
Bainbridge, Dave
On The Edge (Of What Could Be)
De naam van Dave Bainbridge zal altijd verbonden zijn met Iona. Deze Britse band maakte twee decennia prachtige albums waarvan er in elk geval drie mij heel dierbaar zijn. Maar het is alweer veertien jaar geleden dat het laatste Iona-album “Another Realm” verscheen. Bovendien was Bainbridge ook toen al solo bezig. Inmiddels speelt hij in Lifesigns en leent hij zijn gitaar aan diverse bands en projecten. Samen met zangeres Sally Minnear houdt hij bovendien de muziek van Iona levend en in ere.
Met “On The Edge (Of What Could Be)” presenteert Bainbridge zijn inmiddels vijfde soloplaat. Over de vorige, “To The Far Away” uit 2021, was ik zeer te spreken. En om maar direct met de deur in huis te vallen: “On The Edge (Of What Could Be)” is wederom een mooie plaat. Maar wel eentje die mij deze keer wat meer tijd kostte om echt in te komen.
“On The Edge (Of What Could Be)” is een dubbelaar geworden. Het gevaar ligt dan op de loer dat te veel mooie muziek ook te veel is. En dat is wel een beetje zo op dit album, vind ik. Naar mijn bescheiden mening was het krachtiger geweest als van de beste stukken ‘gewoon’ één cd was gemaakt.
Op deze plaat doen weer volop bekenden van Bainbridge mee. Denk aan de al genoemde Minnaer, drummer Simon Phillips, bassist Jon Poole en Randy mc Stine. Daar komen de oude Iona-vrienden Troy Donockley (fluiten en uilleann pipes), David Fitzgerald (fluiten en saxofoon) en Frank van Essen (drums) dan nog bij.
Het eerste schijfje begint met For Evermore. Mooie atmosferische en etherische klanken zorgen voor een meditatieve opening. Daarna volgt het fraaie en vertrouwd klinkende On the Slopes of Sliabh Mis, met een hoofdrol voor de uilleann pipes van Troy Donockley. De melodieën zijn mooi en de muziek klinkt lekker ‘open’.
Colour of Time is een uplifting progsong, zo nu en dan wat tegendraads en met een fijne jaren 70 feel. Bainbridge laat bovendien een mooie gitaarsolo horen. Dit nummer is een stuk proggier en dat bevalt me wel. Goed dat Bainbridge ook andere paden inslaat dan dat de muziek alleen leunt op de vertrouwde Iona-achtige sferen. Randy McStine tekent voor de zang.
Na dit nummer zakt het album een beetje in, vind ik. Het laatste nummer van dit schijfje is Hill of the Angels. Zwaar symfonisch, en het lijkt alsof het beste van de twee werelden samenkomen. Maar ik mis wat cohesie, al heeft dit nummer wel een mooie finale.
Cd twee opent lekker proggy met moderne toetsen in Farther Up and Farther In. De Floydiaanse gitaren maken het spannend. Na dit instrumentale nummer volgt het hoogtepunt van dit album: Reilig Òdhrain. Dit is Bainbridge op z’n best: spirituele muziek met een Gaelic touch en zeer fraaie melodieën en sferen. Dit nummer doet herinneren aan de betovering die Iona bracht. Wat Bainbridge doet aan het eind van het lied vind ik echt heel mooi. De sacrale sfeer die wordt opgeroepen is fantastisch.
Met Fall Away gaan alle symfonische sluizen nog eenmaal open. Sally Minnear en Iain Hornal zingen uitstekend. Deze epic van ruim zestien minuten is puik werk met lekkere ritmes en een dansende bas van Poole (Lifesigns). Jubelende gitaren, fijne melodieën en Keltische referenties maken dit nummer samen met Reilig Òdhrain tot het beste werk op “On The Edge (Of What Could Be)”. Met When All will be Bright eindigt dit album spiritueel en atmosferisch, op de Iona-manier zeg maar.
Liefhebbers van het werk van Dave Bainbridge zullen zonder twijfel genieten van zijn nieuwe werk. En hoewel ik een groot liefhebber van zijn werk: gewoon één cd met de beste stukken had ik voldoende gevonden. Dit had “On The Edge (Of What Could Be)” bovendien krachtiger gemaakt.