Fuck Parkinson!!! Alan Reed wond er geen doekjes om tijdens het laatste concert dat hij van zijn leven zou geven. Door Parkinson kan hij geen gitaar of toetsen meer spelen, en ook het zingen gaat minder. Daarom was het tijd voor een korte maar heftige afscheidstournee en het is treffend dat die tour eindigde in Reeds geboortestad Glasgow.
Op de korte tour werd Reed met zijn Daughters of Expediency opgewarmd door Joe Payne. Joe is enigszins te vergelijken met Damian Wilson: hoewel hij binnen het progressieve rockgenre zijn sporen heeft verdiend met zijn activiteiten met The Enid, Jordan Rudess en John Holden, stapt hij net zo makkelijk daarbuiten als hij zijn eigen ding doet. Dat bleek ook wel tijdens het concert, waar Payne in zijn uppie op toetsen het publiek dat vooral voor Reed kwam moest vermaken.

Oh wacht, helemaal alleen was Joe niet: Max Read (ook ex-Enid) is niet alleen in het dagelijks leven zijn steun en toeverlaat, maar hij verzorgt ook het geluid. Na een kleine technische storing kwam Read dan ook even het podium op om het probleem te verhelpen, waarna Payne spontaan een liefdeslied voor hem inzette.
Hoewel de muziek niet progressief is, zitten liedjes als Bread & Circuses, Live the Dream, End of the Tunnel, en What Is the World Coming to goed in elkaar, met sterke zanglijnen. Payne is en blijft een topzanger die de hoge registers gemakkelijk haalt. Daarbij is het een echte extravert die met zijn ontwapenende charme en humor het publiek makkelijk voor zich wint. Die humor bleek ook weer toen hij aan het einde van zijn set het nummer Fucking Fucked inzet, en het opdroeg aan al die mensen die achter in de zaal stonden te praten.
Na een korte onderbreking stond de man van de avond op het podium, maar hij stond er niet alleen. Acht man en vrouw sterk: een drummer, een bassiste, drie gitaristen, een toetsenist, en hijzelf en Anne MacLean op zang vulden het podium en zorgden voor een stevig en vol geluid. Zoals Reed zelf al aangaf was ook zijn zang aangetast, en daarom zorgde zijn partner Anne MacLean voor ondersteuning.

Voor de keuze van nummers greep Reed begrijpelijkerwijs terug op zijn solowerk, terwijl de nadruk aan het einde van het concert lag op (oudere) nummers van Pallas. Daartussen zaten Pallasklassiekers zoals Executioner, Sanctuary, Shock Treatment, en als toegift (maar ik mocht die niet meer meemaken; de trein wachtte op mij), de topper Crown of Thorns. Niet onverwacht konden deze nummers op de meeste waardering rekenen van het toegestroomde publiek, waarvan zo te zien de meesten de jaren tachtig actief hadden meegemaakt.
De band speelde niet zo zeer gepolijst, maar wel hecht. Een extra pluim wil ik uitdelen aan drummer Henry Rogers die (onder andere) een nummer als Pallas’ For the Greater Glory voorzag van een geweldige drive. Totaal onverwacht was het eerste rustpunt van de avond, Kean On The Job van het Schotse Abel Ganz, waar Reed ook even deel uit had gemaakt. Mooi nummer, zo bleek maar weer, en een mooie afwisseling van de stevige rock die de acht man/vrouw op de toehoorders afvuurden.
Ik zeg nu wel acht, maar tijdens Brightside of the Blue, een voorbode van het op 30 november te verschijnen nieuwe soloalbum van Reed, stonden er opeens negen: Kim McLean was op het podium gekomen om extra vocale ondersteuning te bieden bij deze extreem pakkend klinkende rocker. Dat belooft wat voor het nieuwe album.
Geluidstechnisch had het wel wat rafelige randjes, maar de band klonk er niet minder geölied door. Wat mij het meeste bij zal blijven van deze avond zijn de oprechte emoties, van Reed zelf en van mensen die het beste met Reed voorhebben en die als muzikant of toeschouwer afscheid van hem kwamen nemen.