
De Canadees Rick Miller staat niet bepaald bekend als hervormer. Zijn muziek brengt weinig rimpelingen teweeg in de progvijver. Zelf is hij hier ook heel duidelijk over: “Melodieuze, melancholische progrock voor donkere dromers en zachte zielen. Hier is geen heavy metal, jazzfusion of AI te vinden.” Hij schudt de ene cd na de andere uit zijn mouw, bespeelt alle instrumenten en laat zich vergezellen door een handvol gasten.
Op zijn achttiende (!) schijf sinds 2003 zijn de al vaker vermelde invloeden van The Moody Blues en The Alan Parsons Project weer waarneembaar. De klassieke instrumenten hobo, cello, viool en dwarsfluit doen de start van “Temporal Illusion” wat op kamermuziek lijken. Dat gevoel is snel weg zodra Miller gaat zingen. Voormalige talkshowhost Willem Duys zou ongetwijfeld de term ‘zoetgevooisd’ in de mond hebben genomen. Hij zingt prima, maar zo slaapverwekkend saai, dat dit na een paar nummers tegen gaat staan. Woordloze zang, in de vorm van koortjes, verhogen deze ‘feestvreugde’ nog eens. Dat nummers traag als wolken bij bijna windstil weer langstrekken, met flinke delen zonder ritmesectie, draagt ook bij aan het erg ontspannen sfeertje. Het past allemaal prima in de muziek die melodieus, wat melancholiek en wars van experimenten is. Niets mag het zachte kabbelen in de vijver verstoren.
Het wachten is bij Miller dan altijd op de gitaar. In alle nummers soleert Miller er lustig op los en dat levert mooie momenten op. Snel heb je in de gaten dat ook die solo’s volstrekt inwisselbaar zijn, maar ze zorgen tenminste voor opwinding. Indachtig de sfeer van het album doet zijn spel me soms aan The Shadows en Camel denken. Dwarsfluit, en iets minder hobo en cello, zorgen voor niet onaardige thema’s en dat benadrukt nog eens dat we het niet over hardrock hebben.
Het nummer The Game licht ik er even uit, omdat dit alle genoemde elementen bevat, maar zowaar ook enige spanning oproept. Vol van afwisseling horen we heerlijk al dan niet vervormd gitaarwerk, lekkere – eenvoudige, doch smaakvolle – toetsensolo’s, orkestraties en hemelse Mellotronsferen. In de andere nummers is het stramien veel meer voorspelbaar.
Rick Miller maakt zijdezachte softprog, zweverig, dromerig en wars van uitspattingen. Zijn wat zijige stem leidt de luisteraar die hiervoor openstaat, door een licht golvend landschap waaraan geen einde lijkt te komen. Het is goed gedaan, maar voor mij is het allemaal té…