
“Rush (de originele) is niet meer, lang leve Rush”. Dat was mijn eerste gedachte bij de beluistering van muziek van de (eveneens) Canadese formatie Crown Lands. Of beter gezegd duo, want Crown Lands wordt gevormd door Cody Bowles (zang, fluit, drums) en Kevin Comeau (gitaar, basgitaar, toetsen).
Al eerder bereikte de albums “Ritual I” en “Ritual II”, die in 2025 tegelijk werden uitgebracht, onze burelen. Die schoven wij terzijde met als argumentatie ‘niet interessant genoeg’. De eerste twee albums ontvingen wij overigens niet. Dat werd allemaal anders toen wij het album “Apocalypse” in onze digitale brievenbus aantroffen. Want op dit schijfje gooit het duo het over een boeg die onze (mijn) oren spitsten.
Het spitsen van mijn ene oor kwam door de opvallende zang van Cody Bowles. Zijn stemgeluid is een combinatie van dat van Geddy Lee (Rush), Robert Plant (Led Zeppelin) en Lenny Wolf (Kingdome Come). Mijn andere oor werd getriggerd door het geluid wat deze mannen produceren. Dat is een mix met invloeden van vooral Rush (in hun symfonische periode), Led Zeppelin, Pink Floyd en Eloy. Je kunt de heren daarmee natuurlijk een draai om de oren geven, want waarom probeer je niet origineel te zijn?
Maar op een of andere manier wist het geheel van zang en muziek mij te raken. Dat raken begint rustig met de korte instrumentale en orkestrale opener Proclamation. Een mix van Rush en Led Zeppelin, overgoten met een AOR-sausje wordt je voorgeschoteld in Foot Soldiers of the Syndicate. Met name hier is het wennen aan de kenmerkend hoge zang van Bowles. Je zou haast vergeten dat zijn zang wordt afgewisseld met smaakvolle gitaarsolo’s van Comeau.
Rustiger en in een lagere versnelling komt de zang in Through the Looking Glass beter tot zijn recht. Maar de soms forse hoge uithalen moeten je wel liggen.
AOR en melodieuze rock uit de jaren tachtig komen opnieuw tot leven in Blackstar. Zelfs de gruizige gitaarsolo werpt je decennia terug in de tijd. Een vette knipoog naar Pink Floyd geven de mannen in The Fall. Tegelijk merk ik dat de zang mij steeds beter ligt, maar ook muzikaal zet het duo hier een imponerend en aantrekkelijk geluid neer. Daarbij merk ik op dat het gitaarspel goed zou zijn voor credits aan Alex Lifeson (Rush, Envy of None). The Revenants is een oase van rust met de hoge, ijle zang van Bowles, die wordt begeleid door akoestische gitaar en een tapijtje van toetsen. Het nummer is als het ware de aanloop naar de laatste negentien minuten van dit schijfje.
Waar voorgaande nummers de vijf minuten niet overschrijden, klokt het afsluitende titelnummer Aocalypse vier- of vijfmaal zo lang. Ik vroeg me vooral af of de mannen je met een dergelijk lang nummer bij de les houden. Dat lukt aardig, dankzij een drie minuten durend intro dat wordt gevolgd door aan elkaar gemonteerde stukken muziek waar het geluid van eerdergenoemde referenties in terugkeert. Bij vlagen is het druk en onstuimig, dan keert de rust opeens weer terug met mooie instrumentale passages. Nadat een stuk uit “2112” van Rush muzikaal wordt aangehaald, volgt een toegankelijk stuk met gitaar, toetsen en wat later ook fluit. Mijn leraar op de lagere school zou dit werkstuk waarderen met een 7-min. Het kan dus altijd beter, maar ook veel slechter.
Het mag duidelijk zijn dat Crown Lands met “Apocalypse” opzien baart.
CD
LP