
“It was in the month of September when the UK band Albion came to the Parkvilla Theater in Alphen aan den Rijn to play us the songs of May and finally they blew us all away.” Dat was het plan van de boys and girl van het Britse Albion.
Hun muziek bestaat uit aanstekelijke folky songs uit de oude Engelse traditie, uitgevoerd met vaak brede gitaarlijnen, maar ook vloeiend technisch gitaarspel, overgoten met een vleugje prog. Dat biedt voldoende ingrediënten om een goed gevuld Parkvilla Theater, met overwegend seniorprogliefhebbers, een mooie muzikale avond te bezorgen.

Daarvoor moesten gitaristen Jack Clark (tegenwoordig gitarist van dienst bij Jethro Tull) en Joe Parrish-James echter een paar geluidstechnische barrières slechten. Het moet gezegd dat hun gitaargeluid zeer beschaafd was. Zó beschaafd dat wanneer ze solo speelden, ze bijna niet te horen waren. Dat deed vooral tijdens de eerste set veel afbreuk aan de overigens uitstekend uitgevoerde nummers. Maar je moest je oren wel tot het alleruiterste spitsen om de solo’s enigszins te kunnen waarnemen. Ook de lagere zang van Joe Parrish-James was moeilijk te ontwaren in de geluidsmix, al werd dat gaandeweg beter.
De hierboven geschetste geluidsperikelen werden flink aangedikt door de te harde drums en met name de snare. De geluidsman kon daar niet veel aan doen, want op zo’n open podium in een kleine zaal klinken de drums van zichzelf al snel te hard. Voor de toetsengeluiden die de brede gitaarlijnen op de cd’s zo mooi ondersteunen, liep er een tape mee. Die was in eerste instantie ver te zoeken, maar kwam later beter tot zijn recht. Toch vind ik het een raar gegeven om toetsen vanaf een tape mee te laten lopen. Wanneer je dat op het podium door een toetsenist laat spelen, komt dat het live-gevoel veel meer ten goede. We weten dat het steeds meer wordt toegepast om allerlei instrumenten en/of geluiden met een click-track mee te laten lopen, maar dat houdt ook in dat je je als muzikant geen vrijheden meer kunt permitteren.

Terug naar het concert. Na sprookjesachtige intromuziek opent de band met het sterke The Green Knight, waarin we meteen op Tull-achtig fluitspel en een mooi gitaarduet worden getrakteerd. Parrish-James, die van 2020 tot en met 2024 zelf in Jethro Tull speelde, wordt in de zang ondersteund door zijn zus Rhiannon. Haar heldere stem tilt die van haar broer boven het geheel uit, vooral wanneer Joe in de lagere registers zingt, waar zijn stem minder krachtig klinkt. Joe introduceert elk nummer met de nodige droge Engelse humor, die niet gespeend is van enige zelfspot.
Down With The Hero is een zogenaamd ‘sea shanty’ (zeemanslied) met fraaie samenzang en een lekkere folky melodie. Vervolgens gaat de band terug naar zijn eerste EP “Pryderi” uit 2021 met Third Branche. In het tweede deel van dit nummer zit een Jig, een snelle dans, die hier wordt uitgevoerd over een basis van stevige gitaren, wat erg spectaculair klinkt.

Albion vervolgt met twee nummers die zijn gelinkt aan de schrijver Tolkien. Eerst het sterke Eldest over Tom Bombadil, een karakter van Tolkien dat niet in de beroemde Lord of the Ring-films voorkomt. Wat een geweldig nummer is dit met die mooie warme folk-akkoorden, het snelle dansbare middendeel met fraai fluit- en tweestemmig gitaarspel dat uiteindelijk weer heel organisch terugkeert naar het eerste deel. She Is The River (zonder drums) gaat over de vrouw van Tom Bombadil. Mooie sfeervolle folk met handclaps door Rhiannon, die zich overigens op blote voeten, veelal dansend, over het podium beweegt.

Inmiddels heeft de band een groot deel van het laatste album gespeeld en is het tijd voor een traditionele ‘hornpipe’, Fishers and Sailors. Deze bekende ‘Sailor’s Hornpipe’ begint in een vrij laag tempo en wordt gaandeweg steeds sneller. Zo wordt Joe Parrish-James op het eind gedwongen om al zijn gitaartechniek aan te spreken. Knap werk! Het publiek herkent het bekende deuntje en her en der zie je handen, voeten en lippen meebewegen. Bassist Peter Szypulski speelt, veelal hevig headbangend en grimassen trekkend, een energieke rol en trekt daarmee de nodige aandacht.
Het heerlijke Barrett’s Privateers is een eerbetoon aan de Canadese, helaas veel te vroeg overleden, folkzanger Stan Rogers. Met het sfeervolle Calan Mai, met opnieuw die prachtige folk-akkoorden, tweestemmige zang, mooi fluitspel en dito symfonische gitaarlijnen, sluit de band voor de pauze af.

Na de pauze staat het geluid gelukkig beter afgesteld, wat goed uitkomt bij het zeer symfonische en orkestrale Arthurian Overture met de nodige tempowisselingen en dynamische schakeringen. Wat een binnenkomer! Het publiek reageert meteen enthousiast. The Dream of Rhonabwy swingt de pan uit met opnieuw mooie samenzang en een stevig slot met prachtige melodieuze gitaarlijnen. In het publiek zien we steeds meer voeten en hoofden meebewegen.
Parrish-James geeft ons nu de keuze uit óf Fog on the Rhine van Lindisfarne of een Black Sabbath-medley. Het merendeel van het publiek gaat voor de Black Sabbath medley en dus kiest Parrish-James, geheel in de lijn met zijn Engelse humor, voor Fog on the Rhine. Uiteindelijk wordt het eerbetoon aan Ozzy Osbourne ook gespeeld, waarbij Parrish-James Ozzy’s zangpartijen speelt op de fluit. De medley leent zich verder uitstekend voor een potje simultaan headbangen. Het volgende eerbetoon is aan de Ierse folkband Planxty met de Raggle Taggle Gypsy. Het is weer een heerlijk deuntje, overgaand in een wals met een prachtig slot.

Als slotnummer wordt de ‘smash hit’ Pagan Spirit aangekondigd. Na een ingetogen begin met een mooie baspartij gaat de band los met metalgitaren en vervolgens dubbele gitaarlijnen, vermengd met toetsen. Hierdoor krijgt het een symfonisch karakter en lijkt het een beetje op de folkmetal van Ayreon. Erg mooi, vooral wanneer de melodie iedere keer opschuift.
Maar de koek is nog niet op. Het ‘echte’ slotnummer wordt een nieuwe compositie van het in november uit te komen nieuwe album “In the Month of May Part II”: Return to Gwalia. Ook hier weer van die mooie folky zanglijnen, omringd door melodieuze gitaarlijnen. Op het eind een heerlijke gitaarsolo van Parrish-James.

Albion bewijst dat je met mooie eenvoudige melodieën, die hun oorsprong vinden in de eeuwenoude traditionele volksmuziek, erg mooie muziek kunt maken. Vooral wanneer je die melodieën voorziet van warme akkoorden en speelse ritmische en melodische vondsten: muziek die de harten van de mensen raakt. Ook van de mensen in Parkvilla Theater op vrijdag 4 september.
…………and finally they blew us all away.