
[Dit is de recensie van de heruitgave uit 2026; scroll naar onderen voor de oorspronkelijke recensie van Wouter Bessels uit 2009]
Zo ongeveer de complete catalogus van Gentle Giant is de afgelopen jaren onder handen genomen door een keur aan specialisten, onder wie Steven Wilson. Alles is keurig afgestoft, opnieuw gemastered en gemixed, vaak onder toevoeging van wat bonusmateriaal. Eén album was echter tot op heden de dans ontsprongen: “In a Glass House” uit 1973 kwam helaas (nog) niet in aanmerking voor zo’n speciale ‘wasbeurt’. En wel om een heel simpele reden: de originele meersporenmastertapes waren onvindbaar, en dat zijn ze tot op de dag van vandaag. Dan wordt het lastig om restauratiewerkzaamheden uit te voeren.
Totdat op een zekere dag bandleider/componist/zanger Derek Shulman in gesprek raakte met de gerenommeerde Braziliaanse opnametechnicus en producent Eber Pinheiro. Shulman gaf het dilemma aan: de noodzaak om iets te doen zonder het onderliggende materiaal. Grammy Award-winnaar Pinheiro vond dat geen probleem, hij had namelijk al enige ervaring met dit soort uitdagingen. De oplossing bestond uit speciale AI-software die in staat is om de originele instrumenten ‘los te maken’ van hun omgevingsgeluid, ofwel op elektronische wijze de zo gewenste individuele sporen te kunnen bevrijden uit hun knellende omstrengeling.
Dat lijkt op tovenarij en dat is het ook, tot op zekere hoogte. Iedereen blij, want hoewel “In a Glass House” behoort tot de favoriete albums van een groot deel van de Giant-aanhang, was de geluidskwaliteit van het ruim vijftig jaar oude album bij lange na niet zo goed als de muzikanten hadden gewild. Dat kwam door allerlei achtergronden, variërend van het vertrek van oudere broer Phil Shulman, waardoor het sextet tot kwintet werd gereduceerd. Maar ook door (opname)technische problemen en een donkere periode in het bestaan van de groep. Dat reflecteerde in de opnames die als het ware met een deken waren omhuld, donker en weggemoffeld.
Hoe anders is de muziek na de speciale behandeling door Pinheiro in samenwerking met Shulman, die zich persoonlijk inzette om dit voor hem niet zo favoriete album de glans te geven die het verdiende.
Bij eerste beluistering valt direct de hervonden helderheid op: alles klinkt kristalhelder. Het lijkt wel alsof er sprake is van een soort van auditieve 3D, ik kan het niet anders onder woorden brengen. Luister maar eens naar het intrigerende Way of Life, wat zelfs wat weg heeft van King Crimson. Vooral de drums hebben geprofiteerd van de AI-aanpak. Ze klinken meer prominent, net als de basgitaar van Ray Shulman. Ook de zangpartijen van Kerry Minnear op Experience komen nu veel beter uit de verf. Of de vioolharmoniëen tijdens A Reunion, heerlijk. De complexiteit van het titelnummer is ongekend. Het album laat vooral horen hoe briljant de groep was in zowel compositie als uitvoering.
Ik heb op deze pagina’s al eens mijn twijfels (en ongenoegen) uitgesproken over het gebruik van Artificial Intelligence. Maar als het op deze wijze wordt gebruikt, om het geluid te verbeteren, dan kan ik geen bezwaar hebben. Dan ligt het in het verlengde van het gebruik van computerbestanden in plaats van analoge banden, of het toepassen van professionele software als Pro Tools bij de opname. Alles voor het beste resultaat.
En dat resultaat is zo goed dat Shulmans mening over het album 180 graden gedraaid is; desgevraagd geeft hij aan dat het nu tot zijn favoriete albums behoort. Eindelijk gerechtigheid.
[Oorspronkelijke recensie]
Nadat Gentle Giant – geloof het of niet – tijdens een tournee in 1972 als voorprogramma van Black Sabbath had gespeeld, breekt voor de groep een onzekere tijd aan. Na een conflict met de overige bandleden en in het bijzonder met zijn broers Ray en Derek verlaat Philip Shulman de groep wegens persoonlijke omstandigheden. Ook zit de band in Amerika zonder platencontract, terwijl zij daar juist behoorlijk voet aan de grond kregen met voorganger “Octopus”. Zo kan het gebeuren dat “In A Glass House” in september 1973 alleen in de Europa verschijnt.
Mensen die in glazen huizen wonen, moeten geen stenen gooien. Dat is in één zin het concept van deze plaat, die opent met – hoe ironisch – brekend glas dat middels een tapeloop in een geweldige climax ontaardt en de band met The Runaway een sterke openingstrack neerzet. Wat direct ‘in het oor springt’ is de herkenbaarheid. Onmiskenbaar Gentle Giant, direct vanaf de eerste maat van het nummer. Onder leiding van Derek Shulman, die op dit album het vertrek van Phil meer dan uitstekend opvangt, worden verschillende maatsoorten verkend en lopen diverse melodielijnen door elkaar heen. De zang van Shulman komt geweldig uit de verf: krachtig als in The Runaway, falsetto in het opvolgende An Inmates Lullaby en meeslepend in Way Of Life en het titelstuk. Minstens zo gedreven laten de andere vier muzikanten horen waartoe zij in staat zijn en dat is niet mis. De unieke combinatie van onder meer een klassiek geschoolde toetsenist (Minnear), een gitarist met een blues-achtergrond (Green) en een kort daarvoor tot de band toegetreden rockdrummer (Weathers), leidt tot een ongekend geluid binnen de Engelse progressieve rock van de jaren zeventig. Mede dankzij Weathers is “In A Glass House” de meest rockgeoriënteerde plaat van de formatie: zijn puntige drumwerk zorgt met het vloeiende basspel van Ray Shulman voor de drijvende kracht van Way Of Life, één van de hoogtepunten van het album. Luister naar de verrassende breaks die eerst hetzelfde klinken, maar toch subtiel van elkaar verschillen. En dan de Mini Moog van Kerry Minnear: gespeeld zoals alleen hij kan, op een bijna jazzy manier. Onderwijl laat hij ook nog korte pianoriedeltjes los tussen de coupletten. Grote klasse en tekenend voor de originaliteit van de groep. Ook Experience en A Reunion bieden een aaneenschakeling van sferen en klassieke vormen, die op het conto van Minnear kunnen worden geschreven. Tenslotte introduceren de akoestische gitaren van Green en Ray Shulman het titelnummer, dat qua thematiek teruggrijpt op The Runaway en Experience. Eerlijk gezegd geen afsluiter waar je u tegen zegt, vergeleken bij het voorgaande en de luisteraar achterlaat met een gevoel alsof er nog een stuk komt. Dat gebeurt niet, maar het hindert natuurlijk niet om het album nog een keer te draaien. De verrassing is elke keer weer groot: de ‘kamermuziek’-achtige productie, het spelplezier en het hoogstaande muzikale niveau zorgen ervoor dat In “A Glass House” zich grotendeels kan meten met de andere twee hoogtepunten van de groep, “Three Friends” en “The Power And The Glory”. Het duurde tot 2000 toen “In A Glass House” pas een kwalitatief goede cd-uitgave kreeg, op het eigen Alucard-label, in een originele replica van de hoes en geflankeerd door twee prachtige live-versies van The Runaway/Experience en het titelstuk. Deze versie is dan ook de meest definitieve, in tegenstelling tot de meeste recente op het label van Derek Shulman die geen gebruik maakt van het originele hoesontwerp en maar één bonus (live)track heeft.
Bij sommige bands is het vaak moeilijk kiezen met welk album de gehele discografie kan worden verkend. In het geval van Gentle Giant is “In A Glass House” een uitstekend startpunt; een plaat die zowel toegankelijk als avontuurlijk kan worden genoemd en die talloze muzikanten uit de progressieve rock en de jazzrock sterk heeft beïnvloed. Maar bovenal is het één van de minder bekende pareltjes die in het monumentale jaar 1973 verscheen.
Wouter Bessels