
John Palumbo, de leider van de Amerikaanse band Crack The Sky, heeft een appeltje te schillen. Dat treft natuurlijk elke weldenkende Amerikaan op dit moment, gezien de chaos die de huidige regering in het land teweegbrengt, maar Palumbo voelde de noodzaak er een album aan te wijden. En dat niet alleen, hij heeft er zelfs een roman over geschreven, “Swimming the Cleveland Ocean”. Helaas is dit Progwereld en niet Boekwereld, dus ik zal me concentreren op de nieuwe plaat. Daar valt genoeg over te zeggen.
Palumbo verwerkt zijn woede over de huidige situatie in maar liefst elf korte stukken, die onderwerpen hebben als AI, ICE en de afschuw van rechts Amerika voor alles dat ook maar enigszins ‘Woke’ is. Niet voor niets heet een nummer White Man en zingt hij in For Dear Life over de worstelingen van iedere Amerikaan die dat niet is.
De elf nummers zijn over het algemeen wat slepende, sombere liedjes waarin Palumbo meer praat dan echt zingt, al kan dat laatste te maken hebben met zijn stem. Die is na 74 jaar niet meer zo krachtig als in zijn hoogtijdagen. Hij wordt gelukkig goed geholpen door Crack The Sky-bandleden Bobby Hird en Joe Macre en drummer Max Victor Vacadero. De laatste doet het hoogstnodige, maar met name Hird speelt op sommige nummers prachtige gitaarsolo’s.
Het nadeel van elf wat slome stukken, die het moeten hebben van de zeggingskracht van de verteller, is wel dat ze wat op elkaar gaan lijken op den duur. Zo halverwege de plaat, die overigens maar 42 minuten duurt, gaat het gebrek aan afwisseling Palumbo opbreken. Day Of Our Lives is op zichzelf een prima nummer, maar als zevende op rij ontbreken de onderscheidende karakteristieken een beetje. En dat, lezer, is een wat omfloerste manier van zeggen dat het wat saai wordt op den duur. Veel stukken hebben een tempo van ongeveer 90 bpm, er is bijna geen memorabele zanglijn en met een gemiddelde lengte van 4 minuten hebben de liedjes nauwelijks ruimte voor verrassende arrangementen. De enige afwisseling komt dus van die prettige gitaarsolo’s.
Palumbo heeft zijn hart, al is het gedoopt in vitriool, op de goede plaats. Zijn teksten etaleren een grote betrokkenheid bij de toestand in de wereld die, voor elke muzikant die niet zo ongenaakbaar is als Bruce Springsteen, gerust ‘dapper’ genoemd mag worden. Je moet je op een website als deze ook afvragen of dit nou echt wel prog is. Alles in vier-kwart, een simpele bezetting van drums, bas en gitaar met wat ondersteunende elektronica, rechtlijnige arrangementen, en bijtende zang. Crack The Sky was natuurlijk al geen volbloed progband, maar deze muziek lijkt meer op een chagrijnige Tom Petty.
Het is mooi dat een muzikant die even goed zou kunnen gaan rentenieren zich nog zo opwindt over het onrecht in zijn land. Het is jammer dat hij dat niet doet met wat interessantere muziek.