
Zo, dat is even een aangename verrassing. Acht jaar na het heerlijke en fijn te beluisteren “Mir” komt Telegraph zomaar vanuit het niets met een nieuw album. Qua geluid, composities en gebruik van het instrumentarium wijkt “Topography Of Mind” niet af van het debuut. Dit album is qua structuur wel ambitieuzer: alle vier de nummers duren elk ruim elf minuten en kenmerken zich door dezelfde kalmerende rust met de focus op melodie, sfeer, timbre en een langzame opbouw.
De zang is spaarzaam en ver naar de achtergrond gemixt met een echo-effect zoals in het briljante nummer Spirit of the Water van Camel. Ook de voornamelijk instrumentale muziek wordt in dezelfde geest van Camel en Pink Floyd uit hun topjaren veelvuldig aangehaald. Een enkele keer zelfs iets té opzichtig. In Valley of Delirium bijvoorbeeld zit een pompende baslijn die opvallend veel doet denken aan passages uit Sheep, en Somewhere Along These Line refereert nadrukkelijk naar het hypnotiserende Careful With That Axe, Eugene dat een glinsterend diamantje in het licht zet. En dan heb ik het nog niet over al die fata morgana’s aan kamelen en sneeuwganzen die we bij een opkomende maangekte ons zomaar kunnen inbeelden.
Dat kan liggen aan de term Topography of Mind, die verwijst naar een vroege psychologische theorie van Sigmund Freud, die in zijn boek De droomduiding uit 1900 drie bewustzijnsniveaus onderscheidt: het bewuste, het voorbewuste en het onbewuste. Telegraph maakt echter geen diepgravend intellectueel conceptalbum vanuit dit vertrekpunt, maar een muzikale reis door verschillende bewustzijnstoestanden en emoties.
Vernieuwend is deze klassieke prog met licht psychedelische passages niet, maar het warme bad is helend en haalt verlangende herinneringen bij mij naar boven, al dan niet voorbewust. Dat doen ze door prachtige gitaren die flirten met Andy Latimer en David Gilmour, en de kenmerkende keyboardgeluiden met altijd die gevoelige, weerspiegelde toets van Peter Bardens, die net zo makkelijk als natuurlijk over gaat naar de ingetogen, dienende benadering van Richard Wright.
Het is vooral prettig dat de band zijn composities de tijd geeft om zich te ontwikkelen. Het album voelt nergens gehaast of overweldigend aan. Alles tot aan de fluitgedeeltes toe krijgt ruimschoots de tijd om zich te openbaren. Het is vredig, artistiek, en doordrenkt met een bezielde vreugde in arrangementen en melancholie. Communicatie is echter niet het sterkste punt van deze band, want er is vooral sprake van eenzijdige radiostilte. Dat is oké, maar dit nieuwe prachtexemplaar mag niet zomaar de lezers van Progwereld passeren; zeker als het toch niet bij een eenmalig project blijft en we mogen hopen op meer.