” kwam in september van dit jaar uit. Vaste bandleden verder zijn gitarist Matthias Settele en drummer Nils Groth en de band valt onder het genre Atmosferische en melancholische metal.

De band imponeert gelijk vanaf het begin. En waar de vaak volle producties van deze band gelijk een brei van lawaai kan worden, is daar alleen sprake vanaf de eerste twee songs. Dat lijkt een euvel voor alle bands die ik bekeek, want er moet blijkbaar veel worden gedraaid aan het mengpaneel om alles gematigd en evenwichtig uit de speakers te krijgen. De band speelt twee nummers van het nieuwe album, naast vier klassiekers, waaronder de naamgever van de band die op het debuutalbum staat.
Indruk maakt de titelsong van het nieuwe album Solastalgia. Sfeervol en in tegenstelling tot het merendeel op het nieuwe album, rustig(er) en vol met atmosfeer. Sowieso werd er binnen de set een goede verdeling gemaakt tussen heftige en melancholische songs. Conrad verteld tijdens de show dat de bassist en drummer zijn vervangen voor deze set, omdat twee originele (live) bandleden allebei ziek op bed liggen. Bassist van dienst is vandaag Marco Prij van de band Cryptosis en als drummer fungeert Johannes Horas.
Na een korte verbouwingspauze treed Within Silence op, een band die mij wat minder pakt en waar hun laatste cd in de week voor het concert voor het eerst nog is beluisterd. Eerder was Hans Ravensbergen gematigd positief over het album wat dit jaar is uitgekomen; “The Eclipse Of Worlds”. Het genre powermetal is niet helemaal het mijne en dat resulteerde dan ook uit op een lichte verveling tijdens het optreden van deze Slowaakse band. Desondanks heeft Zanger Martin Klein een karaktervolle stem, hoewel hij er ook vaak naast zit op sommige momenten en soms is het zelfs vals. Dat komt misschien ook omdat ook deze band last heeft van de monitoring, verschillende muzikanten gebaren veelvuldig naar het mengpaneel en er wordt regelmatig bijgesteld.
Ondanks deze hordes weet de band een mooie sfeer te creëren en het publiek aan zijn zijde te krijgen. Dat komt natuurlijk dat de muziek van deze band iets stuwends heeft, zeker als je de strijdlustige songs betiteld met Battle Hymn, Final Victory en Road To Paradise. “Samen marsen we op naar de victorie!”

En dan de band waar deze recensent voor is gekomen, de sensatie IOTUNN. Het laatste album van die band eindigde onbetwist op mijn nummer 1 positie van 2024 en wordt nog veel beluisterd. De band is afkomstig van de Faeröer eilanden, behorend tot het koninkrijk van Denemarken en er werden twee albums geproduceerd die beiden imponeerden in de metal–wereld. Kenmerkend is de geweldige zanger van de band Jón Aldará, die tot mijn grote spijt wegens persoonlijke omstandigheden er niet bij is deze tour. Hij wordt vervangen door Morten Bering Bryld en daar ga ik niet over klagen. Hij is in staat om het geluid van Aldará heel dicht te benaderen, minder te spreken ben ik over het geluid van de eerste twee, zelfs drie nummers.
Waar het probleem ligt is mij niet duidelijk, maar de drums staan zo megahard dat veel van de symfonische details verdwijnen. Zowel de basedrums als de snare drums knallen uit de speakers. De basgitaar domineert eveneens, en daar hebben de gitaren van de broers Gräs onder te lijden. Of het komt omdat ik voor in de zaal sta weet ik niet, maar de absolute kwaliteit van deze ingenieuze band verdwijnt als sneeuw voor de zon. Gek genoeg heeft bassist Eskil Rask het meeste problemen met het geluid, de show wordt op de helft van het optreden zelfs enkele seconden onderbroken om het euvel te verhelpen.
Al met al waren het drie prima optredens maar waar één minpuntje centraal staat en dat is de kwaliteit van het geluid. Over de hele linie was dat niet op orde, hoewel achter in de zaal het beter vertoeven was dan vlak voor de buhne. Een detail waar de bands wellicht zelf ook niet heel content mee zijn geweest, ook door de nodige aanpassingen tijdens een show. Niettemin was de organisatie en sfeer op dit festival van topniveau. Een strakke tijdsplanning zonder al te lange pauzes en een brede afwisseling in de geboden waren. Chapeau.

Het was op de kop af zes jaar een zeven dagen geleden dat het Noorse Oak en landgenoot Bjørn Riis een avond het podium deelde in Poppodium Boerderij in Zoetermeer. Toen kwam Oak voor de promotie van “False Memory Archive” en Bjørn Riis voor “A Storm Is Coming”. Inmiddels zijn beide acts alweer twee albums verder.
De zaal was gezellig vol waarbij ook het bovenste deel geopend was. Oak mocht het spits afbijten. De start ging een beetje stroef. Bij drie muzikanten voel je aan dat ze zich op het podium wel op hun gemak voelen, maar bij zanger Simen Valldal Johannessen is dat wel anders. Ik zou wel eens willen weten wat er bij die eerste nummers door zijn hoofd gaat. Zijn gezicht en hele lichaamshouding staat zo strak als een pianosnaar. Ook zijn stem moet duidelijk nog wat opwarmen en vertrouwen winnen.
De band begint met Highest Tower, Deepest Well van het voorlaatste album “Quiet Rebellion Of Compromise”. Een pracht nummer, dat live behoorlijk uitgekleed klinkt. Dat gevoel heb ik bij meer nummers die van de laatste twee albums worden gespeeld. De productie van die nummers is zo gelaagd, rijk en intens dat het live niet te evenaren is. Bij sommige bands komt live de muziek nog meer tot leven, maar bij Oak gebeurt het tegenovergestelde. Nadat London van het laatste album “The Third Sleep” is gespeeld zie je overduidelijk de opluchting bij Simen Valldal Johannessen. Het lijkt wel of hij daarna kilo’s gewicht van zijn schouders heeft afgeworpen.
An passant deelt de band mede dat ze een nieuwe gitarist hebben. Het gaat om Milad Amouzegar van de formatie Dim Gray. Ik ben reuze benieuwd of we zijn invloed terug gaan horen op toekomstige albums, aangezien de gitaar over het algeheel een behoorlijk bescheiden plek inneemt in hun muziek. Wat dat betreft was het jammer dat Shapeshifter niet gespeeld werd, dat is een van de weinige nummers waar een (geweldige) gitaarsolo in zit. Dreamless Sleep kende een uitstekende uitvoering, waarbij de zang erg goed uit de verf kwam. Sterkste nummer van deze setlist was False Memory Archive waarbij je merkt dat ze het al vaak live gespeeld hebben. Na een optreden van 75 minuten volgde er een korte pauze.
Na een veel te lang intro door de speakers beklimt eindelijk Bjørn Riis het podium. Hij wordt bijgestaan door sessiedrummer Arild Brøter (ook te horen op zijn laatste album “Fimbulvinter”) en door Oak leden Simen Valldal Johannessen (toetsen) en bassist Øystein Sootholtet. Er wordt geopend met titelnummer Fimbulvinter. Het nummer blinkt uit in zware gitaariffs en een heerlijke slepende solo. Helaas komen de toetsen, die vooral in het tweede deel een prominente rol hebben, wat minder goed in de mix naar voren.
Er wordt wat gas teruggenomen met het prachtige Icarus (“A Storm Is Coming”) waarbij de invloeden van zijn band Airbag evident zijn. Bij dit nummer neemt Milad Amouzegar de akoestische gitaar voor zijn rekening. Ook The Siren en Where Are You Now zorgen voor mooie, wat meer ingetogen, momenten. The Greatest Show on Earth van Airbag klinkt live een stuk pittiger. Het is vooral drummer Arild Brøter die in positieve zin opvalt. Hij geeft ‘strak spelen’ bijna een nieuwe definitie. Zijn drumspel is prominent aanwezig en het kleinste foutje zou enorm opvallen. Mijn bewondering voor deze drummer neemt met het nummer toe. Wat een geweldenaar! De mimiek op zijn gezicht laat zien dat hij helemaal in zijn spel opgaat, maar er ook intens van geniet. En dat werkt aanstekelijk naar de rest van de band en op de zaal.
Maar de grootste showsteler is toch echt Riis zelf. Wat deze man allemaal kan met zijn gitaar is indrukwekkend. Of het nu breekbaar subtiel of snoeihard is, hij draait er zijn hand niet voor om. Ook vocaal vind ik hem gegroeid. Hij zingt met vertrouwen en verve. Enig nadeel van het optreden vond ik dat het subtiele in de nummers een beetje wegvalt. Als je zijn platen beluisterd is juist dat contrast zo mooi en intens. Live is het vooral intens en sneeuwen de meer breekbare stukken wat onder.
Aan het einde van Getaway wordt er een zware loop ingezet en loopt de band opeens van het podium af. In de zaal kijkt iedereen elkaar aan wat nu de bedoeling is. De loop gaat maar door en wordt echt een beetje irritant. Iedereen weet dat de band toch wel terug komt en dus valt dat moment een beetje in het water. Voordat Riis het laatste nummer inzet noemt hij het komende live album van Airbag dat in november 2025 zal uitkomen en in Poppodium Boerderij is opgenomen. En staat hij stil bij de dood van Kiss gitarist Ace Frehley. “Hij is de reden waarom ik hier op het podium sta. Hij is de reden waarom ik ooit met gitaarspelen ben begonnen”. Hij bedankt de mensen die, net als hij, een Kiss t-shirt hebben aangetrokken.
Na Lullaby in a Car Crash komt er een einde aan een mooie avondje Noorse progrock.
Foto’s: Arie van Hemert (Poppodium Boerderij)
Het is een enorme uitdaging om de naam Pink Floyd niet te gebruiken bij een verslag of recensie van RPWL. In vrijwel elk nummer valt de invloed van de legendarische Britse band op, zo erg zelfs dat je je afvraagt of je naar een Duitse kloon zit te kijken/luisteren. Niets nieuws natuurlijk, maar deze keer voor mij wel erg nadrukkelijk aanwezig. Het trage tempo van het overgrote deel van de nummers, de onvermijdelijke gitaarsolo, de achtergrondzang van de dames, de heavy drums en zelfs de solozang doen regelmatig denken aan het grote voorbeeld. Maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het gebodene, getuige het enthousiasme van het publiek dat in redelijk groten getale was afgekomen op de show, op een gure vrijdagavond. Naar schatting circa 400 man/vrouw had de weg gevonden naar de (prog)rocktempel in Zoetermeer, daarmee was de Boerderij gezellig vol.

De hoofdmoot van het optreden zou bestaan uit een integrale versie van “World Through My Eyes”, niet zo gek ook: het album werd dit jaar opnieuw uitgebracht en viert zijn twintigjarig jubileum. Voorganger Yogi Lang zei het al bij zijn introductie: er worden geen nummers overgeslagen dit keer, in tegenstelling tot wat sommige fans mogelijk thuis op hun stereoinstallatie doen. Verbaasde blikken om mij heen van de die-hard fans.

Zoals gezegd stond ons een integrale versie van “World Through My Eyes” te wachten. Er wordt dus afgetrapt met het oosters en funky getinte Sleep, gevolgd door de meer rechttoe rechtaan rocker Start the Fire, de toon is gezet. Het licht Beatles-achtige Everything Was Not Enough met geweldige fretloze bas en het aanstekelijke Roses, worden massaal meegezongen alsof het een grote hit betreft. 3 Lights gaat over een treinreis die Lang dagelijks maakte na afloop van opnamesessie voor dit album, Wallners gitaarsolo is een klein hoogtepunt. De Steve Hillage-cover Sea Nature is net zo psychedelisch als zijn componist, Langs zang is bekwaam. Day On My Pilllow bevat naast de onmiskenbare Pink Floyd-invloeden ook een snippertje Genesis: I Know What I Like is erin verweven en verhoogt de feestvreugde. Het trio World Through My Eyes, Wasted Land en het toepasselijke Bound to Reach the End betekent na circa 75 minuten het einde van het eerste deel van het concert.

Na ongeveer een kwartier start de band met Hole in the Sky. Als er ooit een nummer van RPWL gelijkenis vertoont met PF dan is het dit nummer wel. Zelfs de teksten (set the controls for the heart of the sun) grijpen onbeschaamd terug op de Britse iconen. Ook weer niet zo gek: ze startten in 1997 als Pink Floyd-coverband. Victim of Desire is van “Crime Scene” en wordt ondersteund door een zelf vervaardigd filmpje. En het start met een van Gentle Giant geleende canon. Over de video die A New World begeleidt heb ik ooit een column geschreven, de aan Manfred Mann refererende toetsenpartij is karakteristiek voor het nummer. Dat geldt zeker voor de U2-achtige gitaarsound die Wallner aan zijn instrument ontleent in What I Really Need terwijl Gone Forever een bijzonder, beetje a-typisch nummer met afwijkend ritme betreft. De teksten van King of the World zijn goed zichtbaar in de video. New Stars Are Born is een bonussong met een lang instrumentaal stuk van het zojuist heruitgebrachte album en wordt gekenmerkt door Wallners gebruik van de zogenaamde ‘talk box’.

De animaties tijdens de eerste set leken wel rechtstreeks afgeleid van Gerald Scarfe, nog zo’n Pink Floyd referentie. Tijdens het tweede deel van de set waren het vooral de zelfgemaakte videofilmpjes die de muziek op passende wijze begeleidden. Geluid en licht waren weer dik in orde, adel verplicht in Zoetermeer. De mannen en vrouwen op het podium hadden er duidelijk plezier in, de onderlinge blikken spraken boekdelen. Nu heeft de Boerderij duidelijk een voorkeur bij de band: er wordt met regelmaat opgetreden en het live album “True Live Crime” werd er opgenomen in 2023.

Het duo Markus Grützner en Marc Turiaux vormt een prima ritmetandem; de stuwende en toch melodieuze bas van de eerste en de harde maar toch subtiele klappen op de drums van de tweede leggen een solide basis voor zang, toetsen en vooral gitaar. Daar ligt natuurlijk een hoofdrol voor Kalle Wallner, als altijd vriendelijk glimlachend en meerdere gitaren bespelend, elk nummer heeft blijkbaar zijn eigen gitaarklank. Yogi Lang zelf bekommerde zich bekwaam over de solozang en op spaarzame momenten bediende hij de Minimoog op de hem kenmerkende wijze.

Al met al een prima en sfeervol optreden van de Duitsers, waarbij aangetekend dat ik helaas door omstandigheden iets eerder de zaal moest verlaten. En ik dus, wat ik al een beetje verwachtte, de toegift met Unchain the Earth (The Scientist) en The Shadow heb moeten missen. Het zij zo, er zal ongetwijfeld wel weer een bezoek van RPWL aan hun geliefde Boerderij gebracht worden in de toekomst.
Een derde keer een bioscoopbezoek met ene David Gilmour in de hoofdrol. De eerste keer als figurant in een documentaire over het ontwerperscollectief Hipgnosis, nog niet zo lang geleden als bandlid in de opnieuw uitgebrachte klassieker “Pink Floyd at Pompeii”. En nu als absolute hoofdrolspeler in een liveconcert onder de titel “Live at Circus Maximus”. De speciale première vond wereldwijd plaats op 17 september, ik koos wederom voor het oude KINO theater in Rotterdam om er getuige van te zijn. Ik was bovendien een van de gelukkigen die vorig jaar het voorrecht hadden om de legendarische gitarist live te mogen aanschouwen tijdens een van de optredens in dezelfde tournee, in de Royal Albert Hall in Londen, een geweldige belevenis. Nu is er dus een mogelijkheid om dat her te beleven.
De tournee onder de titel The Luck and Strange Concerts, begon met twee opwarmshows in het Brighton Centre en verhuisde vervolgens naar Circus Maximus in Rome voor zes avonden. Daarna volgden nog eens zes optredens in de Royal Albert Hall in Londen. Weer later verhuisde men naar de Verenigde Staten voor shows in de Intuit Dome en de Hollywood Bowl in Los Angeles. Tot slot waren er vijf concerten in Madison Square Garden in New York. Alles stijf uitverkocht.
De opnames vonden dus plaats in Rome, met speciale toestemming van de Italiaanse overheid. Regisseur Gavin Elder, die al lang samenwerkt met Gilmour, schotelt ons prachtige beelden voor van band, publiek, theater en omgeving. Het sublieme schouwspel tegen de achtergrond van de oude ruïnes van Rome is een absoluut genot. Het geluid is van Dolbi Atmos kwaliteit en laat niets aan het toeval over. De film duurt circa twee en een half uur en start met een korte documentaire over de totstandkoming van en voorbereidingen op de show, met intieme sfeerbeelden van band en entourage tijdens oefensessies en soundcheck. Opvallend is de relaxte sfeer en de rust die de grote voorman uitstraalt.
Grappig is het moment waarop de grote man zelf aan het woord komt, met een knipoog naar de woorden die zijn echtgenote Polly Samson vorig jaar uitsprak: “I’m David Gilmour. And I’m a fucking legend!” Ik hoorde mijn buurman hardop zeggen: “And rightly so!” Gilmour geeft ook aan dat dit naar zijn mening de beste concerten uit zijn carrière zijn, bijgestaan door de beste muzikanten, opmerkelijk.
De show is ronduit indrukwekkend, net als in Londen. Met een klein verschil: bij de serie shows in het centrum van de Italiaanse hoofdstad waren per avond circa 18.000 toeschouwers aanwezig, ruim driemaal zoveel als in de Engelse hoofdstad. En die locatie, tja, wat moet je zeggen van die iconische plek daar in het historische Rome, waar tweeduizend jaar geleden nog wagenrennen plaatsvonden. Dat wordt nog eens versterkt door de dronebeelden die de skyline en omgeving van het theater weergeven.
Voor mij persoonlijk zijn de close-ups van Gilmour, zijn doorgroefde gezicht, oude handen en gitaar, toch wel de hoogtepunten. Daarnaast is zijn intense spel en volledige focus genoeg om de haren op je armen recht overeind te laten staan. Ondanks het feit dat hij veel verschillende gitaren bespeelt, klinkt de maestro toch altijd weer als zichzelf. De shows hebben zoals gezegd de songs van het in het 2024 uitgebrachte “Luck and Strange” als hoofdmoot, ook de oorspronkelijke titel van de concertreeks.
De Pink Floyd-songs worden allemaal uit volle borst meegezongen door het enthousiaste publiek. Maar voor mij waren toch de nieuwe nummers in een aantal gevallen de hoogtepunten. Zoals het duet met dochter Romany in het schitterende Between Two Points. De zichtbaar trotse vader werpt af en toe schuin een vertederende blik op zijn oogappeltje. Een uitstekende, volwassen presentatie van Romany Gilmour, alsof ze al jaren op het podium staat. Het intieme intermezzo met de semi-akoestische versie van Great Gig in the Sky gevolgd door A Boat Lies Waiting zorgt wederom voor kippenvel. Maar ook Sorrow, The Piper’s Call en Coming Back To Life worden perfect uitgevoerd.
We zien trage fotografie, volledig passend bij het tempo van de muziek. De beleving in de bioscoop is mooi, comfortabel vooral, maar haalt het toch niet bij het lijfelijk aanwezig zijn bij een liveconcert. Misschien speelde het relatief lage (!) volume in de bioscoopzaal hierbij een rol. Volgende keer graag een tandje erbij a.u.b. Slechts naar schatting een veertigtal bezoekers in een zaal(tje) met een capaciteit voor circa 120 personen, een tikkeltje aan de lage kant. Geen applaus of enthousiaste kreten ditmaal, wel veel gepraat tussen de nummers door, helaas. Nu nog uitkijken naar de Blu-ray, dubbel-cd en driedubbele elpee, die ongetwijfeld op korte termijn zullen volgen. En dan gloort er ook nog een nieuw studioalbum aan de horizon. Zou er volgend jaar weer een bioscoopbezoekje voor mij inzitten?
Progdreams, het tweedaagse indoor progrock- en metal festival van Poppodium Boederij in Zoetermeer was aan zijn elfde editie toe. We kunnen dus met recht spreken van een traditie. Progwereld was hier uiteraard bij. Onze recensent was er samen met zoonlief (wat een weelde is dat!) al die uren bij, al werd het begin wel even gemist. Vader en zoon besloten het optreden van de bands te karakteriseren met één woord. Die willen we jullie niet onthouden; ze staan achter de bandnaam.
Dag 1 – vrijdag 22 augustus
Het centrale woord van dag één is ‘hard’. Stevige kost krijgen de bezoekers, teleurstellend in aantal, voorgeschoteld.
Redikin – gemist
Niet gezien dus, deze Delftse band. Aangekondigd als groovende, heavy dansbare hardrock. Denk aan stevige gitaren, pompende drums en pakkende melodieën.
Zangeres Afke van Althuis zal haar mannen ongetwijfeld hebben opgezweept en de luisteraars, die allen dicht op het podium konden staan, zullen zeker de eerste headbangende bewegingen hebben gemaakt. Ik heb de set van korte nummers even nageluisterd en ja, het klopt: gewoon lekkere hardrock, met melodie.
Hackberry – staartje
Gelukkig nog een staartje meegepikt van deze vijfmansformatie uit Groningen. Zij maken een mix van progressieve rock, stoner, metal en psychedelica met complexe maatsoorten en verrassende tempowisselingen.
Overwegend lange nummers, die door hun afwisseling en bijzondere maatsoorten weten te boeien. Felle gitaarduels vochten Marijn de Boer en Fransesco Bonardi uit, zoals in slotnummer Desert Child voor ons ook nog goed te zien was.
Scarlet Stories – duister/somber
Nog meer Oranje Boven, met dit Tilburgse gezelschap. Donkere heavy prog met elementen van doom, ambient en…filmmuziek, is wat zij maken. Zangeres Lisette van den Berg trekt al snel de aandacht naar zich toe, met haar stem die soms iets kinderlijks heeft. Zeer fors uithalen kan ze ook, waarmee ze de luisteraar de duistere, sombere wereld van de band intrekt.
Een beetje monotone songstructuur hoor hier wel bij, de gitaristen Bart te Kamp en Robin van Poppel en ritmesectie gaan behoorlijk te keer. Het andere gezicht van het gezelschap is juist het zich bewegen in hele subtiele muziek, met getokkel en ingehouden spel, dat ook wel beklemmend is. Er zouden twee vrouwelijk bandleden niet aanwezig zijn. Deze vijf, met deze set, konden het publiek zeker bekoren.
Altesia – heerlijk/enthousiast
De positieve verrassing van de dag, deze Fransen. Fris van de lever en dolenthousiast laten zij onder leiding van de innemende frontman Clément Darrieu een bonte stoet aan speelstijlen de revue passeren. Het gaat van bijna pop tot knetterhard, met duistere doom en djent metal, met tal van aparte uitstapjes. Heerlijk gitaarspel en chaotische patronen wisselen elkaar af. De toetsenman bijt fel van zich af, maar laat ook pianoriedels los.
De band nodigt het publiek uit mee head te bangen. Tegendraadse ritmes in Cassandra’s Prophecy, waar het gitaarspel soms richting vals gaat. Darrieu houdt het in zijn zang ook niet altijd droog. Niet zo erg. Jazzstukken en funk, het past allemaal. Deze muzikale potpourri, met zoveel elan en een beetje gekkigheid gebracht, is ronduit heerlijk om een uurtje even alles om je heen te vergeten.
Poverty’s No Crime – zielloos/eentonig
Het al sinds de jaren 90 actieve Duitse progmetalgezelschap kreeg bij deze luisteraar de handen niet op elkaar. Zanger Volker Walsemann is duidelijk het baasje, hij verzorgt ook de gitaarpartijen. Zijn stem heeft zo’n typische metal-/hardrockgalm en hij lijkt moeite te moeten doen om ‘het’ te halen.
De power in de song heeft iets van Dream Theater, waarbij de toetsenpartijen plichtmatig aanvoelen. Het is technisch zeker in orde, Walsemann pingelt om de haverklap een lekker solo’tje weg, maar enige diepgang is ver te zoeken. Het is een beetje rechttoe rechtaan en het beuken lijkt een beetje een ziel te missen en de avond eindigt ondanks de herrie met gapen, niet van de slaap.
Dag 2 – zaterdag 23 augustus
We laten de metal achter ons en gaan ons meer in de ‘beschaafdere’ uithoeken van de prog begeven. Gevarieerd is het aanbod zeker. Meer publiek stroomde toe, al had dit festival echt meer verdiend. Bij slotact IQ was er een aardig zaaltje, maar vol was het zeker niet.
Agusa – ontwapenend/sprookjesachtig
De eerste klanken van het Zweedse Agusa voelen als een warm bad, dat kan ook met mijn leeftijd te maken hebben. Hun instrumentale muziek met een flinke klodder folk en psychedelische elementen doen je in de jaren 70 wanen. Gitarist en toetsenman hebben een kapsel dat nog ouder is.
Jenny Puertas is de blikvanger, haar fluitspel is uitstekend en haar enthousiasme werkt aanstekelijk. Gitarist Mikael Ödesjö strooit met pittige solo’s en Roman Andrén op toetsen schroeft het vintage karakter wat verder op. De uitgesponnen melodieën duiken ook wel eens de jazz in en het Caribisch sfeertje aan het slot is prettig. Na een half uurtje heb je wel een beeld, alles voltrekt zich in hetzelfde stramien, wat veel van hetzelfde, maar allee, een prima start.
Cheeto’s Magazine – feest/kleurrijk
Het is feest op het podium bij deze in kleurrijke pakjes gehulde Spanjaarden. Zanger en toetsenman Esteban Navarro is compleet (aangenaam) gestoord. Hij trekt bekken en haalt doorlopend dolle capriolen uit, hierbij het hele podium gebruikend. Intussen maken de Cheeto’s heerlijke muziek. Een mix van stijlen dendert over het podium: progrock met uitstapjes naar jazz, funk en ja glamrock. Basis vormen de toetsen, waarmee ze prachtige, vaak uitbundige patronen de zaal in slingeren (medepingelaar Matias Lizana zingt ook nadrukkelijk mee).
Vol symfonisch klinkt het met enige regelmaat, echt. De gitaar van Manuel Orella had iets prominenter in de mix gemogen. Epic Big Boy (25 minuten) vat alles samen en vormt de perfecte afsluiting. Navarro moet aan het infuus, zoals hij mij later toevertrouwen. Gewoon het hoogtepunt van het festival!
Freedom to Glide – liedjes/grijs
Andy Nixon (zang, gitaar), die een beetje op mijn broer lijkt, en Pete Riley vormen de kern van F2G, die voor een heel ander geluid zorgen. Het is prog, maar het zijn ook gewoon liedjes. Het is Brits, al klinkt Nixon wat Amerikaans, als de stevige broer van Danny Vera. De diepzinnig teksten over oorlog en menselijke kwesties gaan mogelijk aan het iets meer dan gisteren toegestroomde publiek heen.
Pittige solo’s komen uit Nixons snaren in de toch bedaarde nummers. Wel nog een bietje rock ’n roll en een soort steelgitaar zijn wat erupties in deze singer-songwriterprog met weinig hoogtepunten. We nemen de vrijheid om voortijdig weg te glijden naar de bar voor een broodnodig hapje. Het is een lange dag.
Sylvan – onbestemd/tweestrijd
Veel draait om zanger Marco Glühmann, hij lijkt zichzelf wel wat te vinden. Van mij hoeft dat niet. Voor mij hebben deze al twintig jaar actieve Duitsers altijd weer twee gezichten. De zangpartijen van Glühmann bevallen mij niet, het gaat vaak richting schreeuwen (of noem het emotie) en die stukken gaan doorgaans onbestemd naar Nergenshuizen.
Intussen staat er wel een band, die toch ook goede composities laat horen en diepgang in hun teksten niet schuwt. Je veert steeds op, als dat kan als je staat, als gitarist Johnny Beck weer een zalige solo loslaat. Opeens zwaait een flink deel van het publiek met gekleurde lichtstaafjes. Het zal ergens toe dienen. Sylvan, ik weet het niet…
IQ – beklemmend/meeslepend
IQ uit, altijd lastig…Als fan van het eerst uur blijf ik de muziek van Peter Nicholls cs lastig te doorgronden vinden. Hij ziet er oud uit en is niet helemaal goed bij stem. Sommige hoge passages haalt ie volstrekt niet. Er staat wel iemand op het podium. Ze doen heel “Frequency”, een overgangsschijf die bepaald niet als ‘goed’ de boeken in is gegaan. Wel het nodige moois te horen toch, neem alleen al het geweldige spel van gitarist Mike Holmes, hij klinkt wel een beetje schel.
Neil Durant pingelt naar behoren. Nee, dan de garagerock van “The Wake”, met het titelnummer en Headlong. Dat rauwe, dat zorgt toch weer voor die beklemming. Wat nieuw werk, ach…, en de verstilling bij The Road of Bones. Het is allemaal zo herkenbaar en toch laten we ons er toch steeds weer door meeslepen. Een klasse band blijft het. Een waardige afsluiter!
En zo is ProgDreams XI ook weer geschiedenis. Tien bands in twee dagen, dat is niet misselijk. Met Altesia als de grote verrassing op de vrijdag en Cheeto’s Magazine als kraker op de zaterdag. Daar zal menigeen zijn eigen beeld bij hebben. Hoe het ook zij, de paar honderd bezoekers en de Boerderij kunnen terugzien op een geslaagd festival. Op naar XII!
Opnieuw ondernemen The Flower Kings een ‘dubbeltour’ met Neal Morse, nu in een matig gevuld 013 in Tilburg. Een aantal jaren geleden met Spock’s Beard, het geesteskindje van Neal (toen zonder Neal) en nog langer geleden (2013) met The Neal Morse band.
Ondanks het zeer waarschijnlijke einde van Transatlantic in 2022 blijven de heren elkaar met regelmaat opzoeken. Zo verscheen ook Pete Trewavas tijdens het concert in London een paar dagen geleden op het podium voor een gastrol in de Transatlantic encore Stranger In Your Soul.
In het algemeen kun je stellen dat, ondanks dat beide bands opereren binnen het progrockgenre, je op een dergelijke avond twee totaal verschillende optredens krijgt voorgeschoteld: The Flower Kings met hun delicate melodieuze symfo en Neal Morse die het van een duidelijk meer energieke aanpak moet hebben. Zo ook deze avond.

The Flower Kings trappen iets later dan gepland af. Het gehele gezelschap had op de reis van Manchester naar Tilburg de nodige vertraging in Dover (Brexit!) opgelopen. Daardoor hadden de fans met de peperdure VIP-kaarten slechts een zeer summiere ontmoeting met een paar muzikanten gehad. ‘Money For Nothing?’
De Zweedse Bloemenkoningen hebben in 013 tijdens hun hoogtijdagen, de “Adam & Eve”- en “Paradox Hotel”-tour, een geduchte livereputatie opgebouwd. Ook in 2013 en 2018 maakten ze een zeer sterke indruk, zij het op andere podia. De laatste jaren zijn er wat barstjes ontstaan in die reputatie.

Hun laatste album, “Love”, is gevuld met mooie, maar vaak vrij rustige muziek. Misschien het best te omschrijven als een soort kamersymfonische rock light. Dit soort muziek vereist wel een perfecte geluidsafstelling en nauwgezette uitvoering. En dat was helaas niet altijd het geval. De toetsen van Lalle Larsson waren, met uitzondering van de solo’s, vaak te zacht. Daardoor vielen er soms hiaten in de zachtere passages. Ook de zang van Hasse Fröberg had wel wat prominenter in de mix gemogen.
Roine Stolt was met zijn tweede stem in de samenzang vaak te laat en de stem van brother Michael zou naar mijn bescheiden mening in de koortjes meer kunnen worden ingeschakeld. Dat zou het totaalgeluid ten goede komen. Daarnaast sloten de bandleden in de delicate passages niet altijd naadloos op elkaar aan.

Daardoor komt openingsnummer We Claim The Moon niet lekker uit de startblokken, ondanks een leuk percussie-intro van Fröberg. Bovengenoemde problemen spelen tijdens How Can You Leave Us Now!? ook nog een rol. Al wordt dit nummer wel opgesierd met fraai basspel van Michael Stolt.
Verrassenderwijs wordt het intro van het geweldige Considerations achterwege gelaten en vallen we zogezegd midden in het nummer. De band zit inmiddels wel beter in zijn vel, wat uiteindelijk resulteert in een heerlijk symfonisch slot en daaropvolgend The Elder. Hier laten de Zweden horen hoe de muziek van hun laatste album moet klinken.

Last Minute On Earth van “The Rainmaker” krijgt een heerlijke uitvoering met vlammende solo’s van Stolt en Larsson.
Het technische surplus en creatieve vermogen van laatstgenoemde krijgt de volle ruimte met een fraai piano-intermezzo dat de opmaat vormt voor de epic Big Puzzle. Dit nummer stamt van het album waar het allemaal mee begon, “Back In The World Of Adventures”, van exact dertig jaar geleden. Big Puzzle laat de band in al zijn glorie horen met knap gitaarwerk van Stolt. Klasse uitvoering!

Het optreden wordt afgesloten met het mooie The Dream van het voorlaatste studioalbum “By Royal Decree”. Jammer genoeg wordt hier te snel naar de bombast gegrepen waardoor de fraaie opbouw niet volledig tot zijn recht komt.
Al met al een goed optreden, wat in de details nog wel voor verbetering vatbaar was. Toch mogen we concluderen dat The Flower Kings niet geheel klinken als die geoliede machine van weleer.

Tja, dan tappen Neal Morse & The Resonance uit een heel ander vaatje. Van delicate symfo is hier geen sprake. Vanaf het begin spat de energie en spelvreugde van het podium. Father Morse met zijn vijf jonge honden…
Voor het eerst tijdens de tour wordt het complete album, zij het in een andere volgorde, gespeeld. All That Rage is een heerlijke opener met fraaie melodieën en geweldige koortjes, maar vooral veel energie. En als je muziek met zoveel energie speelt, maakt het niet zoveel uit als er hier en daar een detail niet helemaal klopt.
Het enthousiasme en de energie van deze jonge muzikanten weet het publiek wel te waarderen.

Thief is een beetje bluesy maar heeft ook wel wat grappigs, wat Morse natuurlijk uitstekend weet uit te buiten.
Bij het tape-intro van de epic Eternity In Your Eyes gaat er technisch even iets mis, maar Morse gaat onverstoorbaar verder. Het valt me hier op dat, met uitzondering van de euforische symfonische refreinen, dit nummer bol staat van de muzikale gekkigheden die alle kanten opgaan en mij als luisteraar doen afhaken. Het doet soms aan het vroege Spock’s Beard denken, maar dan minder gestructureerd.

Hetzelfde geldt voor de andere epic, het titelnummer van het album “No Hill For A Climber”. Ook hier in de opening en op het einde heerlijk jubelende refreinen. Daar tussenin een grote hoeveelheid instrumentale fratsen. Het is wel allemaal heel knap en met veel enthousiasme gespeeld, maar het is op den duur vermoeiend en doet de aandacht verslappen.
De apotheose op het eind is wel weer geweldig op zijn Morse. Heerlijk symfonisch thema, even in een andere toonsoort en zo kunnen we het slot nog even uitstellen en kan het publiek nóg iets langer genieten van dat geweldige thema.

De band The Resonance bestaat uit stuk voor stuk zeer goede muzikanten die, net als hun broodheer, hun muziek met veel enthousiasme voor het voetlicht brengen.
Uiteindelijk draaien ze hun hand dan ook niet om voor een stukje proghistorie waar hoogstwaarschijnlijk veel toehoorders voor waren gekomen: de encore, Transatlantic. Een ingekorte, fraaie versie van Stranger In Your Soul, waar Morse (stiekem?) nog een klein stukje Bridge Across Forever in verwerkte. Roine Stolt kon natuurlijk niet ontbreken en onderstreepte dat met een werkelijk fantastische gitaarsolo.
Misschien wel verrassend was de afsluiting Wind At My Back van Spock’s Beard met die prachtige meerstemmige zang. Zanger Johnny Bisaha van The Resonance vervulde hier een sterke vocale hoofdrol, en dat was niet de eerste keer die avond.
Na een avondje ingetogen Flower Kings nieuwe stijl, een uitgelaten Neal Morse & The Resonance, een toetje Transatlantic en Spock’s Beard, keerde het publiek voldaan huiswaarts.
De Boerderij kondigt een optreden van Arena aan om het 30-jarig bestaan van hun debuut “Songs From the Lion’s Cage” te vieren. Wat doe je dan, als dit je favoriete album van die band is en je ongetwijfeld een integrale uitvoering hiervan, aangevuld met nog wat lekkers, te wachten staat? Je gaat er met een koffer vol verwachtingen heen! Op 31 mei 2025 is het zover. Arena staat een mooie volle zaal te wachten.
Ik heb de klanken van Out of the Wilderness in mijn hoofd. Na een ongetwijfeld bekend klassiek begindeuntje trapt het kwintet echter af met Valley of the Kings, het tweede nummer van die cd. Oké, de volgorde een beetje gehusseld, maakt niet uit. Al snel kom ik er echter achter dat ik bij het verkeerde concert ben beland. Ik maak het laatste optreden van de Arena 30th Anniversary European Tour 2025 mee, ze vieren gewoon hun 30-jarig bestaan als band.
Ik begin meteen maar met klagen, hebben we dat ook weer gehad. De toetsen van Clive Nolan staan wat te zwak afgesteld. Veel van zijn inspanningen deze avond komen overigens wél goed door, maar sommige lagen en riedels verdwijnen in de bak herrie die Arena nu eenmaal toch ook voortbrengt. Gitarist John Mitchell heeft wat dat betreft geen klagen. Zijn instrument komt luid en duidelijk door. Over zanger Damian Wilson hoeven we ons ook geen zorgen te maken, zijn hoge stem bereikt moeiteloos de achterste rijen. Hij laat meteen horen wat een geweldige strot hij heeft. Hoog en intens zingt hij.
Manmoedig sla ik me door de onverwachte setlist heen. Het blijkt geen straf te zijn, laat dat duidelijk zijn. De band wandelt deze avond door het uitgebreide oeuvre heen. Paradise of Thieves (“Double Vision”) laat zeker ook de stevige kant van Arena horen, met een mooi pingelgitaartje. Tijdens het niet zo indrukwekkende Bedlam Fayre (“Pepper’s Ghost”) hebben we genoeg tijd om het enthousiasme van bassist Kylan Amos (als altijd met hoedje op) en het juist zo ingetogen drumwerk van Mick Pointer eens wat uitgebreider te aanschouwen. Nolan zit deze avond op zijn praatstoel en vertelt over het ontstaan van de band. In een pub vroeg hij Pointer of hij geen zin had een band te beginnen. Na een aanvankelijke weigering is het er toch van gekomen. How Did It Come to This? (“The Unquiet Sky”) is dan een mooi bruggetje. Rustig, ook wel eens lekker, met zo’n heerlijke, volvette solo van Mitchell en twee stukjes op dwarsfluit van Pointer. Dat moet een inspanning voor de man zijn geweest, helemaal van zijn kruk opstaan.
Wel wat lekkere toetsen – Nolan is gewoon een klasbak – op 21 Grams (van hun laatste, met die lange titel), nadat Nolan ook op Engelse, droogkomische wijze de introductie van Wilson in de band had uitgelegd. Verschillende keren overwogen ze hem in de band te halen, en dan toch weer niet, en evenveel keren komt Wilson dan enthousiast het podium oplopen om dan weer resoluut te worden weggestuurd door Nolan.
Epic-time. Moviedrome (“Immortal?”) heeft het allemaal. Begonnen als een melodietje dat de gitarist een keer aan Nolan liet horen, bevat het een fraaie opbouw, wendingen, solo’s, power en verstilling. Nolan kan even helemaal los, Mitchel kan niet achterblijven. Twintig minuten wonderschone muziek! De bassist (het publiek vooral) krijgt ook nog te horen dat hij voor enig artwork van de band eens van een foto is geknipt. Hij maakt duidelijk dat het bij een fotoshoot voor Arena linke soep is om aan de zijkant te gaan staan. Een Time Caspule brengt ons weer terug in het heden; power koppelt de band aan intimiteit. Wilson, die graag met het publiek speelt, dwingt tot meezingen. Nog meer piano en zang in The Equation, dat leidt tot een grote verplaatsing op het podium: bassist en gitarist zoeken elkaar even op. Heftig dit.
We hebben dan al een showtje van Wilson achter de rug. Hij scheidt als Mozes met de zee deed het publiek en zingt midden in de zaal een nummer. Ondanks fysieke klachten (twee gezwollen benen) kan hij het niet laten even te skydiven. Na enige aarzeling werpt hij zich in het publiek. Dit soort interactie met het publiek maakt het concert een stuk levendiger. We hebben Arena vaak genoeg veel statischer zien acteren, minder gedreven ook.
Ook Mitchell (doorgaans stoïcijns aan het spelen) krijgt er nog even van langs van Nolan. Bij zijn sollicitatie als gitarist had hij over zijn leeftijd gelogen, hij bleek twee jaar te jong te zijn. Mitchell betuigt uitgebreid spijt richting iedereen en zet op zijn beurt Pointer even in de schijnwerpers, zonder wie Arena én Marillion niet hadden bestaan.
Gelukkig krijgt het publiek ook een blokje “The Visitor”. Serenity is een lange, bloedmooie gitaarsolo, met wat laagjes toetsen eronder. (Don’t Forget to) Breathe is dan niet het meest voor de hand liggende, een beetje saaie vervolg. Geen titelnummer, A Crack in the Ice of The Hanging Tree, toch een beetje gemiste kans. Nog een piano-zangduetje in The Tinder Box (“The Seventh Degree of Separation”), met een schmierend gitaartje. Intens gezongen ook weer door Wilson, hij kan ook niet anders. Gedurende het concert krijgt hij af en toe bijval van Mitchell en Nolan.
“The Theory…” (titel te lang om helemaal uit te schrijven) krijgt nog maar eens een beurt met Life Goes On, waarbij Mitchell kijkt hoe snel hij nu eigenlijk kan spelen. Wilson doet een poging het record ‘lang een hoge noot vasthouden’ te verbreken. Met veel pathos betoogt hij dat wij, het publiek, de reden zijn dat zij, de band Arena, naar plekken als deze komen om te spelen. Het grijpt ons aan.
Nolan kondigde al aan dat de band het podium niet zou verlaten voor de toegift en dat doen ze dan ook niet. Ze spelen toch nog een nummer van mijn favoriete cd van Arena. Solomon is een kwartier lang indrukwekkend. Weer net iets te weinig toetsen te horen, jammer dit! Natuurlijk wel die imposante poweruitbarsting halverwege en die imposante snaarberoeringen van Mitchell. Wilson haalt tot slot nog één keer uit volle kracht uit, waar haalt hij het vandaan?
Het publiek ontkomt niet aan het meeblèren van ohohohohoho op Crying for Help VII (“Pride”), de hoeveelste albumtitel is dit wel niet!?). De band valt nog even in voor de laatste akkoorden en dan is de koek, na een set van even twee uur, echt op.
Tevreden keert het publiek huiswaarts, schrijver dezes incluis. Ik ben niet blijven hangen in mijn futiliteiten, maar ben meegegaan in de aanstekelijke powerprog van deze Britten, net als, naar ik aanneem, een groot deel van de bezoekers. Arena heeft een puik jubileumconcert afgeleverd. Iedereen zal zo zijn eigen ideale setlist hebben gehad, misschien hebben we nummers al eens vaker gehoord, maar dat hou je toch. Deze mocht er zijn.
Ik ben inmiddels op een leeftijd dat ik de zin “daar was ik te jong voor” nog zelden kan inzetten, maar Marillion met Fish als frontman valt nog net in die categorie. Het is een van de vele redenen waarom ik in navolging van collega Alex best positief sta tegenover het fenomeen ‘tribute’ (wat stukken beter klinkt dan ‘coverband’, nietwaar?). Ik grijp de kans om Marquee Square Heroes bij het eerste bezoek aan Nederland te zien dan ook met beide handen aan. Het clubje muzikanten met ruime ervaring in de Britse neo-progscene speelt repertoire van de eerste vier Marillion-albums, waarbij ook werk van singles, ep’s en b-kantjes meegepikt wordt. ‘Fish era Marillion’ in al zijn pracht en praal, zogezegd.
Het Britse zestal trapt vanavond af in De Helling in Utrecht, als startpunt van een korte tour die verder nog langs Heerlen, Leeuwarden en Hoorn gaat. Het is donderdag, en bovendien Hemelvaart. In combinatie met de relatieve onbekendheid van het gezelschap in Nederland vormt het allicht een verklaring voor de matig gevulde zaal. Frontman Mark Colton benadert het lekker cynisch met zijn vraag “of jullie niks beters te doen hadden op een donderdagavond?” Het aanwezige publiek geeft de band gelukkig de ontvangst die hij verdient, en het enthousiasme wordt er in de loop van het concert niet minder op. Zo maakt Marquee Square Heroes tijdens zijn eerste concert op Nederlandse bodem meteen kennis met die typisch Hollandse ‘gezelligheid’.

Wanneer de band aftrapt met Slàinte Mhath koester ik heel even de illusie dat de setlist een kopie wordt van “Live From Loreley” en dus stevig zal leunen op het door mij aanbeden “Clutching At Straws”-album. Het tegendeel blijkt het geval: van alle Fish-albums komt “Clutching…” er vanavond het meest bekaaid van af, want enkel Sugar Mice komt later nog voorbij. Marquee Square Heroes heeft een voorkeur voor het echt vroege Marillion-werk. De setlist bevat veel tracks van “Script For A Jester’s Tear” en “Fugazi” (inclusief b-kant Cinderella Search). En Mark Colton geeft toe dat hij tegenwoordig pas begrijpt hoe irritant het voor Marillion moet zijn dat er te pas en te onpas om Grendel wordt geschreeuwd, maar in tegenstelling tot zijn muzikale helden geeft deze band vanavond wel braaf gehoor aan de oproep.
Natuurlijk is Marquee Square Heroes geen Marillion en gitarist Rob Dymond geen Steve Rothery, maar na een ietwat stroeve start (de timing van de tokkelriff aan het begin van Slàinte Mhath blijkt niet eenvoudig) weet de bandbenjamin met zijn janksolo’s de geest van de meester bij tijd en wijle wel degelijk op te wekken. Toetsenist Mark Spavin speelt zijn partijen lekker stoïcijns vanachter een levensgroot ‘Belsize Park’-bord op zijn keyboardstandaard. De ritmesectie van drummer Stephen Fletcher (bij het voorstelrondje door Mark Colton liefkozend aangeduid als ‘Gandalf the Grey’) en bassist Andy Faulkner (ooit spelend bij Twelfth Night) legt een stevig fundament.

Mijn Progwereldcollega’s merkten lang geleden al op dat het stemgeluid van Mark Colton (ook bekend van Credo) aardig aansluit bij dat van Fish. Hij is perfect op zijn plek in deze band, al zijn de hoge uithalen uit de jaren tachtig ook voor hem inmiddels te veel gevraagd. Vooral in de tweede helft van de set met een blokje “Misplaced Childhood” worstelt hij met de lastige passages, al heeft dat wellicht ook te maken met een virusje dat volgens zijn Facebookbericht door de band waart: de beruchte Britse (en onvertaalbare) ‘lurgy’. Het mag de pret niet drukken. Per slot van rekening zou de originele stem dit repertoire vanavond aanzienlijk minder strak over de bühne gebracht hebben. Desalniettemin is het een goede keuze dat Colton in het hoog vocaal wordt ondersteund door Claire Erskine, waardoor Marquee Square Heroes de nummers praktisch in de originele toonhoogte kan spelen. Dit in tegenstelling tot de recente afscheidstournee van de oude meester zelf, merkt Colton fijntjes op.
Hij toont zich toch al een makkelijke prater, geanimeerd verhalenverteller en allround frontman. Hij vermengt persoonlijke anekdotes over zijn eigen Marillion-reis (begonnen in de Londense Marquee Club) met achtergrond en context bij de gespeelde nummers. Ik merk dat ik door Coltons verhalen nog meer waardering ontwikkel voor bepaalde songs die ik al decennialang luister. Als een tributeband dat voor elkaar krijgt, doe je het wat mij betreft niet verkeerd. De theatrale component (een legeroutfit bij Forgotten Sons, de helm aan het einde van Grendel) doet wat mij betreft ietwat overdreven aan, maar goed: een beetje drama was Fish natuurlijk ook niet vreemd.

Marquee Square Heroes pakt na een set van ruim twee uur met een korte schijnbeweging meteen door naar de toegift van titeltrack Fugazi en (hoe kan het ook anders) Market Square Heroes, en dan klinken vanavond echt de laatste tonen. De bandleden klimmen van het podium (met een kleine onbedoelde buiteling van Colton als bonusnummer) en babbelen gezellig door met het publiek. Er is zelfs ruimte voor een bedankje en een hand bij de deur naar buiten. Het doet allemaal bijzonder sympathiek aan.
Een tribute-act vergelijken met ‘the real deal’ is flauw en in dit geval ook onzinnig, want het enig relevante referentiekader ligt inmiddels bijna veertig jaar in het verleden. Natuurlijk hoor je op zo’n avond niks revolutionairs of baanbrekends, maar da’s ook helemaal niet de insteek. Ik heb in elk geval een heerlijke avond nostalgie meegemaakt, verzorgd door een club doorgewinterde muzikanten die minstens zoveel affectie hebben voor deze muziek als ik. Fans in de zaal, maar zeker ook fans op het podium. De avond eindigt zoals hij begon, maar nu met een biertje in de hand en proostend op een snelle terugkeer op een Nederlands podium: Slàinte Mhath!