Na een afwezigheid van drie jaar verscheen het Britse progrock kwartet Lifesigns weer eens op een Nederlands podium. Ook ditmaal was gekozen voor de Zoetermeerse progtempel Boerderij, waar ook de opnames plaatsvonden voor het meest recente livealbum van Lifesigns, “Live in the Netherlands” uit 2023. Het optreden maakte deel uit van een mini-tournee door Zwitserland, Duitsland en Nederland (Uden, Enschede) en was georganiseerd door voormalig Boerderij-directeur Arie Verstegen. De band was er blij mee; het is alweer ruim vijf jaar geleden dat er nieuw studiowerk verscheen, “Altitude”. Zonder nieuw materiaal is het noodzakelijk om elk jaar weer vrijwel het zelfde repertoire af te draaien. Dit keer zou dat iets anders verlopen, maar daarover later meer. Ik schrijf wel Brits maar naast oprichter/zanger/toetsenist John Young en oudgedienden Jon Poole op bas en zang en Dave Bainbridge op gitaar, toetsen en zang was daar ook een oude bekende te ontdekken: de Nederlandse drummer Frank van Essen (Iona) had het krukje overgenomen van Zoltán Csörsz.
Even over half negen betrad de band onopvallend het podium, de zaalmuziek draaide nog volop. Na een korte welkomstgroet wordt er direct ingezet met N van “Cardington” waarna Gregarious klinkt. Young noemt het veertien jaar oude nummer met zijn aanklacht tegen fake nieuws ‘profetisch’. Dan is er plotseling ook nog iets nieuws onder de zon: het nummer Childhood’s End blijkt een nieuwe/oude song met inventieve basloopjes, pianospel, een heerlijke gitaarsolo en diverse tempowisselingen. Alles in de beste Lifesigns-traditie en voorafgegaan door een anekdote over de beginperiode van de band. Ook After All is een oud nummer in een nieuw jasje, de ballade gaat onder meer over hen die ons ontvielen, zoals Young’s broer Tom en voormalig kameraad en progicoon John Wetton, voor wie hij het nummer ooit schreef.
At The End Of The World is een muzikaal hoogtepunt, er wordt enthousiast meegeklapt tijdens het melodieuze nummer over de chaos in de wereld, en wordt afgesloten door een van Bainbridge’s gitaarsolo’s. Met de hilarische anekdote over de overbezette dames(!)toiletten tijdens een optreden kreeg Young de lachers op zijn hand, Impossible wordt aangekondigd als een klein hitje in vooral de regio Enschede. Dan is het pauze, de band verlaat na een klein uur spelen voor twintig minuten het podium.
Na de pauze wordt Altitude aangekondigd als een oorspronkelijk kort nummer over licht en ruimte, wat uiteindelijk iets langer, bijna een kwartier, zou uitvallen. De viool van Frank van Essen en de slide gitaar van Dave Bainbridge zijn hoogtepunten tijdens dit topnummer met zijn majestueuze einde. Een lang en vurig applaus is de terechte beloning.
Met het melancholieke begin en de overgang naar swingende progrock bleek Ivory Tower, met als thema de liefde, geen grote favoriet bij het overwegend mannelijke Zwitserse publiek enkele dagen daarvoor. Althans, volgens Young. Shoreline wordt voorafgegaan door een verhaaltje over de ‘onbekende en onbegrepen’ muziek, een aanklacht tegen de muziekindustrie in het algemeen en de BBC in het bijzonder. Een technisch probleem openbaart zich bij de start van Fortitude, het geluid wordt daarna vreemd genoeg merkbaar slechter. Het laatste nummer van de officiële setlist is het schitterende Last One Home, het emotionele verhaal over zeelui die de storm trotseren. De lyrische gitaarsolo van Bainbridge behoort tot zijn beste werk van de avond, de titel wordt luidkeels meegezongen door vrijwel alle aanwezigen.
Het atypische instrumentale Kings is daarna de obligate toegift, de luidruchtige punkprog is niet echt mijn ding en doet afbreuk aan de melodieuze symfonische rock van daarvoor. Maar ja, wie ben ik? Het publiek beloont de band met een verdiend open doekje, wat dankbaar in ontvangst wordt genomen.
Zoals ook bij eerdere concerten stal Dave Bainbridge (Iona, Strawbs, Celestial Fire) de show met zijn fantastische gitaarspel. Dit ondanks het feit dat zijn gitaar niet bijzonder goed in de mix was te horen. Bovendien klonk zijn instrument wat mat, het geluid klonk als geknepen. Heel af en toe had de zaalmixer het bij het juiste eind, als de Engelsman over zijn effectenapparatuur heen stapte om zich even naast Young vooraan op het podium te melden. Het overall geluid was deze avond sowieso niet top, dit heb ik wel eens beter meegemaakt bij Lifesigns. Naar verluidt had de band zijn eigen geluidsman meegenomen en dat kwam de sound niet ten goede. Wanneer leren die bands het nou eens: maak (ook) gebruik van de lokale geluidsman, die kent de akoestiek van de zaal het beste. Spock’s Beard was daar enkele weken geleden nog het beste (lees: slechtste) voorbeeld van.
Maar er viel ook weer veel te genieten: de driestemmige zang, de machtige klappen van meesterdrummer Frank van Essen, de springerige podiumpresentatie van Jon Poole en de geweldige ‘old skool’ toetsenpartijen en vooral zang van leider John Young. De man heeft absoluut de gunfactor met zijn zachte, vriendelijke uitstraling en typisch Britse humor.
Na zo’n twee uur zit het erop, het publiek keert tevreden huiswaarts. Nu is het wachten op een nieuw studioalbum van Lifesigns. Je kunt niet oneindig blijven teren op muziek die ruim een decennium eerder het levenslicht zag, op termijn kost je dat fans. Zoals dat helaas zondagavond te aanschouwen was: slechts naar schatting een kleine 150 diehards hadden de weg naar Zoetermeer gevonden. Hopelijk keren de afvalligen weer terug als dat nieuwe album wordt uitgebracht.
Het Amerikaanse progkwintet Spock’s Beard maakte weer eens zijn opwachting in de Boerderij, na een afwezigheid van acht jaar. De laatste keer betrof een duo-optreden met de Zweedse Flower Kings. Met het splinternieuwe, goed ontvangen studioalbum “The Archaeoptimist” onder hun arm/in hun bagage en met een aantal optredens in de VS zojuist afgerond, zou je toch zeggen dat de heren met een goed gevoel en volop zelfvertrouwen naar Europa waren afgereisd. De vorige avond hadden ze de Europese tour al afgetrapt in Uden, nu was het de beurt aan Zoetermeer. Ik was dan ook vol verwachting op een koude, donkere zaterdagavond van huis vertrokken richting Neerlands progtempel nummer een, in de hoop op een hernieuwde kennismaking met de groep die in 1992 door de broers Neal en Alan Morse werd opgericht. De bezetting is al sinds jaar en dag dezelfde met één uitzondering: de jonge drummer Nick Potters heeft Jimmy Keegan vervangen achter het drumstel. Hij zal bovendien de achtergrondzang verzorgen, zoals een illustere voorganger dat ook ooit deed. Het ervaren team van John Vis (Mystery, Kayak, Unitopia) zal deze avond opnames maken voor een later te verschijnen DVD.
Wat een heerlijke verrassing: het epische At the End of the Day van “V” (2000) is de opener van de set van de Amerikanen. Dit is mijn favoriete nummer van de band en mijn (verlate) kennismaking met hen. Het rammelt nog wel een beetje, er worden regelmatig foutjes gemaakt, maar de energie spat ervan af. Ruim een kwartier lang prog van de bovenste plank, dat is een goed begin. Het geluid staat echter veel te hard, drums en bas zijn te prominent in de mix, en de zang van Ted Leonard is matig.
The Beard zal deze avond vier nummers van het nieuwe album spelen. Invisible krijgt helaas een valse start mee en moet opnieuw ingestart worden, inclusief video etc. Het gitaarduet tussen Morse en Leonard maakt veel goed. Crack the Big Sky begint met het basintro van Dave Meros, maar verandert al snel in een geluidsbrij. Ligt het nou aan mij? Weer een nieuw nummer, Electric Monk. Het unisono gitaarduet is wederom een reddende engel. Ik besluit mijn plekje voor het podium, recht voor de PA op te geven en te horen of het elders in de zaal beter toeven is.
De akoestische interlude van On a Perfect Day van het album “Spock’s Beard” uit 2006 kan mijn zere oortjes beter bekoren. Dan volgt het titelnummer van het nieuwe album, The Archaeoptimist. Riemen vast voor twintig–plus minuten melodieuze prog in deze epic met bij vlagen iets betere zang van Leonard. Maar helaas, zelfs het jazzy middenstuk (There she goes) wordt vakkundig om zeep geholpen door de geluidstechnicus achter het mengpaneel in de zaal. Dat laat onverlet dat de band een groot applaus oogst voor dit prima nummer, ere wie ere toekomt.
Walking on the Wind is een ouder nummer van “Beware of Darkness” (1996). Het middeleeuws aandoende thema gevoegd bij de akoestische gitaarpartij van Morse kunnen mij wel bekoren. Ook het laatste nieuwe nummer, Next Step, moet een paar keer opnieuw gestart worden. Tot overmaat van ramp moet Ryo Okumoto net dit moment aanpakken om reclame voor de merchandise te maken, jammer. Het blijkt het laatste nummer van de reguliere set, maar Leonard geeft al bij voorbaat aan dat er nog een aardig staartje volgt.
Dat staartje heet Go the Way You Go en bevat voldoende ruimte voor solospots voor zo ongeveer iedereen inclusief een drumsolo aan het einde (!) en Ryo op draagbare toetsen (keytar). Door dit nummer van debuutalbum “The Light” (1995) op te rekken tot ruim twintig minuten wordt een totale speelduur van twee uur en circa tien minuten bereikt. Dan is de koek op.
Mijn hemel, wat een volume deze avond. Het was veel en veel te hard en bovendien slecht afgesteld, erg onkarakteristiek voor de Boerderij. Of de man achter de knoppen nou tot de vaste staf van de Boerderij behoorde of dat hij was meegereisd met het Amerikaanse gezelschap blijft onduidelijk. Vooral de zang leed eronder, het was af en toe niet om aan te horen. De enorme dosis galm achter Leonards stem kwam zijn vocale prestatie beslist niet ten goede. Helaas, moet ik zeggen, ik ben namelijk best een fan van de man die de Amerikaanse traditie van goede zangers met een hoog bereik (Journey’s Steve Perry, Kansas’ Steve Walsh, Toto’s Bobby Kimball) voortzet. Maar deze avond was hij beduidend minder bij stem dan normaal. Geforceerd, zou ik bijna zeggen, en soms zelfs vals.
Het totale geluid was, mede door het hoge volume, één grote brij. Alle subtiliteit was in een klap verdwenen. Nee, de echte sterren waren deze avond vooral op de flanken te bewonderen, de oudjes doen het nog prima. Vooral Alan Morse, in zijn glinsterende rode jasje en met zijn afgeragde Strat, stal regelmatig de show met flitsend gitaarwerk. Helaas ging dat gepaard met af en toe regelrecht clownesk gedrag, het is hem vergeven. Ryo Okumoto, gekleed in een lange jas en als altijd getooid met bandana en onafscheidelijke zonnebril, stond als een kat achter zijn twee toetsenborden gekoppeld aan een laptop, en toverde bij tijd en wijle geweldige melodieën uit zijn karige setup.
Ik was tegen het einde van de avond enigszins murw gebeukt door de arenarock in clubformaat. Ruim 400 man/vrouw hebben desondanks een prima avond gehad en hun handen stuk geklapt. Ik hoop voor de band dat men de foutjes en vooral het geluid nog op orde kan krijgen. Anders wordt het nog een behoorlijke opgave om de geplande DVD in een redelijke oplage aan de man te brengen.
Potverdorie, een aanvang van 18.30 uur blijkt voor deze brave huisvader toch te ambitieus op de zondagavond. Ik weet nog net het laatste anderhalve nummer van Klogr mee te pikken in de Amsterdamse Melkweg. Da’s te weinig voor een doorwrochte recensie, maar de zware mix van alternatieve rock en metal met een vleugje prog smaakt naar meer. ‘Zieltjes winnen’ is de hoofdtaak van een opener, en Klogr slaagt glansrijk in die missie. Ik heb “Fractured Realities” uit 2024 sindsdien geregeld geluisterd. En bandleider Gabriele Rustichelli krijgt per direct de award voor ‘Coolest Looking Front Man in Rock’.

De set van de powerprogmetallers rond Tom Englund is vervolgens niet eenvoudig te recenseren. Ik hoor vooral heel veel basgitaar en (bas)drums. De gitaren en toetsen piepen daar heel af en toe tussendoor tijdens de solo’s, maar muzikale details zijn moeilijk te onderscheiden. Ik begrijp later van concertmaatjes dat ik op de verkeerde plek in de zaal heb gestaan, wat tijdens de set van Katatonia bevestigd wordt: als ik onder het balkon vandaan gekropen ben, valt er minder op het geluid aan te merken.
Evergrey biedt wat je tegenwoordig zo’n beetje kunt verwachten: compacte brokjes beukwerk met toegankelijke refreinen. Natuurlijk had ik stiekem gehoopt op een paar liedjes van de klassieke albums uit het begin van deze eeuw, maar dat zit er vanavond niet in. Met een speeltijd van veertig minuten en dus maar zeven nummers ligt de nadruk begrijpelijkerwijze op recente albums. Single OXYGEN! sluit de set af als amuse voor een nieuw album. Op basis van die track hoeft u niet bepaald op grote muzikale koerswijzigingen te rekenen.

Vers bloed Stephen Platt op gitaar (vooralsnog als toerende vervanger voor Henrik Danhage) en drummer Simen Sandnes lijken hun plek binnen de band soepel gevonden te hebben. Sandnes’ enthousiasme is nog net zo aanstekelijk als eerder dit jaar, toen we hem als trommelaar bij TEMIC zagen. Hij laat zich niet tegenhouden door de onhandige positie van het drumstel aan de zijkant van het podium en klimt geregeld op zijn kruk om het publiek op te zwepen.
Evergrey weet inmiddels niet meer de magie van de vroege albums op te roepen, maar levert een degelijke set af, waarbij King of Errors en Falling from the Sun de muzikale hoogtepunten vormen. Ik had half verwacht dat Katatonia-zanger Jonas Renkse zijn gastzang op Cold Dreams ook live zou vertolken, onder het mom “nu we er toch zijn”. Helaas komen zijn smerige ouderwetse grunts van band. Het past wel in het plaatje, want Evergrey leunt vanavond vrij stevig op digitale ondersteuning voor koortjes en achtergrondzang.
Grote Vriendelijke Reus Englund is goed bij stem en blijkt bovendien jarig. Hij ziet zijn vocale prestatie beloond met een welverdiende metalversie van ‘Happy Birthday’, gezongen door een enthousiast publiek. Zijn gortdroge reactie (“At this age, you only celebrate weight loss, not birthdays”) zorgt voor een noviteit: ik heb volgens mij nooit eerder een metalconcert afgesloten met een bulderende lach. Een prima set van de sympathieke Zweden.

Hun landgenoten zetten me vervolgens toch een beetje op het verkeerde been. Ik stapte ooit in bij Katatonia ten tijde van “Tonight’s Decision” (1999) en “Last Fair Deal Gone Down” (2001), toen de band met recht de titel ‘Meesters der Melancholie’ voerden. Natuurlijk had ik wel door dat de band later weer meer opschoof richting een hardere sound, maar eigenlijk realiseer ik me pas tijdens dit concert hoe ontzettend ‘METAL!’ Katatonia anno 2025 (weer) is.
De sfeer van de muziek is nog steeds donker, maar er heerst zeker geen droefgeestige sfeer op het podium en in de zaal. Het verrassend jonge publiek vooraan maakt er een lekker metalfeestje van, en ook op het podium hebben de mannen het uitstekend naar hun zin. Er wordt weliswaar geen polonaise gelopen en zanger Jonas Renkse staat nog net niet met een confettikanon achter de microfoon, maar hij staart ook zeker niet permanent naar zijn schoenen.
Ook de nieuwe gitaartandem van Nico Elgstrand en Sebastian Svalland zorgt voor een frisse dosis energie. Door de gezamenlijk gespeelde riffs doet Katatonia soms zelfs denken aan een klassieke ‘twin guitar band’, en de solo’s worden broederlijk verdeeld. De harmonieuze relatie tussen de mannen die Elgstrand al benoemde in ons interview is zeker zichtbaar.

Zo hamert Katatonia er lekker op los, waardoor de spaarzame rustpunten er uiteindelijk het meest uitspringen: het slepende Wind of No Change van nieuweling “Nightmares as Extensions of the Waking State”, en het bloedstollend mooie Old Heart Falls. Maar meteen daarna knallen we weer door met klassieker July, waarbij de heren zelfs gezellig in een kring op het podium staan te headbangen. De positieve vibe is merkbaar in de zaal. Het was alweer een tijdje geleden dat ik de ochtend na een show wakker werd met een licht stijve nek: we hebben blijkbaar enthousiast meegedaan.
Na zo’n 75 minuten metalplezier nemen we allemaal plichtsgetrouw deel aan het gebruikelijke toneelspelletje voorafgaand aan de toegift, die met enkel allerlaatste beuker Forsaker toch wat karig aanvoelt. We hadden best nog één of twee extra klassiekers willen horen, beste Katatonianen! Dat is natuurlijk ook meteen een compliment voor de geleverde prestatie.
Zo staan we netjes om klokslag 22.00 uur weer op het Leidseplein, en da’s ook wel eens prettig op een zondagavond. Het was een heerlijk avondje hoofdschudden. En voor wie dat nog eens wil herhalen in een iets andere setting: Evergrey heeft zowaar de supportplek bij Iron Maiden gescoord voor een aantal shows in het kader van de aanstaande “Run for Your Lives” tour. De Gothenburgers zijn op 10 juni 2026 alweer te zien in de Ziggo Dome. Tja, als je dan toch als voorprogramma blijft toeren, dan maar bij de oude metalmeesters, toch?
Dank aan Linda Florin voor het beeldmateriaal. Meer foto’s van het concert via haar Instagram & Facebook en die van de bands (Evergrey & Katatonia).
De traditionele Xmas Bash van de Britse neo-prog band IQ is een garantie voor succes. Dat is het al vele jaren, zelfs oprichter/zanger Peter Nicholls kan het aantal malen dat de band in de Zoetermeerse progtempel optrad niet meer exact voor de geest halen. In augustus van dit jaar was IQ nog in dezelfde zaal, als onderdeel van de elfde editie van het Progdreams festival. Tijdens deze show werd het album “Frequency” in zijn geheel gespeeld. Maar deze avond is anders, maar toch ook wel weer hetzelfde als eerdere Bash jaargangen. Begin dit jaar bracht de band nog een nieuw studio-album uit, “Dominion”, daarvan werden deze avond twee stukken gespeeld. Gitarist Mike Holmes wordt vijf minuten voor aanvang van de show nog in de zaal gespot, zich door het publiek naar de podiumentree wurmend. Zou die man geen horloge hebben? Poppodium Boerderij is vrijwel uitverkocht, dat betekent dat zo’n 750 man/vrouw de weg naar Zoetermeer hebben gevonden, velen ongetwijfeld voor de zoveelste keer.

De show begint laat, pas twintig minuten na het aangekondigde aanvangstijdstip komt de band onder luid applaus het podium opge(s)lopen. Openingssong is It All Stops Here, het geluid staat hard, te hard, vooral het volume van de bas is overheersend. Het kerkorgel, de Moog Taurus pedalen en het spookachtige gitaargeluid van Mike Holmes domineren Sacred Sound. Ook Born Brilliant is van “Dark Matter” uit 2003, de band baadt in rood en paars licht, de slidegitaar van Holmes doet de titel eer aan. De titel van Subterranea wordt luidkeels meegezongen door het enthousiaste publiek, de lasershow doet de rest. Leap of faith wordt gevolgd door een introductie van de individuele bandleden. Het solo piano-intro van Neil Durrant tijdens Shallow Bay is ronduit indrukwekkend.
Zanger Peter Nicholls is goed bij stem en is altijd al een prima performer geweest, ditmaal gekleed in een zwart glitterjasje met vuurrode stropdas, een flinke portie zelfspot is hem niet vreemd. Gitarist Mike Holmes steelt echter wederom de show, in een simpel wit shirt lijkt hij meer op een dominee of een aardrijkskundeleraar, maar laat je niet foppen: op het podium verandert hij in een beest op gitaar.
Toetsenist Neil Durant is de tegenpool van beide blikvangers vooraan het podium: totaal niet op de voorgrond tredend en ditmaal zelfs met beide handen zijn toetsenbatterij bespelend. Een ‘full show’ dus, althans volgens Peter Nicholls. Drummer Paul ‘Cookie’ Cook en bassist Tim Esau vormen als altijd de solide backing, zonder veel poespas. Nicholls heeft nog een boodschap voor de trouwe fans: wij blijven naar de Boerderij komen zolang jullie ons blijven steunen. Het wordt met veel instemming en een luid applaus door de aanwezigen begroet.
From The Outside In is de inmiddels bekende vampiersong terwijl Never Land wordt opgedragen aan hen die ons ontvielen. Na een prima versie van het toepasselijke The Wake is het tijd voor iets ‘Kerstigs’ zoals frontman Peter Nicholls het uitdrukt. Een speciale versie van Greg Lake’s I Believe In Father Christmas wordt in kenmerkende IQ stijl uitgevoerd, de gitaar excelleert en de nepsneeuw uit het dak verhoogt de feestvreugde. Far From Here wordt opgedragen aan de zieke lichtman Lol, beterschap gewenst!
Tijdens het eerste deel van het beklemmende The Road of Bones verschijnt gitarist Mike Holmes tussen het publiek, recht voor mijn neus, dansend en lol makend met zijn fans. Hij is gelukkig op tijd terug voor zijn partij. Het melodieuze Closer van “Frequency” en het verplichte Headlong van “The Wake” betekenen na zo’n twee uur spelen het einde van het officiële deel van het optreden.
Maar iedereen die vaker bij de Xmas Bash van de heren is geweest weet dat dit niet het einde van de show betekent, integendeel. De kerstmutsen gaan op de hoofden en Holmes maakt zijn rentree met een paar gigantische witte vleugels waarvan er een dienst weigert. Dat belet de snarenvirtuoos niet om (een deel van) The Last Human Gateway en Ten Million Demons van een gedegen gitaarpartij te voorzien.

De band is professioneel, het geluid is goed, zij het wat te hard, de belichting is fantastisch, de feeststemming zit er goed in, hoewel het in toenemende mate weinig meer met Kerst te maken heeft, een enkel nummer en wat rode mutsjes daargelaten. Ook in voorgaande jaren was deze ontwikkeling al merkbaar. Jammer, want het album “Tales From A Dark Christmas” leent zich prima voor een aantal authentieke IQ kerstliederen. Ditmaal moeten we het dus doen met Greg Lake’s iconische nummer.
Op een drietal videoschermen worden beelden vertoond die bijdragen aan het visualiseren van de vaak sombere en dreigende muziek van het vijftal. Want voor een avond met vrolijke deuntjes moet je niet bij IQ zijn – en dat zijn niet mijn woorden maar die van voorganger Peter Nicholls zelf. Veel van hetzelfde, ook dit jaar weer, zelfs de pauzemuziek klinkt me bekend in de oren, het enthousiaste publiek klaagt niet, integendeel, de bierpomp draait overuren. Na afloop van de geslaagde show wordt de terugweg in stijl aangevangen: door een spookachtige mist rijd ik naar huis. IQ had het niet beter kunnen bedenken.
Ik vind Moon Safari een bijzondere band. Deze Zweden maken complexe en melodieuze prog en combineren dat met een zekere lichtheid en vrolijkheid. De samenzang en de koortjes (met Beach Boys- en Queen-referenties) geven het geluid helemaal iets unieks. Over het laatste album “Himlabacken Vol. 2” heb ik twee jaar geleden een lovende recensie geschreven. Ik wilde dan ook graag deze band live zien. Op zaterdag 22 november was het zo ver in de Boerderij.

Foto’s: Ron Kraaijkamp
De band speelde twee sets. In de eerste set lag de nadruk vooral op het laatste album. Als eerste song werd 198X (Heaven Hill) gespeeld. Het geluid was nog niet helemaal in balans, maar het nummer werd overtuigend gespeeld. Erg fraai vond ik A Kid Called Panic van “Lover’s End”. In deze geweldige song gebeurt zo ontzettend veel. Heel sterk vond ik ook Between The Devil and Me van “Himlabacken Vol. 2”. Het geluid is steviger en dat past Moon Safari goed. Drummer Mikael Israelsson geeft met zijn inventieve en krachtige spel de muziek vaart en groove. Ik was vooraf vooral benieuwd hoe A Lifetime to Learn How to Love en Teen Angel Meets the Apocalypse live uit de verf zouden komen. In deze nummers komt de gevarieerdheid en complexiteit van Moon Safari sterk aan de oppervlakte. De afwisselende zang en samenzang was uitermate goed. De heren hebben allemaal mooie stemmen, maar met name de zang van toetsenist Simon Åkesson was indrukwekkend. De opbouw van de nummers is bovendien heel sterk, en de gitaarsolo’s van Pontus Åkesson zijn erg mooi.

Set 2 begon met het compactere Heartland, gevolgd door het speelse Mega Moon. Van “Blomljud” werd het nummer The Ghost of Flowers Past gespeeld. Dit nummer viel op in de set, het was wat softer en meer klassiek symfonisch. Met Lover’s End Pt. III: Skellefteå Serenade kwam er een eind aan dit concert. Ik vind het een gedurfde keuze om dit stuk van 25 minuten als slot te brengen. En laat ik het erbij zeggen: het is een heel mooi muziekstuk. Maar hoe mooi ook, live wel erg lang. Ik dacht dat ik wel wat gewend was, maar het koste mij wat moeite om mijn aandacht erbij te houden. Ook omdat Moon Safari al langere nummers had gespeeld. Na het applaus kwam de band nog even bij elkaar staan om a-capella Constant Bloom ten gehore te brengen. Deze heren kunnen echt goed zingen!

Kortom, een zeer geslaagd concert maar wel nog met een smetje wat mij betreft. Ik kan het op zich waarderen dat zanger Petter Sandström probeert om een showtje neer te zetten en een connectie met het publiek te maken. Alleen de manier waarop stoort mij wel. Het continue gesmeek om mee te zingen, mee te klappen, en met je telefoon als een aansteker in de lucht te zwaaien; dit alles hoeft van mij niet bij een progconcert. Ik denk dan: dat heeft zo’n jongen toch niet nodig. Het leidt alleen maar af van de muziek. Als je goede muziek maakt, reageert het publiek daar echt wel op en dat was zeker het geval.

Desondanks een zeer overtuigend concert van Moon Safari. Ik heb ervan genoten. Met name van het vakmanschap en de samenzang.
Het zou het laatste Northern Prog Festival worden. Op zaterdag 1 november nog één keer in de Uthof in Siegerswoude. Gelukkig, spoiler alert, komt er een vervolg. Tijdens deze editie liet Sound of Strangers van zich horen, presenteerde Leap Day hun nieuwe cd, maakte Wilson Project de hoge verwachtingen meer dan waar en was Living in Shadows een fijne verrassing.
Om 15.30 uur trapt Sound of Strangers af. De band heeft in Raymond Vermij een nieuwe zanger gevonden. Vermij heeft voor de gelegenheid een gouden jasje aangetrokken en probeert in elk geval iets van een podiumpresentatie neer te zetten. Dat is nodig ook, want verder gebeurt er niet zoveel op het podium. Sound of Strangers maakt toegankelijke neo-prog in de jaren 90 stijl. De heren spelen een mix van nummers van hun debuutalbum “Crossing Borders” uit 2023 en nieuw werk. Om te beweren dat Vermij naast een gouden jasje ook een gouden strot heeft, gaat mij wat te ver. Maar zijn stem past uitstekend bij deze muziek. Gitarist Paul Krempel komt bovendien met een aantal fraaie gitaarsolo’s. Wat mij bevalt is dat de nummers ergens over gaan, of het nu klimaatverandering of het verliezen van onschuld is. De hoogtepunten vind ik Ocean Sky van hun debuutalbum en het nieuwe nummer The Rock. Mooie sfeervolle en afwisselende neo-prog. Een prima optreden derhalve.
Daarna is het de beurt aan Leap Day. De schijnwerpers staan uiteraard op deze band omdat dit hun laatste optreden is op het festival dat zij zelf organiseren. Na terechte bedankjes en applaus begint een sterk en sfeervol optreden. Met deze show wordt hun nieuwe album “When Gravity Wins” gelanceerd. Van dit nieuwe album worden drie nummers gespeeld: het instrumentale Vital Cage, Wrinkles en Falling Star. Met name in Vital Cage laat de band horen waar ze zo goed in zijn: mooie melodieën, sterke overgangen en veel sfeer. Met twee toetsenisten in huis (Gert van Engelenburg en Derk Evert Waalkens) is er genoeg te genieten, maar het meest in het oog (of beter gezegd: oor) springen de geweldige gitaarsolo’s van Eddie Mulder. Een nummer als Falling Star wordt door de solo’s naar grote hoogten gestuwd. In de persoon van Roelof Beeftink heeft Leap Day een nieuwe zanger en hij bevalt mij wel. Hij heeft een krachtigere stem dan zijn voorganger(s), en geeft zo de muziek van Leap Day meer body. Een goed voorbeeld is het nummer Raining van “Treehouse”. Een heel mooi nummer, maar nu met de zang van Beeftink is het overtuigender. Ik heb genoten van ruim een uur Leap Day.
Eerlijk gezegd ben ik vooral voor Wilson Project naar Friesland afgereisd. Deze Italiaanse band verraste mij dit jaar met het uitstekende album “Atto Primo”. Deze jonge Italianen brengen een ode aan de opera en doen dat op een zeer aansprekende manier. Het is natuurlijk altijd afwachten hoe een band het er live vanaf brengt. Gelukkig is Wilson Project met vlag en wimpel geslaagd. Wat mij sowieso aanspreekt is dat deze band goed nadenkt over de performance. Met maskers op en operakleding aan betreedt de band het podium. Tijdens het optreden ligt de nadruk op “Atto Primo”. Een ouverture maakt direct de zeer melodieuze bedoelingen van de band duidelijk. Daarna worden nummers van het album in een wisselende volgorde gespeeld. Voor mij is het hoogtepunt het lange Ragnarok: zwaar symfonisch, mooie opbouw, veel afwisseling en het toetsenwalhalla. Sowieso is toetsentovenaar Andrea Protopapa een enorme blikvanger met zijn expressieve spel en performance. Zangeres Annaliesa Ghiazza steelt helemaal de show. Eenmaal op het podium verandert ze in een sterke frontvrouw met een theatrale uitstraling. De band speelt met Fiori di Plastica een nieuw nummer. Dit, haast dansbare, lied klinkt zeer veelbelovend. Het was voor Wilson Project het eerste optreden buiten Italië, ik ben blij dat ik erbij ben geweest. Wat een bijzondere band! Het is de bedoeling dat er eind volgend jaar een nieuw album is.
Living in Shadows heeft de eer om het festival af te sluiten. Ik kende deze band uit Engeland nog niet. Deze formatie rond zangeres Zoë Gilby en haar man en multi-instrumentalist Andy Champion maakt een zeer interessante blend van prog, pop en jazz. De prog zit ‘m vooral in de structuren, sferen en complexiteit. De pop in de verraderlijk toegankelijke zang van Gilby en met jazzinvloeden krijgt de muziek nog meer cachet en lading. Er zit ook een toefje alternative in. Gilby zit (of eigenlijk: staat) op de praatstoel. Elk liedje heeft een verhaal en Gilby legt dat op een aanstekelijke manier uit. Living in Shadows zet een sound neer die ik nog niet vaak heb gehoord. Tijdens de set wordt vooral werk gespeeld van hun tweede album “Neon Burning”. Het klinkt bovendien als één geheel. De liedjes hebben ook genoeg eigenheid en variatie. Heel mooi vind ik Satellites (over hoe destructief verslavingen zijn) en Page By Page (over de kracht van verhalen). Een zeer aangename verrassing, dit gezelschap uit Engeland. Een band om in de gaten te houden!
En zo was het een uitstekende editie van Northern Prog. Aangekondigd als de laatste editie, maar dat wordt het niet. Want hoewel Leap Day stopt met de organisatie, neemt een nieuwe club het stokje over. Dus ook volgend jaar een Northern Prog Festival, met in elk geval Leap Day als eregast!
Al achttien jaar lang vind in Apeldoorn in November het Brainstorm festival plaats, een festival waar metal bands van verschillende stijlen optreden, van grote namen tot aan kleine, regionale bands. Het festival is ontstaan in 2008 en er worden jaarlijks zo’n 1000 kaarten verkocht, verspreid over twee dagen, de vrijdag en de zaterdag. De organisatoren zijn veelal werkzaam in de metalscene en organiseren concerten, werken voor platenlabels of boekingsbedrijven. De organisatie wil zich niet alleen toespitsen op het organiseren van de concerten, bij elke editie verzorgen ze ook andersoortige evenementen onder het dak van de Gigant. Denk dan aan tentoonstellingen, lezingen, openbare interviews, akoestische optredens en platenmarkten. Zo is er dit jaar een tentoonstelling van Rikkers Gitaarbouw. Alle activiteiten naast de live presentaties van de bands zijn in ieder geval gericht op het brede vlak van metal.
Progwereld kwam eigenlijk voor een drietal bands, die gelukkig voor de dienstdoende recensent alle drie binnen enkele uren optraden. Die bands zijn IOTUNN, Heretoir en Within Silence, waar je als lezer ook recensies van kunt vinden op onze site.
De eerste band die optrad in de middag was het Duitse Heretoir. De bekendheid van de band is vooral te danken aan het meesterbrein David Conrad, alias Eklatanz. De van oorsprong Duitser met karakteristieke dreadlocks is een grote naam binnen de metalwereld en dan specifiek binnen die van de Shoegaze. Het laatste album “Solastalgia” kwam in september van dit jaar uit. Vaste bandleden verder zijn gitarist Matthias Settele en drummer Nils Groth en de band valt onder het genre Atmosferische en melancholische metal.

De band imponeert gelijk vanaf het begin. En waar de vaak volle producties van deze band gelijk een brei van lawaai kan worden, is daar alleen sprake vanaf de eerste twee songs. Dat lijkt een euvel voor alle bands die ik bekeek, want er moet blijkbaar veel worden gedraaid aan het mengpaneel om alles gematigd en evenwichtig uit de speakers te krijgen. De band speelt twee nummers van het nieuwe album, naast vier klassiekers, waaronder de naamgever van de band die op het debuutalbum staat.
Indruk maakt de titelsong van het nieuwe album Solastalgia. Sfeervol en in tegenstelling tot het merendeel op het nieuwe album, rustig(er) en vol met atmosfeer. Sowieso werd er binnen de set een goede verdeling gemaakt tussen heftige en melancholische songs. Conrad verteld tijdens de show dat de bassist en drummer zijn vervangen voor deze set, omdat twee originele (live) bandleden allebei ziek op bed liggen. Bassist van dienst is vandaag Marco Prij van de band Cryptosis en als drummer fungeert Johannes Horas.
Na een korte verbouwingspauze treed Within Silence op, een band die mij wat minder pakt en waar hun laatste cd in de week voor het concert voor het eerst nog is beluisterd. Eerder was Hans Ravensbergen gematigd positief over het album wat dit jaar is uitgekomen; “The Eclipse Of Worlds”. Het genre powermetal is niet helemaal het mijne en dat resulteerde dan ook uit op een lichte verveling tijdens het optreden van deze Slowaakse band. Desondanks heeft Zanger Martin Klein een karaktervolle stem, hoewel hij er ook vaak naast zit op sommige momenten en soms is het zelfs vals. Dat komt misschien ook omdat ook deze band last heeft van de monitoring, verschillende muzikanten gebaren veelvuldig naar het mengpaneel en er wordt regelmatig bijgesteld.
Ondanks deze hordes weet de band een mooie sfeer te creëren en het publiek aan zijn zijde te krijgen. Dat komt natuurlijk dat de muziek van deze band iets stuwends heeft, zeker als je de strijdlustige songs betiteld met Battle Hymn, Final Victory en Road To Paradise. “Samen marsen we op naar de victorie!”

En dan de band waar deze recensent voor is gekomen, de sensatie IOTUNN. Het laatste album van die band eindigde onbetwist op mijn nummer 1 positie van 2024 en wordt nog veel beluisterd. De band is afkomstig van de Faeröer eilanden, behorend tot het koninkrijk van Denemarken en er werden twee albums geproduceerd die beiden imponeerden in de metal–wereld. Kenmerkend is de geweldige zanger van de band Jón Aldará, die tot mijn grote spijt wegens persoonlijke omstandigheden er niet bij is deze tour. Hij wordt vervangen door Morten Bering Bryld en daar ga ik niet over klagen. Hij is in staat om het geluid van Aldará heel dicht te benaderen, minder te spreken ben ik over het geluid van de eerste twee, zelfs drie nummers.
Waar het probleem ligt is mij niet duidelijk, maar de drums staan zo megahard dat veel van de symfonische details verdwijnen. Zowel de basedrums als de snare drums knallen uit de speakers. De basgitaar domineert eveneens, en daar hebben de gitaren van de broers Gräs onder te lijden. Of het komt omdat ik voor in de zaal sta weet ik niet, maar de absolute kwaliteit van deze ingenieuze band verdwijnt als sneeuw voor de zon. Gek genoeg heeft bassist Eskil Rask het meeste problemen met het geluid, de show wordt op de helft van het optreden zelfs enkele seconden onderbroken om het euvel te verhelpen.
Al met al waren het drie prima optredens maar waar één minpuntje centraal staat en dat is de kwaliteit van het geluid. Over de hele linie was dat niet op orde, hoewel achter in de zaal het beter vertoeven was dan vlak voor de buhne. Een detail waar de bands wellicht zelf ook niet heel content mee zijn geweest, ook door de nodige aanpassingen tijdens een show. Niettemin was de organisatie en sfeer op dit festival van topniveau. Een strakke tijdsplanning zonder al te lange pauzes en een brede afwisseling in de geboden waren. Chapeau.

Het was op de kop af zes jaar een zeven dagen geleden dat het Noorse Oak en landgenoot Bjørn Riis een avond het podium deelde in Poppodium Boerderij in Zoetermeer. Toen kwam Oak voor de promotie van “False Memory Archive” en Bjørn Riis voor “A Storm Is Coming”. Inmiddels zijn beide acts alweer twee albums verder.
De zaal was gezellig vol waarbij ook het bovenste deel geopend was. Oak mocht het spits afbijten. De start ging een beetje stroef. Bij drie muzikanten voel je aan dat ze zich op het podium wel op hun gemak voelen, maar bij zanger Simen Valldal Johannessen is dat wel anders. Ik zou wel eens willen weten wat er bij die eerste nummers door zijn hoofd gaat. Zijn gezicht en hele lichaamshouding staat zo strak als een pianosnaar. Ook zijn stem moet duidelijk nog wat opwarmen en vertrouwen winnen.
De band begint met Highest Tower, Deepest Well van het voorlaatste album “Quiet Rebellion Of Compromise”. Een pracht nummer, dat live behoorlijk uitgekleed klinkt. Dat gevoel heb ik bij meer nummers die van de laatste twee albums worden gespeeld. De productie van die nummers is zo gelaagd, rijk en intens dat het live niet te evenaren is. Bij sommige bands komt live de muziek nog meer tot leven, maar bij Oak gebeurt het tegenovergestelde. Nadat London van het laatste album “The Third Sleep” is gespeeld zie je overduidelijk de opluchting bij Simen Valldal Johannessen. Het lijkt wel of hij daarna kilo’s gewicht van zijn schouders heeft afgeworpen.
An passant deelt de band mede dat ze een nieuwe gitarist hebben. Het gaat om Milad Amouzegar van de formatie Dim Gray. Ik ben reuze benieuwd of we zijn invloed terug gaan horen op toekomstige albums, aangezien de gitaar over het algeheel een behoorlijk bescheiden plek inneemt in hun muziek. Wat dat betreft was het jammer dat Shapeshifter niet gespeeld werd, dat is een van de weinige nummers waar een (geweldige) gitaarsolo in zit. Dreamless Sleep kende een uitstekende uitvoering, waarbij de zang erg goed uit de verf kwam. Sterkste nummer van deze setlist was False Memory Archive waarbij je merkt dat ze het al vaak live gespeeld hebben. Na een optreden van 75 minuten volgde er een korte pauze.
Na een veel te lang intro door de speakers beklimt eindelijk Bjørn Riis het podium. Hij wordt bijgestaan door sessiedrummer Arild Brøter (ook te horen op zijn laatste album “Fimbulvinter”) en door Oak leden Simen Valldal Johannessen (toetsen) en bassist Øystein Sootholtet. Er wordt geopend met titelnummer Fimbulvinter. Het nummer blinkt uit in zware gitaariffs en een heerlijke slepende solo. Helaas komen de toetsen, die vooral in het tweede deel een prominente rol hebben, wat minder goed in de mix naar voren.
Er wordt wat gas teruggenomen met het prachtige Icarus (“A Storm Is Coming”) waarbij de invloeden van zijn band Airbag evident zijn. Bij dit nummer neemt Milad Amouzegar de akoestische gitaar voor zijn rekening. Ook The Siren en Where Are You Now zorgen voor mooie, wat meer ingetogen, momenten. The Greatest Show on Earth van Airbag klinkt live een stuk pittiger. Het is vooral drummer Arild Brøter die in positieve zin opvalt. Hij geeft ‘strak spelen’ bijna een nieuwe definitie. Zijn drumspel is prominent aanwezig en het kleinste foutje zou enorm opvallen. Mijn bewondering voor deze drummer neemt met het nummer toe. Wat een geweldenaar! De mimiek op zijn gezicht laat zien dat hij helemaal in zijn spel opgaat, maar er ook intens van geniet. En dat werkt aanstekelijk naar de rest van de band en op de zaal.
Maar de grootste showsteler is toch echt Riis zelf. Wat deze man allemaal kan met zijn gitaar is indrukwekkend. Of het nu breekbaar subtiel of snoeihard is, hij draait er zijn hand niet voor om. Ook vocaal vind ik hem gegroeid. Hij zingt met vertrouwen en verve. Enig nadeel van het optreden vond ik dat het subtiele in de nummers een beetje wegvalt. Als je zijn platen beluisterd is juist dat contrast zo mooi en intens. Live is het vooral intens en sneeuwen de meer breekbare stukken wat onder.
Aan het einde van Getaway wordt er een zware loop ingezet en loopt de band opeens van het podium af. In de zaal kijkt iedereen elkaar aan wat nu de bedoeling is. De loop gaat maar door en wordt echt een beetje irritant. Iedereen weet dat de band toch wel terug komt en dus valt dat moment een beetje in het water. Voordat Riis het laatste nummer inzet noemt hij het komende live album van Airbag dat in november 2025 zal uitkomen en in Poppodium Boerderij is opgenomen. En staat hij stil bij de dood van Kiss gitarist Ace Frehley. “Hij is de reden waarom ik hier op het podium sta. Hij is de reden waarom ik ooit met gitaarspelen ben begonnen”. Hij bedankt de mensen die, net als hij, een Kiss t-shirt hebben aangetrokken.
Na Lullaby in a Car Crash komt er een einde aan een mooie avondje Noorse progrock.
Foto’s: Arie van Hemert (Poppodium Boerderij)
Het is een enorme uitdaging om de naam Pink Floyd niet te gebruiken bij een verslag of recensie van RPWL. In vrijwel elk nummer valt de invloed van de legendarische Britse band op, zo erg zelfs dat je je afvraagt of je naar een Duitse kloon zit te kijken/luisteren. Niets nieuws natuurlijk, maar deze keer voor mij wel erg nadrukkelijk aanwezig. Het trage tempo van het overgrote deel van de nummers, de onvermijdelijke gitaarsolo, de achtergrondzang van de dames, de heavy drums en zelfs de solozang doen regelmatig denken aan het grote voorbeeld. Maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het gebodene, getuige het enthousiasme van het publiek dat in redelijk groten getale was afgekomen op de show, op een gure vrijdagavond. Naar schatting circa 400 man/vrouw had de weg gevonden naar de (prog)rocktempel in Zoetermeer, daarmee was de Boerderij gezellig vol.

De hoofdmoot van het optreden zou bestaan uit een integrale versie van “World Through My Eyes”, niet zo gek ook: het album werd dit jaar opnieuw uitgebracht en viert zijn twintigjarig jubileum. Voorganger Yogi Lang zei het al bij zijn introductie: er worden geen nummers overgeslagen dit keer, in tegenstelling tot wat sommige fans mogelijk thuis op hun stereoinstallatie doen. Verbaasde blikken om mij heen van de die-hard fans.

Zoals gezegd stond ons een integrale versie van “World Through My Eyes” te wachten. Er wordt dus afgetrapt met het oosters en funky getinte Sleep, gevolgd door de meer rechttoe rechtaan rocker Start the Fire, de toon is gezet. Het licht Beatles-achtige Everything Was Not Enough met geweldige fretloze bas en het aanstekelijke Roses, worden massaal meegezongen alsof het een grote hit betreft. 3 Lights gaat over een treinreis die Lang dagelijks maakte na afloop van opnamesessie voor dit album, Wallners gitaarsolo is een klein hoogtepunt. De Steve Hillage-cover Sea Nature is net zo psychedelisch als zijn componist, Langs zang is bekwaam. Day On My Pilllow bevat naast de onmiskenbare Pink Floyd-invloeden ook een snippertje Genesis: I Know What I Like is erin verweven en verhoogt de feestvreugde. Het trio World Through My Eyes, Wasted Land en het toepasselijke Bound to Reach the End betekent na circa 75 minuten het einde van het eerste deel van het concert.

Na ongeveer een kwartier start de band met Hole in the Sky. Als er ooit een nummer van RPWL gelijkenis vertoont met PF dan is het dit nummer wel. Zelfs de teksten (set the controls for the heart of the sun) grijpen onbeschaamd terug op de Britse iconen. Ook weer niet zo gek: ze startten in 1997 als Pink Floyd-coverband. Victim of Desire is van “Crime Scene” en wordt ondersteund door een zelf vervaardigd filmpje. En het start met een van Gentle Giant geleende canon. Over de video die A New World begeleidt heb ik ooit een column geschreven, de aan Manfred Mann refererende toetsenpartij is karakteristiek voor het nummer. Dat geldt zeker voor de U2-achtige gitaarsound die Wallner aan zijn instrument ontleent in What I Really Need terwijl Gone Forever een bijzonder, beetje a-typisch nummer met afwijkend ritme betreft. De teksten van King of the World zijn goed zichtbaar in de video. New Stars Are Born is een bonussong met een lang instrumentaal stuk van het zojuist heruitgebrachte album en wordt gekenmerkt door Wallners gebruik van de zogenaamde ‘talk box’.

De animaties tijdens de eerste set leken wel rechtstreeks afgeleid van Gerald Scarfe, nog zo’n Pink Floyd referentie. Tijdens het tweede deel van de set waren het vooral de zelfgemaakte videofilmpjes die de muziek op passende wijze begeleidden. Geluid en licht waren weer dik in orde, adel verplicht in Zoetermeer. De mannen en vrouwen op het podium hadden er duidelijk plezier in, de onderlinge blikken spraken boekdelen. Nu heeft de Boerderij duidelijk een voorkeur bij de band: er wordt met regelmaat opgetreden en het live album “True Live Crime” werd er opgenomen in 2023.

Het duo Markus Grützner en Marc Turiaux vormt een prima ritmetandem; de stuwende en toch melodieuze bas van de eerste en de harde maar toch subtiele klappen op de drums van de tweede leggen een solide basis voor zang, toetsen en vooral gitaar. Daar ligt natuurlijk een hoofdrol voor Kalle Wallner, als altijd vriendelijk glimlachend en meerdere gitaren bespelend, elk nummer heeft blijkbaar zijn eigen gitaarklank. Yogi Lang zelf bekommerde zich bekwaam over de solozang en op spaarzame momenten bediende hij de Minimoog op de hem kenmerkende wijze.

Al met al een prima en sfeervol optreden van de Duitsers, waarbij aangetekend dat ik helaas door omstandigheden iets eerder de zaal moest verlaten. En ik dus, wat ik al een beetje verwachtte, de toegift met Unchain the Earth (The Scientist) en The Shadow heb moeten missen. Het zij zo, er zal ongetwijfeld wel weer een bezoek van RPWL aan hun geliefde Boerderij gebracht worden in de toekomst.
Een derde keer een bioscoopbezoek met ene David Gilmour in de hoofdrol. De eerste keer als figurant in een documentaire over het ontwerperscollectief Hipgnosis, nog niet zo lang geleden als bandlid in de opnieuw uitgebrachte klassieker “Pink Floyd at Pompeii”. En nu als absolute hoofdrolspeler in een liveconcert onder de titel “Live at Circus Maximus”. De speciale première vond wereldwijd plaats op 17 september, ik koos wederom voor het oude KINO theater in Rotterdam om er getuige van te zijn. Ik was bovendien een van de gelukkigen die vorig jaar het voorrecht hadden om de legendarische gitarist live te mogen aanschouwen tijdens een van de optredens in dezelfde tournee, in de Royal Albert Hall in Londen, een geweldige belevenis. Nu is er dus een mogelijkheid om dat her te beleven.
De tournee onder de titel The Luck and Strange Concerts, begon met twee opwarmshows in het Brighton Centre en verhuisde vervolgens naar Circus Maximus in Rome voor zes avonden. Daarna volgden nog eens zes optredens in de Royal Albert Hall in Londen. Weer later verhuisde men naar de Verenigde Staten voor shows in de Intuit Dome en de Hollywood Bowl in Los Angeles. Tot slot waren er vijf concerten in Madison Square Garden in New York. Alles stijf uitverkocht.
De opnames vonden dus plaats in Rome, met speciale toestemming van de Italiaanse overheid. Regisseur Gavin Elder, die al lang samenwerkt met Gilmour, schotelt ons prachtige beelden voor van band, publiek, theater en omgeving. Het sublieme schouwspel tegen de achtergrond van de oude ruïnes van Rome is een absoluut genot. Het geluid is van Dolbi Atmos kwaliteit en laat niets aan het toeval over. De film duurt circa twee en een half uur en start met een korte documentaire over de totstandkoming van en voorbereidingen op de show, met intieme sfeerbeelden van band en entourage tijdens oefensessies en soundcheck. Opvallend is de relaxte sfeer en de rust die de grote voorman uitstraalt.
Grappig is het moment waarop de grote man zelf aan het woord komt, met een knipoog naar de woorden die zijn echtgenote Polly Samson vorig jaar uitsprak: “I’m David Gilmour. And I’m a fucking legend!” Ik hoorde mijn buurman hardop zeggen: “And rightly so!” Gilmour geeft ook aan dat dit naar zijn mening de beste concerten uit zijn carrière zijn, bijgestaan door de beste muzikanten, opmerkelijk.
De show is ronduit indrukwekkend, net als in Londen. Met een klein verschil: bij de serie shows in het centrum van de Italiaanse hoofdstad waren per avond circa 18.000 toeschouwers aanwezig, ruim driemaal zoveel als in de Engelse hoofdstad. En die locatie, tja, wat moet je zeggen van die iconische plek daar in het historische Rome, waar tweeduizend jaar geleden nog wagenrennen plaatsvonden. Dat wordt nog eens versterkt door de dronebeelden die de skyline en omgeving van het theater weergeven.
Voor mij persoonlijk zijn de close-ups van Gilmour, zijn doorgroefde gezicht, oude handen en gitaar, toch wel de hoogtepunten. Daarnaast is zijn intense spel en volledige focus genoeg om de haren op je armen recht overeind te laten staan. Ondanks het feit dat hij veel verschillende gitaren bespeelt, klinkt de maestro toch altijd weer als zichzelf. De shows hebben zoals gezegd de songs van het in het 2024 uitgebrachte “Luck and Strange” als hoofdmoot, ook de oorspronkelijke titel van de concertreeks.
De Pink Floyd-songs worden allemaal uit volle borst meegezongen door het enthousiaste publiek. Maar voor mij waren toch de nieuwe nummers in een aantal gevallen de hoogtepunten. Zoals het duet met dochter Romany in het schitterende Between Two Points. De zichtbaar trotse vader werpt af en toe schuin een vertederende blik op zijn oogappeltje. Een uitstekende, volwassen presentatie van Romany Gilmour, alsof ze al jaren op het podium staat. Het intieme intermezzo met de semi-akoestische versie van Great Gig in the Sky gevolgd door A Boat Lies Waiting zorgt wederom voor kippenvel. Maar ook Sorrow, The Piper’s Call en Coming Back To Life worden perfect uitgevoerd.
We zien trage fotografie, volledig passend bij het tempo van de muziek. De beleving in de bioscoop is mooi, comfortabel vooral, maar haalt het toch niet bij het lijfelijk aanwezig zijn bij een liveconcert. Misschien speelde het relatief lage (!) volume in de bioscoopzaal hierbij een rol. Volgende keer graag een tandje erbij a.u.b. Slechts naar schatting een veertigtal bezoekers in een zaal(tje) met een capaciteit voor circa 120 personen, een tikkeltje aan de lage kant. Geen applaus of enthousiaste kreten ditmaal, wel veel gepraat tussen de nummers door, helaas. Nu nog uitkijken naar de Blu-ray, dubbel-cd en driedubbele elpee, die ongetwijfeld op korte termijn zullen volgen. En dan gloort er ook nog een nieuw studioalbum aan de horizon. Zou er volgend jaar weer een bioscoopbezoekje voor mij inzitten?