Zondag 14 december 2025, Podiumcafé, Poppodium Boerderij, Zoetermeer

Popprofessor Gerrit-Jan Vrielink is bekend om zijn gigantische verzameling platen en zijn encyclopedische kennis van muziek en met name platenhoezen. In de coronaperiode mondde zijn hobby uit in ruim 100 columns en uiteindelijk in een aantal heuse optredens. Hij heeft de smaak inmiddels te pakken: op zondagmiddag 14 december trad hij wederom op in het Podiumcafé van de Boerderij in Zoertermeer waar hij al jaren als vrijwillige stagemanager fungeert. En ditmaal met een bijzondere co-host: niemand minder dan Robert Jan Stips staat hem bij op een reis langs de bands uit zijn lange loopbaan als musicus. Een bomvol Podiumcafé in Poppodium Boerderij in Zoetermeer is getuige van een tweegesprek tussen GJ en RJ, ondersteund door audio en visuele ondersteuning op het kleine podium in de bar. Er hangt een goede, enigszins uitgelaten sfeer, het publiek is gemengd maar de eerlijkheid gebiedt dat de gemiddelde leeftijd toch wel boven de zestig ligt.

In hoog tempo worden onder meer de samenwerkingen met een nog jonge en onbekende Anton Corbijn, de Engelse saxofoonlegende Elton Dean en diens Amerikaanse tegenvoeter Charlie Mariano onder de loep genomen. Maar ook plaatopnames in de beroemde Manor studio in Engeland (Mike Oldfield) en referenties aan Camel, Soft Machine en de Canterbury scene komen voorbij. Evenals de kreet ‘Mondriaan pop’ (Nits), de Haagse connectie, de eerste ervaring met een Mini Moog bij de Earring, hoezen bestellen bij Hipgnosis en Radar Love van een ‘voller’ geluid voorzien. Als muzikale omlijsting gelden de Beethoven versie van Nescio en de ‘Chopin meets Blues’ vingeroefening door Stips.

De muzikale intermezzi vormen naar mijn mening sowieso het hoogtepunt van de middag, door Stips uiterst smaakvol uitgevoerd. Dat begint al bij aanvang als hij een potpourri van de keuze voor zijn eerste elpee in 1966 met zijn pianospel omlijst. Voor de geïnteresseerde: de keuze tussen Beach Boys, George Gershwin en Lovin’ Spoonful viel in het voordeel van die laatste uit. Maar ook de geheel op piano gespeelde versie van She Was Naked en het duet samen met zangeres Jane Goulding in een Sweet d’Buster nummer mochten er zeker zijn.


 

Na de pauze komt Stips’ lidmaatschap bij het eveneens Haagse Golden Earring ruimschoots aan bod. Maar ook zijn solowerk, de samenwerking met The Nits, zijn productiewerk voor onder andere Gruppo Sportivo en de wedergeboorte van Supersister komen ter sprake. Stips verhaalt honderduit en met veel humor en kwinkslagen over zijn inmiddels zes decennia omvattende muzikale loopbaan. Vrielink probeert nog wat orde te scheppen door regelmatig terug te grijpen op het belang van de hoesontwerpen, Stips lijkt maar nauwelijks geïnteresseerd. Beide heren zijn aan elkaar gewaagd, er is zeker geen sprake van de fan en zijn idool.

Al met al een geslaagde combi van interview, informatie, anekdotes, muziekfragmenten, onthullingen en vooral livemuziek. Het ligt een beetje in het verlengde van de tegenwoordig zo populaire podcast maar dan in een theaterversie en smaakt naar meer. Wordt ongetwijfeld vervolgd.