
Phaedrus is een platform dat creatieve ideeën van zijn oprichters en hun gasten ondersteunt. Die oprichters zijn Carlos Plaza Vegas, César García Ferero (beiden van Kotebel) en Víctor Rodríguez (October Equus). Het tweede werkstuk onder de naam van Phaedrus is getiteld “Pleiades Suite”. De pleiaden waren zeven nimfen uit de Griekse mythologie, de dochters van de Titaan Atlas en de Oceanide Pleione. We gaan de zeven zussen in evenzovele nummers van dichtbij bekijken.
Op Kotebel plakt men wel de etiketjes klassiek, symfonisch, jazz, fusion en minimalistisch. October Equus brengen kenners aanvullend in verband met RIO/avant-prog, dat als bonus complexe structuren en kamermuziek biedt. Dat horen we op deze plaat ook terug. De zussen verschillen nogal van karakter, maar je hoort wel dat ze familie van elkaar zijn.
Merope begint onheilspellend, duister, psychedelisch en tegendraads. De klarinet van Ferero doet hier gretig aan mee. Verstilde pianoklanken leiden pittig gitaarwerk in. Het slot is orkestraal en filmisch, we horen ook symfonische klanken. Een sterke start. Maia is zachter van karakter. Pingeltoetsen en een heerlijk slepende gitaar, denk een beetje aan Steve Hackett/Andy Latimer, brengen ons heel duidelijk in de sfeer van The Enid, zeker als de orkestraties loskomen.
Taygete is sierlijk en laat complexe swing horen, met invloeden van Yes. De slotsolo op gitaar is ragfijn als om de zachtheid van haar karakter te tonen. De akoestische gitaar duikt bij Alcyone op. Met de klavieren levert dit mooie momenten op, gedragen op wolkjes van weer The Enid. Ze heeft het in zich te ontsporen, maar weet zichzelf toch weer tot kalmte te manen.
Het getokkel van Elektra met lichtvoetige ondersteuning brengt Anthony Phillips en pastoraal Genesis in gedachten. De Moog laat zich duidelijk gelden, Spaanse gitaar en dwarsigheden met stevig drumwerk zorgen weer voor een behoorlijk ongrijpbaar werkstuk. Zoals in alle nummers klettert het gitaarspel fraai van de mythologische berg af. Sterope heeft een nogal dwars en complex karakter, met toch ook een zachte kant.
Bij Celaeno spelen haar avant-progressieve trekjes nadrukkelijk op. Heftig en ongrijpbaar zijn nog een understatement. De lange, duistere gitaarsolo zorgt voor een passend slotakkoord.
Ik was even met stomheid geslagen bij de eerste aanblik van de wonderschone Seven Sisters aan de Engelse zuidkust. Deze zeven zussen brengen zo nu en dan soortgelijke gevoelens boven. De mannen van Phaedrus hebben geen zang nodig om de luisteraar alle hoeken van de kamer te laten zien en in verwarring achter te laten na een rollercoaster van emoties, vervat in een smeltkroes van stijlen, met legio tempo- en sfeerwisselingen.