Ik loop al een tijd rond met het idee om een stuk te schrijven over een bijzondere muzikant. Een zogenaamde ‘selfmade man’ die wij allemaal kennen, moeten kennen is het eigenlijk.

Het was ergens in 2008 toen ik voor het eerst met hem in contact kwam, of beter gezegd, met zijn muziek. Voor de goede orde, we leefden in het pre-Spotify tijdperk. Het bleek het eerste album van zijn groep. De muziek raakte me, al was deze niet direct vernieuwend. Ik besloot een recensie te schrijven. Omdat er niet veel informatie bij dat album beschikbaar was, ging ik op onderzoek uit en legde contact met deze muzikant. Dat onderzoek leverde interessante materie op. Een boeiend achtergrondverhaal van een muzikant uit een (voor de progwereld) niet gebruikelijk land.

De muzikant waar ik het over heb, componeert alle muziek zelf. Ondanks dat hij zelf verdienstelijk gitaar speelt en zingt, is hij vooral toetsenist. Daarnaast maakt hij gebruik van talloze muzikanten uit eigen land. Het werd mij daardoor ook duidelijk dat dit land veel uitstekende muzikanten herbergt; iets wat ik niet wist. Wat ik ook niet wist, is dat hij al twee albums had uitgebracht onder een andere bandnaam. Dat deed hij omdat het geen progressieve rock was, maar een ander genre en bovendien volledig instrumentaal. En hij wilde dat andere ei ook kwijt.

Er kwam zelfs een derde groep, samen met zijn goede en trouwe vriend uit Wales, die hem ook hielp met het uitbrengen en distribueren van zijn albums.

De jaren daarna volgde een stroom aan muziek onder diverse namen. Zowel de muziek als de bandnamen raakten met elkaar verstrengeld, bewust of onbewust. Ik kreeg zelfs het idee dat hij het zelf ook niet meer wist. Ik wist wel dat de muzikant in kwestie een oneindige bron van inspiratie had, die onophoudelijk bleef borrelen, of beter gezegd: stromen.

De oorlog veranderde alles. Zijn huis en studio, en vrijwel zijn hele woonplaats werden verwoest. Het bracht hem van zijn stuk, maar niet aan het wankelen. In een naburig land vond hij een nieuwe thuisbasis. Voor zijn gezin, zichzelf en zijn muziek.

Hij bleef keihard werken, maar het leek alsof de échte waardering uitbleef. Onverstoord en enthousiast ging hij door en vergrootte zijn netwerk met optreden en touren door Europa. Hij legde tienduizenden kilometers af, sleepte met instrumenten. Zijn fanbase groeide, net als zijn netwerk, maar bovenal zijn naam en erkenning bij andere muzikanten. Mijn sympathie had hij toen al lang, maar dat terzijde.

Het had tot gevolg dat inmiddels bevriende muzikanten bereid waren om bij te dragen aan zijn albums. Ik noem Roine Stolt, Marco Gluhmann, John Hackett, Michel St-Pere, Kalle Wallner, Yogi Lang en Robert Reed. De scheidslijn tussen zijn muzikale projecten was al lang vervaagd. Het doet er allemaal niet toe.

Ik ontmoette hem één keer. Dat was een warme kennismaking waar ik met plezier op terugkijk. Op zaterdag 31 oktober 2026 zie, hoor en ontmoet ik hem weer, op het Northern Prog Festival in Leeuwarden.

Ik heb het over Antony Kalugin uit Oekraïne, de man achter Sunchild, Karfagen, Hoggwash, Modern Rock Ensemble, AKKO, AKP, OMNI en wie weet wat al nog meer. Er is er maar een die deze ode verdient. Dat is hij.