
“Douze” is het niet geworden dus. Ik schreef in mijn verslag van het optreden in oktober 2024 van de Franse progrockers Lazuli gekscherend dat dit wel eens de titel van het nieuwe album zou kunnen zijn, als opvolger van “Onze”. Maar nee, het is dus “Être et ne plus être” geworden, naar het openingsnummer op het twaalfde studioalbum van de sympathieke Fransen. In dat al gememoreerde concertverslag schreef ik ook iets over de drie nieuwe nummers die hun publieke debuut kregen eind 2024. Zo werden achtereenvolgens Quel Dommage, titelnummer Être et ne plus être en het schitterende Chaque Jour Que Soleil Fait aan een enthousiast Zoetermeers publiek voorgeschoteld. We hebben uiteindelijk ruim een jaar moeten wachten op het nieuwe album van de gebroeders Leonetti en co., maar dat is dan ook ruimschoots de moeite waard.
Twaalf nieuwe nummers met een totale speelduur van een uur staan op “Être et ne plus être”. Zijn en ophouden te zijn, of To be and cease to be, een beetje in de richting van de fameuze Engelse schrijver William Shakespeare. De Guillaume Shakespeare van de groep heet Dominique ‘Domi’ Leonetti, niet alleen tekstschrijver maar ook componist, zanger, gitarist en bandleider binnen het muzikale collectief uit de regio van Nîmes. En een veelzijdig man ook: recent verschenen er twee boeken van zijn hand, beiden vanzelfsprekend in zijn moedertaal, net zoals alle teksten van Lazuli. Een rijk geïllustreerd boekwerkje van 28 pagina’s zit erbij, met alle teksten en een poëtisch voorwoord van Dominique. Ook de hoes en de foto’s zijn weer van een bijzondere kwaliteit. De kop boven het voorwoord zegt het allemaal: album uit 2026, gegarandeerd AI-vrij, gemaakt door hardwerkende, gevoelige en feilbare mensen. Humor en gevoel.
We horen de kenmerkende kristalheldere zangstem van Dominique Leonetti versus de pianoklanken van Roman Thorel in titelnummer Être et ne plus être, met teksten waarin ijs, jeugd en breekbaarheid de boventoon voeren. De muziek heeft een licht bekend thema, ik hoor iets van Coldplay terug. Chaque Jour Que Soleil Fait is het nummer waar ik het meest van onder de indruk was toen het ruim een jaar geleden live voor de eerste keer werd gespeeld. Onvoorwaardelijke liefde is het tekstuele thema in dit karakteristieke Lazuli–nummer, met hoofdrollen voor Franse hoorn en Léode.
Heel anders van sfeer is het lichtvoetige, swingende Sourire met Queen-achtige trekjes, mede door het aan Brian May refererende gitaarspel van Arnaud Beyney. Blijf altijd (glim)lachen, onafhankelijk van de ellende waarin je je bevindt. Matière Première is een traag nummer met de marimba en de prachtige zangstem van Domi als belangrijkste elementen. Vers vlees voor boemannen, een hele reeks slechteriken komt voorbij. Met circa zeven minuten is L’Eau Qui Dort een van de drie wat langere nummers op het nieuwe album. Een hoog meezinggehalte in dit nummer, met prachtige zangharmonieën, Léode en piano. Mooie tekst ook: wij zijn rivieren, wij zijn stil water, met duizend lichtjes, diep vanbinnen, ons onbewust van elkaar. Claude Leonetti sluit in stijl af met een melodieuze solo op zijn zingende zaag.
Une Chanson Cherokee is een nummer met een akoestische ‘feel’. De combi van de zangstem van Domi en het pianospel van Thorel blijft toch wel een sterk punt van de Fransen, maar ook de gitaar van Beyney mag er zijn. Tekstueel gaat het over een schip dat op weg is naar Indië, maar uiteindelijk in Amerika aanbelandt. Of gaat het over iets heel anders? Quel Dommage (“wat jammer”) gaat over wat wij onze oceanen en riffen aandoen. De band stort zich in een klaagzang zonder weerga met het typische crescendo aan het einde en Beyney die uit zijn dak gaat op zijn gitaar. Over breekbaar gesproken, L’Instinct met de prachtige stem van Domi alleen begeleid door de akoestische gitaar van Beyney, is een rust- en hoogtepunt op “Être et ne plus être”. Domi zingt vol emotie over dat ene vluchtige moment, en hoe graag hij het had willen vasthouden.
L’Homme Sûr is traag en dreigend van toon, Leonetti zingt dat hij geen superman is, maar wel zelfverzekerd zijn best doet, in zijn eigen tempo. Veel ruimte tussen de noten, en een indrukwekkende elektrische gitaarsolo tot besluit. Het steady rockende Mon Body Se Meurt is een aanklacht tegen ons leefpatroon en dan met name onze eetgewoontes: te vet, te veel suiker, te weinig beweging. “Mijn lichaam sterft” is de weinig positieve titel van dit intrigerend nummer.
Les 4 Raisons is een woordspeling op 4 saisons, ook de tekst legt die link. De vier redenen/seizoenen krijgt een orkestrale en chorale muzikale behandeling, enigszins atypisch voor Lazuli, maar daarom niet minder mooi. Het slotnummer is ook meteen het langste. Au Bord Du Précipice tikt bijna de negen minuten aan. Het lied start traag, volgens beproefd Lazuli recept: solitaire zang met piano en synthesizer/Léode–begeleiding. Om zich vervolgens op de bekende wijze te ontwikkelen: de drums, Léode en vooral de gitaar van Beyney, met zijn scherpe randjes, brengen het tot een crescendo. Waarna de piano voor een passend einde zorgt. Sterke song, diepe teksten ook.
De muziek is dan misschien wat minder avontuurlijk dan in het verleden, maar heeft tegelijkertijd gewonnen aan melodie, diepte en emotie. Het is wat toegankelijker en ‘aaibaarder’ geworden. Misschien is het veelvuldig toeren met Marillion daar wel een katalysator voor: de Britten weten als geen ander hoe je verschillende stemmingen en poëtische/maatschappijkritische teksten moet vangen in een melodieus geheel. Hier en daar hoor ik de echo’s ervan terug in de muziek van Lazuli (L’Eau Qui Dort). Met “Être et ne plus être” heeft Lazuli wederom een sterk album afgeleverd, een min of meer logische voortzetting van de trend die met “Nos Ames Saoules” in 2016 al is ingezet. Ik kan er niet genoeg van krijgen.