
Soms verlang je even naar een plaat die je precies brengt wat je van prog verwacht: lekkere zang, fijne arrangementen, weelderige orkestratie, veel referenties naar beroemde voorgangers, knap maar niet te moeilijk. Er komen immers genoeg albums uit waarop de muzikanten hun uiterste best doen, maar toch nét teleurstellen; de lijn tussen innovatief en geforceerd is maar een heel dunne. Op zo’n moment kun je het veel slechter treffen dan met de nieuwste langspeler van Pattern-Seeking Animals: “Grimalkin”.
Zoals hoofdcomponist en toetsenist John Boegehold het uitlegt: ‘Het woord ‘Grimalkin’ stamt uit de zestiende eeuw als een variatie op ‘graymalkin’ of grijze kat. Het woord is terug te vinden in Shakespeares “Macbeth” als de naam van een magische metgezel van één van de drie heksen.’ Ook dat is über-prog: een oud-Engelse naam voor een bovennatuurlijk wezen.
Dit zesde album zou wel eens het beste tot nu toe kunnen zijn van dit viertal oude bekenden. Dat komt in hoofdzaak door de composities van Boegehold, die bijna allemaal erg sterk zijn. Het komt ook door de sterke zang van Ted Leonard en de akoestische toevoegingen: dwarsfluiten en violen tillen de muziek absoluut naar een hoger plan. (Ik meen ook nog wat vrouwen te horen zingen, maar kan nergens vinden wie dat zouden kunnen zijn).
Opener Maybe All a Dream is de sterkst mogelijke start. Met bijna negen minuten is het meteen het langste stuk van de plaat; afwisselend, virtuoos en mede door de dwarsfluitsolo een heerlijke herinnering aan een paar kroonjuwelen van de proggeschiedenis. Nog beter vind ik Break Away, dat buitengewoon pompeus eindigt, maar ook een paar passages heeft met een verrassend ritme. Sowieso speelt ritmesectie Meros/Keegan in dit nummer een prachtige hoofdrol.
Misschien komt het door de vioolpartijen of de mooie, maar inmiddels licht rafelige zang van Leonard, dat ik op momenten aan Kansas moet denken. Er zijn ergere referenties, natuurlijk. Er zijn echter ook passages waar ik het gevoel krijg dat de heren wel erg binnen de lijntjes kleuren. Dat gevoel verdwijnt onmiddellijk bij Traveler on the Wrong Road, dat met viool, trompetten en een soort Spaans thema sterk afwijkt van de andere nummers. Dat is niet per se een goed ding, het is een wat wonderlijke compositie.
Opvolger Slowly Falls the Flying Man is dan weer zó’n Kansas-pastiche, dat ik me zou kunnen voorstellen dat Kerry Livgren er zijn wenkbrauwen bij fronst. Een soort madrigal met blokfluit en viool die zich ontvouwt als een fantastisch opus; geweldig, maar wel heel herkenbaar. De plaat sluit af met I Dream the World, een prachtige ballad met een ontroerende tekst over betere tijden.
Nou ja, soms is een plaat die je zo herinnert aan oude muziekhelden precies wat je even nodig hebt. “Grimalkin” is zonder twijfel één van de betere platen van het jaar, maar dat komt voor een belangrijk deel omdat-ie exact levert wat je ervan verwacht. Dat klinkt misschien als kritiek, maar dat is het niet. Pattern-Seeking Animals legt uitermate smaakvol een brug van het mooiste van toen naar het beste van nu.
CD
LP