
“Trading River Songs” is het 25ste studioalbum van gitarist/multi-instrumentalist Brendan Perkins en ja, dat lees je goed. Mocht je bij dit aantal misschien twijfelen over de kwaliteit ten opzichte van de kwantiteit: niet doen. De Engelse muzikant ademt namelijk progressieve rock op hoog niveau en omdat hij zijn geschoolde basis perfect aan zijn gevoel weet te koppelen, klinkt zijn ideeënrijke muziek eigenlijk altijd magistraal. Hij is enorm creatief en laat een mooie virtuositeit horen, met daaroverheen zijn warme Justin Hayward-achtige stem. Perkins weet al jaren muziek neer te zetten met de allure van bijvoorbeeld Steve Hackett, Tigermoth Tales of David Minasian. Ook deze keer maakt hij weer sfeervolle muziek met een pastorale gloed om van te smullen. Je kan de klok erop gelijkzetten.
Het album kent weer een organische insteek, die mooi naar voren komt in het openingsnummer Rest at the Shoreline. Het is prachtig hoe dit nummer zich met veel uitstekende drumpartijen ontwikkelt. Uiteraard mondt dit alles uit in een grandioze finale. De tekst kent die typische Perkins-nostalgie. Met zijn bronstige stem zingt hij over warme jeugd- en familieherinneringen aan de Schotse kust, terwijl er ook verdriet is over een familie die uit elkaar is gevallen.
In het daaropvolgende Banks of the Fleet raakt hij de toppen van mijn smaak aan, wat een weergaloos nummer. Het wordt heerlijk voortgestuwd door de akoestische gitaar, en ondertussen is het ook genieten van de prominent in de mix staande basgitaar. Ook is er veelvuldig een gave string te horen, het is allemaal buitengewoon aanstekelijk. Misschien zijn de paden wat plat, Perkins kan prachtig stampen.
Typerend voor dit album is het feit dat drie van de zes composities pas halverwege drums introduceren. Het betreft de nummers Trading River Songs, Binbrook Skyline en Angels in a Vacuum. Prijs je er vooral rijk mee. Je krijgt namelijk per nummer Perkins twee keer op zijn allerbest. In de rustige stukken is hij heer en meester. Uiterst geduldig doseert hij zijn partijen, waardoor de sferen constant prikkelend zijn. Dat de nummers zich ontladen in zeer melodieuze bombast is zonder meer het ‘unique selling point’ van deze kunstenaar. Tel uit je winst.
Erg mooi vind ik het hemelse Binbrook Skyline, waar hij zijn breedvoerige vocalen nog een extra laag meegeeft door de achtergrondzang van zijn partner Helen Flunder. Qua stijl zie ik enige gelijkenis met de dreampop van Christiaan Bruins Inventions: meeslepende muziek met een onderhuidse laag ongrijpbaarheid.
Het afsluitende Goddess Earth heeft de moeilijke taak het album op een waardige manier samen te vatten. Het laat zich raden dat Perkins daarin met vlag en wimpel geslaagd is, al is het lastig dit in woorden uit te drukken. Sommige dingen moet je gewoon ondergaan.