Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Pink Floyd – The Division Bell

Pink Floyd - The Division Bell

In de tijd dat het redelijk normaal was dat er om de zoveel jaar een album van grootmacht Pink Floyd uitkwam, was het in 1994 de beurt aan “The Division Bell”. Elf, redelijk tot goede nummers, prachtig geproduceerd, instrumentenbeheersing, fraaie hoes, voldoende Gilmour solo’s, erg uitgebreid boekwerk en een commercieel succes. Wat wil een mens nog meer? Nou, ik weet niet wat ik mis. Maar ik mis iets, ik mis gewoon iets.

Zes en half jaar zat er tussen “A Momentary Lapse Of Reason” en “The Division Bell”. De tussenliggende jaren waren nuttig besteed om van een duo (Mason / Gilmour) weer een officieel trio te maken. Toetsenist en parttime zanger Richard Wright mocht zichzelf weer zonder problemen Pink Floyd lid noemen. Ook schrijverstechnisch was er het één en ander veranderd. Zo komt het merendeel van de teksten vanuit de pen van oud Sunday Times journalist Polly Samson (op dat moment de vriendin van David Gilmour). Anno 2007 is Polly zelfs mevrouw Gilmour. Producer was evenals op “A Momentary Lapse Of Reason”, oud Roger Waters muze, Bob Ezrin. Opvallend is verder ook dat oud gediende saxofonist Dick Parry (u weet wel van onder andere Shine On You Crazy Diamond) van de partij was.

Het album start met Cluster One. Een fraai instrumentaal nummer dat oorspronkelijk geschreven was als een soort van intro voor de megaconcerten die de Engelse heren toentertijd gaven. Fraaie percussie, subtiel gitaartje en warme ondersteuning vanuit het toetsenarsenaal van Wright. Het daaropvolgende What Do You Want From Me laat gelijk horen wat Gilmour en co met ons van plan zijn. Een warme plaat zonder al teveel pretenties. Een Gilmouriaanse solo hier en een subtiel slaggitaartje daar. Zelfs de door Waters zo verafgode vrouwenkoortjes mogen de keeltjes van Gilmour ruim open doen. Een prima ”˜popsong’ die volgens mij hoge ogen had kunnen gooien in de single hitlijsten. Deze eer was echter weggelegd voor een ander nummer. Take It Back is één van de simpelste liedjes die Floyd ooit heeft opgenomen. Maar blijkbaar door de simpelheid dus wel erg hitgevoelig. De link naar het slaggitaarwerk van U2’s The Edge is snel gemaakt. Het doel van zo’n single is om de wereld te laten weten dat er een nieuw album van niemand minder dan Pink Floyd zit aan te komen, was derhalve prima geslaagd. Overigens mijn reden om de single veelvoudig te draaien was dat er een prima live versie van Astronomy Domine opstond, maar dit terzijde.

De andere single die van dit album getrokken werd was High Hopes. In principe was deze single, samen met Keep Talking, er één met een zogenaamde dubbele A-kant. Oftewel twee liedjes die in principe net zoveel aandacht mochten hebben en de Dj’s konden zelf kiezen welk nummer ze in hun radioshow draaiden. Het kwam er uiteindelijk op neer dat 90% van de Dj’s kozen voor High Hopes in plaats van Keep Talking. Of dit terecht was is nog maar de vraag, maar dat High Hopes beter in het gehoor zal liggen bij het mainstream publiek lijkt mij duidelijk. Na een vrij traag begin met allerlei toeters en (division) bellen, komt langzaam het tempo erin. Ten tijde van het eerste refrein komt het nummer wat opgang. Gilmour’s stem gaat de hoogte in en muzikaal komt het allemaal wat los. Het middenstuk is fraai! Prachtige akoestische gitaarklanken, doorklingelende bellen en mooie piano partijen. De uiteindelijke eruptie vindt echter plaats tijdens de laatste minuten van dit nummer. Gilmour laat zijn handen de meest waardevolle bewegingen maken om zijn gitaar op z’n mooist te laten klinken. Waarschijnlijk David’s meest memorabele gitaarsolo sinds Confortably Numb. Dan Keep Talking: ik denk zomaar het meest ”˜hippe’ nummer op dit album. Moderne drumbeats zorgen voor de spannende intro, allerlei woorden, die zijn ingesproken door auteur Stephen Hawkins, vliegen je om de oren en de door een vocoder ingezongen partij van Gilmour doet je huiveren. Je merkt meteen dat Richard Wright een belangrijk deel aan dit nummer heeft meegeschreven. De sfeer die dit, behoorlijk originele, nummer ten toon spreidt lijkt verdraaid veel op de sfeer van zijn iets later verschenen solo album “Broken China”.

Geheel anders is dit op Wearing The Inside Out. Richard Wright schreef het muzikale gedeelte en leende ook zijn stem voor dit nummer. Daar gaat het dus fout. Wright heeft het nooit van zijn stemgeluid moeten hebben en dat laat de Engelsman nogmaals duidelijk horen op deze track. Het nummer op zich is al niet al te best en met de stem van Wright er nog eens overheen komt dit toch gevaarlijk dicht in de buurt van het slechtste Floyd nummer ooit. Een stuk fraaier begint Coming Back To Life. Een bijzonder fraai, lekker sfeervol intro met een Gilmour die met zijn stem het nummer geheel een eigen touch meegeeft. Op het moment dat al dit fraais wordt verprutst door een kinderachtig deuntje, dat het nummer een beetje moet opleuken(lees: vlotter maken), is het gedaan met de pret. Jammer, een gemiste kans zou ik bijna zeggen, want hier had echt veel meer ingezeten. Poles Apart is wat dat betreft weer een beter voorbeeld. Van begin tot het eind misschien niet wereldschokkend, maar het nummer zit toch erg sterk in elkaar. Er is zowaar een bas te horen en het stemgeluid van Gilmour komt haarscherp uit je speakers. Prettige gitaarsolo en een meezingbaar, zonder dat het irritant wordt, refrein. Gewoon een leuk liedje dat nergens verveelt, maar ook niet het spanningsveld creëert waar je naar zocht.

Is het interessant om “The Division Bell” te gaan vergelijken met het ongeveer in dezelfde tijd uitgekomen “Amused To Death” album van Roger Waters? Ik vind van wel! Na een aantal criteria zeer goed bekeken te hebben ben ik tot de conclusie gekomen dat “The Division Bell”, ondanks dat het echt geen slecht album is, het enkel op verkoopcijfers wint van “Amused To Death”.

Oh ja, nu weet ik weer wat ik miste op “The Division Bell”: Het heilige vuur!

Sander Kok

CD:
Koop bij bol.com

Boxset:
Koop bij bol.com

2LP:
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies