
Het livealbum “Cook” uit 1974 van Premiata Forneria Marconi is zo’n plaat die je eigenlijk niet los kunt zien van het moment waarop hij werd gemaakt. De band zat midden in zijn internationale doorbraak en stond onder contract bij het Manticore-label van Emerson, Lake & Palmer, met Peter Sinfield als belangrijke man achter de schermen. Alles draaide om één ding: laten zien dat Italiaanse prog ook buiten Italië serieus genomen moest worden.
En dat hoor je op deze plaat in alles terug. Dit is geen losse verzameling livefragmenten, maar een bewust opgebouwde set van zes lange stukken, opgenomen tijdens de Amerikaanse tour.
Wat meteen opvalt: de bandleden kiezen niet voor de makkelijke weg. Geen hitparade-aanpak, maar lange stukken waarin ze hun hele arsenaal aan ideeën kwijt kunnen. En dat werkt vaak goed. Four Holes in the Ground opent sterk en laat meteen horen hoe strak deze band live speelt. Het is energiek, technisch sterk en toch melodieus genoeg om je erbij te houden. Je hoort hier al dat typische PFM-evenwicht tussen Italiaanse flair en internationale prog-ambitie.
Met klassieker Dove… Quando… schakelen ze naar iets meer ingetogen terrein. Korter, maar niet minder belangrijk: het geeft ademruimte in een set die verder best intens is opgebouwd. Just Look Away is één van de meest solide livevertolkingen op de plaat. Hier zit alles in wat PFM goed maakt: dynamiek, melodie en dat gevoel dat het nummer echt groeit terwijl het gespeeld wordt.
Het absolute hoogtepunt zit voor mij in Celebration (including “The World Became the World”). Dit is PFM zoals je de band wilt horen: soepel, levendig, en met een flow die nergens hapert. De overgang naar The World Became the World voelt volkomen natuurlijk, en de band klinkt hier (h)echt op elkaar ingespeeld. Dit is ook het soort uitvoering waar je als luisteraar vanzelf helemaal in meegaat.
Mister Nine Till Five is wat luchtiger en directer, bijna rockender van aard. Niet het meest complexe moment van de set, maar het houdt het geheel wel in beweging. Alta Loma Nine Till Five (including “William Tell Overture”), is het meest ambitieuze stuk van de plaat. Met ruim 15 minuten is dit een echte afsluiter waarin alles samenkomt: dynamiek, solowerk en dat typisch theatrale PFM-element met de verwerking van klassieke thema’s. Alleen moet je eerlijk zijn: niet alles blijft even spannend. De ideeën zijn er zeker, maar de spanning zakt op sommige momenten iets weg in de lengte. En precies daar voel je dat live-enthousiasme soms net iets belangrijker werd dan strak spelen.
Wat ook interessant is: net als bij veel Europese progacts uit die periode werden Italiaanse titels en concepten bewust “verengelst” voor de Amerikaanse markt. Niet alleen om begrijpelijker te zijn, maar ook om serieuzer genomen te worden in een markt waar prog nog moest landen. Dat hoor je niet alleen in de titels, maar in de hele benadering van deze opname.
In 2010 verscheen bij Esoteric Recordings een uitgebreide remaster van “Cook”. Die uitgave ging verder dan een simpele opfrissing. Het album werd uitgebreid met extra livemateriaal uit dezelfde tour en alternatieve versies van enkele stukken. Vooral de langere, meer uitgewerkte livefragmenten geven een nog beter beeld van hoe de band in die periode klonk op het podium.
Daar komt meteen ook iets terug waar je bij het originele album al tegenaan loopt: die neiging om uit te pakken met solo’s en langere uitweidingen. In de remaster valt dat nog duidelijker op, zeker in de toegevoegde stukken, waaronder uitgebreidere gitaar- en toetsenpassages die soms meer documentair interessant zijn dan echt muzikaal noodzakelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor het nummer Guitar Solo: leuk als registratie, maar het voegt niet per se iets essentieels toe aan de kern van het album.
Uiteindelijk blijft “Cook” vooral een belangrijk tijdsdocument. Geen perfect livealbum, maar wel een overtuigend visitekaartje van een band die in 1974 volop bezig was om zich internationaal te bewijzen. Soms wat te uitgesponnen, soms net iets te demonstratief, maar altijd met genoeg klasse om overeind te blijven.