Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Spock’s Beard – Don’t Try This At Home (Live In Holland) & The Making Of “V”

spocks-beard-dont-try-this-at-home.jpg

Don’t Try This At Home (Live In Holland)

Dit is een registratie van het concert dat Spock’s Beard op 28 september 1999 in 013 in Tilburg gaf. Het is gek, maar wat ik me van dat concert herinner zijn juist die stukjes die niet op de dvd staan, zoals de technische problemen met Al Morse’s versterker en het geïmproviseerde akoestische setje dat ontstond toen het wisselen van de Ampex-banden langer duurde dan voorzien. Neal Morse deed een korte samenvatting van de soundtrack van de eerste Woodstock-film, inclusief een briljante Joe Cocker-imitatie.

Het concert duurt goed twee uur en is voornamelijk donker. In de belichting zijn geen concessies gedaan aan het feit dat er ook gefilmd werd, dus heel veel beelden zijn zwart met donkerrood of donkerblauw. Gelukkig waren er vijf camera’s, zodat elk shot telt. Hoe vaak zie je niet bij een concertregistratie dat de camera inzoomt op de muzikant die nou net niet aan het soleren is? Bij Spock’s Beard komt dat niet voor. Elk breakje, elk roffeltje is op het juiste moment in beeld gebracht.

Het geluid is prima zolang je het afspeelt op je stereo-installatie, op mijn stereo-tv klinkt het nogal dof en rommelig. Neal Morse was die avond niet best bij stem, maar wel in een uitstekende bui. De rest van de band klinkt prima. Deze dvd laat goed zien wat een waanzinnig strakke band Spock’s Beard toch was. De lastigste arrangementen, zoals het begin van Gibberish, komen er vlekkeloos uit. Het is een groot genoegen een band te zien die zo volkomen meester is over het eigen repertoire en er ook nog zoveel plezier in heeft.

Omdat die plaat nou eenmaal net uit was, ligt de nadruk op nummers van “Day For Night”, niet bepaald Spock’s Beard’s beste album. Gelukkig staan ook enkele klassiekers als Go The Way You Go en The Light op het programma. De band werkt zich met verve door de nummers heen, hier en daar tijd vrijmakend voor een stukje improvisatie of gekkigheid, zoals de gitaarsolo in Go The Way You Go die Al vanaf het balkon speelt, het akoestische intermezzo in The Doorway, waarbij zelfs Nick d’Virgillio een stukje gitaar speelt, of de Genesiscover Squonk.

Halverwege kakt de boel nogal in door The Healing Colours Of Sound, een eerder lang dan spannend stuk muziek, en Ryo’s Solo, die onmiddellijk op mijn blaas sloeg. Tijdens concerten gebruikte ik dat nummer immers ook altijd voor een pitstop. Waarom dit vervelende en overbodige stukje muziek op de dvd staat is mij niet duidelijk: voor de aanwezigen was het misschien aardig, op tv werkt het helemaal niet. Gelukkig eindigt deze dip met een puntgave uitvoering van The Doorway en The Light, zodat het eindoordeel toch gunstig uitpakt. Wat heet: “Don’t Try This At Home” is een feestje in je eigen huiskamer, een concert dat ik nog vaak zal bekijken.

The Making Of “V”

Zoals Neal Morse in de introductie van deze documentaire al uitlegt, is er niet veel studiomateriaal, omdat hij niemand kon vinden die alles wilde filmen. Dat lijkt mij een smoesje, maar het feit is dat het meeste materiaal is opgenomen bij de bandleden thuis. “V” is een fantastische plaat, dus ik vond het interessant om te zien hoe dat meesterwerk tot stand gekomen is. Helaas krijg je daar weinig van te zien. Het èchte werk was toch het schrijfproces en daarvan zijn geen beelden.

Wat er dan wel te zien is? Alle opnamen zijn stukjes huisvlijt, meestal wordt de camera bediend door Neal MOrse, ook als hij zelf moet spelen. Dat betekent schokkerig beeldmateriaal van de muzikanten in de studio, van het huis van Ryo Okumoto waar de meeste van zijn toetsenpartijen werden opgenomen, van het huis van Al Morse waar veel gitaarpartijen werden opgenomen, van de dansende kindertjes van Neal en Al en van het kleine kamertje dat Neal als studio gebruikt.

Wat daarbij opvalt is de dominante rol van Neal. De andere jongens mogen suggesties doen, maar wat Neal zegt gebeurt. Als de andere muzikanten hun partijen inspelen is Neal daar altijd bij, als Neal iets opneemt doet hij dat alleen.

Ook zijn de eerste tekenen van Neals spirituele ontwikkeling zichtbaar. Hij begint het inzingen van zijn partijen met een gebed. Van de laatste regels van The Great Nothing raakt hij zo ontroerd dat de tranen over zijn wangen biggelen. Op dat moment voel ik me als kijker zelfs een beetje gegeneerd.

Verder is het interessant en ontnuchterend om te zien hoe sommige dingen zijn opgenomen. De diverse klassiek geschoolde gastmuzikanten komen hun bijdrage inspelen in Neal’s kleine kamertje, Okumoto zit met een synthesizer op de grond The Great Nothing te spelen en voor Al’s gitaarpartijen heeft hij in sommige gevallen niet eens een gitaar nodig, alleen maar effecten en een plugje. Alles lijkt een beetje volgens de houtje-touwtje-methode te zijn opgenomen, het mixen gebeurt in een soort vakantiebungalow in het bos en als de plaat af is, staat Neal toch wat ”˜alleenig’ in zijn kleine kamertje. Fascinerend materiaal, zolang het alom aanwezige grote hoofd van Neal niet op je zenuwen gaat werken.

Tenslotte bevat deze dvd een schat aan extraatjes, die bijna allemaal leuk, maar ook van een erbarmelijke kwaliteit zijn. We zien een live-uitvoering van Deep Purple’s Space Truckin’, gezongen door Nick, een versie van June met Mike Portnoy op drums, een akoestische versie van The Doorway in een platenwinkel en nóg een uitvoering van het akoestisch intermezzo van The Doorway. Dat staat er dus drie keer op. Het is wel leuk, maar één keer was ook goed geweest. Tot slot vind je ook de promovideoclip van All On A Sunday en een clipje waarin Neal oude liedjes van zijn broer belachelijk staat te maken.

Dit is een super-dvd met bijna vijf (5!) uur materiaal. Het is niet allemaal even relevant of zelf aan te zien en je zou soms willen dat Neal wat zuiniger met zijn muziek was (de uitvoering van sommige nummers in de extra’s doen het origineel geen eer aan), maar verreweg het meeste laat nog eens overduidelijk zien wat een superieure band Spock’s Beard was. Hebbedingetje van jewelste.

Erik Groeneweg

Progwereld | Recensies