Supersister & Residentie Orkest, 8 februari 2024, Amare, Den Haag

Foto’s: Fred Baggen Photography

Ik werd enigszins verrast door de uitnodiging van een goede vriend om op het laatste moment getuige te zijn van een uniek optreden van Supersister, samen met het gerenommeerde Residentie Orkest in hun natural habitat, het Amare theater in hartje Den Haag. 1.500 man kan erin, in de schitterende nieuwe concertzaal van Amare. En die was tot de laatste stoel bezet. Een behoorlijk gemengd publiek ook, hoewel de leeftijd grotendeels boven de zeventig lag; je kunt rustig zeggen dat het publiek met de band is meegegroeid. In 2023 vond de première plaats van dit bijzondere concert, indertijd in Paard, niet zo ver van Amare vandaan. Ook ditmaal is Paard de organisator, in nauwe samenwerking met Amare.

Hoofdpersoon Robert Jan Stips is deze avond gekleed in een kekke witte outfit, zijn charmante, jongensachtige verschijning heeft bij voorbaat de sympathie van het publiek. Hij strooit kwistig met humoristische introducties en anekdotes en heeft een beetje last van zijn stembanden. Het watertje is dicht bij de hand, de hoge noten zijn een probleempje, maar het vrouwelijke deel van de zaal helpt hem uit de brand. Het openingsnummer, Hijuvi Suite, bekend van NITS, doet hij in zijn eentje, bijgestaan door het orkest. Voor het tweede nummer, Next Door Movie, verschijnt ook drummer Leon Klaasse op het podium, volgens Stips de meest muzikale drummer die hij kent. Zijn staat van dienst bij onder andere Powerplay en The Analogues staat garant voor kwaliteit.

En dan komt uiteindelijk ook Rinus Gerritsen het podium op, voorafgaande aan het derde nummer, het legendarische, speciaal voor ballet geschreven Pudding en Gisteren. Hij is uiterst populair in het Haagje, na een leven lang Earring, geheel in het zwart gekleed en in opperbeste stemming. Het grapje met dirigent Hans Leenders tijdens de toegift, waarbij het leek alsof Gerritsen op het verkeerde moment inzette, is indicatief. Zijn met veel fuzz gespeelde solo halverwege is een van de hoogtepunten van het optreden.

Dirigent Hans Leenders maakt een sterke indruk, showman in hart en nieren, met zwierige gebaren zet hij de orkestleden aan tot hoge prestaties. En passant de fans bewegend tot publieksparticipatie, zoals bijvoorbeeld tijdens Naked. Last but not least het orkest: met ruim dertig man/vrouw op het podium vertegenwoordigd, uiterst strak musicerend, zeer geconcentreerd en professioneel, geen noot verkeerd. Zelden zo’n goed samenspel tussen band en orkest gezien als deze avond. En dan praat ik over Yes, Deep Purple en Steve Hackett om maar een paar namen te noemen.




De setlist is vrijwel gelijk aan het optreden in Paard in 2023. Na de eerder genoemde nummers komen achtereenvolgens Energy (Out Of Future) en het populaire She Was Naked voorbij. Voor mij persoonlijk was echter, naast Pudding en Gisteren, de volgende trits songs het hoogtepunt van het optreden: het Floydiaanse Hope to See You There Again, opgedragen aan overleden vrienden en familie, de Medley van nummers die ooit in een Haagse kelder aan een Revox-recorder werden toevertrouwd en het van “To The Highest Bidder” uit 1971 afkomstige No Tree Will Grow (On Too High a Mountain). Het kleine hitje Radio betekent ook meteen het einde van de reguliere show. En wat doe je als je door je vooraf gerepeteerde repertoire heen bent? Dan speel je een paar songs gewoon nog een keer. Zo gezegd, zo gedaan. Naked, een fragment uit Ravels Boléro en het laatste gedeelte van Medley zijn passende slotakkoorden voor een avond vol plezier en hoogtepunten.

Stips is in zijn element en vertelt honderduit, zoals over de beginperiode, als 17-jarige scholier. Maar ook over het verlies van vrienden: er is, op hemzelf en drummer Marco Vrolijk na, niemand meer in leven van de originele bezetting. De inmiddels beroemde tv-documentaire komt ter sprake, de geweldige tijd in strandpaviljoen de Fuut tijdens de opnames van “Retsis Repus”, de hint naar het toeren met de Earring, de verloren keldertapes, NITS 50 jaar en ga zo maar door.

Ook zelden zo’n goed geluid gehoord; of het nou aan de akoestiek of aan de zaaltechnicus ligt, of een samenspel van beide, ik kan me niet herinneren de laatste decennia zo’n prachtig uitgebalanceerde sound te hebben gehoord met zoveel mensen tegelijk op het podium, chapeau. Het enige smetje was het feit dat de zang en toetsen van Stips in het begin van het optreden niet helemaal goed in de mix zaten, verder niets dan lof. Ik was niet alleen onder de indruk van het perfecte geluid, de lichtshow, met projecties op muren en plafonds, deed er niet voor onder. Ook de arrangeur van het werk verdient dubbel en dwars kudo’s, de speciale orkestbewerkingen halen het beste uit de muziek die nu al ruim vijf decennia oud is en zich blijkbaar prima leent voor deze aanpak.

Wat vooral naar voren kwam was het Plezier, met hoofdletter P, van alle participanten. Het samen spelen, geen druk voelen, alleen maar genieten van de muziek en het moment, het sloeg over op het devote publiek. Na anderhalf uur is de koek op, het enthousiaste publiek trakteert band en orkest op een staande ovatie, meerdere keren zelfs, menigeen heeft zelden zoveel beweging gehad als deze avond. Het blijft nog lang gezellig en druk in de foyer van Amare, waar de artiesten zich mengen onder hun fans. Dit was vooral een unieke Haagse aangelegenheid, voor zowel band/orkest als publiek, ik ben blij dat ik daar deze avond, als geboren en getogen Hagenaar, deel van mocht uitmaken.




Inhalo – Hackberry – The One, 2 februari, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Foto’s: Tom Steenhorst

In Poppodium Boerderij stond vrijdagavond 2 februari 2024 in het teken van drie groepen van het nieuwe Nederlandse platenlabel Construction Records, te weten Inhalo, Hackberry en The One. Net als het Nederlandse label onder leiding van Rob Willemse, zijn deze groepen nieuwkomers in ons genre. Alleen Hackberry kan teren op twee albums. The One en Inhalo werken beide aan hun tweede album. De sfeer in de Boerderij was gemoedelijk en de zaal raakte stilaan steeds voller.

The One
De avond werd geopend door de Engels-Nederlandse groep The One, het geesteskind van de ervaren multi-instrumentalist Timothy van der Holst. Samen met Frank Ayres stelde hij zijn muzikale koers bij van jazz naar het progressieve genre. Nieuw in de (live) bezetting is Ron Moser, bekend van onder andere Ulysses. Het is niet vreemd dat er nummers werden gespeeld van het tot dan toe enige album “Sunrise”. Na een stroef begin waren de mannen al snel warmgespeeld. Opvallend en onderscheidend voor de groep is de rol van Frank “Fish’ Ayres. Naast slidegitaar (wat zien en horen wij dat instrument nog weinig) bestaat de rol van de Engelsman uit het theatraal declameren van poëtisch getinte teksten. Zijn stem leent zich daar perfect voor.


Zonder de andere groepsleden tekort te doen was de hoofdrol in dit optreden (ik begreep pas het derde van de groep) weggelegd voor gitarist Edwin in ‘t Veld. Hij is geen gitarist die netjes binnen de technische lijntjes blijft, maar een lekker rauw en soms vuil klinkend geluid produceert. Ook het shredden gaat het hem bijzonder goed af. Het gevolg van deze ‘dominantie’ was dat het toetsenspel van Ron Moser soms ondersneeuwde. Na het spelen van een nummer dat op het tweede album komt, kwam met het titelnummer en swingende Sunrise na vijftig minuten een einde aan een sterk optreden.


Hackberry
Na een korte pauze met een vlotte ombouw was het de beurt aan Hackberry. Hackberry is een vijfmansformatie uit Groningen, opgericht in 2015. Ze spelen een instrumentale mix van progressieve rock, stoner, metal, grunge en psychedelica, met tal van vreemde maatsoorten en tempowisselingen. Om het voor iedereen eenvoudig te houden werd het tot deze avond meest recente album “Breathing Space” in zijn geheel gespeeld, aangevuld met een klein toetje.


Vanaf het begin trekt het vijftal stevig van leer. Het dubbele gitaarspel van Marijn de Boer en Francesco Bonardi zorgt voor een stevige wind om en door de Boerderij. Het ontbreken van een zanger werd moeiteloos gecompenseerd met tal van klassieke metalposes van het duo. Ook Simon Venema, de lange basgitarist en humoristische woordvoerder van de groep (“de Hackberry kussenslopen worden nog gemaakt”), liet zich niet onbetuigd. Met grote passen en woest headbangend maakte hij veel meters op het gelukkig ruime podium.

De technische bagage van de bandleden, het retestrakke spel en de afwisseling in de over het algemeen lange nummers, doen je vergeten dat er geen zanger is. Met andere woorden: instrumentaal is het helemaal. Als uitsmijter en tevens toetje knalden de mannen er nog een metalcore jam uit. Na dit spetterende optreden van een uur was zelfs de stilte nog lang oorverdovend.


Inhalo
Na wederom een korte pauze werd de avond afgesloten door Inhalo. Een betrekkelijk nieuwe groep met een ervaren bezetting. Bandleden maakten deel uit van onder andere A Liquid Landscape, Ivy’s Dream en The Heaven’s Devil. Maar ook op de bühne zijn ze inmiddels gepokt en gemazeld door het spelen in het voorprogramma van onder andere Karnivool, Riverside en Marillion. De muziek op het eerste album “Sever” kenmerkt zich door serene passages die worden afgewisseld met erupties van harde rock en metal. Het maakte mij nieuwsgierig naar hoe dat live zou klinken.


Ook Inhalo besloot om hun album “Sever” vrijwel integraal te spelen. Hoe kan je een show beter beginnen dan met het intro Omniscent Being, met een hoofdrol voor Erik van Ittersum, die deze avond Vincent Swiersma verving, die in India verbleef. De spanning werd langzaam opgebouwd en kwam tot een eerste climax toen de andere groepsleden aansloten. Daarmee openbaarde zich het fantastische geluid. Ook nadat zanger Fons Herder, getooid met capuchon, bij het nummer Subterfuge het podium betrad, was ieder instrument tot in de finesses te horen. Niet vaak hoorde ik live zo’n goed afgesteld geluid. Het komt de bijzondere muziek van Inhalo alleen maar ten goede.


De fraaie belichting en de projecties achter het podium droegen verder bij aan de nodige kippenvelmomenten. Na krap een uur kwam helaas een eind aan dit geweldige optreden. Het is niet meer dan terecht dat Inhalo mag optreden tijdens het laatste Night of the Prog Festival in Duitsland.


Construction Records, de drie groepen en alle aanwezigen, ik schat tussen de 150 en 200, mogen terugzien op een zeer geslaagde avond. Wat mij betreft blijft dit niet bij een eenmalige exercitie en kunnen we de volgende keer For All We Know wellicht verwelkomen.

 

Absolutely Floyd, 12 januari 2024, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Onder de noemer Symphonic Times treedt Pink Floyd tributeband Absolutely Floyd (AF) op in de Zoetermeerse poptempel Boerderij. Ondanks de kou en de regen had toch naar schatting zo’n 500  (vooral) man zich gemeld voor de show van de tienkoppige band. Pink Floyd moet toch wel zo’n beetje de meest gecoverde band ooit zijn; alleen in Nederland is al gauw een fiks aantal bands actief. Met als topper binnen het genre het van oorsprong Haagse Pink Project, nu alweer drie decennia actief en volle zalen trekkend. Ditmaal dus de collega’s van Absolutely Floyd, met een dwarsdoorsnede van het oeuvre van de legendarische Britse band. En niet alleen de bekende nummers, ook een paar verborgen juweeltjes, zoals later zou blijken.

Om half negen betreedt de band het podium van de Boerderij, enigszins schuchter ogend en onder een lauw applausje van het publiek.  Er wordt afgetrapt met Shine On You Crazy Diamond, direct gevolgd door Welcome To The Machine, beide van “Wish You Were Here”. Take It Back is een verrassende keuze, maar dit nummer van “The Division Bell” is zeker geen slechte optie.

Money kent een hoofdrol voor de altsaxofoon van Christiaan Klok. Young Lust (I need a dirty woman) en Us and Them, met interessante video, zijn de volgende nummers op de setlist. Dan kondigt zanger Peter Poell het laatste nummer voor de pauze aan. Sheep van “Animals” is een niet voor de hand liggende keuze. Mijn instemming hebben ze; het is mijn all-time favoriete nummer van Pink Floyd.

Zanger Peter Poell is goed bij stem, vooral in de hoge regionen. Zijn stem lijkt niet bijzonder op het origineel, het ruwe randje ontbreekt, geen schande. De boomlange saxofonist Christiaan Klok speelt met passie, ik ben af en toe bang dat zijn hoofd uit elkaar zal knallen. Zijn eigen interpretaties van het werk van onder anderen Dick Parry zijn prima te noemen.

Ook gitarist Marnix Kuipers bevalt mij goed, dit is overduidelijk een talentvolle muzikant. Zijn stijl is wat losser, wat scherper ook, meer rock en veelvuldig gebruikmakend van de whammy bar. Hij is meer showman dan tweede gitarist Peter Bénard, oprichter van AF, die speelt wat krampachtiger lijkt het wel, zijn focus ligt vooral op zijn spel. Beide gitaristen delen de solo’s, met een klein overwicht voor Kuipers.

De toetsen zijn in handen van Henk Baetsen, vanonder zijn bolhoed speelt hij gedegen zijn partijen. Ervaren bassist Marc Soeters speelt stoïcijns, hij staat net een beetje te luid in de mix. Drummer Richard van Leeuwen (onder andere Within Temptation) is waarschijnlijk een van de beste musici van het stel. De Dave Grohl-lookalike geeft met zijn machtige klappen een eigen interpretatie van het werk van Nick Mason. Het dameskoor verzorgt de achtergrondvocalen, gebaseerd op de live uitvoeringen van latere  datum, de 1988 shows ten tijde van “Delicate Sound Of Thunder”.

Na een pauze van een dik kwartier is het de beurt aan Pigs met een indrukwekkend duet tussen gitaar (talk-box) en saxofoon. Zeker zo indrukwekkend zijn de beelden van politieke figuren op het grote scherm. De rototoms tijdens Time klinken als pistoolschoten, Richard van Leeuwen demonstreert keer op keer wat een goede drummer hij is.

Dan een prettige verrassing: Terminal Frost is een instrumentaal nummer van “A Momentary Lapse of Reason” uit 1987. Er zijn hoofdrollen voor de sopraan- en tenorsax plus de elektrische gitaar. See Emily Play wordt door zanger Peter Poell afgekondigd als “vreemd, maar wel lekker”. Was dat niet ooit de slogan voor het drankje Rivella? Keep Talking, compleet met talkbox, daar is ie weer, plus koortjes, klinkt imposant. Wish You Were Here is hét moment voor Marnix Kuipers om te shinen. Hij neemt niet alleen de akoestische gitaar maar ook de solozang voor zijn rekening. Ook op het aansluitende Another Brick In The Wall pt 3 speelt hij de iconische solo op zijn afgeragde Strat, terwijl Christiaan Klok wellicht de beste saxsolo van de avond produceert.

Toegift Great Gig In The Sky is een behoorlijke tour de force, voor elke band, zelfs als je achternaam McBroom is. Het zangkoortje presteert matig, niet alle noten zijn even zuiver. De steel gitaar van Marnix Kuipers maakt daarentegen weer veel goed. Comfortably Numb is het logische slotakkoord, met gedeelde solo door de heren gitaristen en een scheurende tenorsaxsolo. Het publiek is inmiddels volledig opgewarmd en beloont het gezelschap na het ruim twee uur durende optreden met een enthousiast applaus.

Het moet gezegd, de geluidseffecten zijn prima, je vraagt je onwillekeurig af of er quadrofonie in het spel is. Ook de videoshow ziet er goed uit, modern vooral, de lichtshow in de Boerderij is als altijd perfect. Het geluid is soms wat aan de harde kant, er wordt bovendien niet altijd op tijd geschakeld naar de solist van dienst. De geluidscrew, van de band zelf, is pas sinds kort aangeschoven, dat gaat dus zeker nog goed komen.

Een mooie show voor een uiteindelijk toch opgetogen publiek, het tweede deel van de set is beduidend beter dan het eerste. Absolutely Floyd is zeker niet slecht, toch geef ik de voorkeur aan Pink Project, die band klinkt soepeler, professioneler ook. Maar niet iedereen heeft dat door, zoals de man voor me, die tijdens de toegift de verkeerde, niet-solerende gitarist op video opnam. Het kan natuurlijk ook zijn broer zijn geweest.

Anneke van Giersbergen, 13 januari 2024, Theater Flint, Amersfoort

Een theatertournee als ode aan Kate Bush. Special guest bij Floor Jansens tour. De Ayreon-shows in 013. Een Latijns-Amerikaanse rondtocht met Marko Hietala. De “Sweep Against The Stars”-tour met de focus op haar eigen carrière. Een gemiddelde artiest trekt er een jaar of vijf voor uit, maar Anneke van Giersbergen propte het allemaal in 2023. En het nieuwe jaar is nog maar amper begonnen, of ze is alweer onderweg met een nieuw project.

“Heavy Strings” staat in het teken van Van Giersbergens liefde voor de (progressieve) rock en metal die ze samen met broer Jos ontdekte in het ouderlijk huis te Sint-Michielsgestel. De tour waarmee ze tot en met mei 2024 langs Nederlandse en Europese zalen trekt is in die zin een hartverwarmende ode aan zowel het muzikale genre als haar eigen familie. Het repertoire in een semi-klassiek jasje wordt muzikaal ingekleurd door een pianist en een kwartet strijkers van The Magic Strings. Ook Ruud Peeters verdient als arrangeur aparte vermelding.

De nadruk binnen de setlist ligt gezien het thema niet zozeer op Van Giersbergens eigen werk, al komen met Supercrush! (Devin Townsend Project) en Your Glorious Light Will Shine (VUUR) twee tracks voorbij die oorspronkelijk ook door haar gezongen werden. We horen daarnaast evergreens van onder andere Metallica, Vandenberg, Iron Maiden en AC/DC. De keuze voor deze vaste gasten uit de Top 2000 is begrijpelijk gezien de brede doelgroep van de tour, maar maakt het moeilijker daarbinnen te verrassen. Dat November Rain (Guns ’n Roses) geschikt is voor arrangement met piano en strijkers is evident, maar het origineel biedt net te weinig ruimte om creatief buiten de lijntjes te kleuren.

Juist daarom valt het te prijzen dat er binnen de setlist ook ruimte is voor tracks die minder mainstream zijn en verder weg liggen van het klassieke instrumentarium. Vooral die nummers verrassen door arrangement en uitvoering. High Road (Mastodon) spat van de energie, en War Pigs (Black Sabbath) krijgt de hele zaal mee in een klapfestijn, zowaar grotendeels in de maat. Een uitgeklede versie van Slayers South Of Heaven, waarbij Van Giersbergens lage zang enkel ondersteund wordt door dreigende pianoklanken, doet denken aan Tori Amos’ bewerking van Raining Blood op “Strange Little Girls”. Angstaanjagend, kippenvelopwekkend, en ontegenzeglijk één van de hoogtepunten van het concert.

Daarnaast wordt een aantal nummers die ik in hun oorspronkelijke versie minder kan waarderen juist interessanter door het klassieke arrangement. Your Glorious Light Will Shine van het VUUR-project krijgt ineens ruimte om te ademen. Thunderstruck (AC/DC) klinkt door een bijna jazzy middenstuk voor het eerst in dertig jaar weer boeiend. En zelfs Black Sabbath’s Changes, wat mij betreft op de nominatielijst voor de Ultieme Zeiknummer-award, blijkt best te pruimen met een subtiele opbouw zonder versterkte zang, waarbij de individuele instrumenten één voor één toegevoegd worden.




Het publiek in Amersfoort is deze avond divers en bestaat zeker niet enkel uit doorgewinterde hardrock- en metalfans. Die zijn er overigens wel degelijk, getuige het enthousiaste gegrom en gebrul zodra de naam Slayer (ik bedoel “SLAYEEEEEER!!!!”) valt. Het doet ietwat incongruent aan in de theatersetting, maar Van Giersbergen kan het wel waarderen. Zelfs het puberale gefluit uit de zaal wanneer ze zich halverwege het concert van haar jasje ontdoet, wordt elegant ontmanteld met een lach en een grapje. Deze dame heeft alles onder controle en knalt bij elk nummer van de planken met een podiumprésence die de aandacht onherroepelijk in haar richting trekt.

Dat charisma vormt een frappant contrast met haar uitstraling tussen de songs door. Haar zaalinteractie fladdert dan ergens tussen ontwapenend en onhandig. Hier staat geen rockdiva met te veel noten op haar zang (in figuurlijke zin), maar een sympathieke en benaderbare artiest. Het publiek eet dan ook anderhalf uur lang uit haar hand, waarbij je soms de indruk krijgt dat ze de rol van Brabantse Annie (“ooh, wat zijn jullie leuk!”) bewust iets dikker aanzet.

Naast de muziek zijn het uiteindelijk vooral Van Giersbergens persoonlijke familieherinneringen die het concert tot een intieme en bijzondere ervaring maken. Ze draagt Nothing Else Matters (Metallica) op aan haar ouders, specifiek haar recent overleden moeder. Het vormt een emotioneel moment voor haarzelf en de zaal. Het nummer heeft ook voor mij een speciale betekenis, en toch ben ik verbaasd over hoezeer ik geraakt word. Zo zit ik bij uitgerekend de meest uitgekauwde song van de hele setlist alsnog een brok weg te slikken.

De afsluiting met Roger Glovers flauwe inhaker Love Is All (“om toch vrolijk te kunnen eindigen”) contrasteert iets te sterk met de opzwepende uitvoering van War Pigs die eraan vooraf gaat, alsof aan het einde van een legendarische kroegavond ineens het TL-licht vol aangaat. Het is een futiel detail bij een indrukwekkende avond, waarop Van Giersbergen, ondersteund door sterke muzikanten en arrangementen, haar grote veelzijdigheid toont. Wat een luxe dat we haar zo vaak op de Nederlandse podia kunnen zien en horen.

 

Soft Machine, Paradox Tilburg, 2 december 2023

Het Engelse Soft Machine maakt zijn opwachting in Paradox, Tilburg, dat gezellig gevuld is met de koude nacht trotserende vijftigers, zestigers en een paar plukjes jeugd; waarschijnlijk van het plaatselijke conservatorium. Ondergetekende is hier nog nooit eerder geweest. Het gaat om een redelijk kleine, doch brede zaal, met drie rijen stoelen, een gordel borreltafels en daarachter vrij plaatst voor het staande publiek. Ze programmeren veel jazz, een genre waar Soft Machine in de begindagen niet tot gerekend diende te worden vanwege het podiumvolume.

Het huidige Soft Machine is de zoveelste rimpel in het water na de initiële plons die veroorzaakt werd door Robert Wyatt (drums, zang), Mike Ratledge (toetsen), Kevin Ayers (basgitaar, piano en zang) en natuurlijk Hugh Hopper op de basgitaar. Van deze namen zien we er geen op het podium, maar richting het einde van de eerste set legt gitarist John Etheridge dit toe. Hij zat in de midden jaren zeventig formatie met John Marshall (ook bekend van mijn persoonlijke favoriet Nucleus) op drums en Roy Babbington op bas. Met deze club werd Soft Machine eerder deze eeuw nieuw leven ingeblazen, maar Marshall overleed onlangs en Babbington kreeg fysieke problemen, waardoor het bespelen van de bas onmogelijk werd. Gitarist Etheridge rekruteerde bassist Fred Thelonius Baker, een bekende uit de Canterbury scene, en Asaf Sirkis op slagwerk. Blazer en toetsenist Theo Travis is al een tijd betrokken bij de familie en werkte eerder ook samen met Gong en Robert Fripp.


Er is geen voorprogramma, het is gewoon een band in een zaaltje met rode gordijnen achter het podium. Het bordje ‘Paradox’ had zo in een jeugdhonk van de jaren negentig kunnen hangen. Tijdens een new age tapijtje komt de band het podium opgeschuifeld en gaan de kabels de instrumenten in. Geleidelijk neemt de band het over van de backdrop met de bekende herhalende basmotieven. Na een uitbraak van de sax van Travis is de gitaarsolo van Etheridge de eerste échte blikvanger. Met zijn kleine Two Rock-versterker creëert hij een strak overstuurd geluid dat de losse noten goed van ritmische impact voorziet, ofwel in gewoon Nederlands ‘lekker door de mix hakt’. De effecten van de gitaar zijn op een muziekstandaard geplaatst, kennelijk heeft Etheridge het tapdansen voor klanken achter zich gelaten.

Het tweede nummer, afkomstig van het nieuwe plaatwerk “Other Doors”, begint met een spannende stijgende progriff. Ook hier mag de gitaar snel de hoogte in voor strakke, abstracte snaarperfectie. Vierentwintigsten (zes noten per tel) vullen de zaal alsof het de normaalste zaak van de wereld is. De spannende backdrop van het slagwerk heeft dat lekkere voortduwende geluid van Billy Cobham van Mahavishnu Orchestra. Goed. Dik. Als het openbreekt komt de saxofoon weer naar voren en kun je van een combi van Hawkwind meets jazz genieten. Soms doen de ingewikkelde instrumentale thema’s me ook denken aan Henry Cow, al vliegt dit Soft Machine niet zo alle kanten op.


Bij het derde stuk mag het koperwerk van Travis wijken voor Mellotron-geluiden en heeft de sinistere gitaar ook iets weg van de vernieuwzuchtige Fripp. Kort daarop wordt het meer mellow, je krijgt er zin van om je oude Baantjer dvd-box er nog eens bij te pakken. Dit ben je zo vergeten als de muziek toch weer spannender wordt en de bas overstuurt, de fluit galmt en het slagwerk een chaotisch vechtpartijtje wordt. Dit is dan vrije jazz, maar mét een scheurende gitaar. Het slaat om. Even waan je je in een verloren psychobeatsessie van CAN. Heerlijk, een tijdloos geluid.


Het mag er dan tam – op het suffige af – uitzien op ‘t podium; dit is wel degelijk gewelddadige, intelligente muziek. Even later imponeert een improvisatie van complexe rockgitaar en drums op hoog tempo, vrij en virtuoos. Het plukje jeugd knikt toe. Die blik zie je vaker bij concerten: “Dit is totaal niet hip, maar wel fantastisch. Wat nu?” Natuurlijk waait ook de geest van Holdsworth hier even doorheen. En ineens was er een half uur voorbij, zie ik op mijn horloge. Daarna mondt een bezinnend stukje clean gitaar uit in een bijzondere solo begeleid door geloopte partijen. Het stuk dat daarop volgt had een ballad van Focus kunnen zijn: melodie, rust en timide verlangens. De solo op de fretloze bas komt hier sterk uit de verf. Het gebruik van flageoletten (boventonen) valt op.


John Etheridge krijgt de zaal dan aan het lachen met verhalen over huidige en voormalige bandleden. Het helpt de band zich te legitimeren. Daarnaast blijkt zo dat abstracte jazzrock uit luchtige geesten wordt geboren. Voor de pauze is er dan een overstuurde bassolo, een grommend geluid dat we allen waarderen. Omdat het verder weinig richting heeft, zoek ik alvast maar even de weg naar de bar.

De tweede set begint met de bekendste sectie van Facelift van “Soft Machine 3”. Daarna komt de groep met Kevin Ayers’ Joy of a Toy. Etheridge legt uit dat dit een leuk meezingbaar deuntje heeft, iets wat zelden het geval was bij Soft Machine. Het publiek beaamt dit door even gezellig mee te hummen. Het stuk One Glove, een titel die deze winterse avond op zijn plaats valt, heeft een lekkere riff die naar het vroege King Crimson ruikt. Hierin mag de gitaar ook weer eens in de versnelling, we staan hier echt naar een virtuoos te kijken. Een kleine legende. Dat is de drummer ook, dus staan we even later te luisteren naar een slagwerksolo à la Pierre van der Linden. Erg knap, fijn om even een nieuwe 0.0 te kunnen scoren en blij dat het weer voorbij is. De medley eindigt met de opening van “7” en de gitaarsolo is wederom spektakel. Vierentwintigsten.


Soft Machine kan prima met nieuwe muziek zijn publiek overtuigen, het heeft altijd een hoog gehalte aan improvisatie gehad. Door juist ook wat bekendere stukken naar voren te schuiven weet de band samenhang aan te brengen tussen alle Soft Machines die we ondertussen kennen. Over nieuwe muziek gesproken, ik wil zo tegen het einde eigenlijk wel die nieuwste elpee meenemen. Een ietwat mal Engels mannetje bij de stand legt uit dat ze er gisteren in Dortmund 57 hebben verkocht en dat ze los zijn.

Het Soft Machine van John Etheridge is een succes. Meer dan ik zelf had verwacht, misschien ook meer dan ze zelf hadden verwacht. Geen elpee dan, maar wel een goede avond met overweldigende momenten, psychedelische naweeën, gebalanceerde virtuositeit, grommende bassen en vooral levende, ademende en soms verstikkende muziek. Liefhebbers van het vroege progressieve genre hebben hier écht wat te zoeken. Zo heel anders dan een show van Focus is het geeneens. Een sterke boeking voor Paradox, een prettig zaaltje met uitstekend geluid en een prettige, licht intellectuele sfeer. Je staat dan tussen de oudere muziekliefhebbers, er viel zelfs een grijze dame met een nog jong gezicht flauw, maar zo is nu eenmaal het avondje uit van de 34-jarige progliefhebber.

Foto’s: Friso Woudstra

Anton Corbijn – Squaring the Circle: The Story of Hipgnosis

Het is toch een beetje een sneu beeld: die al wat oudere man die in zijn eentje een matinee voorstelling bezoekt in een piepklein zaaltje van een oude cinema in zijn woonplaats. Ik ging dan ook met enige gêne naar de bioscoop, maar ik bleek gelukkig niet de enige; met mij was nog zo’n tiental diehards afgekomen op de docu-film “Squaring the Circle”. De gêne maakte al snel plaats voor een brede glimlach als de eerste tonen van Pink Floyd de grotendeels zwart-witbeelden begeleidden.

Want “Squaring the Circle: The Story of Hipgnosis”, zoals de volledige titel luidt, is een briljante documentaire van de Nederlandse fotograaf/cineast Anton Corbijn over de opkomst en neergang van het baanbrekende ontwerperscollectief Hipgnosis. Dit is het definitieve verhaal van Storm Thorgerson en Aubrey ‘Po’ Powell, door die laatste met veel details en emotie verteld.

De briljante maar onberekenbare visionair/ontwerper Storm Thorgerson en zijn creatieve kompaan, fotograaf/ontwerper Aubrey Powell, vrienden, zakenpartners en broeders, staan centraal in deze documentaire. De rode lijn is het verhaal van Powell, ‘Po’ voor vrienden en intimi. Aan zijn hand wordt de historie van Hipgnosis uit de doeken gedaan.




Het verhaal begint in 1964, in Cambridge, waar een groep jongeren zich midden in de psychedelische scene bevindt, waaronder een nog jonge Pink Floyd. Er wordt een accuraat beeld geschetst van een periode met uitgebreid drugs- (LSD) en drankgebruik en de wetteloosheid van Londen aan het einde van de jaren 60. Vriendschap met Syd Barrett maar vooral David Gilmour leidt tot een eerste opdracht: het hoesontwerp voor Pink Floyds tweede album uit 1968 “A Saucerful of Secrets”.

Daarna volgt een muzikale reis door de tijd aan de hand van iconische hoezen, terwijl de bijbehorende legendarische muziek uit de luidsprekers knalt. Met een centrale rol voor Pink Floyd, maar ook Paul McCartney en Led Zeppelin ontbreken niet.

Pièce de résistance “The Dark Side of the Moon” van Pink Floyd krijgt vanzelfsprekend een centrale plek in het geheel. Het wereldberoemde hoesontwerp zou het creatieve ontwerperscollectief met raketkracht voortstuwen in de vaart der volkeren. Het komt allemaal aan bod: het geld, de excessen, de drugs, de reizen naar exotische locaties als de Sahara, Hawaï, de Verenigde Staten en de besneeuwde bergtoppen van de Alpen, allemaal voor dat ene ultieme shot.

We worden getrakteerd op prachtige zwart-witbeelden van de gebeeldhouwde en verweerde koppen van achtereenvolgens Roger Waters, David Gilmour, Jimmy Page, Robert Plant, Peter Gabriel en Paul McCartney, bijna zoals Corbijns fotografie. Ook Graham Gouldman (10CC) en Roger Dean (ontwerper van hoezen van onder andere Yes, Uriah Heep en Asia) komen uitgebreid aan het woord. Evenals archiefbeelden van Storm Thorgerson en gesprekken met illustrators George Hardie, Richard Evans en Richard Manning en derde zakenpartner Peter Christopherson.

Hipgnosis bestond maar betrekkelijk kort, tussen 1968 en 1983, daarna was het einde verhaal, mede als gevolg van de opkomst van de punk; er was simpelweg geld noch interesse in peperdure hoezen van ontwerpers die gelinkt waren aan de uitstervende ‘dinosaurussen’, zoals de grote bands uit die tijd werden genoemd. De breuk van Po en Storm loopt enigszins parallel aan de breuk tussen Waters en Gilmour, in beide gevallen een scheiding van uitzonderlijk creatieve geesten.

Er is emotie op het gezicht van Pink Floyd-drummer Nick Mason bij het overbekende verhaal over Syd Barrett die plotsklaps verscheen bij de opnames van Wish You Were Here van het gelijknamige album. Tranen ook bij Powell als de definitieve breuk tussen hem en Thorgerson ter sprake komt, waarna er twaalf jaar geen contact meer zou zijn tussen beide voormalige boezemvrienden. Storm Thorgerson overleed in 2013 op 69-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

De verhalen zijn grotendeels bekend, maar ditmaal opgetekend uit de mond van de hoofdrolspelers maakt het extra interessant. Dat laatste geldt ook voor de unieke beelden van het opblaasbare varken boven Battersea Power Station en de oude studio aan Denmark Street in Londen. Oasis-gitarist/zanger Noel Gallagher raakt de kern met zijn uitspraak dat hoesontwerpen de kunst voor de armen zijn (‘artwork is the poor man’s art collection’).

Ik heb me uitstekend vermaakt, er is niets om gegeneerd over te zijn, integendeel: voor iedereen die de muziek uit de jaren 70 een warm hart toedraagt is dit een absolute must. Blij dat ik me over de oorspronkelijke schaamte heen heb gezet, knoop ik mijn jas dicht, zet mijn muts op en doe mijn handschoenen aan om de vrieskou te overwinnen. Dit was een in alle opzichten welbestede middag.

Want zeg nou zelf: wat is er mooier om op een koude dag in november in het pluche van een klein theater naar beelden van je favoriete artiesten te kijken en ondertussen te genieten van legendarische muziek?

The Flower Kings, zaterdag 28 oktober 2023, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Het is nog niet zo lang geleden dat ik de The Flower Kings (TFK) voor het laatst zag optreden. Om precies te zijn op 13 mei 2023 in de Cacaofabriek in Helmond, als onderdeel van een korte serie aan speciale optredens. De band was nog bezig met de opnames van een nieuw studioalbum en nog niet helemaal de geoliede machine die het kan zijn. Hoe anders waren de omstandigheden nu, pakweg vijf maanden later. Na dat speciale optreden op die zonovergoten middag in mei is er nu een heel ander soort show. Niet alleen de omstandigheden zijn anders, het is een koude oktoberavond en de regen komt met bakken uit de hemel, ook de bezetting, de setlist en de sfeer zijn anders.

Toetsenist Lalle Larson vervangt deze tour Daniel Lantz, over de Amerikaan Zack Kamins praat niemand meer. Een absolute versterking, deze Zweedse ras-muzikant met onder andere Karmakanic op zijn palmares. Op de setlist is plaats gemaakt voor een drietal stukken van het nieuwe album “Look At You Now”, nog maar twee maanden geleden uitgebracht. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Ook de belangstelling is anders, beter welteverstaan. Naar schatting ruim 400 bezoekers, voornamelijk mannen, hebben de koude nacht getrotseerd om hun favoriete bandje van dichtbij te aanschouwen. Dat komt de sfeer en vooral de publieke interactie ten goede.

De band opent de show om half negen exact met de reggaetonen van Ghost of the Red Cloud van het album “Stardust We Are” (1997). Roine Stolt demonstreert zijn veelzijdigheid met een bluesy gitaarsolo, de start is veelbelovend. De daarop volgende medley van “Flower Power” (1999) met Deaf, Numb & Blind / Garden of Dreams, mag een verrassende keuze worden genoemd. Beginner’s Eyes is het eerste nieuwe nummer, er is wat mis met de gitaarversterker van Stolt, niet voor de eerste keer laat de techniek hem in de steek.

Na Church of Your Heart volgt Big Puzzle van het eerste officiële TFK-album “Back in the World of Adventures” (1995). Dit start met een prachtig piano-intro van Larsson en ontwikkelt zich gaandeweg tot het super-symfonische nummer dat het altijd is geweest. Het publiek gaat uit zijn dak. Weer een nummer van het nieuwe album, The Dream, met sublieme gitaar solo van Stolt. Het derde en laatste nieuwe nummer van “Look At You Now”, het uiterst toepasselijke Day for Peace, wordt aangekondigd als een nieuw nummer, short & quiet. Geen Marjana Semkina ditmaal, het publiek moet het doen met de stemmen van Stolt en Hasse Fröberg, niemand klaagt.

What If God Is Alone van “Paradox Hotel” start met wat technische problemen, het gaat gelukkig niet ten koste van de vocale tour de force van Fröberg. Het epische Stardust We Are is het laatste nummer van de reguliere setlist. Stolt’s traditionele openingstonen worden ditmaal op elektrische in plaats van akoestische gitaar gespeeld, inclusief fenomenale pianosolo door Larsson, die zelfs de handen van Stolt op elkaar krijgt. De vocale finale is als altijd voor Fröberg. De heren verlaten kort het podium en keren snel terug voor de toegift van deze avond, Paradox Hotel. De improvisaties van Stolt voorafgaande aan dit nummer bewijzen voor mij nogmaals wat een absolute topgitarist de man is.

Helaas gaat diezelfde Roine Stolt, 67 inmiddels, weer eens gebukt onder irritatie: er is storing in zijn apparatuur, er ontstaat een discussie met de stagemedewerker, hij maakt kleine foutjes, er volgt een ongeduldig “Are we ready yet?” naar zijn medemuzikanten. Zelfs tijdens de toegift blijft hij nog rommelen met versterker en effectpedalen. Het blijft een bijzondere, de TFK-voorman: weinig contact met het publiek, een wat stijve, afstandelijke houding. Ik zie inmiddels een patroon ontstaan met een nukkige geïrriteerde houding als er iets niet in orde is. Is de set-up te complex, ligt de lat simpelweg te hoog? Ik weet het niet, maar het helpt niet om een warme band met de zonder enige twijfel meest virtuoze en oorspronkelijke muzikant op het podium te krijgen. Hoogstens respect en bewondering, maar geen warme gevoelens.

Dat ligt heel anders bij Hasse Fröberg, de ultieme publiekspeler, sterk in het uitvergroten van elke zang-/gitaarbeweging, inclusief typische rockstar pose. Maar hij is wel in het bezit van die knuffelfactor, zo node gemist bij collega Stolt. Maar voor mij is de echte ster van de avond toch Lalle Larsson. Een échte toetsenist met een rijk geluid, zowel virtuoos als een prettige podiumpersoonlijkheid. Een topper, houden die man, zou ik zeggen. Mirko De Maio is een solide drummer en Michael Stolt vooral een rustige bassist op de achtergrond. De jongere broer van Roine wordt binnenkort 60.

Het optreden is heel anders dan in Helmond, aanmerkelijk beter, niet zo gek ook: de show in Hamburg een dag later betekent het einde van de tour na 23 optredens door heel Europa, samen optrekken en spelen werpen duidelijk hun vruchten af.  Er zijn magische momenten, de vergelijking met Yes dringt zich weer eens op; de gitaar, de zang, de lange epische nummers vanzelfsprekend en de vele tempo- en stemmingswijzigingen doen de rest. De harmonieuze samenzang, soms zelfs driestemmig, maar met name de momenten waarop Larsson en Stolt duelleren, plus de unisono gitaarduetten van Fröberg en Stolt, behoren tot de absolute hoogtepunten van de avond.

Het geluid is prima deze avond, zoals ook vanuit de zaal werd opgemerkt richting de tobbende Stolt, de lichtshow is zelfs excellent. Een uitstekend en memorabel concert, vooral door Larsson en de setlist; de nieuwe nummers zijn korter en passen mede daardoor prima tussen de langere, oude nummers. Hopelijk krijgen de bloemenkoningen op niet te lange termijn een herkansing, bij voorkeur zonder storende techniek en mopperende voorman.

Sylvan & RPWL 27 oktober 2023, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Foto’s: Richard Winkel

Onderweg naar De Boerderij vroeg ik me af hoe lang het geleden was dat ik Sylvan daar voor het laatst aan het werk had gezien. Zanger Marco Glühmann gaf al snel zelf het antwoord: 11 jaar geleden. Dat was ten tijde van het album “Sceneries”. In 2015 kwam toen “Home” uit en zes jaar later het behoorlijk briljante laatste album “One To Zero”. Deze avond was een dubbel headliner concert met hun landgenoten RPWL.

Sylvan mocht de aftrap verzorgen. Ik had gehoopt op een integrale versie van dat laatste werk, maar dat zat er niet in. We kregen gelukkig wel de mooiste nummers van dat album te horen: Encoded at Heart, Trust In Yourself, Part Of Me en Go Viral. Met het eerstgenoemde als hoogtepunt van het hele optreden.

Je kunt de muziek van Sylvan in een aantal categorieën stoppen. Je hebt de melodieuze kant met albums als “Artificial Paradise”, “Presets”, “One To Zero” en instant klassieker “Posthumous Silence”. Dan heb je ook de albums waarin ze qua intensiteit en lengte meer over de top gaan. Denk aan “X-Rayed”, “Home”, “Sceneries” en absoluut dieptepunt “Force Of Gravity”. Die laatste zijn de albums waarin Glühmann zich vooral van zijn Faith No More-achtige semi-agressieve kant laat zien. Een kant die ik vooral als een trucje bestempel. Een trucje waarbij hij het maximale van zijn stem vergt. Een stem die dat niet anderhalf uur aankan.

Op deze avond lag de nadruk van de setlist op de hierboven als laatste genoemde categorie. Dat is vooral in het begin razend knap, maar gaat na een paar nummers ook tegenstaan. Daarbij moet de zanger vaak veel tekst verstouwen die je amper kunt verstaan. Dieptepunt daarin vormde het  nummer King Of Porn, dat sowieso bar weinig structuur heeft en zodanig intens is dat het allemaal snel gaat tegenstaan. De origineel bedachte, maar veel te drukke animaties versterkten dat gevoel. In die zin zat er geen balans in de setlist en leken de gekozen nummers te veel op elkaar. Heel tof dat de laatste twee nummers van “Posthumous Silence” kwamen, maar toen was de stem van Glühmann al zodanig op, dat er heel wat missers in zaten.

Muzikaal zat het verder goed in elkaar, met een hoofdrol voor bassist Sebastiaan Harnack. Wat een geweldenaar is dat! Ik heb dan wel wat punten van kritiek, maar daar leek het publiek geen last van te hebben. De band ontving steeds een ovationeel applaus en de zeer goed gevulde Boerderij heeft deze band overduidelijk in het hart gesloten.

Om 22:30 uur was het de beurt aan de heren van RPWL. Het was de laatste show in het kader van het laatste album “Crime Scene” en daarom werd het album integraal gespeeld. Het geluid moest even op gang komen, zo was de gitaar van Kalle Wallner in het begin niet best te horen, maar dat keerde al snel ten goede. De band had ook twee achtergrondzangeressen meegenomen. Mede dankzij hen was de opener Victim Of Desire meteen een voltreffer.

Een podiumdier zal Yogi Lang nooit worden, maar hij houdt zich prima staande. De praatjes tussendoor zijn nog altijd niet zijn sterkste kant, maar vocaal gezien kent hij zijn grenzen en laveert daar prima binnen. De lange bassist Markus Grützner heeft het overduidelijk naar zijn zin op het podium en is zeker geen standaard bassist. Fijn als een bassist buiten de kaders durft te treden en avontuurlijk durft te spelen. Luister wat dat betreft alleen maar naar King Of The World en je weet wat ik bedoel.

RWPL is op zijn sterkst als ze een verhaal kunnen vertellen. En als er dan ook nog eens een zalig refrein aan verbonden is, is het volop genieten. Wat dat betreft staken Red Rose en A Cold Spring Day In ’22 er positief bovenuit. Maar ook de op en top proggy stukken King Of The World en Another Life Beyond Control stonden als een huis.

De achtergrondzangeressen voegden echt iets toe als ze hun eigen zanglijnen en ah’s en oh’s hadden. De stukken waarin ze met Yogi Lang meezongen kwamen veel minder goed uit de verf. Dan werd de zang te druk en werd het teveel een muur van geluid. Wat dat betreft zou RPWL in de leer mogen bij Solstice, waarbij de achtergrondzangeressen een enorme meerwaarde vormen.

Na het spelen van “Crime Scene” was er nog tijd over voor ouder werk met als hoogtepunt Hole In The Sky. Na het min of meer verplichte, maar altijd goede, Roses kwam er een einde aan een ietwat wisselvallig Duits avondje.

An Extraordinary Life: Celebrating The Music of John Wetton, 3 augustus 2023

Foto’s: Peter Viney’s Blog, Louder, The Prog Report

Op 3 augustus 2023 vond in Trading Boundaries, Sheffield, een herdenkingsconcert voor John Wetton plaats onder de titel “An Extraordinary Life”. Deze iconische componist/zanger/bassist overleed in 2017 aan de gevolgen van darmkanker. Tijdens zijn leven maakte hij onder andere deel uit van bands als Family, King Crimson, Roxy Music, Uriah Heep, U.K., Wishbone Ash, Asia en Icon en hij had daarnaast ook nog een respectabele solocarrière.


In de concertlocatie was maar beperkt ruimte voor publiek, maar iedereen kon het concert volgen via een betaalde stream. De opbrengst hiervan ging rechtstreeks naar het MacMillan Cancer Centre in London waar Wetton tijdens zijn laatste dagen werd verzorgd. De stream zou in eerste instantie een week beschikbaar blijven, dat werd later op veler verzoek twee weken en uiteindelijk een maand.
De timing van dit concert was goed uitgekiend. Vrijwel tegelijkertijd met het concert verscheen het boek en een boxset met dezelfde titel.


Gastheer was Jerry Ewing, redacteur van het bekende ‘Prog Magazine’. Het hart van dit concert werd gevormd door de leerlingen van de Paul Green Rock Academy (PGRA), dezelfde leerlingen die enkele weken daarvoor furore maakten in Europa door de concerten met Jon Anderson van een energieke Yes-backing te voorzien. De leerlingen van Paul Green traden zo’n vijftien jaar geleden al diverse malen met John Wetton op en de zanger hield in de daaropvolgende jaren regelmatig contact met hen.
De Paul Green Rock Academy begeleidde diverse deelnemende artiesten maar deed ook een aantal nummers zelf, waaronder een fraaie versie van Book Of Saturday en een vlammende uitvoering van Fracture, beide King Crimson-tracks.

De toehoorders werden opgewarmd door Rick Wakeman met zijn gebruikelijke humor en een pianoversie van Life On Mars en Eleanor Rigby. Wakeman vertelde nog dat hij en Wetton ooit samen een band wilden beginnen, een band die er helaas nooit is gekomen. Voor veel insiders is dit wel een bekend verhaal. Als ik me niet vergis, zou Bill Bruford daar destijds ook bij betrokken zijn geweest.

Daarna was het de beurt aan de PGRA, die samen met David Cross (voormalig King Crimson-lid) Easy Money en Exiles speelden. Na een wat onwennige start waren de vrouwelijke vocalen van de PGRA dik in orde en konden we genieten van een fraaie improvisatie van David Cross op de viool. Exiles werd door Cross van een schitterend intro voorzien. Het was ook mooi om de interactie tussen Cross en de drummer van de PGRA gade te slaan. Voor de zangeres viel het niet mee om de toon te houden met dat vreemde tegenspel van Cross.


Na de sterke PGRA-vertolkingen van Book Of Saturday en Fracture, voegde Mel Collins zich bij dit gezelschap voor een intense uitvoering van Fallen Angel, dat hij met fraai saxspel opluisterde. Voor Red werd Collins vervangen door gitarist David Kilminster, die ooit in de begeleidingsband van Wetton speelde. Hij speelde een lekkere felle versie van deze King Crimson-klassieker. Jammer dat de cello niet helemaal zuiver was.
De PGRA bleef nog even bij dat iconische album van King Crimson met One More Red Nightmare, wat een uitdaging was voor de vocalist. De saxofonist leverde daarentegen een sublieme solo af.


Na een intermezzo van Roger Dean die kort vertelde over de wens van Wetton dat het logo en hoesontwerp voor Asia duidelijk moest afwijken van het werk dat Dean voor Yes had gemaakt, was het tijd voor wat U.K.-materiaal. John Mitchell (zang) en Martin Orford (toetsen) voerden samen met de PGRA In The Dead Of Night uit. Mitchell stond er een beetje onwennig bij, zonder gitaar in zijn hand. De zanglijnen waren ook wel erg hoog voor hem. Daarna speelde en zong Martin Orford in zijn uppie Rendez-Vouz 6.02. Een sympathiek gebaar, maar Orford is helaas geen leadzanger.


Na een aantal videoboodschappen van Steve Howe, Carl Palmer en Martin Turner (Wishbone Ash) verschenen Steve Hackett en Harry Whitley op het podium om samen met de PGRA All Along The Watchtower uit te voeren, een song die in een studio-uitvoering voorkomt op “The Tokyo Tapes” van Hackett & Wetton. Whitley is een sterke Wetton-vertolker die vooral bekend is van YouTube. Hackett had er duidelijk zin in en was erg goed op dreef.

Daarna ging Hackett verder met Afterglow. De dames van de PGRA hadden hier helaas toch wel wat moeite met de meerstemmigheid. Na afloop sprak Hackett nog een aantal mooie woorden over Wetton.
De PGRA vervolgde met Woman van het soloalbum “Caught In The Crossfire”  van John Wetton. Ook hier wat onzekerheden in de leadzang, terwijl de koortjes uitstekend waren.


Mitchell en Orford keerden terug voor een mooie emotionele versie van Battle Lines, de titeltrack van dat andere solo-album van Wetton. Mitchell was hier vocaal goed op dreef en Orford voegde af en toe een mooie tweede stem toe.


Daarna verschenen Roger Chapman, Jim Cregan en Lauri Wisefield met de PGRA op het podium voor twee nummers uit de Family-catalogus, Burlesque en My Friend The Sun. In vergelijking met al het proggy materiaal tot dan toe hoorden we hier twee ‘gewone’ rocksongs, waarbij opviel dat er de nodige sleet zit op de stem van Chapman. Een man zonder ook maar enige sleet op de stem is Chris Braide, die samen met Geoff Downes de Downes Braide Association vormt. Op deze avond brachten zij een prachtige ode aan John Wetton met The Smile Has Left Your Eyes.


Vervolgens was het tijd voor de verrassing van de avond toen de PGRA tezamen met Phil Manzanera, Guy Pratt, Chris Difford en… jawel, Bill Bruford op het podium verschenen voor het bekende Let’s Stick Together. Het plezier was van het gezicht van Bruford, die al jaren met drumpensioen is, af te lezen.


De PGRA ging vervolgens verder met Ride Easy en Voice Of America van Asia. Er waren wat probleempjes met de geluidsafstelling, waardoor de band een beetje als Asia-light klonk, en de zanglijn van Voice Of America was erg laag voor de dames van PGRA.


Daarna werd het wat druk op het podium met Harry Whitley, Geoff Downes, John Mitchell, Billy Sherwood, Martin Orford, Annie Haslam en Jay Schellen. Deze samenstelling speelde In The End van Icon, het latere samenwerkingsverband van Wetton en Downes. Een mooie uitvoering, al moet gezegd dat de stem van Annie Haslam wel erg fragiel is geworden.

Zonder Orford en Haslam ging het gezelschap verder met sterke uitvoeringen van Rubicon (ook van Icon), Only Time Will Tell, My Own Time, An Extraordinary Life en Sole Survivor van Asia. Whitley toonde zich hier een sterke Wetton-vertolker en Mitchell gooide er een paar heerlijke solo’s uit.


Na een kort dankwoord van Wetton’s zoon Dylan verscheen er een gemêleerd King Crimson-gezelschap op het podium met Cross, Collins, Kilminster en Jakko Jaksyk en wat hulp van de PGRA voor een erg mooie versie van Starless, iets waar Wetton zelf ongetwijfeld van genoten zou hebben. Daarna was het tijd voor de Asia line-up (Schellen, Sherwood, Downess, Whitley) met ondersteuning van een aantal vocalisten van de PGRA voor Heat Of The Moment, een waardige afsluiter van dit gedenkwaardige concert.


De organisatie verdient een pluim om een zo groot aantal musici van diverse pluimage in een dergelijke ongedwongen sfeer bij elkaar te krijgen om hun eer aan een van de groten van de progrock te bewijzen. Het aanwezige publiek wist alle optredens dan ook met enthousiasme te begroeten.

Daarnaast verdienen de leerlingen van de PGRA ook een groot compliment. Zij moesten zich, aansluitend aan de Jon Anderson-tour, een groot aantal nummers uit de carrière van John Wetton eigen maken. Ondanks een paar schoonheidsfoutjes hebben ze dat uitstekend gedaan.

Bij de stream was nog een extra Youtube-video uit 2022 toegevoegd met Robert Fripp, de enige constante factor in alle King Crimson-incarnaties. Hij haalt in een programma van David Singleton, naar aanleiding van een vraag uit het publiek, op emotionele wijze herinneringen op aan John Wetton. Hij vertelt daarin hoe ze elkaar ontmoetten, hoe hij Wetton zo ver kreeg dat hij tot King Crimson toetrad en hoe zeer hij Johns stem en vooral basspel bewonderde. Deze video is nog steeds op Youtube te bekijken.

Unitopia, 14 september 2023, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Unitopia is, van oorsprong, een Australische progband die naam maakte door allerlei stijlen in een compositie te proppen: een soort progpop met aansprekende melodieën, symfo, wereldmuziek, jazz, een vleugje metal…
Eigenlijk is de omschrijving ‘die naam maakte’ een beetje overtrokken want hun eerste twee albums brachten de band nog niet veel bekendheid. Dat veranderde spoorslags met het album “Artificial” uit 2010. In dat jaar stond Unitopia, met een volledig Australische line-up, in de Boerderij en liet een verpletterende indruk achter. Hun verrichtingen op die gedenkwaardige avond zijn vastgelegd op het in eigen beheer uitgebrachte “One Night In Europe”.

Na een coveralbum, “Covered Mirror Vol. 1: Smooth as Silk”, besloten bandleiders Trueack en Timms in 2012 ieder hun eigen weg te gaan. Trueack met United Progressive Fraternity en Timms met Southern Empire.
Sinds 2016 werkt het duo weer samen en vanaf 2020 wordt er in een all-star bezetting met John Greenwood (gitaar), Steve Unruh (viool, gitaar, fluiten, percussie), Alfonso Johnson (basgitaar) en Chester Thompson (drums) een nieuw Unitopia-album, “Seven Chambers” opgenomen. De opnames liepen echter diverse malen vertraging op als gevolg van medische problemen van Trueack en Thompson.
Inmiddels is het album af en enkele luisterbeurten op Bandcamp brachten ondergetekende tot de conclusie dat een bezoek aan het concert op 14 september onvermijdelijk is.

Klokslag half negen worden de zes musici enthousiast ontvangen door een, niet uitverkochte, Boerderij. Laten we ervan uitgaan dat de doordeweekse donderdagavond daarbij een rol speelt.
Mark Trueack zit bijna het volledige concert op een stoel, bijna centraal op het podium. Hij wordt links geflankeerd door Greenwood en Don Schiff (die Johnson vervangt) en rechts door Sean Timms en Unruh. Schuin achter Trueack zit maestro Thompson. Eigenlijk staan/zitten er zes maestro’s op het podium. Greenwood is een gitarist met een verfijnde techniek en stijlkennis, zowel op elektrische als akoestische gitaar.
Het is een lust voor het oog om Schiff bezig te zien op de NS/Stick, waarop hij een aparte techniek hanteert. Hij speelt overigens alles vanaf uitgeschreven partituren.
Het toetsenspel van Timms staat als een huis, met name in de orkestrale passages. Ook Unruh trekt veel aandacht met zijn uitgebreide instrumentarium en zijn fysieke beleving van de muziek.
De heldere stem van Trueack tenslotte is immer een genot om naar te luisteren. Hij wordt daarbij regelmatig ondersteund door de koortjes van Greenwood, Timms en Unruh.

In zijn inleiding vermeldt Trueack dat de band blij is om na dertien jaar weer terug te zijn in de ‘Boewdewij, the finest prog-venue in the world.’
Unitopia trapt af met de openingstrack van “Seven Chambers”, Broken Heart. Dit nummer is meteen een mooie staalkaart voor het nieuwe album: sterke melodieën, diverse stijlwisselingen (ballad, heavy, jazz, klassiek, wals, wereld) en vooral verfijnd muzikaal vakmanschap. De geluidsman blijkt daarbij een grote fan te zijn van de NS/Stick van Schiff, waardoor het gitaarspel van Greenwood en met name het vioolspel van Unruh regelmatig worden weggedrukt.

Daarna volgt Bittersweet, een ingetogen, zwevende song, gedeeltelijk in 7/8 maat die op tweederde plotseling overgaat in een muzikale speeltuin met hiphop, wereldmuziek en heavy rock, gelardeerd met een opsomming van allerlei zoete lekkernijen. Bizar, maar knap gespeeld. Hetzelfde geldt voor Something Invisible. Een jazzy song die halverwege een klassiek intermezzo krijgt, eerst op akoestische gitaar, waarna de hele band zich ermee bemoeit. De vloeiende jazzy loopjes van Johnson op de cd klinken hier in de uitvoering van Schiff wel een beetje hoekig.

Greenwood, die jarenlang directeur van een brandwondencentrum in een ziekenhuis in Adelaide is geweest, vertelt over een ervaring met een patiënt die een beroerte had gehad en als gevolg daarvan niet meer kon communiceren. De angst die hij in de ogen van deze man zag heeft hem geïnspireerd tot het schrijven van The Stroke of Midnight, de vijfde track van het nieuwe album. In de intro horen we de ziekenhuisgeluiden. Wat volgt is een emotionele vertolking door Trueack, gezongen vanuit de belevenissen van de patiënt.

   

Het volgende nummer kondigt Trueack aan als Mania, wat volgens hem en Unruh ‘zwaar’ is en moeilijk te spelen. Mania is gebaseerd op een eenvoudige gitaarriff met opnieuw sterke zang van Trueack. Na een fraaie gitaarsolo met virtuoze unisono loopjes krijgt het nummer een andere wending om uiteindelijk in een King Crimson/Flower Kings-gekte met opnieuw virtuoze loopjes uit te monden. Mania eindigt abrupt met de slotkreet van Trueack: “I’m Flying!”

Over het algemeen is de podiumpresentatie vrij statisch. Alle muzikanten blijven gekluisterd aan hun plek/stoel en alleen Unruh legt met zijn fysieke spel en mimiek meer beleving aan de dag. Het spel van Thompson is uitmuntend maar aan zijn rek- en buigoefeningen tussen de nummers door is te zien dat hij nog enig ongemak ondervindt van zijn val een paar weken geleden.
Op een scherm achter de muzikanten worden veel fraaie videoprojecties, vaak in pastelachtige kleuren, getoond.

 

De eerste set eindigt met de slottrack van “Seven Chambers”, The Uncertain. Een ware epic die opent met een prachtige melodie, gezongen door Trueack, begeleid door Unruh op gitaar. De koortjes toveren een glimlach op menig mond en geven een Beach Boys/Beatles-achtige vibe. Maar niets is zeker in deze compositie. Hardrock riffs, Arabische invloeden, psychedelica, parlando door Unruh met gevoel voor dramatiek, vioolsolo, berusting, gelukzaligheid, inheemse ritmes en fluiten, Beach Boys-koortjes, virtuoze gitaarsolo, ontketende band, openingsmelodie in volle glorie, passeren allemaal met de nodige kippenvelmomenten de revue. Wat een weergaloze afsluiting voor de pauze. Het publiek weet het ten volle te waarderen.

Na de pauze studeert Trueack eerst het refrein van Tesla in met het publiek: “We are, we are, all parts of the whole…”. Wanneer we het refrein naar zijn tevredenheid meezingen, zet de band deze publieksfavoriet in. Een gloedvolle uitvoering volgt met die heerlijke toetsen van Timms en een fraaie vioolsolo van Unruh. En in het funky slotdeel zingt het publiek natuurlijk uit volle borst mee.

Terug naar de epics. The Garden, met alle muzikale ingrediënten waar Unitopia bekend mee geworden is, wordt erg fraai uitgevoerd, en ook in de slotbombast blijft Trueack vocaal overeind. Maar juist dat deel blijft natuurlijk wel een schaamteloze Genesis-kloon. Wat mij betreft had de band hier de track Helen, ook van epische proporties, van het laatste album mogen spelen.
Onder luid applaus verlaat de band het podium om na enige tijd toch nog terug te keren voor de toegift in de vorm van The Great Reward van het album “Artificial”. Dit nummer is een waardige afsluiter van een opnieuw gedenkwaardig concert van Unitopia, dertien jaar na het vorige.

Laten we hopen dat Unitopia er de volgende keer niet zo lang meer over doet om de weg naar Zoetermeer te vinden. Zeker wanneer we de leeftijd van Trueack en Thompson, en de medische issues die ze de laatste tijd hebben gehad, in beschouwing nemen.

 

 

Send this to a friend