
Changing Places in the Fire is een nieuwe band bestaande uit vijf muzikanten van Venezolaanse komaf. Toch mag je vraagtekens zetten bij het woord ‘nieuw’. Even speuren op het net maakt al snel duidelijk dat de band in 2016 al in de weer was. Daarna zijn de bandleden uitgewaaierd richting Europa en Zuid-Amerika. Dat heeft de heren er gelukkig niet van weerhouden hun band online voort te zetten. Dit gelijknamige debuutalbum “Changing Places in the Fire” is dus geheel op afstand tot stand gekomen en dat is toch wel even een dingetje.
De band maakt op zich een interessante mengeling van stijlen, want door post- metal te combineren met alternatieve en progressieve rock maken ze een ideeënrijke brok muziek. Er gaat een heleboel goed op het album.
Zo is Daz Medrano een uitstekend zanger die zowel uitermate melodieuze dingen laat horen als aanvaardbaar agressieve. De twee gitaristen Javier Landaeta en Antonio Silva weten constant de juiste snaar aan te slaan en het drumwerk van Miguel Ángel Moliné is ronduit fenomenaal. Het toetsenwerk van Alfredo Ovalles daarentegen blinkt helaas uit door zijn bescheiden rol. Wel netjes gedaan hoor.
Opvallend is dat de band officieel als vijfmansformatie wordt gepresenteerd, zonder bassist, terwijl de basgitaar op verschillende momenten nadrukkelijk aanwezig is. Wie deze partijen heeft ingespeeld, wordt in de beschikbare credits niet vermeld.
Waar het niet zo lekker gaat op dit album is dat het opnameproces ervoor gezorgd heeft dat er weinig chemie tussen de muzikanten te horen is. Hierdoor mist enige bezieling en klinkt het soms een beetje te steriel.
De band verdient een bruisend totaalgeluid, zeker omdat de nummers stuk voor stuk sterk gecomponeerd zijn. Over de openingstrack The Epiphany Tree kan je nog enigszins je twijfels hebben, Home en A Reason to Fall zijn onomstotelijk parels. Het Deftones-geluid, tezamen met wat invloeden van Dredg, Oceansize en Porcupine Tree plus de vocale melodievorming van White Lies, houden je als luisteraar constant geboeid. Het glorieuze basmoment in A Reason to Fall spant wat dat betreft de kroon. Met het grimmige The Fury and the Sound vervolgt de band z’n stijl en mijn gedachte in eerste instantie was dat de band er goed aan zou doen om hierna even iets anders te doen.
Ik werd op m’n wenken bediend want het korte Black Oceans is een sfeervolle onderbreking met vooral veel toetsenklanken. Het is een mooi moment in het existentiële concept van het album dat over de veranderende wereld gaat en het feit dat je moet vechten voor je persoonlijke vrijheid.
Vervolgens neemt met het nihilistische Learn to Die de grimmigheid toe. Over het gehele tweede deel van het album nemen dit soort explosieve momenten toe, maar ook de pracht van sommige passages tekenen het album. Erg sterk wat dat betreft is A Case Against the World waarin de technocratische kant van Rush gecombineerd wordt met crunchy momenten uit de Seattle–scene. In Into the Unknown klinkt lange tijd de akoestische gitaar totdat het bandgeluid weer uit z’n voegen barst. Met As If You Were Free gaat de band z’n finale in om uiteindelijk na te sudderen met het reflectieve The Door Left Behind.
Ik eet m’n schoenen op als niet veel lezers van Progwereld deze cd omarmen. Het enige dat de band op een volgend album moet zien te bereiken is dat ze het gezamenlijk opnemen.
CD