Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Procol Harum – Novum

Procol Harum - Novum

In mijn conclusie en samenvatting aan het einde van de recensie van het live optreden van Procol Harum in de Boerderij in Zoetermeer in mei 2016 schreef ik onder andere dat mij onwillekeurig het gevoel bekroop dat ik misschien wel voor de laatste keer getuige was geweest van één van de iconen van de popwereld. Ik sprak de hoop uit dat ik het bij het verkeerde eind had. En gelukkig, dat blijkt ook zo te zijn. Niet alleen zijn de heren weer terug maar sterker dan ooit, met een nieuw album, het eerste sinds veertien jaar, en een tournee in september. Terwijl hij er nog zo breekbaar en vooral oud uit had gezien, bandleider/componist/zanger/toetsenist Gary Brooker, want daar heb ik het over, natuurlijk. Inmiddels heeft hij de respectabele leeftijd bereikt van 72 jaar en dit jaar viert hij het 50-jarig jubileum van zijn bandje. Gaat u er maar eens goed voor zitten, vijftig jaar, een mensenleven bijna. Zo lang bestaat het ensemble rond Brooker al, want dat is het, een wisselende groep uitstekende muzikanten rondom zijn grote roerganger. Alhoewel, echt wisselend is het de laatste jaren al niet meer, de laatste personeelswisseling dateert al weer van 2006, de toevoeging van drummer Geoff Dunn tijdens live optredens.

Het album is grotendeels live in de studio opgenomen en volgens Brooker een echte groepsinspanning. De teksten zijn deze keer niet afkomstig van huis-dichter Keith Reid maar van de hand van Pete Brown, bekend van zijn werk voor onder andere Cream. En dat is te merken, de teksten zijn scherp en actueel en harder dan eerder tevoren. Hetzelfde geldt voor de muziek, hier is geen band van ouden van dagen aan het werk die op hun lauweren rusten (zou wel mogen). De energie en scherpte spat van de muziek af, afwisselend bluesy rockers, gedragen ballads en prog getinte nummers. Die laatste categorie is overigens in de minderheid. Brooker is overduidelijk in zijn element met deze band, die nu al weer ruim elf jaar bij elkaar is. Vooral zijn duetten met maatje Geoff Whithorn op elektrische gitaar zijn magische momenten op dit nieuwe album. De spelvreugde is opmerkelijk, Brooker meldt in interviews dat er geen irritatie, jaloezie of andere ergernissen spelen. Precies zoals een band zou moeten zijn, voegt hij eraan toe.

Na jaren van juridische veldslagen en persoonlijke kwellingen (gebroken ribben als gevolg van een val in Finland, een vergiftiging in Afrika en meer recent een val tijdens een optreden met een symfonie orkest in Engeland) is het vijftal weer helemaal terug aan het rock firmament. Het is in alle opzichten een waardige opvolger voor het uit 2003 daterende “The Well’s On Fire”. De band klinkt hecht en strak, niet verwonderlijk na ruim tien jaar gezamenlijk optreden, maar het hoogtepunt is en blijft natuurlijk die geweldige stem. Hoewel af en toe wat rafelig rondom de randjes, blijven die oer-herkenbare donkerbruine vocalen van Brooker toch wat Procol tot Harum maakt in mijn beleving. Er zullen weinig zangers zijn die na vijftig jaar nog zo relatief weinig aan kracht hebben ingeboet. Het wordt tijd om de kennismaking te hernieuwen.

Als opener op het nieuwe album fungeert I Told On You, het nummer komt direct binnen, Procol Harum zoals we dat kennen: een rocky nummer met de karakteristieke stem van Brooker tegen een begeleiding van piano en een rondzwervende elektrische gitaar. Last Chance Motel is een ballade die een prima platform biedt aan de expressieve stem van zijn aanvoerder, de tekst gaat over een moorddadig einde aan een buitenechtelijke relatie. Image Of The Beast rockt gestaag en is echt aanstekelijk met een mooie pianosolo halverwege. De schitterende ballade Soldier, voorzien van maatschappijkritische tekst, wordt gevolgd door Don’t Get Caught, een stevige rockballad met een knap stukje orgel in de beste traditie van Matthew Fisher, ditmaal van de hand van Josh Phillips.

Neighbour laat de humoristische kant van de band zien en horen: “he’s my neighbour but I wish he didn’t have to live next door”. Vrolijke muziek met koortjes die rechtstreeks in de pub lijken te zijn opgenomen. Sunday Morning is misschien wel het beste nummer van het nieuwe album. Het nummer heeft wel wat weg van A Whiter Shade Of Pale en/of A Salty Dog, het is heerlijk wegdromen op deze met strijkers overgoten ballade. Businessman is een welkome terugkeer naar de rock. Het verhaal van de amorele, zakkenvullende zakenman (zucht) wordt door de sterke ritmesectie en heftige gitaar nog eens versterkt. Can’t Say That, het langste nummer met ruim zeven minuten, is een stevige rocker met hoofdrollen voor gitarist Whithorn en de pompende basgitaar van Matt Peg. De bijtende tekst gaat over een voormalig manager.

The Only One is één van mijn persoonlijke favorieten op het album, een gedragen ballad met heerlijke ouderwetse vocale uithalen van Brooker, herinneringen oproepend aan het betere, oudere werk van de band zoals Homburg. “I am the only one and when all is said and done I’m gone”. Prachtig. Somewhen is de ingetogen afsluiter van het nieuwe album, Brooker alleen achter de piano, een passend einde. “We’ll meet again, some way, somehow, somewhen”.

De combinatie van scherpe teksten en live opgenomen muziek maakt dat Procol Harum na vijf decennia nog uiterst vitaal klinkt. Ik kijk al weer reikhalzend uit naar het volgende van de band. Een halve eeuw na hun onovertroffen debuut is Procol Harum weer helemaal terug van weggeweest, hoewel dat laatste nooit écht het geval is geweest. Niet meer zo proggy als voorheen maar de kwaliteit van de composities en de muzikale uitvoering ervan staan nog steeds als een huis. Want laten we niet vergeten dat ruim voor de groten der prog (Yes, ELP, Genesis, King Crimson) hun eerste schreden op het glibberige pad van de progressieve muziek (indertijd nog gekwalificeerd als ’symfonisch’) zetten, Procol Harum samen met The Moody Blues al de weg hadden geplaveid met hun mengvorm van rock en klassiek. Ere wie ere toekomt.

Alex Driessen
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies