Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Magenta – We Are Legend

Magenta+-+We+Are+Legend

Zeer recent, in april dit jaar, verscheen “We Are Legend”, het uitstekende nieuwe studio album van de veelbekroonde progressieve rock band Magenta, alweer het zevende studioalbum van de band en de opvolger van “Twenty Seven Club” uit 2013. Het nieuwe album bestaat uit drie lange tracks, twee stukken van elf minuten en een 26-minuten durend episch nummer, getiteld Trojan. “We Are Legend” markeert een unicum voor Magenta, want het is het eerste album waar de live- en de studiobezetting hetzelfde zijn.

Toetsenist/componist Robert Reed zegt over het nieuwe album: “Het was tijd om iets anders te proberen, muzikaal en tekstueel. Ik heb me bij de vorige albums altijd aan een relatief klein muzikaal pallet gehouden, maar ik voelde dat we een kruispunt hadden bereikt en wilde iets nieuws proberen. Magenta heeft nogal wat te verduren gehad sinds het laatste album, vooral zangeres Christina, dus ik denk dat we iets te bewijzen hebben: “We Are Legend” … dus let goed op!”

Die ‘We’ zijn in dit geval Christina Booth (zang), Rob Reed (toetsen/gitaren), Chris Fry (gitaren), Dan Nelson (basgitaar) en Jon ‘Jiffy’ Griffiths (drums). Christina Booth werd onlangs wederom geëerd met de ‘Beste Vrouwelijke Vocalist’ onderscheiding tijdens de Classic Rock Society Awards. Tijdens datzelfde evenement werd Rob Reed overigens gekozen tot ‘Beste toetsenist’.

Openingsnummer Trojan is van epische omvang. Een aan Vangelis refererend atmosferisch toetsenintro verandert al snel in een Hackett-achtig nummer met uitstekend gitaarspel van de veelzijdige Fry. Referenties ook aan Yes, en gelukkig, ze is er weer, de kenmerkende, unieke stem van Booth. Als u het nog niet doorheeft, de nieuwe Magenta komt prima uit de startblokken. Prog of symfo zo u wilt van de bovenste plank. Lekker heavy ook, up-tempo, de bas van Dan Nelson, dreunt lekker door terwijl nieuwkomer Jon Griffiths laat horen waarom uitgerekend hij als nieuwe drummer door de band is aangetrokken. Er wordt halverwege wat gas terug genomen met gedragen vocale stukken, harmoniezang en ruimte voor de toetsen van Rob Reed. Een Floydiaanse gitaar ondersteunt door een zware ritmesectie en geluidsflarden onderbreken de rust. ‘I look around in disbelief’ zingt Christina Booth, haar hoge uithaal doet denken aan die andere vrouwelijke prog icoon, Annie Haslam, in het verleden nog wel eens samenwerkend met de band. De teksten zijn weer van de hand van Steve Reed, oudere broer van Rob. Het verhaal van Trojan gaat over reusachtige robots die uit de oceanen komen, gevuld met een verbannen volk. Het klassieke Trojaanse paard verhaal. Tegen het einde wordt schaamteloos gebruik gemaakt van de van Nick Mason bekende percussie roffels (Time!), als omlijsting van de zangstem van nachtegaaltje Booth. Daarna keert het thema van het begin weer terug, het nummer begint en eindigt met de Hackett gitaar van Chris Fry, en aan Yes refererende muziek. Ruim 26 minuten pure prog van het vijftal uit Wales.

Het nummer doet me bij tijd en wijle denken aan “Close To The Edge”, het legendarische album van Yes uit 1972. Niet direct qua muziek maar wel qua opbouw: één lang nummer met diverse ‘movements’ met meerdere stemmingen zoals alleen dat Yes dat kon in zijn hoogtijdagen. Toch wordt het nergens een pastiche, een kopie, de band ziet kans zijn eigen unieke geluid te handhaven, ondanks alle referenties die regelmatig voorbij komen. Je ontkomt er niet aan, die vergelijkingen met de groten der aarde. Er zitten twee kanten aan: aan de ene kant jammer dat de band geen kans ziet zich te ontworstelen aan het bekende idioom. Aan de andere kant geweldig dat ze in staat zijn geweest om zich dit genre volledig eigen te maken, van Yes via Hackett tot Pink Floyd, ze beheersen het allemaal.

Colours hakt er, na een lieftallige intro met belletjes, direct in. Prima prog met hoofdrollen voor Fry, Booth en Reed. De laatste produceert met regelmaat korte, puntige solo’s, terwijl hij bovendien verantwoordelijk is voor de zware filmmuziekachtige orkestratie. Dan schakelt Fry over op zijn Gilmour-modus en gaat het tempo een tandje lager, met ruimte voor Booth om te stralen. Prachtig swingend middenstuk ook. ‘Set me free, oh set me free’ zingt Booth, bijna smachtend, in dit nummer wat over het tragische maar magische leven van Vincent Van Gogh gaat. Tegen het einde hoor ik wat invloeden van Steven Wilson (“The Raven That Refused To Sing”), zonder storend te zijn. Met bijna elf minuten een uitstekend nummer.

Legend is al weer het derde en laatste nummer van het album. Het lijkt een wat meer rechttoe rechtaan nummer te zijn. Christina Booth’ stem tegen de achtergrond van een akoestische gitaar en repetitief basloopje maakt indruk. ‘One love, shed a single tear, the final breath’, Legend gaat over zombie vampiers, oorspronkelijk zou het gaan om de laatste mens op aarde (I Am Legend/The Omega Man). Het nummer ligt wat meer in de richting van Marillion, misschien dat de gitaar en de opgenomen geluiden daar ook aan bijdragen. Hoewel die gitaar halverwege een heel andere richting op gaat en ons even op het verkeerde been zet. Lof ook voor de ritmetandem van Nelson en Griffiths die beiden prima overeind blijven. De vocalen van Booth zijn subliem hier, bijna zonder begeleiding. Samen met de gitaar van Fry brengt ze het nummer tot een passend einde met een majestueus klinkende finish, in de beste symfo traditie.

Het slotnummer klokt ruim elf minuten. Ook daarmee is de vergelijking met “Close To The Edge” dichtbij: ook daar was sprake van één lang nummer wat de volledige eerste kant van de elpee besloeg en twee kortere nummers die samen de andere kant van de elpee in beslag namen. Hoewel daardoor wat kort, is de totale speelduur van ongeveer 48 minuten voldoende om je niet bekocht te voelen. En laten we eerlijk zijn, we zien al te vaak bands die koste wat het kost twee cd’s willen uitbrengen, waarna de conclusie gerechtvaardigd is dat de helft ook ruimschoots toereikend zou zijn geweest (Neal Morse, Dream Theater).

Resumerend kan gezegd worden dat Magenta een prima album heeft afgeleverd, in de beste traditie van de progressieve rockmuziek. Ondanks de verwijzingen naar andere artiesten en de door Reed uitgesproken wens om ‘iets nieuws’ te gaan proberen, is de band toch trouw gebleven aan zijn eigen geluid; je zou zelfs kunnen zeggen dat er teruggekeerd is naar het geluid van de succesvolle albums “Seven” (2004) en “Home” (2006). Fijn ook om te horen dat Christina Booth na een afschuwelijke periode weer volledig hersteld is, haar unieke stem heeft niet merkbaar geleden onder de verschrikkingen van haar behandeling tegen kanker. Magenta is ook al weer aan het optreden, volgens de website zouden in april een aantal optredens in het Verenigd Koninkrijk plaats hebben gevonden. En ook goed nieuws voor de Nederlandse fans van de band: recent werd bekend dat de band zijn opwachting gaat maken tijdens de zevende editie van het inmiddels beroemde Progdreams Festival in de Boerderij in Zoetermeer in maart volgend jaar. Absoluut iets om naar uit te kijken.

Alex Driessen

Progwereld | Recensies