
De Australiër Christopher Gordon componeerde “Macbeth” oorspronkelijk als balletuitvoering voor het Royal New Zealand Ballet en het West Australian Ballet als zijn muzikale interpretatie van Shakespeares donkere meesterwerk vol duistere sfeer, dramatische spanning en tragiek. Opgenomen in Sydney tussen juni en december 2025 verschijnt dit ambitieuze werk nu voor het eerst als zelfstandige albumrelease.
Onder zijn leiding brengen het uit Sydney afkomstige Magic Fire Orchestra, het koor Cantillation, en verschillende vooraanstaande solisten dit bijzondere werk voor het eerst buiten het theaterpodium ten gehore. Vanuit de progscene gaan bij de namen Gavin Harrison, Jonas Reingold, Marcel Coenen, Randy McStine, Greg Howe, Mohini Dey, Michale Millss wel de nodige belletjes rinkelen. Bedenk echter dat dit een modern balletwerk is, en er eigenlijk alarmbellen moeten afgaan. Zo horen we in grote lijnen twee klassieke muziekstukken, twee meer jazzgeoriënteerde uitvoeringen, twee filmische uitwerkingen, en ja, daar zijn ze dan eindelijk: twee min of meer progressieve rocknummers.
Het gejaagde The Battle Lost and Won en het pathetische If It Were Done zijn de klassieke muziekstukken. Het eerste nummer heeft veel weg van Piano Concerto No. 1, 3rd Movement dat door Emerson, Lake & Palmer op het album “In Concert” met een groot symfonieorkest live werd uitgevoerd.
Met This Night’s Great Business horen we dankzij snelle ritmes en swingende blazers jazz uit de roerige jaren twintig. Dit komt als Dixieland terug in The Banquet, maar heeft iets meer cachet door er meer filmische en theatrale stukken aan toe te voegen.
Met de melancholische cello als hoofrolspeler in het strijkoctet wil ik Out Damned Spot onder de noemer filmmuziek scharen. Datzelfde geldt voor Something Wicked This Way Comes omdat de hierin toegepaste dramatiek van de klassieke componist Richard Wagner vaak ter ondersteuning gebruikt wordt in cinematografie.
Wat er voor de prog liefhebber dan nog als restjes overblijft is Tomorrow, and Tomorrow, and Tomorrow en Night’s Black Agents, waar de intens scheurende gitaren van King Crimson uit het “The Power to Believe”-tijdperk even hun ding mogen doen. Het album eindigt met een hoogtepunt, omdat na het nodige metal gitaargepiel (of beter gezegd arpeggio’s in klassieke muziektaal) het symfonieorkest langzaam maar zeker naar een orgastische climax werkt met een fraaie postrock-opbouw.
Hoe rijk de vooruitstrevende composities ook zijn gecombineerd en opgebouwd, heb ik toch veel moeite met de afwijkende jazzstukken om dit album als progressieve rock te zien. Anderzijds verwacht ik dat de puristen van balletmuziek de scheurende metal gitaren weer lastig kunnen behappen. Christopher Gordon weet de spanning, ambitie en het fatalisme uit de kern van Shakespeares toneelstuk muzikaal uitstekend te vangen met momenten van enorme kracht en passages van opvallende intimiteit. Daarmee weet hij net als de psychologische neergang van de hoofdpersonages de luisteraar wel bij de kladden te pakken.
CD