Maak kans op vrijkaarten voor het optreden van Leap Day in de Singer te Rijkevorsel (België) op 15 september 2018. Klik hier voor onze prijsvraag.

Antimatter – Fear Of A Unique Identity

Antimatter - Fear Of A Unique Identity

Antimatter is een verhaal apart. Duncan Patterson richtte de band op, na zijn vertrek uit Anathema, met jeugdvriend Mick Moss. De twee gingen op een muzikaal avontuur uit dat volledig brak met alle verwachtingspatronen. Patterson’s voorliefde voor elektronica overheerste op de de eerste twee albums. Moss zorgde hier en daar voor wat ondersteunend zangwerk, maar leek er een beetje bekaaid af te komen. Op de derde plaat, “Planetary Confinement”, werd opeens de gigantische kwaliteit van de band duidelijk. Door omstandigheden konden de Liverpudlians niet samen aan materiaal werken, en schreven de heren los van elkaar een aantal nummers. Het werk van Patterson kenmerkte zich door ingetogen piano, elektronica, en de zachte vrouwenzang die Anathema in hun harde dagen al deed opvallen tussen het gruntgeweld van de Doomcollega’s. De verrassing van “Planetary  Confinement” was echter Mick Moss. De intelligente teksten werden gebracht door een stem die klinkt als een aardse, natuurlijke manifestatie van droevigheid. Begeleid door zijn eigen smaakvol en vlot doch klein gitaarspel wist Moss binnen zijn toch beperkt vocaal bereik grootse emoties op een oprechte manier over te brengen, en de luisteraar tot tranen te beroeren.

Inmiddels zijn we alweer bijna tien jaar verder. Voor de voorganger van de nieuwste plaat verliet Patterson de band, en sindsdien staat Moss er alleen voor. Op “Leaving Eden” betekende dat een meer directe, rock-achtige aanpak. Zo zet de ontwikkeling van Antimatter zich per album voort, en dat is bij “Fear Of A Unique Identity” niet anders. Bij de opener van het album, Paranova, voelt de Antimatter fan zich meteen thuis. De stem van Moss is nog steeds vol en toonvast. De uitbarsting lijkt nooit ver weg, maar deze blijft toch uit. Het reflecteert de teksten: de muziek van Antimatter getuigt van wanhoop die maar niet lijkt te verdwijnen. Grote veranderingen zullen niet komen, dus de schoonheid wordt gezocht in de kleine verschuivingen. Zangmelodieën die subtiel iets anders worden gezongen, of een gitaar die wegglijdt in een zee van echo en feedback.

Een verschuiving die wel opvalt, is de terugkeer van de jaren ‘80 invloeden, met name die van Depeche Mode. Hoewel dit album aan de ene kant wat directer en toegankelijker is (minder akoestisch spel, en geen ‘telefoonstem’), gebeurt er veel meer op de achtergrond dan voorheen. Onheilspellende synthesizers, pianodeuntjes en zelfs koren geven de muziek iets meer cachet, zonder ooit te overheersen. Het zorgt ervoor dat dit album meer als een eenheid voelt dan de voorganger.

Wat wel hetzelfde is gebleven is Moss’ prachtige gitaarspel. De solo in het titelnummer is van hetzelfde kaliber als de solo in Leaving Eden van het gelijknamige album, die door velen abusievelijk aan Danny Cavanagh van Anathema werd toegeschreven. Moss weet tijdens Fear Of A Unique Identity Gilmouriaanse klanken uit zijn instrument te persen, terwijl de algehele sfeer van het nummer af en toe zelfs aan “Last Fair Deal Gone Down” van Katatonia doet denken. Het evenaren van de onaardse melancholie van die plaat en het eigen eerdere werk is een bewonderenswaardige prestatie op zich.

Het gaat te ver om elk nummer aan te stippen. Daarnaast is het aan de luisteraar zelf om alle pareltjes te ontdekken. Het is zo’n album dat perfect bij de tijd van het jaar past. De teksten, waar de maatschappijkritiek er af en toe wel érg dik boven op ligt, en de sfeer zetten aan tot introspectie en bevorderen de melancholische herfst- en winterbui. Wat sferische rock betreft mag je toch wel spreken van een van de hoogtepunten van dit jaar. De lat lag hoog, maar werd moeiteloos gehaald. De opvolger heeft al een titel gekregen. Die mag dan op het volgende jaarlijstje.

David Nummerdor

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies