RPWL – “Best Of” Tour 2022, 5 november, Parkvilla, Alphen aan den Rijn

De Duitse proggers van RPWL vieren hun 25 jarige jubileum met een “Best Of” tour. Voor de derde keer in hun bestaan doen ze het sfeervolle Parkvilla in Alphen aan den Rijn aan. Op 5 november 2022 laten ze hun grote voorbeeld Pink Floyd links liggen en brengen ze uitsluitend eigen werk ten gehore.

Parkvilla in Alphen aan den Rijn is een klein, sfeervol theater, maar een vol huis is altijd prettig spelen voor een band, ook al zitten er slechts dik 200 mensen in de zaal. Dat gevoel moeten de mannen van RPWL gehad hebben toen ze voor de derde keer in hun bestaan dit podium betraden. Het optreden was onderdeel van de “Best Of” Tour ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de band. Iedereen heeft van een band zijn of haar eigen “best of” lijstje, maar voor alle fans was er deze avond voldoende te genieten. Zeer bijzonder voor RPWL, een hele avond zonder Pink Floyd! Wel eens fijn om deze Duitsers een keer te kunnen aanschouwen zonder de geijkte covers van hun grote voorbeeld.

De geest van Pink Floyd en gitarist David Gilmour waart natuurlijk wel nadrukkelijk rond, zoals direct al bij Hole In The Sky van “God Has Failed” uit 2000. De gitaarsolo van Kalle Wallner klinkt zó Gilmour, maar ook zó prachtig! Sleep heeft wat Oosterse en psychedelische elementen en een opzwepend tempo waar de gitaar van Wallner overheen giert. Het is lekker meebrullen op Breathe In Breath Out van “The RPWL Expericence” uit 2008, dat verder opvalt door lekker toetsenwerk van Markus Jehle.

Yogi Lang is zanger en frontman, een rol die hij ongaarne vervult. Hij is niet iemand die het publiek kan vermaken met zijn performance. Hij kondigt de nummers aan, een enkele keer vertelt hij er kort iets bij en dat is het. Slechts één keer begeeft hij zich naar de toetsen om een fraaie Moog-partij te spelen, op Silenced. Jammer dat hij dit niet vaker doet, hij is een begenadigd toetsenist met een eigen stijl en ik hoor hem graag spelen. Lang bedient zich in dit nummer ook even van de megafoon, om zijn boodschap over de oorlog kracht bij te zetten. De slotsolo van Wallner is ook weer bijzonder aangenaam. Dan is het tijd voor het blokje van de laatste cd, “Tales From Outer Space”, mijn persoonlijke favoriet. A New World begint stevig, stuwend en brijig, zoals RPWL toch wel kan klinken, maar met de Moogsolo van Jehle breekt de hemel open en een weergaloze solo van Wallner zorgt voor een passend slotakkoord. Pal voor de bierpauze volgt één van de hoogtepunten van het concert. Het is gitaar voor en gitaar na op Light Of The World. Wallner laat zijn snaren op zeer uiteenlopende wijze klinken en stapelt solo op solo, de laatste tikt bijna de vier minuten aan! Het zwevende toetsenspel onderstreept het symfonische karakter van dit topnummer.

Set 2 begint met twee nummers van “Beyond Man And Time” uit 2012. The Shadow is een minder indrukwekkend opwarmertje, een beetje The Beatles rock ‘n roll,  voor het dik een kwartier durende The Fisherman, het volgende hoogtepunt. Het is afwisseling troef bij dit voor RPWL begrippen lange nummer. Een rustige opbouw, veel tempo- en sfeerwisselingen, met mooi toetsenspel. We horen orgel, synthesizer, Mellotronklanken en de niet te missen gitaaruitspattingen van Wallner. Samen maken ze er ook iets moois van. Richting het einde van het concert is het dan even doorbijten, want niet alles van RPWL is van grote klasse. Trying To Kiss The Sun is een niemendalletje en de gitaarsolo aan het eind van Unchain The Earth (The Scientist) kan dit nummer niet redden.

Een verrassing is Home Again, als eerste toegift, dat spelen ze niet vaak. Geluiden van een echo en een pas geboren baby leiden een melancholisch nummer in met een weer zalige Gilmour-solo. Zoveel solo’s van Wallner en het verveelt nooit. Dat kan wel gezegd worden van de zangpartijen van Lang, die zich toch alle een beetje in hetzelfde stramien voltrekken, waardoor het wel eens doorbijten is, op weg naar het volgende instrumentale tussenstuk. Dit is meteen mijn allerlaatste klaagzangetje, ik had de toetsen graag iets nadrukkelijker in de mix gehad. Zeker in de stevige passages ontviel het spel van Jehle ons nogal.

Zie je wel, ze kunnen het best, een hele avond zonder Pink Floyd! Ze hebben genoeg mooie nummers in hun inmiddels omvangrijke oeuvre, waaraan in 2023 nieuw werk wordt toegevoegd. Ik kijk er naar uit. Roses spelen ze bijna altijd, dus ook nu weer. Lekker meeblèren op de eerste lettergreep van de titel, een passend slotakkoord van een heerlijke avond.

Porcupine Tree, 7 november 2022, Ziggo Dome Amsterdam

Niemand had nog gedacht dat Porcupine Tree weer bij elkaar zou komen. Laat staan optreden. Het werd wel vurig gehoopt en soms komen wensen uit. Zo betrad een zeer gemêleerd publiek op deze maandagavond de Ziggo Dome. Helaas was de avond niet uitverkocht. Vooral op de tweede ring was nog plaats in overvloed. De sfeer was er zeker niet minder om. Er werd van tevoren nadrukkelijk gevraagd om niet met je mobiel te filmen of foto’s te maken. Vrijwel iedereen hield zich eraan. Wat een verademing om weer eens een concert te beleven zonder al die storende mobieltjes voor je neus!

Exact 20:00 uur gingen de lichten uit en vloog de band uit de startblokken met Blackest Eyes. Ondersteund door indringende projecties kwam het meteen flink binnen. De toon was gezet. Porcupine Tree heeft niets aan kracht ingeboet, sterker nog, ze klonken beter dan ooit. Steven Wilson, een paar dagen eerder 55 jaar geworden, kondigde aan dat de show drie uur zou duren met een pauze van 20 minuten. Daarbij beloofde hij dat alle nummers van “Closure/Continuation” voorbij zouden komen.

De daad werdt direct bij het woord gevoegd. Er volgde een blok met Harridan, Of the New Day en Rats Return. Op Harridan is een grote rol weggelegd voor het drumspel van Gavin Harrison, live maakte hij dat volledig waar. Het is vaak onnavolgbaar wat hij kan met slechts twee handen en benen. In een interview vertelde hij dat elke avond topsport is voor hem. Daar is geen woord van overdreven.

Het drietal werd ondersteund door bassist Nate Navarro (Devin Townsend) en gitarist Randy McStine (McStine & Minnemann). Beiden speelde geweldig en zochten ook niet heel erg de voorgrond. Steven Wilson sprak daarna de zaal aan met het verzoek meer enthousiasme te tonen. Deze avond werden er filmopnames gemaakt en hij wilde niet het geluid van het publiek bij een Harry Styles optreden erin moeten mixen. Het leek of het publiek dat zetje in de rug even nodig had, want daarna nam de intensiteit van het publiek toe wat de sfeer en beleving nog meer ten goede kwam.

De setlist was breed ingezet, waarbij de nadruk lag op de periode 2003 – 2007. Van het voorlaatste album “The Incident” werd alleen I Drive the Hearse gespeeld. De eerste drie albums werden overgeslagen. Het oudste nummer was een stomende versie van Even Less(album: “Stupid Dream” uit 1999). Het nummer eindigde net als op de plaat met de vrouwenstem die nummers opsomt op een number station. Dat werd prachtig visueel weergegeven op het grote scherm. Daarna ging het naadloos over in het pakkende Drown With Me (album: “In Absentia” uit 2002). De eerste set werd afgesloten met Chimera’s Wreck van het nieuwe album. Misschien wel het meest progressieve nummer dat de band ooit maakte. Technisch gezien is het van ongekende hoogte en live maakte het meer indruk op mij dan op de plaat.

Na een pauze van exact 20 minuten werd het optreden voortgezet met Fear of a Blank Planet van het gelijknamige album. Halverwege was het tijd voor een van de hoogtepunten van de avond met het bijna 18 minuten durende Anesthetize. Steven Wilson had daarvoor net gegrapt dat het bij Gavin Harrison altijd maar ingewikkeld moet. Dat werd met dit nummer nog maar eens bevestigd. Het is ongekend wat hij hier produceert. Tussentijds kreeg hij terecht een daverend applaus.

Persoonlijk vond ik Collapse the Light Into Earth, dat alleen door Steven Wilson en Richard Barbieri werd gespeeld het hoogtepunt van de avond. Wat een prachtig en emotioneel nummer is dat toch. Steven Wilson was de hele avond geweldig goed bij stem, maar in dit nummer vond ik hem het sterkst.

De band heeft zoveel geweldige muziek gemaakt dat je altijd wel favorieten mist. Ik had zelf dolgraag Time Flies gehoord, of Stop Swimming en natuurlijk Arriving Somewhere, But Not Here. Steven Wilson noemde het zelf nog aan het einde: ‘jullie hebben vast nummers gemist, maar we hopen dat jullie van deze avond hebben genoten’. Dat zeker.

Rond 23:15 kwam er een einde aan een memorabele avond met een band in absolute topvorm. Of dit nu closure was of dat er nog continuation komt, deze avond zal niet snel vergeten worden.

(Helaas geen foto’s omdat dit expliciet verboden was. Het schijnt dat er ook streng op wordt gecontroleerd.)

Arena – 29 oktober 2022 – Poppodium Boerderij

Foto’s: Eus Straver

Ik moest het zelf even opzoeken, maar het was echt alweer zeven jaar geleden dat ik Arena voor het laatst zag optreden. Dat was ook in Poppodium Boerderij en toen kwam de band om het twintigjarig bestaan te vieren.

Het nieuwe album “The Theory Of Molecular Inheritance” zou eigenlijk al in het najaar van 2020 uitkomen en dan zou de band meteen een tournee doen om het 25-jarig jubileum te vieren. Die release en tour werd twee keer verschoven door Corona. Het is al met al het wachten waard geweest, want het nieuwe album is hun beste sinds “The Seventh Degree Of Separation” (2011).

Iets over half negen betrad de band het podium en trapte vlammend af met Time Capsule van het nieuwe album. John Mitchell (15 kilo zwaarder dan zeven jaar geleden) moest er even inkomen, maar hij is altijd een soort diesel die even warm moet draaien. Zijn gitaarspel was gelukkig vanaf het begin soepel. Het nummer liep naadloos over in Rapture (“The Seventh Degree Of Separation”) en tegen die tijd was iedereen ruimschoots overtuigd van de kwaliteiten van zanger Damian Wilson. Wat een fenomenale strot heeft die man. En wat een uithalen weet hij te produceren!

Damian Wilson, die destijds met Landmarq al in de oude Boerderij aan de Voorweg in Zoetermeer speelde. Op die middag even een rondje ging hardlopen en hopeloos verdwaalde. Dezelfde Damian Wilson die op 28 september 2002 de Boerderij in vuur en vlam zette bij het Star One concert en overal op klom waar maar op te klimmen viel. Nog steeds is het een geweldige zanger en performer.

Toch kan hij ook doorschieten en wil hij het liefst elk nummer afsluiten met een enorme uithaal. Dat pakt niet altijd goed uit, zoals bij (Don’t Forget to) Breathe. En ook tijdens een gitaarsolo om applaus vragen vind ik storend en afleidend. Maar buiten die paar puntjes van kritiek blijft hij een fenomeen. Alle Arena songs klinken gewoon beter door hem. Na John Carson, Paul Whrightson, Rob Sowden en Paul Manzi heeft Arena zijn beste zanger in huis.

De setlist bestond uit een dwarsdoorsnede van het rijke oeuvre van de band. Alleen “Contagion” kwam er met alleen Salamander bekaaid vanaf. Jammer, want ik vind het hun beste album na “The Visitor”. Dat album was dan weer met zes nummers vertegenwoordigd. Het was gaaf om The Butterfly Man (album “Immortal?”) weer eens te horen, met heerlijke gitaarsolo’s als rode draad. Van de nieuwe schijf werden totaal vier tracks gespeeld, waarbij Life Goes On de meeste indruk op mij maakte.

Clive Nolan speelde solide en wat ingetogen. Ik kan me concerten herinneren waarin hij zijn toetsenarsenaal letterlijk liet schudden. Hij liet het contact met het publiek aan Damian Wilson over, maar hij moest nog wel even kwijt dat Poppodium Boerderij zijn favoriete zaal is, en dat die status was gegroeid omdat hij vlakbij een enorme kerstmarkt had ontdekt (Intratuin). Kylan Amos is de stille, maar positieve, kracht. Hij geniet zichtbaar en zijn basspel is sterk. En dan is daar nog drummer Mick Pointer, toch wel een van de meest beperkte drummers in ons genre. Hij had zijn partijen goed ingestudeerd, maar er zit geen enkele schwung of sprankel in.

De eerste “toegift” bestond uit het instrumentale Elea (eigenlijk het intro op The Hanging Tree dat helaas niet werd gespeeld) en het lange Solomon van “Songs From The Lionscage”. Daarna ging de band weer het podium af en kwam even later weer terug om Enemy Without en het verplichte Crying for Help VII (album “Pride”) te spelen. Die laatste werd uiteraard uit volle borst door het publiek meegezongen.

En zo kwam er na twee uur spelen een einde aan een solide concert. Het podiumcafé stroomde na afloop gezellig vol en ook bij de merchandise ontstond een lange rij. Ik zag dat de vinyl versie voor €40 over de toonbank ging…. A Crack in je portemonnee.

Leap Day, zondag 30 oktober 2022, Hof 88, Almelo

Als Mohammed niet naar de berg komt….  Ik had me er lang op verheugd, een optreden van Leap Day in jongerencentrum ‘t Blok in Nieuwerkerk, bijna in mijn achtertuin. Zeker na het uitbrengen van dat geweldige laatste studio-album, “Treehouse”. Helaas, het concert werd afgelast: te weinig kaarten verkocht. Wat is dat toch met die progfans?! Zou ik dan toch de lange rit naar Friesland moeten aanvaarden om de band te aanschouwen tijdens hun eigen Northern Prog Festival op 5 november?

Het jubilerende Xymphonia bracht uitkomst: als onderdeel van de feestelijkheden van dit radioprogramma, wat de bijzondere mijlpaal van de 1500ste uitzending vierde, werd Leap Day uitgenodigd om op te treden in Hof 88, een minstens net zo intiem theater, in het centrum van Almelo. Waar altijd wat te doen is, nog wel in de Herman Finkers Zaal. En nog gratis ook, er hoefde alleen een kaartje gereserveerd te worden, je weet nooit hoe druk het wordt. Dus toog de ‘berg’ naar Almelo, vergezeld van een collega-Progwereld recensent. En we werden zeker niet teleurgesteld.

Dat begint al met het niet alledaagse aanvangstijdstip: 15.00 uur, een echte matinee voorstelling dus, en ruim op tijd weer thuis in de Randstad. En wat denk je hiervan: gratis parkeren recht voor de deur van het theater. Ik was er al eens eerder geweest, een optreden van The Enid, compleet met debuterende (That) Joe Payne. De publieke belangstelling valt een beetje tegen, daar waar de capaciteit ca. 200 bedraagt, waren er nu naar schatting zo’n 60 aanwezigen, waarvan het leeuwendeel ook nog eens familieleden en vrienden van band en organisator. De rest kan gerust tot het genre ‘die-hard prog fans’ worden gerekend, de thuisblijvers hebben, wederom, ongelijk.

De band start een beetje onwennig, ze verschijnen onder doodse stilte in het donker op het podium en zetten het instrumentale Sun Stood Still in. Het oogt nog ietwat stijfjes allemaal. Dat gaat al een stuk beter tijdens het swingende Clementine, afkomstig van het nieuwe album “Treehouse”. De band had ervoor gekozen om veel nieuw werk te spelen, afgewisseld met ouder materiaal.

Op God of Wars komt de hardrock stem van nieuwe zanger Hans Kuyper veel beter tot zijn recht. Op zijn vraag ter inleiding van het nummer What Would You Do klonk het onmiddellijk uit de zaal ‘een koud biertje’. Dan is het de beurt aan Like Icarus, het emotionele verhaal over de brand waarbij acht jonge krakers hun leven verloren. Het laatste nummer voor de pauze is het bekende Changing Directions van het album “From the days of Deucalion, Chapter 1” uit 2013.

Na de pauze wordt gestart met When Leaves Fall. Het liefdeslied wordt in negatieve zin beïnvloed door technische problemen, gitarist Eddie Mulder is nauwelijks te horen. Dat is gelukkig al weer verholpen tijdens Raining, een melodieuze ballade met een prog metal randje, terwijl Phaeton, van “From the days of Deucalion, Chapter 2” uit 2016, een tikkeltje lijdt onder niet geheel zuivere zang.

Het aanstekelijke titelnummer van het laatste studio album, Treehouse, wordt ditmaal zonder techno intermezzo gespeeld, de slide gitaar aan het einde klinkt hemels. Zanger Hans Kuypers neemt de introductie van de bandleden voor zijn rekening alvorens Haemus aan te kondigen. Diezelfde Kuypers laat zien (en horen) helemaal in zijn element te zijn tijdens het afsluitende epische Walls, wat ik zelden in een betere versie heb gehoord. Een zeer geslaagde show, dat moet gezegd, na een wat aarzelend begin. Hoe meer de heren muzikanten ontspanden des te groter was het spelplezier en daarmee ook de kwaliteit. Vooral de blikken tussen beide toetsenisten, opgesteld aan weerszijden van het podium, en de gitarist suggereerden een hoge mate van onderling plezier.

Helaas werd het optreden geplaagd door wat technische problemen zoals gezegd, vooral de gitaar(versterker) van Eddie Mulder leek een bron van ellende te zijn. Het geluid liet hier en daar nog wel wat te wensen over, ondanks de aanwezigheid van de ervaren technicus van Poppodium de Boerderij: het volume was veel te hoog, ruim boven de toegestane limiet, helemaal niet nodig in deze relatief kleine zaal. Daarbij klonk de gitaar van Mulder veel te scherp en leek het geluid van de muren terug te kaatsen.

Desondanks liet diezelfde Eddie Mulder regelmatig horen wat een fantastische gitarist hij is. De enige beroepsmuzikant in het gezelschap liet weer eens zien waarom hij in het rijtje Nederlandse topmusici niet mag ontbreken. Ondanks de technische onvolkomenheden strooide hij met de ene melodische solo na de andere, op die prachtige Galama Stratocaster. Toetsenisten Gert van Engelenburg en Derk Evert Waalkens zijn de drijvende krachten achter de band, vooral in de ondersteunende sfeer maar af en toe met sterk solerend spel. De ritmesectie met drummer Koen Roozen en bassist Harry Scholing oogde solide, vooral de laatste viel op met zijn melodieuze spel.

Voor mij persoonlijk zijn toch vooral de momenten waarop met name van Engelenburg en Mulder unisono spelen de hoogtepunten van de dag. Heerlijke melodieuze momenten van symfonische schoonheid, de moeite van de lange rit meer dan waard. Het epische Autumn van het nieuwe album wordt niet gespeeld, helaas. Het nummer blijkt (vooralsnog?) te complex en is gedoemd een zelfde rol te spelen als Mad Man Moon, het wonderschone Genesis nummer van “A Trick of the Tail” wat ook nooit live is gespeeld.

Het optreden fungeerde eigenlijk als toetje voor het feestje van Xymphonia: tijdens de pauze werden de medewerkers uitgebreid in het zonnetje gezet, onder luid applaus. Dat was er ook voor de sympathieke noordelijke proggers die het enthousiaste publiek een prima optreden voorschotelden. Zowel in de pauze als na afloop stonden zijn hun fans te woord. Waarbij het plaatsen van handtekeningen op de zitting van de rollator van die oudere fan vertedering oproept.

Na afloop rijd ik samen met mijn collega met een glimlach terug naar het westen. Zo’n matinee voorstelling in een intiem theater, twee sets van ca. 50 minuten (h)eerlijke progressieve muziek van eigen bodem. Dat maakt de 200 kilometer terugreis een stuk aangenamer. Af en toe moet zo’n berg toch in beweging komen, nietwaar?

The Watch Plays Genesis, 22 oktober 2022, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Het was al weer een jaar geleden dat het Italiaanse band The Watch ons land aandeed voor een optreden. De heren zijn natuurlijk het meest bekend als uiterst capabele Genesis tribute band, met als blikvangers zanger Simone Rossetti die een uitstekende Gabriel in zich heeft en gitarist Giorgio Gabriel die niet onderdoet voor zijn idool Steve Hackett.

Dat The Watch naast al dat Genesis geweld ook kans heeft gezien om een imposante catalogus met eigen werk op te bouwen is helaas minder bekend. Neem vooral de moeite om hun laatste concept studioalbum “The Art Of Bleeding” eens te beluisteren, ik verzeker je dat het ruimschoots de moeite waard is. Maar vanavond is het zoeklicht toch vooral gericht op hun vertolkingen van het iconische werk van de Britse legendes, met name het live album “Seconds Out” uit 1977.

Watcher Of The Skies is de sterke opener van de set, een ‘old-skool’ versie van het van “Foxtrot” afkomstige nummer wordt ten gehore gebracht. Ik heb me steeds afgevraagd of Steve Hackett wist  dat The Watch “Seconds Out” als thema zou nemen voor de nieuwe tournee, hij deed het immers zelf ook dit jaar. Het antwoord werd tijdens het optreden gegeven: jazeker, hij wist er niet alleen vanaf, maar steunt zijn Italiaanse vrienden van harte in hun onderneming. Vanaf ‘band’ laat hij dat weten voordat de band een gedegen versie van Squonk inzet, compleet met een uitstekende baspartij van Mattia Rossetti. Het eveneens van “A Trick Of The Tail” afkomstige Robbery Assault & Battery is de volgende op de setlist, de lastige toetsenpartij gaat Valerio De Vittorio ogenschijnlijk makkelijk af. Carpet Crawlers wordt zelfs vierstemmig gezongen, een unicum voor The Watch.


Voorafgaande aan Firth Of Fifth wordt opnieuw een ingesproken boodschap ingezet, in eerste instantie de verkeerde, een herhaling van Steve Hackett, maar nadat de technicus van dienst zijn fout heeft ingezien horen we de stem van broer John Hackett. Hij vertelt dat zowel de pianosolo als de fluit behoorlijk complex zijn in dit nummer. De als immer vrolijk de zaal inkijkende De Vittorio maalt er niet om en speelt alsof hij het al honderden keren heeft gespeeld (waarschijnlijk ook de waarheid). De fluit klinkt ijl en mooi maar het echte hoogtepunt is toch als zanger en gitarist het podium verlaten tijdens het instrumentale deel en de band even als trio verder gaat. Drummer Francesco Vaccarezza excelleert tijdens dit deel en ziet kans om het publiek te doen vergeten dat in de liveversie van het album de drumpartij door twee drummers in plaats van één wordt gedaan, complimenten. Cinema Show loopt in de weergave van The Watch naadloos over in het stemmige Afterglow.

Dan is het tijd voor pauze na circa een uur spelen, de band neemt ongeveer twintig minuten om de batterij weer op te laden. Na de verplichte onderbreking wordt direct The Lamb Lies Down On Broadway ingezet, een vast onderdeel van de Genesis liveshow indertijd. Dat geldt ook voor een volledige en integrale versie van het meesterwerk Supper’s Ready. Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar 1972, wat moet dit destijds een regelrechte sensatie zijn geweest, dat is het heden ten dage nog steeds.

Een onverwacht deel van de show is het ‘eigen’ nummer van de laatste uitstekende studioalbum van de band, Howl The Stars Down. ‘Eigen’ omdat het geschreven is door ex-Hackett bandlid Nick Magnus. Een prachtig nummer, wat maar een heel klein beetje laat zien waartoe The Watch in staat is als het gaat om originele niet-Genesis muziek. Persoonlijke favoriet Ripples is zoals altijd super symfonisch en wordt gevolgd door het van hetzelfde album afkomstige Dance On A Volcano, grappig voor iemand die zojuist is teruggekeerd van een vakantie in Tenerife. Live zit het instrumentale Los Endos als het ware vast aan zijn voorganger, in de versie van The Watch krijgt nieuwe drummer Francesco Vaccarezza de kans om iets van zijn niet geringe capaciteiten te laten zien in een kleine drumsolo als verbindende factor. De band verlaat kort het podium na dit laatste nummer van de reguliere set. The Musical Box is de overbekende toegift, door de band met overgave gespeeld. Waarna een stormachtig applaus volgt van de aanwezigen, dat enkele minuten aanhoudt.

Zanger/componist/leider Simone Rossetti heeft altijd een goed oog voor talent gehad en is al jaren bezig zijn kwintet te vernieuwen respectievelijk te versterken. Dat begon met de komst van zijn zoon op basgitaar en meer recent toetsenist De Vittorio. Maar zijn laatste aanwinst stal wat mij betreft de show; de nieuwe jonge drummer Francesco Vaccarezza. In de eerste plaats als drummer, het gemak waarmee de partijen van Collins en Bruford/Thompson werden gespeeld, toch niet de minste trommelaars, spreekt boekdelen. Eén van de cymbalen standaards moest het onderspit delven tegen zijn kracht en kletterde met een knal van het drumpodium af. Bovendien is er met hem een mogelijkheid ontstaan om driestemmig te zingen, als een echte Phil Collins. Hulde aan de nieuwe man, het vijftal is nu mogelijk in de sterkste bezetting sinds de oprichting.

Als we het toch over de zang hebben dan moet opgemerkt dat Simone Rossetti het af en toe zichtbaar lastig had met de hogere regionen van diezelfde Collins, zijn bereik past beter bij dat van Peter Gabriel. Een andere Gabriel, gitarist Giorgio, was deze avond minder nadrukkelijk aanwezig voor mijn gevoel, hoewel zijn partijen als altijd spat zuiver waren.

De setlist is natuurlijk bekend, want gebaseerd op de originele livealbum van Genesis uit 1977. Maar er zijn een paar verschillen merkbaar: niet alleen werd de oorspronkelijke volgorde niet (helemaal) gevolgd, ook was er sprake van een mix van originele en live gespeelde nummers, de fluitpartijen passen natuurlijk niet op een album uit het post-Gabriel tijdperk, terwijl de dubbele drumpartijen manmoedig door Vaccarezza in zijn eentje te lijf werden gegaan, zoals al gemeld. Opmerkelijk: I Know What I Like, toch een vast item tijdens live shows, werd deze avond niet gespeeld.

Helaas werd het optreden ontsierd door ronduit puberaal gedrag van een aantal mannen waarvan één nota bene op krukken. Door luidkeels geouwehoer, het maken van ontelbare filmpjes en foto’s en druk social media gebruik werd nadrukkelijk gesolliciteerd naar de titel ‘ASO’s van de dag’. Jammer dat dit soort respectloos gedrag, in het buitenland getypeerd als ‘Dutch Disease’ nog steeds wordt gepraktiseerd. Des te meer respect voor de reactie van de dienstdoende stage manager die vlak voor het tweede deel van de show het dringende verzoek deed om dit soort (wan)gedrag te stoppen. Waarvoor hulde.

Desondanks heeft het aanwezige publiek genoten van de muziek van het legendarische Britten, op respectvolle en capabele wijze door een vijftal Italianen weer eens aan de vergetelheid ontrukt. Steve Hackett kan met recht trots zijn.

Pink Project, Poppodium Boerderij, 8 oktober 2022

Op de dag af exact één jaar geleden zag ik Pink Project optreden, ook destijds in Zoetermeer, en eveneens voor een volledig uitverkochte zaal. In die zin was het een herhaling van zetten. Indertijd kwamen we net (een beetje) uit de pandemie en was het nog enorm wennen om weer met een volle bak mensen om je heen te staan, met alle risico’s van dien. Nu stevenen we opnieuw af op een nieuwe ronde COVID, de paralellen zijn getrokken.

Maar de parallel gaat niet helemaal op: daar waar 365 dagen geleden het repertoire bestond uit een mix van oud en nieuw onder de noemer ‘Past to Present’ was de titel ditmaal ‘Animals & Wish You Were Here’. Een mooie affiche, voor mij helemaal: “Animals” is met afstand mijn favoriete Floyd album, ik kan er geen genoeg van krijgen. Dat komt mooi uit: deze avond zal dit baanbrekende album uit 1977 in zijn geheel voor de pauze worden gespeeld. Weliswaar niet helemaal in de juiste chronologische volgorde maar een kniesoor die daarop let. Het album is weer uiterst actueel: kortgeleden bracht het management van de band een in 2018 vervaardigde (zoveelste) remix uit in een nieuw jasje, met zelfs een nieuwe hoes. Terug naar het concert.

Omstreeks half negen klinken de dreigende tonen van Dogs, niet helemaal volgens het boekje want iedereen weet dat het album begint met Pigs on the Wing pt1. De band komt onder groot applaus stilletjes de planken opgeslopen voor een geconcentreerde versie van het langste nummer van “Animals”. De unisono gitaarpartijen tussen Ruud Verwijk en Hans Hendrik zijn voor mij het neusje van de zalm. Ik hoor zelfs een aarzelend applausje halverwege na Verwijk’s foutloze solo.

Dan pas volgt het akoestische Pigs on the Wing, ditmaal in de originele versie zoals de band dat ooit eigenlijk had bedoeld. Ofwel part 1 en 2 aan elkaar met een elektrische gitaarintermezzo van Hendriks als verbindingsstuk. Verwijk zet een prima Waters neer, hij is duidelijk gegroeid in zijn vocale rol.

Pigs (Three Different Ones) start met Jason Waasdorp’s bas solo waarna een prima versie volgt van dit nummer. Maar persoonlijk zit (sta) ik toch met name te wachten op wat komen gaat. Sheep is namelijk mijn all-time favoriete Floyd nummer. Het start al met dat legendarische Fender Rhodes piano intro, toetsenist Giovanni Pepe kwijt zich geweldig van zijn taak. De koeienbel, de megafoon, de talk box (gitaargeluid via slangetje in de mond), het is er allemaal. Ruud Verwijk speelt een hoofdrol, zowel instrumentaal als vocaal, maar ook de hypnotische bas en de gesproken chant mogen er zijn. Het slotakkoord is voor Hans Hendrik. Magistraal. Het publiek beloont al dat moois met een minutenlang applaus.


De pauze volgt al na vijftig minuten, ik heb even tijd om op adem te komen en mijn aantekeningen bij te werken.  Na een klein half uur is het de beurt aan “Wish You Were Here” uit 1975. Ditmaal wel in de correcte chronologische volgorde.

Shine On You Crazy Diamond part I-V wordt vlekkeloos gespeeld, de dubbele sax act van showman Constantin Iliev krijgt de handen moeiteloos op elkaar. Welcome to the Machine wordt vertolkt in de moderne live uitvoering zoals we die kennen van latere optredens. Op Have a Cigar neemt Charles Dehue weer de zang op zich en hij doet dat in stijl, heerlijk rauw, wat het cynische nummer ook vereist. Titelnummer Wish You Were Here krijgt een sfeervolle versie mee, het duet tussen achtergrondzangers Jacqueline van der Heiden en gitarist Hans Hendrik is goed getimed en het spelplezier druipt ervan af.

Shine On You Crazy Diamond part VI-IX, met voor mij persoonlijk de lapsteel gitaarsolo van Hans Hendrik als hoogtepunt, krijgt nog een funky staartje, zoals we gewend waren van de latere shows van Pink Floyd. De moderne jam gaat naadloos over naar het originele einde met Pepe als een volleerde Rick Wright.

Het officiële gedeelte zit erop, de band verlaat het podium heel kort (waarom toch?) om er uiteindelijk ‘nog eentje dan, wij er nu toch’ uit te persen. Dat blijkt dan Brain Damage/Eclipse van “Dark side of the Moon” te zijn, de eerste tonen worden door het dankbare publiek met instemming begroet. The lunatic is on the grass, de begeleidende originele videobeelden maken het compleet.

Vraag: wat mag er nooit ontbreken tijdens een Pink Floyd (tribute) optreden? Antwoord: Comfortably Numb natuurlijk, de muzikale hoogmis van de legendarische band. Het nummer is één schitterend hoogtepunt met de gitaarsoli eerlijk verdeeld tussen Hans en Ruud. Een geïnspireerde versie, met luidkeels meezingen en klappen door een uitzinnig publiek. Omstreeks elf uur is het afgelopen, na een kleine twee uur spelen is de (bijna) thuiswedstrijd ten einde voor de heren/dames van Pink Project.

Geluid en licht zijn als altijd prima in orde in de Boerderij, overigens heeft Pink Project zijn eigen crew meegenomen.  De video beelden op het grote scherm ondersteunen de muziek zoals ook bij het grote voorbeeld het geval is. Het volledig uitverkochte optreden is onderdeel van een club tour van de band die hen langs een groot aantal zalen in Nederland zal voeren.

Ik heb het al eerder gezegd: het blijft vreemd om een uitverkochte Boerderij te zien voor een tribute band, hoe goed Pink Project ook is, niets ten nadele van de band. Integendeel, zij zijn zonder twijfel de beste vertolkers van het werk van de vermaarde Britten. Maar Big Big Train, toch internationale top binnen het genre, trekt ternauwernood 500 man met originele progressieve rockmuziek, gooi het maar in mijn pet. Maar ook met die kritische noot blijft het een enorm genoegen om de iconische muziek uit de jaren ’70 voorbij te horen komen. Hulde aan Pink Project, de belofte om volgend jaar weer te spelen werd staande het optreden al gedaan.

Von Hertzen Brothers, 29 september, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Foto’s: Monica Duffels

Op een frisse, donkere herfstavond is Poppodium Boerderij wederom het toneel voor een optreden van de Finse band Von Hertzen Brothers (VHB). Wederom, omdat de heren ook al van de partij waren tijdens de Progdreams editie in 2019 en indertijd al een behoorlijk aantal fans aan zich konden binden. Met hun recente prima ontvangen album “Red Alert In The Blue Forest” onder hun arm (en te koop in de foyer) komen Mikko, Kie en Jonne Von Hertzen voor een tweetal optredens naar Nederland, het optreden in de Boerderij bijt daarbij het spits af.

In het voorprogramma speelt de Nederlandse band For Absent Friends (FAF). Recent bracht FAF een nieuw album uit, “Disappear”, waarvan enkele nummers werden gespeeld, naast oud(er) werk. De muziek van de heren, naast hun eigen werk vooral bekend als Genesis tribute band, viel redelijk in de smaak bij het publiek. Maar eigenlijk werd er toch vooral met spanning uitgekeken naar het optreden van de hoofdact uit Finland.

Von Hertzen Brothers start met twee nummers van het nieuwe album, Day Of Reckoning (in this universe, we’re all just codes and numbers) en Blue Forest (the one with the smoking gun). De energie spat letterlijk van het toneel af, de sfeer zit er al direct in. Frozen Butterflies is afkomstig van het voorlaatste studioalbum “War Is Over” uit 2017. Het splinternieuwe, door gitarist Kie geschreven All Of A Sudden, You’re Gone met de akoestische basis is bloedstollend mooi.


Nirvana-achtige klanken in I Came For You, Mikko’s stem heeft hier een verdacht hoog Cobain gehalte, terwijl You Don’t Know My Name de VHB versie van een punk song in de stijl van de Ramones is. Veelzijdigheid kun je de mannen niet ontzeggen. Het uiterst actuele Jerusalem, over oorlog en vluchtelingen, wordt gevolgd door Long Lost Sailor waarin ik invloeden van U2 meen te bespeuren.

Nederlands een vreemde taal? Look who’s talking, Fins is één van die talen die nergens tot terug te herleiden is. ‘Het land van ijs en ijshockey’, aldus een trotse Mikko tijdens de aankondiging van  Flowers And Rust. Er is publieksparticipatie gewenst tijdens Let Thy Will Be Done en die wens komt ook uit. Na Sunday Child volgt Peace Patrol, daar waar een scheurende saxsolo op het album voor de toegevoegde waarde zorgt is het ditmaal een razende toetsensolo van Robert Engstrand dat als hoogtepunt van dit heftige nummer van hun laatste album fungeert. De band verlaat kort het podium om terug te keren voor de verrassende toegift, Prospect For Escape. De solozang van frontman Mikko klinkt gepassioneerd voordat het doek definitief valt.


Wow, wat een power, wat een energie! Maar ook die enorme dosis spelvreugde, gepaard met een bepaalde ‘losheid’, alleen voorbestemd voor artiesten die goed in hun vel zitten. En dat zaten ze, deze avond. Er waren slechts naar schatting 150 bezoekers op deze doordeweekse avond in een fris en donker Zoetermeer. De thuisblijvers kregen ongelijk, wederom. Zij die wel aanwezig waren hebben genoten van de energieke Finnen. Dat werd onderstreept door luid mee te klappen en te zingen, alsof het dubbele aantal present was. Dat werkte weer als een katalysator en spoorde de band aan om nog meer energie in zijn optreden te stoppen. Vooral de met een rood wollen mutsje getooide gitarist Kie toverde met regelmaat een brede glimlach op mijn gezicht met zijn fanatieke gitaarspel. Hij leek te versmelten met zijn oude, gebutste Fender Strat en sprong frequent op het drum/toetsenpodium om daar te duelleren met toetsenist Robert Engstrand.


Zanger/gitarist Mikko was deze avond zichtbaar in zijn element, ondanks dat zijn stem niet 100% in orde was. Het is ook geen sinecure, die hoge tonen en complexe harmoniezang. Dat laatste is voor mij toch wel karakteristiek voor de band; vaak drie- en soms zelfs vierstemmig presenteerde de band zich als een soort van moderne rockversie van Venice, niet helemaal toevallig ook broers/familie. Hoewel de muziek niet vergelijkbaar is, deed VHB mij bij tijd en wijle denken aan het Franse Lazuli; de intensiteit, het spelplezier, de onderlinge (familie)band, de unieke, soms onnavolgbare muziek en de maatschappijkritische teksten onderstrepen die vergelijking.

Ik ben een late adapter van de muziek van de Finnen, pas enkele jaren volg ik hen met meer dan gemiddelde interesse. Maar het laatste album, het eerder genoemde “Red Alert In The Blue Forest” gaf voor mij de doorslag, een absoluut topalbum waar alles in zit wat de muziek van de heren zo uniek maakt. Het is dat er ook nog een catalogus van ongeveer twintig jaar bestaat en dat het publiek ook de succesnummers uit verleden wil horen, maar van mij hadden ze mogen volstaan met een integrale uitvoering van dit uitstekende album. Dus geen gevoelige akoestische ballade als Anil of het kermisachtige Pirates of the Raseborgian, helaas.

Na een razende set van een kleine twee uur is het gedaan, tot de draad versleten danken de Finse broers het uitzinnige publiek. De show in Zoetermeer is een opmaat voor een kleine tour, 30 september is het de beurt aan Progpower in Baarlo, waarna een tiental optredens in hun thuisland volgt, begin februari is het Verenigd Koninkrijk aan de beurt. Ik wens de sympathieke Finnen daarbij veel succes, ze verdienen het dubbel en dwars.

The Humps, 23 September 2022, Cacaofabriek Helmond

Met mijn drieëndertig kalenderjaren mag ik dan het jonkie zijn in de wereld van het progressieve genre, toch luister ik alweer bijna achttien jaar naar Camel. Ik leerde als vijftienjarige voor proefwerken met mijn elpee van “Mirage” op de achtergrond. En hoewel ik een bepaalde, gepaste gereserveerdheid heb rondom het idee van de tribute band, doet het me toch deugd dit album eens in zijn geheel live te mogen aanschouwen.

Een band als het Israëlische The Humps weet zich dan ook handig toe te leggen op dát gedeelte van het oeuvre van Camel dat de band zelf nog niet in het zonnetje heeft gezet, zoals het wel eerder deed met “The Snow Goose” en “Moonmadness”. Het is overigens opmerkelijk dat deze show dan onder de banner van ‘Celebrating 50 Years Of The Music Of Camel’ in het leven is geroepen, want op een medley na bestrijkt deze show met name de eerste vier jaar van de band. Eigenlijk ligt daar ook de kracht van The Humps.

Het naspelen van de muziek van Camel gaat gepaard met een aantal lastige hordes. De eerste is dat de originele drummer, Andy Ward, bijzonder ritmevast was en ook nog eens een erg sterk vormbesef had. Zijn evenknie bij The Humps heet Tal Rubinshtein en hij weet zich knap door deze pittige set heen te werken. Er lijkt zelfs aandacht de zijn besteed aan de klank van het drumstel en het hebben van dezelfde toms. Ook de bescheiden genietende en vaardige bassist Nadav Ivri laat je vergeten dat je naar covers zit te luisteren. Een grote kracht van de band is dan toetsenist Yuval Eisenberg die met zijn klankenpallet de spijker op zijn kop slaat. “Mirage” uit 1974 is niet alleen een bijzonder goed gecomponeerd album, het heeft ook een bijna magische, licht psychedelische sound waarop het materiaal sterk leunt. Dat geluid wordt sterk neergezet. Zijn spelgenot is ook aanstekelijk – hij beroert zijn toetsen alsof hij achter een gokkast staat te winnen. Bij het funky stuk in Song Within A Song weet hij de solo zo te spelen dat je spontaan zin krijgt zelf achter een Moog met de toonbuigende schuiven te spelen. Yuval Eisenberg heeft ook de beste stem van de groep, eigenlijk zou ik aanraden om hem alle nummers te laten zingen.

Bij de twee openingsnummers, Arubaluba van het debuut en Freefall mag ze dan afwezig zijn, maar wat mij betreft is fluitiste en spring-in-het-veld Dana Eizen toch wel de ster van de groep. Het gekkige Supertwister, ooit als ode vernoemd naar het Nederlandse Supersister, floreert mede dankzij haar fluitspel in een uitvoering die prachtig de originele sfeer ademt. Ze communiceert tussen de nummers door leuk met het publiek “for us this is not just Another Night” en speelt ook verdienstelijk akoestisch gitaar. Zo wordt zelfs Lady Fantasy een beetje opgevuld. Dat The Humps zoveel nummers met dwarsfluit van Camel uit de hoge hoed kan toveren is beslist een pré.

Gitarist Daniel Ashkenazi komt in er in de instrumentale stukken goed doorheen, maar op zijn momenten op de voorgrond laat hij soms toch steken vallen. Dan valt er een lijntje weg, klinkt het even zoekend of mist het gewoon simpelweg de bluesman souplesse die een noot écht doet zingen. De uitvoering van Ice vind ik eigenlijk een beetje frustrerend, al slaat het publiek nadien enthousiast de handen op elkaar. Zelf ben ik gitarist en is Andy Latimer één van mijn grootste voorbeelden, natuurlijk kijk ik er dan ook wel met een erg kritische blik naar. Sommige solo’s weet Daniel Ashkenazi ook wel erg sterk uit voeren, zoals bijvoorbeeld bij Rhayadar Goes To Town.

Een andere kracht van deze gitarist, en overigens de hele band, is de aandacht die besteed is aan de dynamiek. Als het melancholische en symfonische eindstuk van Song Within A Song losbarst groeit het volume prachtig. Idem dito bij Never Let Go van het debuut; op momenten dat nummers naar een slot toewerken weten The Humps sterk toe te slaan en toont het de kracht van het originele materiaal goed te hebben doorgrond. Zo komt het over en voel je op zo’n avond wat je wil voelen bij de muziek die je al zo lang beluistert.

Het geluid in de Cacoafabriek is dan ook erg goed afgesteld, waarschijnlijk ook de verdienste van de band zijn eigen geluidsman, Lior goldman. The Humps weten te rocken met punch bij nummers als Freefall en je warmpjes toe te dekken met een stuk als Fritha van “The Snow Goose”. Deze avond heb ik niet eens doppen in mijn oren en kan ik comfortabel overal in de zaal staan. De band is trouwens zichtbaar blij met de receptie van het – laten we zeggen – niet massaal uitgelopen Helmond. Ze zijn ook erg enthousiast dat er weer gespeeld kán worden, na jaren afwezigheid. Dit was de eerste show sinds 2019 en ja, dat was af en toe nog wel een beetje te horen. Komen ze echter volgend jaar weer en heeft de band de puntjes op i, dan zal dat toch een perfect avondje genieten moeten worden.

Karfagen, 23 september 2022, Parkvilla Alphen ad Rijn

Ruim vijftien jaar volgen van Antony Kalugin en zijn muzikale projecten had nog nooit geleid tot mijn bijwonen van een live-optreden. De kansen waren er, het lot was mij minder goed gezind. Maar op vrijdag 23 september 2022 was het dan zover. Met zijn uit verschillende muzikanten samengestelde groep stond de Oekraïner op het podium van Serious Music Café in Parkvilla te Alphen ad Rijn.

Door medeorganisator en initiatiefnemer van Serious Music Alphen, Lenne Huisman, aangekondigd als Karfagen, was het deze avond eigenlijk het Antony Kalugin Project (AKP). Naast Karfagen kwamen immers nummers van Sunchild en het solowerk van Kalugin aan bod.

Onder de ongeveer 150 aanwezigen in de sfeervolle zaal waren in Alphen a.d Rijn ondergebrachte Oekraïners, uitgenodigd in overleg met de gemeente. Optredens als deze lenen zich zeer goed voor deze bioscoop-achtige zaal met louter zitplaatsen. Vaak is onrust de ergernis bij concerten, vanwege mensen die liever praten en de bar een beter podium vinden. Daar is hier geen sprake van. Daarnaast was ook het uitstekend afgestelde geluid een zege (voor de oren). Oordoppen werden niet gezien en waren niet nodig.

Gezien de huidige situatie in Oekraïne was het niet verwonderlijk dat daar af en toe aan werd gerefereerd zoals de licht emotionele introductie van Antony Kalugin zelf, die zich de hele avond als een echte gastheer manifesteerde. Het eerste deel van het optreden was zichtbaar onwennig. De nummers werden niet aangekondigd of ingeleid. Tussen de nummers vielen stiltes waarop de flink transpirerende Kalugin steevast naar zijn handdoek en flesje water greep. Het zag er aanvankelijk wat statisch en krampachtig uit. Maar dat nam niet weg dat er een goed ingespeelde groep op het podium stond. Knap, wanneer je bedenkt dat alleen drummer Konstantin Shepelenko en zangeres Olga Rostovska uit de vertrouwde bezetting aanwezig waren.

Gaandeweg de eerste set, met hoofdzakelijk nummers uit het oeuvre van Sunchild, kwam men los. Kalugin ontpopte zich als aanjager, sfeermaker, zanger en toetsenist op zijn Korg Kronos, zoals zijn kolderieke toetsensolo met fragmenten uit Kalugin’s favoriete film “The Mummy”. Ook zocht hij veel contact met het publiek. Mede daardoor ontbrandde in het laatste nummer voor de pauze het vuur pas in alle hevigheid.

Mijn tweede held van de avond was de bij mij onbekende jonge gitarist Anton Barsukov. Vaak in de schaduw van de vrouwelijke blikvangers Olga Rostovska en Mariya Panasenko, produceerde de bescheiden man de ene na de andere fraaie gitaarsolo. Pas tegen het einde van het optreden waagde hij zich meer voorop het podium.

Na de halfuur durende pauze kwamen vooral nummers van Karfagen en het solowerk van Kalugin aan bod. Opvallend daarbij was het ontbreken van nummers van de albums “Land Of Green And Gold” en “Land Of Green”. Doordat de zangeressen backstage waren leek het alsof het gitaarspel van Barsukov nog beter tot zijn recht kwam, te beginnen met het instrumentale Sunchild-nummer Father. De licht aangedane Kalugin droeg het nummer op aan alle vaders die hun gezin, land en de wereld verdedigen. Nadat de dames weer op het podium verschenen was er een hoofdrol voor de in het opvallend rood geklede Mariya Panasenko, met een bloedstollend mooie vertolking van Close To Heaven. Wat een geweldige zangeres is dit. En wat een podiumpresentatie. Naast een potpourri aan Sunchild en Karfagen werd er flink op los geïmproviseerd, vooral door Kalugin op toetsen. Waarbij hij met regelmaat als een dolle tekeer ging.

Als slotstuk van het optreden volgde het door de volledige band in het Oekraïens gezongen Viva Oekraina. De lange staande ovatie van het publiek bracht de groep in verlegenheid en Kalugin in zichtbare ontroering. Niet gerekend op een toegift werd met groot enthousiasme nogmaals Breath gespeeld, waarbij Kalugin de zaal in ging en iedereen aanmoedigde om mee te zingen.

Even na 11 uur was het tijd voor de foto’s van de groep met de onvermijdelijke Oekraïense vlag en het publiek, dat daarna met enige tegenzin de zaal verliet.

Dave Cureton, Yuval Ron, Sebas Honing of ‘Guitar Gods on Sunday’, 18 september 2022, Willem Twee Poppodium, Den Bosch

Vanuit de Willem Twee werd gevraagd om de progavonden van Calling Occupants thematisch in te richten. Zodoende treft progressief Den Bosch zich dit jaar voor het eerst bij een avond opgehangen rondom de verschijning van de gitaarvirtuoos.

Wie is hij eigenlijk nog anno 2022? De bewonderenswaardige podiumgod, zoals in de jaren ‘70 en de eighties? Of een langsschuivende instagramverschijning die je zo weer verveelt en het veld moet ruimen voor het volgende megatalent. Wat mij betreft zie ik net iets te vaak nieuwe bands die met een erg verzorgde plaat vol technisch vernuft vervolgens op het podium niets meer presteren dan het leveren van een strakke openbare repetitie. Virtuositeit ontstaat tegenwoordig lang niet meer altijd door eindeloos te toeren en te groeien als podiumdier, vaak is het meer een zonderlinge zolderkamertjesaangelegenheid. Complete – dikwijls instrumentale – albums worden in isolement in elkaar geknutseld en de vraag is of de virtuositeit daarmee niet zijn doel langzamerhand voorbij schiet. Hoe dan ook, ‘Guitar Gods On Sunday’ is dan een perfecte dag om eens op onderzoek uit te gaan naar wat de hedendaagse gitaarheld nog in de melk te brokkelen heeft.

Gitaarbouwer, muziekschoolhouder en gitarist Sebas Honing (ook bekend van Equisa) mag de aftrap geven in de W2. Van hem recenseerden we ook al eerder meerdere werken als The Big Shift (https://www.progwereld.org/recensie/sebas-honing-the-big-shift) en Strange Release (https://www.progwereld.org/recensie/equisa-strange-release) van Equisa. Naast hem vinden we de nog de jong ogende Tijn Moerkerken op gitaar, een langharige bassist genaamd Robbin van de Bor en met vlagen ook de echtgenote van Sebas, Petra Honing. De band opent met strakke fusion metal met een dromerig, alternatief randje. Daarop volgt zwoele late-night fusion met een intieme schwung, die dan vervolgens uitgroeit tot een episch klinkend stukje melodische metal. Als zangeres Petra het podium opkomt ontstaat er wat sfeer. Zij is zo’n dame die mannen op een fijne manier kan aankijken en iedereen een goed gevoel geeft. Zingen kan ze ook spatzuiver, al blijven de liedjes een beetje afstandelijk. Sebas Honing kan erg snel spelen, maar hij blijkt met name een specialist van de langere noten. Ook is hij begenadigd whammy bar specialist (waarmee de gitarist de toon kan buigen). Het is al snel duidelijk dat deze band gewoon zijn eigen muziek zo precies mogelijk wil spelen, want meer dan dat is het ook niet. Daar zet ik dan wel tegenover dat een live-opname van dit concert waarschijnlijk geen háár zou onderdoen voor het studiomateriaal; het is simpelweg perfect. “Laten we er nog eentje beuken op de zevensnaar, yolo”, klinkt het vanaf het podium. Nummer na nummer volgt en het is allemaal beslist virtuoos te noemen, maar zoals ik me al eerder afvroeg, wat is virtuositeit an sich anno 2022 nog waard? Het wordt me bij deze band niet helemaal duidelijk, al heb ik tijdens het schrijven van deze review eigenlijk met plezier een plaat van Sebas Honing beluisterd.

Als Yuval Ron het podium betreedt met zijn drummer en bassist, allen in ruimtepak gehuld, oogt het niet meteen veelbelovend. Een toetsenist ontbreekt en daarom klikt hij eerst een paar keer op een laptop voordat de show kan beginnen. Er volgen zorgvuldig uitgeproduceerde gitaarklanken. De zangmicrofoon die voor het openingsnummer staat opgesteld laat het afweten, maar de karavaan gaat door. Deze muziek is vreemd, even weet ik niet waar ik nou eigenlijk naar zit te kijken. Toch zijn de akkoorden mooi en avontuurlijk. Er volgt een passage met allemaal losse pingelnootjes, een soort combi tussen komisch en kosmisch. Daarna beginnen de elektrische fusion chops en openen mijn ogen zich voor de muziek van Yuval Ron. Ineens staat daar een reïncarnatie van Allan Holdsworth die wél interessante sfeervolle reizen weet voor te schotelen aan de luisteraar. Na een minuut of zeven slaat mijn mond open van verbazing; jeetje wat is deze muziek interessant. Ongewone toonladders, magische melodietjes, spacey akkoorden en een sfeer alsof je in een zwart gat gezogen wordt. Het is voor mij totaal nieuw, maar misschien lijkt het in de verte nog wel een beetje op The Flower Kings’ hun meest fusion-achtige nummers. Yuval Ron speelt veel tapsolo’s (met twee handen op de hals als Eddy van Halen), maar zijn stijl is daarin uniek en prachtig dissonant.

In het drietal speelt ook bassist Victor Nissim, die prachtige lage fusion solo’s speelt over abstracte muzikale landschappen van synths. Drummer Yatziv Caspi is een indrukwekkende jazz-drummer die een bijna Christian Vander-achtige maniakale stempel drukt op de muziek. In hun spel gebeurd zo veel moois, je vergeet de – overigens uiterst smaakvolle – symfonische backdrop compleet. Als we het dan nog even mogen hebben over de virtuositeit; Yuval Ron had met deze muziek ook zónder zijn bijzondere tapsolo’s evenveel indruk op mij gemaakt. Zijn grote kracht is het kunnen ontwikkelen van een uiterst frisse muzikale visie.

Na het optreden spreek ik een andere concertganger die het mooi samenvat: “normaal moet ik complexe muziek vaker horen, maar dit was én heel complex én heel pakkend de eerste keer”. Na het optreden spreek ik Yuval Ron ook even in de gang, hij heeft zich ondertussen even omgekleed. Hij vertelt dat zijn band bestaat uit drie Israëlische muzikanten die zich sinds een paar jaar in Berlijn hebben gevestigd. Het roept in mij allerlei geschiedkundige associaties op, maar die houd ik even voor me. En die laptop, zo vertelt hij, daar gaat elk instrument ‘in’ en zodoende hoor je op het podium de muziek zoals het in de studio zou zijn afgewerkt. Elk moment in het liedje kan dus zijn eigen klanken hebben. Het viel me al op dat de drums en de basgitaar in sommige passages een bijzondere galm hadden. Nog vol in extase leg ik – als een echte opdringerige muzieksnob – uit aan hem dat ik het zo bijzonder vond dat hij de gitaar van Holdsworth eindelijk heeft ondergebracht in het verhalende, het beeldende en mystieke van de progressieve rock. Zijn ogen lichten op – dit bleek precies zijn visie te zijn en hij was dan ook blij dat het zo overkwam. Daarna moet hij wel even door, cd’s verkopen. Een recensie van deze plaat (https://www.progwereld.org/recensie/yuval-ron-somewhere-in-this-universe-somebody-hits-a-drum) kunt u uiteraard ook op Progwereld vinden, al zou ik zelf even bij deze YouTube link (https://youtu.be/DCUNFUHrEJg) naar een soortgelijk concert beginnen als ik Den Bosch heb beleefd. Wie weet koopt u dan wel spontaan een kaartje voor Progdreams, waar Yuval Ron volgend jaar ook van de partij zal zijn.

We recenseren hier wat af als het gaat om solo-acts van leden van bekende groepen en met Dave Cureton van IO Earth is er geen sprake van een uitzondering; zie ook onze recensie voor zijn album State of Mind (https://www.progwereld.org/recensie/dave-cureton-state-of-mind). Deze solo-act van Cureton is echter andere koek. In contrast tot het de etherische, folky imago van IO Earth komt hier een band het podium op waarvan je verwacht dat ze aan zijn komen rijden in twee oude Cadillac’s met dames met tijgerprinten op de achterbank. Lekker vuige mannen dus.

De band komt het podium op en het is van begin tot einde één brok energie en performance. Zelden heb ik een band in de W2 zo’n lekker vol rockgeluid horen maken, het is niet alleen snoeihard, maar ook qua samenklank erg goed uitgedacht. Alle noten die Dave Cureton speelt op zijn gitaar verschijnen ook in de mimiek op zijn gezicht. En dat wérkt gewoon zeer aanstekelijk. Links naast hem staat Adam Cough (ook van IO Earth) die de tweede gitaren en de toetsenpartijen voor zijn rekening neemt. Rechts van hem vinden we dan bassist William Kopecky, die op het publiek een bijzondere indruk achterlaat. Met zijn fretloze bas heeft hij binnen dit progressieve hardrock format een interessante invulling geven aan zijn rol; vol met slides en snel rollende noten. Ook de klank is net even anders dan anders. Dat hoor je trouwens ook goed in de single Psycho-Tronic (https://youtu.be/GPVZfi4MO8k). Drummer Tim Wilson is ook een IO Earth bandlid en met zijn enthousiaste hippy uitstraling en grote slagwerkmotoriek draagt hij vanuit de achterhoede ook goed bij aan de beweeglijkheid van dit optreden. Dit kost hem ook wat en na de laatste buiging lijkt hij even een dutje te willen gaan doen op het podium.

De muziek van Dave Cureton is geen poging om het wiel opnieuw uit te vinden; laat dat alvast gezegd zijn. Zijn muziek is wél een vehikel voor een fantastische liveband, om heerlijke muzikanten een uur volledig de tent te laten afbreken. En dat ook nog eens binnen het progressieve genre. Het is dus precies géén huiskamer virtuositeit, maar live-ervaring wat je hier ziet. Overigens is er hier meer te vinden dan hard rockende prog, met vlagen heeft de muziek een bluesy melancholie of ruimtelijke passages met spacey sequencers. Ik zeg; helemaal prima dit en als je het live hebt gezien ga je de cd ook als nóg wilder ervaren.

Guitar Gods on Sunday heeft me dan een hoop gebracht op deze druilerige zondagmiddag. De gitaarvirtuoos mag dan weliswaar geen god meer heten, in een band die uitblinkt qua muzikale creativiteit óf podium performance is hij/zij toch maar mooi net dat toefje op de taart dat de muzikale uitspattingen over het randje van het alledaagse kan tillen. Tijdens de gierende klanken en onnavolgbare vingerzettingen vliegen de vonken er dan van af. En als het gaat om de liefde voor de muziek zijn er vandaag zeker wel wat vonken overgevlogen tussen de bands en het Bossche publiek van de W2. Op naar de volgende editie van Calling Occupants!

Send this to a friend