Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Paatos – Timeloss

Paatos - Timeloss

Begin jaren ‘90 kwam er ineens een golf Scandinavische bands opzetten die, opvallend genoeg, allemaal met elkaar in verbinding stonden: het Noorse White Willow en de drie Zweedse bands ÄnglagÃ¥rd, Anekdoten en Landberk. En hoewel al deze bands progressieve rock vanuit een verschillende invalshoek benaderden, had men ook een aantal dingen met elkaar gemeen: een voorkeur voor een organische, warme klank en wars van moderne, digitale invloeden en bovendien een hang naar melancholie.

Terwijl de andere bands in meer of mindere mate met complexer materiaal uitpakten, concentreerde Landberk zich op eenvoudige maar o zo wonderschone melodieën. Muziek die – hoewel altijd licht symfonisch van inslag – een hoge mate van toegankelijkheid had en die mij altijd een beetje aan de zachtere kant van U2 doet denken. Na het laatste album “Indian Summer” (1996) werd het angstvallig stil rond deze band. Gitarist Reiner Fiske en bassist Dimle doken nog op in het Landberk / Anekdoten horrorsoundtrack samenwerkingsverband Morte Macabre (1998), maar daarna leek men van de aardbodem verdwenen.

Aan deze radiostilte is nu abrupt een einde gekomen met het debuutalbum van Paatos. En het is fijn om te zien dat tenminste twee muzikanten van Landberk (de reeds eerder genoemde Fiske en Dimle) een nieuwe stek hebben gevonden. En het is nog fijner om te horen dat de erfenis van Landberk is veiliggesteld. Niet dat we kunnen spreken van een doorstart, maar de muziek van Paatos heeft wel diezelfde typische ”˜treurwilgensfeer’ van Landberk. Maar Paatos is duidelijk niet de band van het duo Fiske / Dimle, maar een hecht samenwerkingsverband waarbij met name de bijdrage van drummer Ricard Huxflux Nettermalm opvalt. Hij is niet alleen verantwoordelijk voor de opnametechniek, maar schreef ook bijna alle teksten. Daarnaast drukt zijn drumspel een groot stempel op de muziek. Hij voorziet met name in de up-tempogedeelten de muziek van net dat portie extra energie waaraan het soms bij Landberk ontbrak.Sensor opent het album ”˜lounge’-achtig met subtiele elektrische piano en congaritmes. Maar het zijn de mooi rinkelende akkoorden van gitarist Reiner Fiske die vervolgens het nummer volledig opengooien. Hyperactief drumwerk stuwt de band voort en zangeres Petronella Nettermalm (inderdaad, de eega van…) klinkt niet zo’n klein beetje Björk-achtig, waarbij ze gelukkig niet zo excentriek is als deze IJslandse ijsprinses. Het statige middendeel wordt gedragen door dreunende bas en golven van Mellotronstrijkers waarover Fiske zijn gitaar (een beetje à la U2’s The Edge) laat zingen. Aan het eind schudt toetsenist Johan Wallén nog een orgelsolo uit zijn mouw, die zo gespeeld had kunnen zijn door David Sinclair (Caravan) tijdens zijn hoogtijdagen. Wow!

In Hypnotique (en eigenlijk ook op de rest van het album) neigt Petronella’s stem meer naar die van de zangeressen van triphopbands als Portishead, Hooverphonic maar ook Elisabeth Fraser (Cocteau Twins, Massive Attack). Het is een nummer dat bij eerste beluistering zo van Landberk’s “One Man Tells Another” (1994) had kunnen komen. Een balladeachtig sfeertje overheerst en vormt de opmaat voor een uitgebreid instrumentaal middendeel. Piano en fluit openen hierin, maar al gauw neemt de gitaar van Fiske de overhand. Zijn galmachtige klank gecombineerd met dat kleine scherpe randje, waardoor het lijkt alsof die toon elk moment kan uitbarsten in een muur van vervorming, is met recht uniek te noemen. Zijn solo is ontroerend en het moment dat het laatste loopje wordt overgenomen door de fluit, is echt wonderschoon. Het is op dit punt dat Landberk er een eind aan had gebreid en het is hier dat Paatos er weer een schepje boven op doet. Volgas en opgezweept door weer die Mellotronstrijkers komt er een tumultueus einde aan dit stuk.

De twee volgende nummers zitten zo’n beetje in hetzelfde sfeertje. Téa wordt ontwapenend en in het Zweeds gezongen. De majestueuze slotmelodie, die gedurende het hele stuk al een beetje aanwezig is, kan soms uren in mijn hoofd blijven zitten. They Are Beautiful wordt gekenmerkt door een omfloerste klank. De band kiest voor een akoestische benadering met donkere tromklanken, contrabas, harmonium en basklarinet. Ingehouden emotie is hier het toverwoord.

De afsluiter Quits zal voor velen misschien als de vreemde eend in de bijt overkomen. De moderne tijd doet zijn intrede en wordt vervolgens op een mooie manier verweven met de hectische, euforische kant van de muziek van Paatos. Drum & bass ritmes (van het subtiele soort overigens), loops, synthetische bas en geluidseffecten van de hand van drummer Ricard Nettermalm openen het stuk. Petronella zingt over een vrouw die vol overgave uit een relatie stapt. Het middendeel wordt zelfs helemaal aan Ricard overgelaten en dit doet mij een beetje denken aan de dance-experimenten op Galahad’s cd “Following Ghosts”. En ook hier vind ik het geheel meer dan geslaagd. Het één na het andere bandlid wordt langzamerhand aan het geluidsbeeld toegevoegd. Als er dan ook nog een blazerssectie opduikt en Ricard Nettermalm teruggrijpt naar ”˜normale’ drumritmes, stort de band zich vol overgave in een stuk muziek waarin men King Crimson, ten tijde van “Lizard”, naar de kroon steekt qua intensiteit. Terechte afsluiter van het album.

Met dit album heeft Paatos iets neergezet waar ik al jaren een beetje op heb zitten wachten: een mengvorm van de intensiteit van Anekdoten met de melancholie en melodierijkdom van Landberk. En met de lengte van net geen 40 minuten is het dan wel geen lang album geworden, maar je vindt dan ook geen verloren minuut op dit album: Less Time = (No) Timeloss = meesterwerk!

Christian Bekhuis

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies