
In 2000 kwam de Noorse band Adventure met zijn gelijknamige debuutalbum. Nou ja, band? Adventure was indertijd, nadat een eerdere samenstelling ter ziele was gegaan, een project van gitarist/bassist Terje Flessen en toetsenist Odd-Roar Bakken. Samen met een handjevol gastmuzikanten lieten zij op bevlogen wijze hun liefde voor de symfonische hardrock blijken.
Om het 25-jarig bestaan van het album te vieren is bij Apollon Records een door Jacob Holm Lupo geremasterde versie verschenen. Ik mag dat wel, want ik ben nogal ontvankelijk voor hun enthousiaste manier van spelen sinds ik in 2014 hun derde album “Caught In The Web” heb mogen recenseren. Bovendien val ik voor het enthousiasme van debuutalbums.
Flessen en Bakken kunnen ook zo lekker spelen, fonkelend in het gitaarwerk, met breedvoerig toetsenspel en hier en daar een vlotte riedel. Wel gaat het me een beetje te ver om ze ‘virtuoos’ te noemen. Ze zijn in ieder geval goed genoeg om ‘goed’ genoemd te worden. Ooit omschreef ik Adventure als ‘Ayreon light’, en die typering geldt zeker ook voor dit debuut. Het openingsnummer Rivers Of Gold maakt dat direct duidelijk. Dit soort melodieuze aantrekkelijkheid zit door het gehele album geweven, en brengt ook regelmatig Uriah Heep in gedachten. Een essentieel aspect van het bandgeluid is de folky aanstekelijkheid. Zo zijn er twee dwarsfluitisten aanwezig voor de wulpse passages.
Toch kent dit album een beduidend minpunt: compositorisch is het allemaal nogal fragmentarisch van aard, mede doordat het materiaal door de jaren heen bij elkaar geschreven is. Het album bestaat feitelijk uit twee lange stukken, die op hun beurt opgesplitst zijn in acht en elf subtitels. Negentien tracks, daar wordt alleen de epicboer blij van. Slechts zes nummers klokken boven de vierminutengrens. Wel verdienen deze tracks een goed woordje. Niet dat de kortjes slecht zijn, maar je knippert even met je ogen en je bent een paar tracks verder.
Typisch is dat die zes nummers ook de sterkhouders van het album zijn, en toch is dat een beetje raar. Geeft de band zichzelf nu echt het goede voorbeeld? Het eerdergenoemde Rivers Of Gold is een mooi nummer dat fraai gitaarspel en gaaf toetsenwerk kent. In dezelfde lijn ligt het bombastische Into The Dream, dat de meeste liefhebbers van Rick Wakeman wel zal bevallen. Wat mij betreft is dit het hoogtepunt van het album, met het daaropvolgende New Adventures als runner-up. Hier horen we fraai gitaarwerk van ditmaal Bakken. Ook is er een mooie passage met Mellotron.
Het slepende Last Days Of Summer is een instrumentale track met een gedragen pianothema en een zinderende gitaarmelodie als blikvangers. Twee uitstekende nummers zijn Winter Storm/A New Day waar het orgel lekker ronkt, en Spring In The Air, dat compositorisch dik in orde is. Je zou willen dat het hele album zo sterk is.
Er staan naar mijn idee te veel korte nummers op het album. Ik wil nogmaals onderstrepen dat deze niet slecht zijn, maar neem bijvoorbeeld Longing For Home: er had zoveel meer mee gekund. Voor mij is dat de teneur van het hele album. Het is niet anders.