
Dit is misschien wel de lastigste recensie die ik ooit heb geschreven. Voor het perspectief: ik heb er inmiddels 570 gemaakt. Waarom is deze dan zo lastig? Dat komt door een duivels dilemma: dit is mogelijk de sympathiekste plaat van die 570, maar hij staat ook symbool voor een kwalijke ontwikkeling. Geen zorgen, ik ga het uitleggen.
Onze vriend en langdurig Progwereld-recenscent Dick van der Heijde maakte dit album als een soort muzikale biografie van zijn leven. Sinds hij op zijn 28e een infarct kreeg, is hij verlamd. Hij heeft het ‘locked-in-syndroom’, wat betekent dat hij 24 uur per dag verzorging nodig heeft en alleen met zijn verzorgers kan communiceren door met zijn ogen te knipperen. Enfin, dat weet je waarschijnlijk al lang, want Dick is er altijd heel open over geweest, bijvoorbeeld in zijn boeken “Mijn Ogen Zeggen Alles” (2000) en “Je Zal M’n Ouders Maar Zijn” (2019). Daarnaast bleef Dick recensies schrijven, wat voor hem een ongelooflijk geduldwerk is. Elke letter moet immers aangeknipperd worden.
Wat minder algemeen bekend was, is dat Dick voor zijn incident ook muzikant was, onder andere in de progband Ligeia Lie. Dat deel van zijn creativiteit viel in één klap weg, totdat de techniek eindelijk zo ver was: kunstmatige intelligentie leidde tot ‘een vulkaanuitbarsting van creativiteit’. En daar begint natuurlijk ook mijn dilemma.
Kunstmatige intelligentie is, in de meeste gevallen, juist de vijand van creativiteit. Wie regelmatig op de socials scrolt ziet steeds meer filmpjes en foto’s die keihard liegen, inmiddels is het op Spotify niet meer goed te horen welk liedje door een mens is gemaakt en welk door een paar regels software. De app Suno, die – mits goed geïnstrueerd – zelf complete liedjes maakt die niet van echt te onderscheiden zijn, is wat mij betreft het begin van het einde.
Dat gezegd zijnde, bewijst Dick met zijn eerste album “Locked-In” dat wie geen andere mogelijkheden heeft Suno goed kan gebruiken voor muziek die zowel generiek is als een ultieme expressie van de eigen ziel. Dat begint met de teksten, waarin Dick zijn verhaal uit de doeken doet. Die teksten zijn vervolgens naar poëtisch Engels vertaald en worden prachtig gezongen door fraaie stemmen uit het artificiële universum.
Vervolgens kun je Suno dus precies vertellen wat je wilt dat de app voor je maakt, het genre, de stemming, het tempo, de maatsoorten, het instrumentarium, de arrangementen, de solo’s, de lengte, enzovoorts. Hoe meer informatie je de app geeft, hoe meer een nummer ‘eigen’ wordt en dat heeft Dick heel goed gedaan. Ik heb de stukken laten horen aan iemand die de achtergrond niet kende en die vond het weliswaar wat glad, maar had geen enkel idee dat dit kunstmatige muziek was.
Een geoefend luisteraar zou dat wel horen, overigens. De mannelijke zanger glijdt bijvoorbeeld wel heel soepel naar een kopstem, en een saxofoon die halverwege in een synthesizer verandert is het muzikale equivalent van AI-foto’s van mensen met zes vingers aan een hand. Maar die discussie is inmiddels ook wel zo’n beetje achterhaald: sinds de komst van de synthesizer, de DAW en de drumcomputer gaan er stemmen op die beweren dat alleen met mond, handen en voeten gespeelde muziek écht is. Het grote verschil is natuurlijk dat synthesizer en drumcomputer een eigen timbre en klank toevoegen en dat AI juist probeert die eigenheid na te bootsen.
Dat maakt mijn aarzeling tot bovengenoemd dilemma: Dick van der Heijde heeft álles gedaan behalve de muziek daadwerkelijk componeren en spelen. Maar misschien moet een ouwe muzikant als ik ook maar eens accepteren dat die manier van werken niet meer de enige weg naar Rome is. Dick heeft zijn ziel en zaligheid in deze muziek gestopt, dus dit is zíj́n muziek. Het is geen trucje, maar een met veel zorg gemaakt concept.
Het resultaat is een fraai album met muziek die ergens tussen Toto en Dream Theater zweeft. AOR, progrock en hier en daar wat mooie ballads. Dick heeft zijn inspiratiebronnen goed weten te vertalen in de instructies, de nummers zijn samenhangend, catchy en geloofwaardig. Het is bij tijd en wijle lekker stevig, maar soms ook wel verstild, met strijkers, fluiten en koortjes. In Gasping For Air zingt een zangeres over het verlangen om weer eens door een veld te hollen en je voelt de frustratie en het verdriet van Van der Heijde. Het had van mij ook wel een kwartiertje korter gekund, want de liedjes zijn niet allemaal onderscheidend, maar Dick had kennelijk meer ruimte nodig voor zijn levensverhaal, dus ik snap het wel.
Voor de duidelijkheid: Ik beweer hier niet dat dit eigenlijk niet kan en dat ik het alleen maar accepteer omdat Dick zo zielig is. Als je met alle beperkingen zó’n plaat kan maken, ben je alsnog een geluksvogel. Je zou willen dat iedereen die op een andere manier zijn of haar creativiteit niet kwijt kan zo goed met de techniek leert omgaan als Dick dat hier doet. Maar laten we er ook niet flauw over doen: dit is uiteindelijk een zorgelijke ontwikkeling. Natuurlijk is het prachtig dat Dick op deze manier een sterke plaat heeft gemaakt, maar als iedereen AI gaat gebruiken hoor je straks het verschil niet meer en kunnen muzikanten wel inpakken. Het is een dunne lijn tussen ultieme expressie en plat plagiaat. De één zijn brood…