
Van Ekseption is geen enkele recensie op Progwereld te vinden. En ik snap dat ergens ook wel. De band had al een naam voordat er sprake was van symfonische rock. En wás Ekseption dat wel? Progressief zeker, maar met een sterke nadruk op toeters toch al snel verdacht in onze contreien. Bovendien, wat moeten we met al die klassieke klassiekers (Vijfde van Beethoven) in een rockjasje?
Maar de tijden veranderen, en koperblazers zijn ook binnen de progrock geen zeldzaamheid meer. En dus wordt het hoog tijd om Ekseption niet langer de eponymische uitzondering te laten zijn. En ziedaar, onlangs verschenen álle (studio)albums van de band gebundeld in “Planet Ekseption”. En dat biedt een mooie gelegenheid om de band de plek te geven op Progwereld die ze verdient.
Ekseption (1969)
Ekseption werd opgericht in 1967 en kwam voort uit het Haarlemse schoolbandje The Jokers. Daarin speelde onder meer koperblazer Rein van den Broek. Hij was uiteindelijk het enige bandlid dat op alle studio-opnames van Ekseption te horen was, tot het einde in 1989. De band speelde voornamelijk jazz, pop en R&B-covers (de jaren zestig-R&B uiteraard), totdat in 1968 toetsenist Rick van der Linden aanschoof.
Het keerpunt kwam toen de band een optreden zag van The Nice (onder meer met Keith Emerson). Vooral Van der Linden was daar zo van onder de indruk, dat hij zich toe ging leggen op het verbinden van rock en klassieke muziek. Toen uiteindelijk de rook was opgetrokken, bleek dat Van der Linden feitelijk een coup had gepleegd en het leiderschap van de band naar zich toe had getrokken. Maar hij wedde op het juiste paard. Ekseption werd een sensatie, en zorgde voor een flinke revival van klassieke muziek.
De band scoorde een hit met The 5th (naar Beethoven Symfonie nr. 5) dat het schopte tot nummer drie. De track Air (naar Bach) deed dat nog eens dunnetjes over, en stond een paar weken op nummer één. Ekseption was duidelijk nog zoekende, want van de tien nummers op dit album is er welgeteld één van de band zelf, Little X Plus, een bigbandjazzpoppotpourri. En wat te denken van de keuze voor Dharma for One, van Jethro Tull, dat toen net een jaar oud was (van “This Was”).
Beggar Julia’s Time Trip (1970)
Dat was anders op het tweede album van de band. Al was er maar één man die overduidelijk aan de touwtjes trok: Rick van der Linden schreef tien van de veertien nummers, met een vaag verhaal over een bedelares uit het jaar 900 die door de tijd naar het heden reist. De vier nummers die níét van Van der Linden zijn, zijn weer ‘covers’ van klassieke stukken van Albinoni, Bach (twee maal) en Tsjaikovski.
De muziek is echt Ekseption: veel orgel en koperwerk. Dat had de band in elk geval al bereikt. Opmerkelijke gastbijdragen: Michel van Dijk (later Alquin) zingt op Julia en Pop Giant, en actrice Linda van Dyck doet een stukje spoken word om het verhaal aan te slingeren en af te sluiten. Voor die tijd was het album als concept/verhaal best bijzonder. Het jaar ervoor had The Who deze op de kaart gezet met “Tommy”, maar verder waren er maar weinig bands die dit hadden gedaan.
Ekseption 3 (1970)
Met het derde album had Ekseption weer een grote hit te pakken met Peace Planet, gebaseerd op wederom een stuk van Bach. Verder waren het geluid en de richting van de band vrijwel hetzelfde als op de eerste twee albums. Er werd wel meer gezongen, ditmaal door Coen Merkelbach (onder de artiestennaam Steve Allet), met teksten van radio-dj Will Luikinga.
Ekseption 00.04 (1971)
Ook met het vierde album was er weinig nieuws onder de zon. Deze keer toog Van der Linden naar Londen om er zijn compositie Piccadilly Sweet op te nemen met het London Philharmonic. De overige leden van de band speelden hun partijen pas later in Nederland in. Het stuk is ontegenzeglijk symfonisch, maar door de nadruk op de trompet – waar je bij andere bands dan een snerpende gitaarsolo zou verwachten – doet het wat vreemd aan. Dat zal beslist de reden zijn dat progrockfans hun neus voor de muziek ophaalden.
Merkelbach was alweer uit de band verdwenen, en Ekseption leverde met “00.04” dan ook weer een instrumentaal album af. Hoewel de critici nog steeds, nou ja, kritisch waren op de muziek van de band, haalde ook dit album moeiteloos de top van de albumlijst.
Ekseption 5 (1972)
Het beproefde recept zou het nog één album volhouden. “Ekseption 5” stond weer vol met bewerkte klassieke stukken, afgewisseld met eigen werk (van Van der Linden). Opmerkelijk was een cover van het nummer For Example/For Sure van The Nice.
Het album eindigt met Finale (The Fifth), weer een bewerking van Beethoven’s Symfonie Nr. 5, maar dit keer het slotstuk van het werk. Een passend einde, want na dit album ging het snel bergafwaarts met Ekseption.
Trinity (1973)
De band toerde wat af door Europa. Vooral in Scandinavië en Duitsland was Ekseption populair. Maar de onderlinge relaties werden er door het drukke schema niet beter op. Eerst zette Van der Linden oudgedienden Dick Remelink (saxofoon/fluit) en Peter de Leeuwe (drums) de band uit, wegens ‘muzikale meningsverschillen’.
Met vervangers Jan Vennik en Pieter Voogt werd het album “Trinity” opgenomen, met het inmiddels bekende, maar ook wat sleetse recept. Het grote publiek had de combinatie van rock en klassiek met veel orgel wel gehad. Bovendien waren dit de hoogtijdagen van de échte ‘symfonische rock’: 1973 had Yes met “Tales from Topographic Oceans”, Genesis met “Selling England by the Pound”, en het grote voorbeeld van Rick van der Linden, Emerson, Lake & Palmer, bracht “Brain Salad Surgery” uit. Daartegen afgezet klonk Ekseption hopeloos ouderwets.
Het einde van het liedje was dat Rick van der Linden in november 1973 zélf uit de band werd gezet. Nadat Van der Linden eerst bij de rechter had bereikt dat de overige leden van de band geen gebruik meer mochten maken van de naam ‘Ekseption’, stemde hij daarin later toch toe.
Bingo (1974)
En zo kon het dat onder deze naam het album “Bingo” verscheen in 1974. Zonder Van der Linden, maar met vervanger Hans Jansen en aangevuld met gitarist Hans Hollestelle. De band klinkt bevrijd. Veel losser, meer jazzrock, en meer ruimte voor individuele bijdragen en solo’s. Jansen tekent voor het merendeel van de composities, hier en daar aangevuld door Vennik.
Er staan nog maar twee bewerkte klassieke stukken op, The Death of Ase (naar Grieg) en opmerkelijk genoeg een remake van de Sabre Dance van Katchaturian, waarvan ook al een versie op het eerste album stond. De nieuwe Ekseption viel redelijk in de smaak bij het publiek, maar het grote succes van begin jaren zeventig bleef uit.
Mindmirror (1975)
Dat gold ook voor het achtste album van de band. Dit opent met een cover van Pick up the Pieces van Average White Band. Ook grijpt Ekseption naar het Bourree van Bach dat Jethro Tull al had bewerkt voor “Stand Up”.
Het slotstuk is het titelnummer dat ruim zeventien minuten duurt. Hier klinkt Ekseption inmiddels echt als Solution. Jazz met rock- en funkinvloeden, die redelijk gemakkelijk in het gehoor ligt. Het nummer kent wel veel ritme-, tempo- en melodiewisselingen. We zouden het ook vandaag echt progrock noemen, al gaat het dan richting jazzrock. Het grote publiek moet er in elk geval niks van hebben.
Back to the Classics (1976)
Helaas is het hierna wel zo’n beetje afgelopen met Ekseption. Er verschijnt nog een album, “Back to the Classics”, met deze keer alleen maar bewerkingen van klassieke stukken. Hans Hollestelle houdt het voor gezien, hij ontbreekt op dit album.
De keuze voor de klassieke werken is ook erg gericht op het terugwinnen van het grote publiek: veilige en vooral overbekende werken, van onder meer Vivaldi (Sonata in F), Mozart (Eine Kleine Nachtmusik) en Smetana (The Moldau).
Het zal niet echt verrassen dat dit ‘grote publiek’ nergens te bekennen was. De tijd van Berdien Stenberg (Rondo Russo is uit 1983) was nog niet gekomen, laat staan van André Rieu. Ook progrockliefhebbers kunnen deze plaat gerust links laten liggen.
Ekseption ‘78 (1978)
Maar de band zou Ekseption niet zijn als ze niet voor hun tiende album veel gedurfder uit de hoek zou komen. “’78” betekende de terugkeer van Rick van der Linden, en meteen stonden stukken als Kommt Ihr Töchter, Helft Mir Klagen uit de Matthäus-Passion op het menu.
Maar het was te weinig, te laat. Ekseption was al in de vergetelheid geraakt. De wereld had inmiddels de punk ontdekt en oude knakkers moesten weg. Dat gold trouwens net zo goed voor bands als Yes en Genesis.
Dance Macabre (1981)
Van der Linden, Van den Broek en Remelink probeerden het drie jaar later nog een keer, met hulp van drummer Max Werner en gitarist Johan Slager (beiden van Kayak). Maar men nam de vreemde beslissing om in plaats van nieuw werk op te nemen, oud werk te recyclen, maar wel opnieuw opgenomen. Misschien in de hoop om te kunnen teren op de roem van weleer. Maar de plaat met (weer) The 5th, Air, Rhapsody in Blue, én de Sabre Dance deed hoegenaamd niets.
Ekseption ’89 (1989)
Hardleers, zo kun je Ekseption in de nadagen wel noemen. Eind jaren ’80 was dan misschien wél de belangstelling voor de muziek van de band terug? Nee dus. Dit keer bracht de oude bezetting mét Peter de Leeuwe zelfs een dubbel-lp uit, met wéér Air, The Fifth en Peace Planet. Toegegeven, ze waren opnieuw ingespeeld en er stond ook veel nieuw werk op, maar het was gewoon meer van hetzelfde.
Misschien was het feit dat Ekseption nog regelmatig gevraagd werd in de landen waar ze inmiddels populairder waren dan in eigen land (Scandinavië, Duitsland), reden om steeds weer een soort van ‘best of’-album uit te brengen.
Hoe dan ook, “Ekseption ‘89” was het laatste wat uit de studio kwam. Hierna verschenen alleen nog ‘echte’ verzamelalbums. En hoewel Ekseption in wisselende samenstellingen nog wel live speelde, zat een reünie er niet meer in. Zeker niet nadat Rick van der Linden (2006), Peter de Leeuwe (2014) en Rein van den Broek (2015) overleden.
Singles, B-Sides & Rarities (2025)
Alle albums in deze verzameling zijn gebaseerd op de oorspronkelijk uitgaven. Er zijn op de diverse streamingdiensten inmiddels allerlei heruitgaven te vinden, vaak met bonusnummers. Voor deze box zijn die verzameld op de dertiende en laatste cd, “Singles, B-Sides & Rarities”.
De box is bescheiden vormgegeven. De cd-hoesjes passen er net in, dus verwacht geen ‘earbook’ met uitgebreide extra’s. Alle hoesjes zijn zo oorspronkelijk mogelijk gehouden, maar dan uiteraard ongeveer zeven keer zo klein. De informatie moet je dan ook bijna met een vergrootglas zichtbaar maken.
Wel is er een boekje toegevoegd met een informatieve biografie van de band – geen schokkende nieuwe feiten – en per album de nummers en de auteurs. Verder is alle muziek geremastered en dat komt het geluid enorm ten goede. Altijd al getwijfeld om toch iets van Ekseption aan te schaffen, dan is dit het moment, want beter dan dit gaat het niet klinken.