Jadis – Poppodium Boerderij, Zoetermeer – Juni 2024

Ondanks dat Jadis een trouwe en regelmatige bezoeker is van Poppodium Boerderij, dateert het laatste optreden alweer van 8 november 2019. Het optreden van deze avond staat in het teken van het nieuwe album “More Questions Than Answers”. De Nederlandse ‘progtempel’ fungeert zelfs als podium voor de presentatie van het negende studioalbum. Hierna reizen de Britten door naar Duitsland voor nog twee concerten.

De groep, die in het verleden diverse personeelsmutaties kende, bestaat nog steeds uit zanger/gitarist Gary Chandler, toetsenist/fluitist Martin Orford en drummer Stephen Christey, maar basgitarist Andy Marlow mag zo langzamerhand ook tot de vaste bezetting gerekend worden.

Naar schatting 150 bezoekers hebben deze donderdagavond de gang naar Zoetermeer gemaakt om Jadis te zien en horen. Regelmatige bezoekers van een Jadis-concert weten uit ervaring dat ieder optreden van Jadis een feest is. Dat is deze avond niet anders. Het niet aflatende enthousiasme en de humor van Chandler slaan steevast over op de andere bandleden en de zaal. Zo memoreerde hij: “Is donderdagavond jullie uitgaansavond? Jullie hadden ook in de tuin kunnen zitten en luisteren naar de vogeltjes, maar jullie zijn hier!” Kortom, de sfeer zat er gelijk in.

Voor velen, waaronder uw recensent, is het een verademing om geen tijd te hoeven verspillen aan een voorprogramma. Voor Jadis een mooie gelegenheid om in ruime mate uit zijn inmiddels forse oeuvre te putten. Bij een albumpresentatie is het gebruikelijk dat het betreffende album volledig en integraal live wordt gespeeld. Jadis kiest daar niet voor, maar wandelt kriskras door zijn historie en begint met de (gouden) oude nummers No Sacrifice (van “Across The Water”, Asleep In My Hands (“Photoplay”) en Where In The World (“Understand”). Het begin is wat stroef, maar al snel valt alles op zijn plaats.

Vooral de fors zwetende Chandler (“Dat doe ik al vijftig jaar”) heeft het buitengewoon naar zijn zin getuige zijn met humor doorspekte praatjes tussendoor (“Weten jullie dat Martin Orford alles afweet van stoommachines? Nee, hij heeft nu een andere pet op…”). Daarna is het tijd voor Said And Done, een nummer van het nieuwe album, dat voor het eerst live wordt gespeeld. Handelsmerk van Jadis is het karakteristieke melodieuze gitaarspel van Gary Chandler. Dat gitaarspel openbaart zich voor het eerst goed op This Changing Face. Waar gitaristen regelmatig wisselen van gitaar, doet Chandler alles op zijn eigen, vertrouwde witte Fender Stratocaster. Met Questions Without Answers van het nieuwe album en aansluitend de fantastische vertolking van The Beginning And The End (van het eerste album ”More Than Meets The Eye” uit 1992) is het tijd voor een korte pauze. Volgens Chandler het eerste optreden van Jadis waar een pauze in zit (“We worden ouder en moeten ook naar het toilet!”).

Na een pauze van een kwartier gaat het verder met View From Above (van “Medium Rare”). Na dit nummer verdwijnen Marlow en Christey van het podium en spelen en zingen Chandler en Orford het mooie nieuwe nummer Do You Know? (een ingekorte versie) en het ‘oudje’ More Than Meets The Eye. De prachtige uitvoeringen laten de zaal even stilvallen.

Daarna pakt Jadis enthousiast de draad weer op met achtereenvolgens Understand en het nieuwe Fading Truth. Chandler kruipt niet alleen steeds meer in zijn rol van showman, maar zijn gitaarspel groeit met ieder nummer. Het enthousiasme en de reacties van het publiek werken op hem en de groep kennelijk als een katalysator. Dat wordt bevestigd wanneer na het nieuwe nummer Wood Between The Worlds, een dampende uitvoering wordt gespeeld van Just Let It Happen. Het heavy gitaarspel van Chandler, die nu volledig los is, knalt loepzuiver de zaal in. De flow houdt aan in In Isolation (van “Across The Water”) en het geweldige Holding Your Breath. Het lange nummer met fantastisch gitaarspel van een uit zijn dak gaande Chandler zorgt voor kippenvelmomenten. Daarmee lijkt de koek op en verdwijnt het kwartet onder ovationeel applaus van het podium.

De laatste kruimels, in de vorm van een toegift, zijn het gouden oude Sleepwalk en een verrassing uit de hoed van Chandler, te weten Solsbury Hill van Peter Gabriel. Niet nadat hij het publiek op humoristische wijze uitvoerig vertelt dat Jadis de volgende dag aantreedt (en optreedt) op een besloten bruiloftsfeest en daar covers gaat spelen (“De moeder van de bruid zal raar staan te kijken, die kent ons niet”).

Na tweeënhalf uur, inclusief pauze, is de koek echt op en vertrekt een groot deel van de aanwezigen naar de merchandise om een exemplaar van “More Questions Than Answers” aan te schaffen (inclusief keycord, plectrum en poster met handtekeningen).

Om in stijl met een vraag te besluiten: was iedereen vanavond getuige van de grote Gary Chandler Show?

Foto’s: Ron Kraaijkamp

Caligula’s Horse, Melkweg, Amsterdam, zondag 26 mei 2024

Zul je altijd zien: net wanneer de band die een van de sterkste progmetalalbums van 2024 heeft gelanceerd, helemaal vanuit het Australische Brisbane naar Nederland komt, is uw recensent ziek, zwak en misselijk. Om mezelf enigszins te sparen voor de hoofdact, sla ik met pijn in het hart voorprogramma Four Stroke Baron over.

Gelukkig red ik het wel om op tijd in de hoofdstedelijke Melkweg te zijn voor The Hirsch Effekt, een ouderwets powertrio met gitaar, basgitaar en drums. En power leveren ze zeker. De band groovet, raast en beukt in een mix van Mastodon, Devin Townsend en The Dillinger Escape Plan. Beide zangers zijn niet altijd even toonvast, maar dat past wel bij de ruwe rand aan de muziek. De Duitse zang is een moedige keuze, zeker omdat het niet uit nood geboren lijkt: de heren blijken tussen de nummers door uitstekend Engels te spreken. Het optreden doet ongepolijst en (mede daardoor) ontzettend sympathiek aan. Een prettige kennismaking, en niet alleen voor mij. Als bassist Ilja Lappin het publiek vraagt of iemand The Hirsch Effekt kent, wordt er vol overgave “Now we do!” terug geschreeuwd. Ik sluit me daar van harte bij aan.


Caligula’s Horse laat vervolgens zien wel van structuur te houden. De reguliere setlist opent en sluit net als album “Charcoal Grace” met The World Breathes With Me en Mute als boekensteunen, vergezeld door singles Golem en The Stormchaser van datzelfde album. Daartussen worden we meegenomen in wat zanger Jim Grey met gepaste trots een reis door de tijd noemt. “Bloom” (2015), “In Contact” (2017) en “Rise Radiant” (2020) worden in chronologische volgorde “afgewerkt” met twee of drie tracks per album. Die tijdreis lijkt misschien een gemakzuchtige keuze, maar werkt verbazingwekkend goed. Het geeft structuur en logica aan de show, die daardoor beter werkt dan een willekeurige selectie Greatest Hits. Het biedt daarnaast gelegenheid om drummer Josh Griffin en bassist Dale Prinsse in het zonnetje te zetten bij de albums waar de heren hun debuut maakten.

Caligula’s Horse illustreert ook wat een luxe het toch is om een echte frontman aan boord te hebben, want Jim Grey is zoveel meer dan enkel de zanger. De man zweet charisma, en zijn rocksterposes doen nergens gekunsteld aan. Ook tussen de nummers door eet het publiek uit zijn hand. Hij maakt soepel contact met de zaal door zijn relaxte houding en onderkoelde (en soms heerlijk lompe) Australische humor. “Don’t mistake this for a democracy, darling” is zijn gevatte antwoord op de afgezaagde schreeuwverzoekjes om specifieke nummers.

Het contrast met gitarist Sam Vallen kon niet groter zijn. Die verblijft het grootste deel van het concert in zijn eigen wereld, ergens achter zijn gesloten oogleden. Hij staat met een glimlach op zijn gezicht te genieten en concentreert zich op zijn sublieme gitaarspel. Tel er nog een boomlange bassist met een stoïcijnse droogklootuitstraling en een vrolijke bal energie op de drumkruk bij op, en je hebt een prachtig setje complementaire karakters op het podium.


De bandleden kwijten zich muzikaal uitstekend van hun taak, maar het zou fijn zijn als een van hen Grey af en toe zou kunnen ondersteunen. Zijn vocale acrobatiek is indrukwekkend, zeker in het karakteristieke hoog dat hem ook live gemakkelijk lijkt af te gaan. Maar je mist het volle geluid van de harmonievocalen wel hier en daar, zeker in de bombastische meezingrefreinen. Op die momenten heeft Grey het zwaar om op te boksen tegen het muzikale geweld, ook al omdat de drums vrij stevig in de mix zitten.

Het blijft zonde dat deze categorie bands niet de mogelijkheden heeft om live flink uit te pakken met additionele muzikanten. Een tweede gitarist heb ik daarbij eerlijk gezegd niet eens gemist. De solo’s van Vallen lijken juist wat meer ademruimte te krijgen zonder ondersteuning van een slaggitaar. Maar ik ben wel zo ouderwets dat het stoort dat de prachtige dwarsfluitpassages in Mute en de toetsen uit een digitaal doosje komen, al valt die (financiële) keuze de band natuurlijk niet aan te rekenen.

De hoogtepunten zijn talrijk. Het energieke Golem blijkt er live veel meer uit te springen dan op plaat. Het publiek gaat lekker los, al blijkt het lastig om bij dit soort complexe muziek met zijn allen in de maat te springen. Het levert een mooi chaotisch schouwspel op. De meer opgewekte tracks van “Bloom” en “Rise Radiant” zwepen het publiek op, maar persoonlijk ben ik vooral blij dat het melancholische The Hands Are The Hardest voorbij komt, een track die na de release van “In Contact” blijkbaar niet meer live gespeeld werd.


Helaas moet ik fysiek afhaken voor de toegift (“Bloom”s Daughter Of The Mountain, naar verluidt), maar ik kan me niet herinneren ooit zo tevreden met koorts, hoofdpijn en een dubbele dosis paracetamol mijn nest in gerold te zijn. Het was Caligula’s Horse’s eerste keer in de Melkweg en hopelijk niet de laatste. Het geluid was helder, de sfeer uitstekend, en qua concertervaring gaat er toch niks boven dit soort intieme zalen met optimaal contact tussen band en publiek. Al met al een mooie “tour package” met een verrassend voorprogramma en een hoofdact die laat zien de complexe muziek ook live moeiteloos waar te kunnen maken.

Ranestrane, Poppodium De Boerderij, 25 mei 2024

In hun Cinematic Tour 2024, met een bescheiden aantal optredens, doen de Italianen van RanestRane op 25 mei 2024 Nederland aan. In Poppodium Boerderij in Zoetermeer, krijgen de bezoekers een The best of…  voorgeschoteld. En het klonk heel best, deze bloemlezing uit het werk dat dit gezelschap in 25 jaar op de plaat heeft gezet.

Toen ik las dat het een seated concert zou zijn, hield ik mijn hart vast. Dat betekent namelijk: weinig bezoekers. De sfeer is als een gevolg hiervan gemoedelijk, bijna huiselijk in de Boerderij, waar rijen stoelen voor het podium staan opgesteld. De hooguit honderd bezoekers krijgen zo wel de mogelijkheid om als in een bioscoop naar het cineconcert van RanestRane te kijken. Eigenlijk de ideale omstandigheden en wel zo relaxed.


De band trapt af met twee stukken van de epic Napalm van de laatste cd “Apocalypse Now”. Direct horen we mooi, scherp gitaarspel van Massimo Pomo en de eerste van de vele solo’s die door merg en been gaan. Met het expressieve toetsenspel van de enthousiaste Riccardo Romano (ook Steve Rothery Band) roept dit werk direct de beklemming op van de verschrikkingen van de oorlog. De emotionele stem van, tevens drummer en bandleider, Daniele Pomo (de broer van…) doet de rest.  De emotie spat ook af van Cuore di Tenbra part II. Een geweldige start!

Meer slepend, bijna ontspannen is de muziek van hun debuut uit 2009, “Nosferatu Il Vampiro”. De drie korte nummers die ze spelen spreken veel minder tot de verbeelding. Hier waren ze echt nog zoekende en je hoort duidelijk hoe de band is gegroeid sinds deze cd. Kijkend naar de beelden, komt de muziek wel meer tot leven.

De korte praatjes van bandleider Danny Pomo doet hij in aandoenlijk Engels. De volgende film die de band van een cineconcert gaat voorzien is “The Elephant Man” van David Lynch. Het is zo nieuw dat het korte Intro nog geen titel heeft. We horen gedragen muziek met mooi gitaarwerk.


De spannende ontwikkelingen in de film “The Shining” krijgen een extra laag in de muziek. Ora nessun nemico passerà is ook weer vooral sfeervol, In fuga net labirinto is het meer uptempo vervolg, met een heerlijke, messcherpe gitaarsolo. Vittima de se stesso levert het fraaiste toetsenwerk van de avond op, als we zien dat slechterik Jack Nickolson het loodje legt. Maurizio Meo heeft dit keer zijn elektrische contrabas thuisgelaten, toch altijd spectaculair op het podium, en maakt af en toe een korte wandeling over het podium. Gitarist Pomo verlaat zijn toegewezen plek van een vierkante meter niet.


Na de pauze kunnen we even goed gaan zitten voor Semi van “A Space Odyssey – Monolith”. In deze epic van dik een kwartier zit alles wat de muziek van RanestRane zo mooi maakt. Deze halve Abraham maakt duidelijk dat hij zijn muzikale mosterd uit de jaren 70 haalt. Lees ook vooral even wat hierover in het interview met Danny Pomo staat. We horen de (fluister)stem van Steve Hogarth op een bedje van lichte, zwevende muziek. De talloze tempo- en sfeerwisselingen en solo’s maken dit tot een van de hoogtepunten van het optreden.

Danny Pomo spreekt nog maar eens zijn blijheid en dankbaarheid uit voor de samenwerking met de twee grootheden van Marillion, Steve Hogarth en Steve Rothery.
We gaan weer in space met een blokje uit “A Space Odyssey – H.A.L.”. Mooi ‘ruimtelijk’ toetsenspel en heerlijk slepend gitaarwerk begeleiden de film, waarbij de ondeugende computer het ruimteschip overneemt. We horen veel dialogen uit de cockpit, voordat Pomo de ontwikkelingen bezingt. Vooral in het stuk Sono come morte komen zalige symfonische vergezichten voorbij en het pianowerk in Buio atterno, in combinatie met de hele hoge stem van Pomo, doet me de rillingen over de rug lopen.


Pomo spreekt van ‘een grote familie’ die we met z’n allen zijn. Het is heel lastig om als muzikanten die dit soort muziek maken tegen de stroom van de huidige mainstream muziek op te roeien. “È difficile, ma possibile, grazie!” Het is moeilijk, maar mogelijk, dankzij jullie, bedankt dat jullie er zijn! De volgende epic dient zich aan. Stargate, met aansluitend Prometeo tra le stelle,  uit “A Space Odyssey – Starchild” klokt ook een kwartier. Prachtige tempostukken, gitaargetokkel, belletjes, snijdend gitaarwerk, mooie orkestraties, Pomo die er lustig op los drumt en weer het buitenaardse gevoel dat de muziek oproept. Aan het slot maakt gitarist Pomo nog eens goed duidelijk waarom hij zoveel emotie kan leggen in en oproepen met zijn snarenspel, in een lange solo. Ook dit is weer een heel fraai werkstuk.

“I am a fucking good singer,” slingert Pomo aan het eind van het concert de zaal in. Hij heeft namelijk keelpijn en dan is zingen geen sinecure. Hij bracht het er nochtans goed vanaf, vond hijzelf, want hij haalde zelfs de hoogste nootjes. Het publiek was het hartgrondig met hem eens. Voor de toegift was de stem wel op en beperkte de band zich tot een kort instrumentaal stuk van “H.A.L.”, waarbij de nadruk op het toetsenspel lag.

Even elf uur is het klaar. Het is iedere keer weer een belevenis en een genot om RanestRane vol passie te zien optreden met bijpassende filmbeelden op de achtergrond. Hun cineconcerts ademen de sfeer van de jaren 70 zonder gedateerd te klinken. Deze sympathieke Italianen verdienen zoveel meer dan een – weliswaar hele sfeervolle – setting met honderd bezoekers!

Foto’s: Fred Nieuwesteeg

Yes, 15 mei 2024, Da Roma, Antwerpen, België

Yes is back in town en dat zullen we weten ook. De Britse progrock legendes maken na een, deels door COVID-19 gedwongen, pauze van zes jaar hun terugkeer naar de Europese podia.

Onder de noemer ‘The Classic Tales of Yes Tour’ krijgen wij een relatief eclectische verzameling songs door de jaren heen voorgeschoteld. Voor elk wat wils dus, zowel voor de echte fan die het liefst de zogenaamde ‘deep cuts’ wil zien en horen, als voor de casual fan die niet weggaat voordat Roundabout is gespeeld. Zo passeren er nummers van maar liefst tien albums de revue. Kijk zo zien we het graag, als rechtgeaarde Yes-fans.

Het optreden vond ditmaal plaats in De Roma, in de Antwerpse wijk Borgerhout. Een allercharmante voormalige bioscoop uit 1928 met een capaciteit van 1.400 zitplaatsen. Yes heeft er al vaker gespeeld, de zaal lijkt uiterst geschikt voor de Britse band. De ruimte, nog steeds getooid met vele versiersels uit bijna een eeuw historie, beschikt over een balkon en een grote zaal die deze keer volledig met stoelen was bezet. Een uitverkochte show ook: Yes is ook bij onze zuiderburen nog steeds populair.

Machine Messiah is de harde opener van het eerste deel van de show, de band maakt een scherpe en gefocuste indruk, het publiek reageert ietwat apathisch, misschien wel in shock. It Will Be a Good Day (The River) van het bijna vergeten “The Ladder” uit 1999 is een verassende keuze maar daarom niet minder mooi en vooral melodieus. Goede solozang van Jon Davison ook. Going for the One is als vanouds heerlijk rockend, herinneringen aan mijn eerste Yes-concert ooit in 1977 flitsen aan mij voorbij.

De Portugese gitaar is van stal gehaald voor I’ve Seen All Good People, het is tijd om mee te zingen en te klappen, de zaal participeert enigszins schuchter. Een eerste hoogtepuntje dient zich aan: van het door Paul Simon geschreven America wordt weliswaar alleen het instrumentale deel gespeeld, maar dat is nou nét het deel waarin Steve Howe excelleert. Time and a Word is een mooi eerbetoon aan de beginperiode van Yes, Howe drukt zijn eigen stempel op het door zijn voorganger Peter Banks opgenomen nummer.

Don’t Kill the Whale van het onderschatte “Tormato” uit 1978 is een van de weinige protestsongs ooit door Yes geschreven. Howe geeft wel een heel eigen interpretatie van zijn eigen solo weer. Turn of the Century betekent naast een tweede hoogtepunt ook direct het einde van het eerste deel van de show. Steve Howe bespeelt de akoestische gitaar, gezeten op een kruk. Complimenten voor de uitstekende zang van Anderson-remplaçant Davison. Tijd voor een versnapering (Bolleke) of een sanitaire stop.

Howe is de onbetwiste leider en inspirator van de band, zonder Howe geen Yes. Hij was overduidelijk in goeden doen deze avond. Op een paar nukkige reacties op de idioot met zijn flitsfototoestel en een driftig moment richting podiummixer na, was hij volledig zichzelf: de toonaangevende snarenvirtuoos die hij al zijn hele leven is. Achteloos switchend tussen diverse instrumenten, ik telde er minstens tien, speelde hij geconcentreerd en foutloos zijn vaak zelfgeschreven, maar oh zo complexe partijen. Met één been zijn pedal steel terzijde schuivend, zijn overbekende kikkersprongetjes, felle blik richting zaal en soms relaxed achterover leunend tegen een van de pilaren aan de zijkant van het toneel. Hij nam ook de aankondigingen voor zijn rekening, grotendeels onverstaanbaar, maar dat mocht de pret niet drukken. Zijn prestatie op zes snaren stond als een huis, alleen voor hem is het al de moeite waard om de huidige incarnatie van Yes met een bezoek te vereren.

Over de rest kan ik kort zijn: Jon Davison doet een goede poging Jon Anderson te benaderen, Billy Sherwood is de stille kracht op bas en harmoniezang en nieuwe drummer Jay Schellen is onopvallend aanwezig. En Geoff Downes? Tja, hij heeft zijn momenten maar schiet toch vaak tekort als het snel en accuraat moet zijn, wat ten koste gaat van het groepsgeluid.

Na de pauze is het tijd voor persoonlijke favoriet South Side of the Sky. Dit nummer van “Fragile” krijgt een strakke uitvoering met prima harmoniezang. Ook Cut From The Stars klinkt wonderbaarlijk goed, de aankondiging van Howe dat het hier nieuw werk betreft levert weinig respons op.

Maar dan het absolute hoogtepunt van de avond: een soort van medley van het controversiële meesterwerk “Tales From Topographic Oceans”, dat dit jaar niet geheel toevallig het 50-jarig jubileum viert. Achtereenvolgens The Revealing Science of God (Dance of the Dawn) / The Remembering (High the Memory) / The Ancient (Giants Under the Sun) / Ritual (Nous sommes du soleil) worden teruggebracht tot een gecondenseerde versie van circa twintig minuten. Met voor de echte kenner en liefhebber van het album (ja, die zijn er echt) soms wonderlijke wendingen, maar het werkt allemaal.

Dit stuk alleen is een bezoek al meer dan waard. Het is soms wat vervreemdend, maar wat vooral opvalt zijn de vele prachtige melodieën en schitterende arrangementen. En zeer geïnspireerd spel, vooral Leaves of Green en Nous Sommes du Soleil rechtvaardigen een staande ovatie van het publiek. De introductie van Howe over het begrip ‘conceptalbum’ met een sneer naar ex-collega Wakeman, was totaal onnodig. Dit was officieel het laatste nummer van de set maar de toegift laat niet lang op zich wachten.

Het enigszins belegen en obligate Roundabout blijft toch altijd een publieksfavoriet, het brengt de fans tot groot enthousiasme. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor Starship Trooper, de laatste jaren uitgegroeid tot de ultieme afsluiter. Na circa twee uur spelen en een korte pauze van een kwartier is het hele gebeuren al om kwart over tien afgelopen. Een minutenlang applaus van een dankbaar publiek klinkt de heren als muziek in de oren. Niet veel later sta ik buiten en ben ik onderweg naar huis. Ik heb nu al zin in Arnhem, twee dagen later.

Yes, 17 mei 2024, Musis Sacrum, Arnhem,

Dit was het concert waarvoor ik een kaartje kocht in 2019 en dat in 2020 in Vredenburg Utrecht zou plaatsvinden. Maar door de pandemie en keuzes van de band (geen Relayer Tour) uiteindelijk pas vier jaar later zou worden gehouden in een compleet andere zaal. Tja, welkom bij Yes anno nu. Musis Sacrum is een schitterende moderne concertzaal gekoppeld aan een pand uit 1847, de zaal in Arnhem is vrijwel uitverkocht. De rij voor de deur is lang, om half acht gaat de poort open, ik opteer dit keer voor een plekje vlak voor het podium, op circa tien meter van mijn favoriete gitarist.

Het publiek is enthousiast, wederom, er hangt een goede, bijna uitgelaten sfeer, met grotendeels staanplaatsen is er toch een andere dynamiek. Yes is ook vanavond in prima vorm, dezelfde setlist als in Antwerpen twee dagen eerder, geen verrassingen. Hoogtepunten: Going For The One, America, Turn Of The Century, de Tales-medley en natuurlijk beide ‘gouwe ouwe’ toegiften.

Door mijn plek, dichtbij het podium, kon ik dus beter op de details letten. ‘Grumpy’ is in goede doen, een paar priemende vingertjes richting flitsende fotografen daargelaten, maar zelfs af en toe een glimlach naar zijn maten op het podium producerend. Uitstekend gitaarwerk, no surprise. Ook prima werk van Sherwood op bas en tweede stem, Davison haalt het hoog van Anderson makkelijk. Downes blijft een dissonant, hij heeft zichtbaar moeite met de snelle (Wakeman) riedels, daardoor rammelt het samenspel met Howe in met name de Tales-sectie. Schellen is wederom onopvallend aanwezig. Al met al een prima show van de heren musici. Ondanks aankondiging vooraf toch halverwege een pauze, uiteindelijk werd er circa twee uur gespeeld. Geluid was goed, behalve in het begin, en de bas stond veel te hard. Wel grappig: mede door mijn plek dicht bij het podium was de gitaar deels rechtstreeks door Howe’s versterker te horen.

Zeker de moeite waard, deze tocht naar Arnhem, wat verder weg bleek dan het in het buitenland gelegen Antwerpen. Mijn bezoek aan het laatste optreden van de tour, op 4 juni in de Royal Albert Hall in Londen, krijgt nu wel iets van een bedevaart. Ik kijk er nu al naar uit.

Pendragon, 18 mei 2024, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

De progrockers van Pendragon doen ons land aan, voor de honderdzoveelste keer ongetwijfeld. Toch is het voor uw recensent pas de eerste keer dat hij de generatiegenoten van Marillion, IQ en Pallas live op een podium mag aanschouwen. Hoe dat komt weet ik eigenlijk niet, ik vind hun muziek namelijk prima. Misschien wel de gedachte “ach, die zie ik volgend jaar wel”. Maar ditmaal wilde ik het optreden niet aan mij voorbij laten gaan. De gedachte aan een goed doortimmerde progshow van een ervaren liveband met een relatief eclectische setlist, er wordt werk gespeeld van zeven albums, met een lichte oververtegenwoordiging voor “Love Over Fear” uit 2020, sprak mij bijzonder aan. Dus op naar de Zoetermeerse poptempel, de Boerderij, het ‘home away from home’ voor menig Britse band en dus ook voor Pendragon.

Singer/songwriter Rog Patterson heeft de ondankbare taak het voorprogramma te verzorgen. Hij bespeelt de 6- en 12-snarige akoestische gitaar met verhalende songs, beetje somber misschien, ietwat saai ook. Maar wel met humor: de aankondiging dat zijn laatste nummer maar liefst twaalf minuten zou duren bleek geen grap. De man maakt ook deel uit van de liveband van Pendragon.

De band betreedt even voor negen het podium en zet direct If I Were the Wind (and You Were the Rain) in. De zang van het vrouwelijke duo Minnear/Stroud en de instrumentatie in Eternal Light doen aan Genesis denken, prima old-skool symfo. Het neolithische eiland Skara Brae aan de Schotse kust is de inspiratie geweest voor het gelijknamige nummer.

De emotionele stem en het gitaarspel van Nick Barrett maken Starfish and the Moon tot een voorlopig hoogtepunt, de lichtshow is echt top. 360 Degrees vertelt het verhaal van een traumatische jeugdervaring, de Cornwall-invloeden bestaan uit mandoline en viool en Patterson heeft zelfs een papegaai op zijn gitaar bevestigd, die het piratenverleden van het graafschap moet uitdrukken. Aaarghh!  Water speelt een belangrijke rol in meerdere songs. Ditmaal was Aqua Marina, een plastic pop uit de serie Stingray, van de makers van de Thunderbirds, de aanleiding voor een grappige introductie. De ruimtelijke klanken maken het nummer tot wat het is, sfeervol als altijd.

Dan volgt een blokje akoestische muziek, met zowel Barrett, Gee als Patterson op akoestische gitaar. Fall Away is afkomstig van “North Star”, het in de pandemie geschreven mini-album. Ook het aloude King of the Castle krijgt een akoestische behandeling. Als laatste in dit akoestische drieluik is er Phoenician Skies, ook van “North Star”. Achtergrondvocalen en viool sluiten mooi op elkaar aan bij het thema water. De melodieuze gitaar en het duet met toetsen van Clive Nolan zijn adembenemend.

Barrett is op zijn praatstoel deze avond, hij verhaalt omstandig over het feit dat de band 46 jaar geleden werd opgericht; overigens werd pas in 1984 debuut-ep “Fly High Fall Far” uitgebracht, maar dat terzijde. Het drietal Barrett, Nolan en Gee is nog steeds samen, het trio van het eerste uur wordt door eerstgenoemde tot ‘tripod’ (driepoot) van de band bestempeld, de vergelijking met de driewielige Robin Reliant levert hem een lachsalvo op.

Er wordt druk van gitaar gewisseld, bij ongeveer elk nummer wordt een ander exemplaar aangereikt. De Gibson Les Paul, hij bespeelt afwisselend een rode en een gele, lijkt favoriet, maar ook zijn oude vertrouwde Fender Stratocaster wordt gehanteerd. En hoe! Een gitarist die ook solozang doet komt niet zo veel voor binnen de prog: David Gilmour, Andy Latimer en Gary Chandler schieten me te binnen, maar vrijwel nooit wordt er gezongen en gesoleerd tegelijkertijd, Barrett doet dat wel, chapeau!

Het Pink Floyd-achtig Schizo wordt gevolgd door Afraid of Everything, Barrett ontlokt hemelse gitaarklanken aan zijn Gibson Les Paul. We krijgen een geïnspireerde versie van Paintbox voorgeschoteld, deze iconische neo-progsong is mijn kennismaking met de band door een IO Pages-sampler uit 1996, met naast Pendragon ook Egdon Heath en Damian Wilson. Ik zei het al, ik ben een late volger. Een reisverhaal over de ervaringen met de tourbus is de inleiding tot A Man of Nomadic Traits, een top neo-progsong van epische lengte. It’s Only Me is het officiële laatste nummer, “we’re a band of brothers” zingt Barrett met overtuiging, de epics zijn tot het laatst bewaard. De band verlaat kort het podium na een kleine twee uur, om na luttele minuten terug te keren voor de toegift.

Het uitzinnige publiek blijft roepen, fluiten en klappen, net zo lang totdat de band terugkeert voor een tweetal toegiften, allereerst is daar Breaking the Spell, gevolgd door een knetterende versie van Indigo van “Pure” uit 2008. De lichtshow is werkelijk oogverblindend.

Nick Barrett is een blij ei deze avond, het is geen act, hij lijkt daadwerkelijk happy te zijn hier, tussen zijn trouwe fans voor de jaarlijkse show in zijn favoriete zaal. Hij maakt daarnaast een gedreven, gefocuste en vooral professionele en ontspannen indruk, zijn vele humoristische anekdotes worden door de fans opgezogen. Gekleed in een opvallende jas met geel/blauwe ruit, hier is een doorgewinterde showman aan het werk: met zijn maniertjes, theatraal gedrag, maar ook oprechte emotie, weet hij het publiek te bespelen. En dat publiek laat zich ook bespelen, door te klappen en luidkeels mee te zingen, vooral in het laatste deel van de show.

De sfeer in de zaal is sowieso uitbundig, het lijkt wel op een feestje, het feit dat de Boerderij vrijwel is uitverkocht draagt daar aan bij. 750 vooral mannen zorgen voor een uitstekende sfeer tijdens dit 2,5 uur durende, vrijwel onafgebroken optreden van Pendragon. Geluid en lichtshow zijn bijna perfect deze avond, vooral de laatste is absolute top. Ik vraag me af hoe het kan dat dit pas de eerste keer is dat ik Pendragon live aan het werk zie. Dit was misschien dan wel de eerste maar zeker niet de laatste keer. Wordt vervolgd, op zeker.

Cyan & Pete Jones – 11 mei 2024, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Supergroep Cyan trad vorig jaar tijdens het laatste ProgDreams Festival in de Boerderij op, ik kon er helaas destijds niet bij zijn. Maar een jaar later is de Engelse progrockformatie onder leiding van Magenta-voorman Rob Reed weer terug in de Zoetermeerse poptempel, voor een headliner optreden ditmaal. Met zanger Pete Jones (Tiger Moth Tales, Camel, Red Bazar) als voorprogramma. Het spreekt voor zich dat een rechtgeaarde progfanaat dan aanwezig moet zijn. En zo geschiedde.

De aankondiging dat Pete Jones het voorprogramma zou verzorgen was een extra reden om het concert van Cyan niet aan mij voorbij te laten gaan. De blinde multi-instrumentalist trad in zijn eentje op, Cyan collega Robert Reed leidde hem het podium op, waar hij plaats nam achter een horizontaal geplaatste elektrische gitaar en met zijn saxofoon aan zijn zijde. De sympathieke Brit gaf aan een combinatie van Genesis en Tiger Moth Tales (TMT)-materiaal te gaan spelen, het ontlokte enthousiaste kreten aan het aanwezige kennerspubliek. Jones is een uitstekende entertainer, met veel humor kondigde hij zijn nummers aan en zijn geweldige stem en gitaarspel deden de rest.

Het Genesis-materiaal wordt gestart met Turn It On Again, Dancing with the Moonlit Knight, Carpet Crawlers, een verrassende Harold The Barrel en majestueuse Ripples worden afgewisseld met Feels Alright, het folky The Lock Keeper, de ontroerende ode aan David Longdon We’ll Remember en tot slot het uit de lockdown-periode daterende Still Alive. Heerlijke Engelse humor, een paar kleine foutjes, maar toch vooral die geweldige hoge stem, met die specifieke authentieke details, Collins kan er nog wat van leren. Een veertig minuten durende soloshow van de Brit uit Nottinghamshire, een uitstekende opwarmer voor de hoofdact van de avond.

Die hoofdact start om klokslag half tien, de band heeft er zin in. Er wordt afgetrapt met het instrumentale Snowbound, het swingt en rockt vanaf het begin met hoofdrollen voor dwarsfluit en sax. Don’t Turn Away volgt, het geluid staat iets te hard voor mijn oren. Pictures From The Other Side is het melodieuze vervolg, het doet me sterk aan Camel denken, vooral door de saxofoon en gitaar. Dat laatste geldt ook een beetje voor Call Me, met een geweldige solo van Machin.

All Around The World is vooral bekend van Prog Aid, Jones’ gevoelige stem is hier volledig op zijn plek. Ceremoniemeester Jones leidt het volgende nummer in, Man Amongst Men, met een triest verhaaltje over hoofdpersoon Harry. De afbeelding op het grote scherm ondersteunt zijn verhaal. De prachtige ballade Follow The Flow is een duet tussen Pete Jones en de helaas afwezige zangeres Angharad Brinn, zij geeft acte de présence vanaf het scherm. Dit wordt gevolgd door het Camel-achtige I Defy The Sun, vooral Machins gitaarwerk sterkt de vergelijking.

Ook in Broken Man zingt Brinn weer mee, Jones’ aansporing om luidruchtig mee te dansen wordt maar ten dele opgevolgd. Tot teleurstelling van de fans wordt na vijf kwartier al de laatste song aangekondigd, maar niet zomaar een nummer: het epische The Sorcerer betekent ruim vijftien minuten pure prog magie, waarin alle ingrediënten zitten die een sterke (prog)song maken aanwezig zijn.

De band verlaat kort het podium, de euforische Jones wordt door Reed weggeleid. Maar niet voor lang, een snelle terugkeer op de planken wordt gevolgd door een introductie van de bandleden,  iedereen is ‘fabulous’. Echt het laatste nummer is de titelsong van het eerste album “For King and Country”. Een knetterende versie, rockend, met de nodige publieksparticipatie, volgt na een indrukwekkend intro met gitaar en zang. Dit is letterlijk en figuurlijk het vocale hoogtepunt van de avond. Jones perst er aan het einde ook nog een stukje sax uit, hij is volledig kapot na bijna twee en een half uur lang ingespannen optreden.

Luke Machin (The Tangent, Maschine, Frances Dunnery’s It Bites) is een buitengewoon talent op de zes snaren. De langharige leftie beheerste alle stijlen: van shredder tot ritme, zowel hamerend als vloeiend melodieus. En alles zo laag op de hals dat hij bij tijd en wijle bijna buiten de frets dreigt te raken. Bassist Dan Nelson (Magenta, Godsticks) speelt melodieus als het kan en pompend als het moet, zijn Magenta maatje, drummer Jiffy Griffith, speelt solide en soepel, het lijkt hem allemaal moeiteloos af te gaan. Componist/bandleider Rob Reed (Magenta, Sanctuary) bespeelt op swingende wijze zijn toetseninstrument, met zijn vintage geluid ouderwets goed solerend. Hij verzorgt daarnaast ook de achtergrondvocalen.

Maar de echte ster van de avond is toch zanger/ceremoniemeester Jones. De Brit levert een topprestatie; geen noot verkeerd, vooral het hoog is ronduit indrukwekkend. Petje af voor de op en top showman en dan vergeet ik nog bijna zijn bijdragen op gitaar, dwarsfluit en saxofoon. Overigens moet gezegd dat ook het samenspel tussen beide gitaristen en de duetten en unisono spel met toetsen absolute hoogtepunten van de show waren.

Na een uur en drie kwartier is de koek op. De aanwezige 150 man/vrouw maken lawaai voor het dubbele aantal, de ervaren filmcrew van John Vis maakte video-opnames, wie weet verschijnt er ooit nog een dvd/Blu-ray van dit memorabele optreden. Het geluid was prima deze avond, hoewel het volume op sommige momenten wat aan de hoge kant was. De lichtshow, met de band veelvuldig badend in toepasselijk blauw licht, verdient eveneens applaus. Supergroep, mmm, ik weet het niet. Maar één ding is zeker: deze groep is echt super. En de thuisblijvers? Ach…

HeKz, 12 april 2024, Parkvilla, Alphen aan den Rijn

Matt Young speelt graag in Nederland. Het is voor hem te hopen dat de opmaat naar de volgende HeKz-show wat soepeler verloopt dan naar deze. Drummer Jerry Sadowski moest vanuit Dubai via Denemarken naar Alphen komen en was maar net op tijd. Tijdens de overgang van set 1 naar set 2 sneed Young zich in zijn vinger en en passant gooide hij ook nog het gitaarrek van Mirko Fadda om. Al met al niet zo’n lekker begin dus.

Foto: Arthur Haggenburg

Al deze tegenslag belette de drie heren en een dame niet om deze avond een geweldige show neer te zetten. Maar voordat dit viertal samen kon laten zien waartoe het in staat was, startte Young in zijn eentje de show met een akoestische set. Hierin wisselde hij eigen nummers af met covers van zijn voorbeelden. Als je de muziek van HekZ een beetje kent, zal het geen verrassing zijn dat tussen deze invloeden namen als Deep Purple en Iron Maiden te vinden zijn.

Foto: Arthur Haggenburg

Na deze opwarmsessie was het tijd voor de set met de volledige band. Door bovengenoemde problemen duurde het heel even voordat die van start ging, maar direct bij het eerste nummer Terra Nova was het duidelijk dat hier een hele goede band stond te spelen. De band die de nummers live bracht is een andere dan die het laatste album “Terra Nova” heeft ingespeeld. Opvallend was de zeer grote rol die violiste Lucia La Rezza deze avond had. Haar flamboyante voorkomen en spel nam een veel grotere plek in dan op het recente album het geval was. Veel oorspronkelijke toetsenpartijen werden door haar viool overgenomen en ze had ook het genoegen de partijen van gitarist Fadda te dubbelen. Haar spel deed zo nu en dan sterk aan het werk van Eddie Jobson denken. Fadda stond deze avond overigens eveneens geweldig te spelen. De toch wel pittige partijen van Mark Bogert stuurde hij met overtuiging de zaal in. Bogert die deze avond in de zaal zat, zal het in ieder geval met goedkeuring hebben bekeken.

Foto: Arthur Haggenburg

De eerste set met band bevatte de volledige eerste cd van het laatste album. Op cd klinkt alles al heerlijk, maar live staan deze nummers ook als een huis. De zang van Young is een sterk bepalende factor in de muziek van HeKz en deze avond was hij uitstekend bij stem. Ook zijn podiumpresentatie is dik in orde, zodat de show geen statisch geheel werd. Dat geldt overigens ook zeker voor de overige bandleden. Hoogtepunt van deze set was het geweldige The Tower, een progrockmonster met de nodige tempowisselingen, die het beste in de muzikanten naar boven haalde.

Foto: Arthur Haggenburg

De tweede set bevatte een gevarieerde bloemlezing uit de catalogus van HeKz, waarbij alle albums aan bod kwamen. Zoals al gezegd gaf Young aan graag in Nederland te spelen. Ondanks het feit dat de vier muzikanten pas een paar shows samen hadden gespeeld, stond deze bezetting als een huis. Wellicht is het een idee voor Young om met deze groep de studio in te duiken voor een snelle opvolger van “Terra Nova”, zodat er weer een reden is om te gaan toeren en Nederland opnieuw te bezoeken.

Foto’s: Arthur Haggenburg

Solstice, Zaterdag 30 maart 2024, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Foto’s: Ron Kraaijkamp

Een jaar geleden trad de Britse prog/folk/rockband Solstice op tijdens het tiende Progdreams Festival in de Zoetermeerse Boerderij. De mensen die erbij waren raakten niet uitgepraat over het optreden van de Britten, het had diepe indruk gemaakt op alle aanwezigen. Zo ook op collega Maarten Goossensen, een van de gelukkigen die avond. Op herhaald verzoek dus nu als hoofdact, met een avondvullende show. En dat zouden we weten ook. Maar eerst dient er geluisterd te worden naar de support act.


Ebony Buckle is het voorprogramma deze en alle voorgaande en komende avonden. Een van oorsprong Australische schone die zichzelf begeleidt op synthesizer. Met mooie vocale harmonieën met echtgenoot Nick Burns die ook de akoestische gitaar bespeelt. Haar indrukwekkende stem ligt ergens tussen Kate Bush en Krezip, in songs met poëtische teksten. Zonder meer een talentvolle en sympathieke podiumverschijning. Ze moest zich nog even omkleden naar ‘smart hippie’ voor haar tweede gig: achtergrondzangeres/toetseniste bij hoofdact Solstice. Die laatste betreedt omstreeks half tien het podium van de Zoetermeerse rocktempel.


Openingsnummer Shout komt direct goed binnen, funky en jazzy, maar tegelijkertijd onmiskenbaar prog. Die omschrijving gaat ook grotendeels op voor Wongle No 9, terwijl Mount Ephraim mede door de viool weer heel folky klinkt. Twee oudere nummers dan, Earthsong wordt door Glass aangekondigd als een ‘mellow track’. Het nummer is veertig jaar oud, afkomstig van debuutalbum “Silent Dance” en wordt gezongen door Ebony Buckle. Ook Cheyenne komt van dat eerder genoemde album en maakt behoorlijk indruk. De viervoudige harmoniezang en de bezwerende chants van Jess Holland brengen je bijna in een soort van trance.

Oude hippie Andy Glass is de oprichter en bandleider van het gezelschap dat in 1980 het levenslicht zag. Met een grimas op zijn gezicht speelt hij met name veel slaggitaar, hij laat zijn soli met dat kenmerkende scherpe randje maar beperkt horen. Glass heeft geleerd van het optreden vorig jaar met veel technische malheur: er is nu wel een tweede gitaar aanwezig.

De show wordt gestolen door de drie mooie, talentvolle en vooral jonge zangeressen. De dames dansen als derwisjen op de swingende muziek van de band: een aanstekelijke mix van pop, prog, jazz, funk en folk. Uniek, zo’n mengeling van invloeden en geluiden, ik kan niet snel een tweede groep duiden met zo’n uitgesproken stijl. Ik hoor invloeden van The Corrs, Jean-Luc Ponty, Level 42 en pakweg G3 in de muziek van Solstice. En dan is er nog die vaak viervoudige harmoniezang, waarin ook violiste Newman participeert.

Diezelfde Jenny Newman weet het vioolgeluid van de fenomenale Fransman Ponty uitstekend te benaderen, terwijl de elektrische gitaar van Andy Glass ergens het midden houdt tussen Steve Lukather (Toto) en Paul Gilbert (Mr. Big). De jazzy maar ook bluesy tonen van toetsenist Steven McDaniel completeren de groep senioren binnen de band. Mooi ook om te zien hoe de veteranen zichzelf wegcijferen en grotendeels als ondersteuning voor de youngsters fungeren in deze bijzondere combinatie van oud en jong. De muziek is intrigerend, hypnotiserend soms, ik kan een brede glimlach niet onderdrukken.

Drums en bas vormen een solide tandem; Pete Hemsley en Robin Phillips doen wat ze moeten doen zonder overdreven op te vallen, dit in tegenstelling tot zangeres Jess Holland. “Jess changed my life” gooit Glass er halverwege de show uit, en zo is het ook. De bloedtransfusie in de vorm van de jonge zangeres heeft Solstice nieuw leven gebracht.

Twee oudjes worden gevolgd door twee nieuwe songs, nooit eerder gespeeld zelfs, ze hebben nog werktitels  als Life en het verrassende funky Plunk, waarbij ook nog ‘prog clapping’ werd beoefend. Suggesties voor een andere titel zijn overigens welkom. Bulbul Tarang vormt een schitterend hoogtepunt: de oosterse klanken in combinatie met die gemene gitaar van Andy. De titel verwijst naar het bijzondere snaarinstrument uit de Punjab, de klank heeft wel iets weg van de sitar. De energie, het enthousiasme en vooral spelplezier spat er vanaf, het slaat ook over op het publiek, dat de nummers met veel applaus beloont.

Ook Firefly is een nieuw nummer, bestemd voor het volgende studioalbum, het werd al eerder live gespeeld en staat op het recente livealbum “Live at the Stables”, gratis te downloaden op internet. A New Day wordt door Andy en Jess gezongen waarna Sacred Run met zijn prachtige a capella intro de afsluiter van de avond inluidt. Het zit erop, de band krijgt een staande ovatie van het enthousiaste kennerspubliek en meldt zich gezamenlijk in de foyer voor een meet and greet. Weg is de vermoeidheid van de vlucht die morgen, iedereen is in topvorm deze avond. Het was in meerdere opzichten een memorabele avond voor het publiek. Naar schatting zo’n 150 man/vrouw, echte fans, waren gekomen om het spektakel te aanschouwen. Veel te weinig natuurlijk, maar zoals zo vaak krijgen de thuisblijvers ongelijk.

 

Supersister & Residentie Orkest, 8 februari 2024, Amare, Den Haag

Foto’s: Fred Baggen Photography

Ik werd enigszins verrast door de uitnodiging van een goede vriend om op het laatste moment getuige te zijn van een uniek optreden van Supersister, samen met het gerenommeerde Residentie Orkest in hun natural habitat, het Amare theater in hartje Den Haag. 1.500 man kan erin, in de schitterende nieuwe concertzaal van Amare. En die was tot de laatste stoel bezet. Een behoorlijk gemengd publiek ook, hoewel de leeftijd grotendeels boven de zeventig lag; je kunt rustig zeggen dat het publiek met de band is meegegroeid. In 2023 vond de première plaats van dit bijzondere concert, indertijd in Paard, niet zo ver van Amare vandaan. Ook ditmaal is Paard de organisator, in nauwe samenwerking met Amare.

Hoofdpersoon Robert Jan Stips is deze avond gekleed in een kekke witte outfit, zijn charmante, jongensachtige verschijning heeft bij voorbaat de sympathie van het publiek. Hij strooit kwistig met humoristische introducties en anekdotes en heeft een beetje last van zijn stembanden. Het watertje is dicht bij de hand, de hoge noten zijn een probleempje, maar het vrouwelijke deel van de zaal helpt hem uit de brand. Het openingsnummer, Hijuvi Suite, bekend van NITS, doet hij in zijn eentje, bijgestaan door het orkest. Voor het tweede nummer, Next Door Movie, verschijnt ook drummer Leon Klaasse op het podium, volgens Stips de meest muzikale drummer die hij kent. Zijn staat van dienst bij onder andere Powerplay en The Analogues staat garant voor kwaliteit.

En dan komt uiteindelijk ook Rinus Gerritsen het podium op, voorafgaande aan het derde nummer, het legendarische, speciaal voor ballet geschreven Pudding en Gisteren. Hij is uiterst populair in het Haagje, na een leven lang Earring, geheel in het zwart gekleed en in opperbeste stemming. Het grapje met dirigent Hans Leenders tijdens de toegift, waarbij het leek alsof Gerritsen op het verkeerde moment inzette, is indicatief. Zijn met veel fuzz gespeelde solo halverwege is een van de hoogtepunten van het optreden.

Dirigent Hans Leenders maakt een sterke indruk, showman in hart en nieren, met zwierige gebaren zet hij de orkestleden aan tot hoge prestaties. En passant de fans bewegend tot publieksparticipatie, zoals bijvoorbeeld tijdens Naked. Last but not least het orkest: met ruim dertig man/vrouw op het podium vertegenwoordigd, uiterst strak musicerend, zeer geconcentreerd en professioneel, geen noot verkeerd. Zelden zo’n goed samenspel tussen band en orkest gezien als deze avond. En dan praat ik over Yes, Deep Purple en Steve Hackett om maar een paar namen te noemen.




De setlist is vrijwel gelijk aan het optreden in Paard in 2023. Na de eerder genoemde nummers komen achtereenvolgens Energy (Out Of Future) en het populaire She Was Naked voorbij. Voor mij persoonlijk was echter, naast Pudding en Gisteren, de volgende trits songs het hoogtepunt van het optreden: het Floydiaanse Hope to See You There Again, opgedragen aan overleden vrienden en familie, de Medley van nummers die ooit in een Haagse kelder aan een Revox-recorder werden toevertrouwd en het van “To The Highest Bidder” uit 1971 afkomstige No Tree Will Grow (On Too High a Mountain). Het kleine hitje Radio betekent ook meteen het einde van de reguliere show. En wat doe je als je door je vooraf gerepeteerde repertoire heen bent? Dan speel je een paar songs gewoon nog een keer. Zo gezegd, zo gedaan. Naked, een fragment uit Ravels Boléro en het laatste gedeelte van Medley zijn passende slotakkoorden voor een avond vol plezier en hoogtepunten.

Stips is in zijn element en vertelt honderduit, zoals over de beginperiode, als 17-jarige scholier. Maar ook over het verlies van vrienden: er is, op hemzelf en drummer Marco Vrolijk na, niemand meer in leven van de originele bezetting. De inmiddels beroemde tv-documentaire komt ter sprake, de geweldige tijd in strandpaviljoen de Fuut tijdens de opnames van “Retsis Repus”, de hint naar het toeren met de Earring, de verloren keldertapes, NITS 50 jaar en ga zo maar door.

Ook zelden zo’n goed geluid gehoord; of het nou aan de akoestiek of aan de zaaltechnicus ligt, of een samenspel van beide, ik kan me niet herinneren de laatste decennia zo’n prachtig uitgebalanceerde sound te hebben gehoord met zoveel mensen tegelijk op het podium, chapeau. Het enige smetje was het feit dat de zang en toetsen van Stips in het begin van het optreden niet helemaal goed in de mix zaten, verder niets dan lof. Ik was niet alleen onder de indruk van het perfecte geluid, de lichtshow, met projecties op muren en plafonds, deed er niet voor onder. Ook de arrangeur van het werk verdient dubbel en dwars kudo’s, de speciale orkestbewerkingen halen het beste uit de muziek die nu al ruim vijf decennia oud is en zich blijkbaar prima leent voor deze aanpak.

Wat vooral naar voren kwam was het Plezier, met hoofdletter P, van alle participanten. Het samen spelen, geen druk voelen, alleen maar genieten van de muziek en het moment, het sloeg over op het devote publiek. Na anderhalf uur is de koek op, het enthousiaste publiek trakteert band en orkest op een staande ovatie, meerdere keren zelfs, menigeen heeft zelden zoveel beweging gehad als deze avond. Het blijft nog lang gezellig en druk in de foyer van Amare, waar de artiesten zich mengen onder hun fans. Dit was vooral een unieke Haagse aangelegenheid, voor zowel band/orkest als publiek, ik ben blij dat ik daar deze avond, als geboren en getogen Hagenaar, deel van mocht uitmaken.




Send this to a friend