
Dit zat er wel aan te komen, weer een nieuw album van Apogee. Ondanks dat eerdere albums net boven de middelmaat uitstaken, waag ik me zonder vooroordeel aan een eerlijke beluistering. En na tweemaal “The Two-Edged Sword“ te hebben aangehoord maakt Arne Schäfer het me toch wel heel gemakkelijk. Met hulp van vaste drummer Eberhard Graef zet deze Duitse zanger en multi-instrumentalist zijn werk voort in dezelfde soort composities die we kennen van voorgaande albums. Zoals hij een copy paste lijkt te maken van zijn muziek, zou ik de oude recensies ook zo kunnen herschrijven. Alleen zo simpel komen Schäfer en ik er niet vanaf.
Dat begint met de associatieve en abstracte teksten, die actuele thema’s in de maatschappij, politiek en sociale media verkennen, evenals esthetische en filosofische concepten. Voor diegene die dit graag wil doorworstelen, ga je gang. Zelf oriënteer ik me vooral op de muziek. Schäfer koketteert er andermaal graag mee dat hij typische elementen van de klassieke progressieve rock van bijvoorbeeld Jethro Tull, Yes, Genesis, Gentle Giant, Emerson, Lake & Palmer, UK en Rush op zijn eigen wijze tot de herkenbare Apogee-composities ombuigt.
Het klinkt allemaal weer heel sympathiek en voor diegenen die de gunfactor willen inzetten, zijn er best passages te horen die refereren naar eerdergenoemde grootheden. Alleen voor de progressieve rockliefhebbers die wachten op spannende en vernieuwende muziek is het vooral een lange zit. En waar ik zelf op de vorige albums al moeite had met het oprekken van de nummers naar episch ogende lengtes, zijn juist nu de twee relatief korte nummers Temporary Turbulence en The Plain Wave de zwakke broeders op dit album. Dat alle kanalen in deze eendimensionale productie vol open staan, helpt daarbij ook niet.
Ook op dit 14e album blijven de zes nummers zeventig minuten lang breed uitwaaieren met repeterende thema’s en heel veel herhalende zang. In de basis blijven de composities van Schäfer nog steeds hetzelfde herkenbare rondje draaien in melodie, harmonie en symfonische elementen, zonder naar een echt hoogtepunt te stijgen. Het zijn de toetsen die nog wel zorgen voor een aangename retro-sound uit die bevlogen jaren 70. Alleen de spaarzame gitaarsolo’s schudden de boel even wakker. En toch is er hoop. Abstraction bijvoorbeeld is een van de betere nummers van Apogee. Met het gebruik van een gedempt trompetgeluid als sample en een verrassend tegendraads ritme, is te horen dat er wellicht ooit eens een keer een echt goed progalbum van Apogee aan komt. We blijven het beluisteren.