
Naar aanleiding van de groeiende populariteit van Eloy in eigen land werd ter promotie van het “Ocean”-album een flinke tour door Duitsland en omringende landen georganiseerd. We praten dan over maart 1978 en het was altijd hutjemutje vol in de zalen. Soms moesten er wel 2000 fans teleurgesteld terug naar huis worden gestuurd omdat ze er niet meer bij konden. Voor hen moet dat een bittere pil zijn geweest, temeer daar Eloy de concerten opnam voor een dubbel live-LP.
Eloy pakte flink uit en had een supermoderne laserinstallatie die gekoeld moest worden met wel 25 liter water per minuut. Later bleek deze laser de grote vernieler van de meeste geluidsopnames, waardoor het een enorme klus was om uit te zoeken welk nummer nog kon worden gebruikt. We horen dus een compilatie van de tour en niet een concert in zijn geheel. Niet dat dat enig effect heeft op de luisterbeleving van deze dubbelaar.
Het album begint met een gesproken intro van Jürgen Rosenthal. Het gaat muzikaal van start met Poseidon’s Creation dat ongekend overtuigend opent. De thema’s die in het intro naar voren komen zijn een samengaan van bombast, dynamiek, virtuositeit en raffinement. Sprankelende gitaararpeggio’s, knallende partijen op de basgitaar, statige Mellotron, en oneindig lang klinkende drumbreaks zetten de toon. Het nummer trekt zich verder in gang met smakelijke orgelakkoorden die uitmonden in een heerlijke gitaarsolo. Na enkele minuten is er pas zang te horen. De accentvolle manier waarop Bornemann zijn woorden uitspreekt en zijn niet al te melodieuze benadering zijn al jaren het handelsmerk van Eloy. Een sterke sfeerwisseling vindt plaats als de toetsensolo begint en bassist Matziol het op zijn heupen krijgt. Wat volgt is weer zo’n grandioze gitaarsolo. Wat een klassesong.
In het daaropvolgende Incarnation of the Logos gaat het er heel wat minder weelderig aan toe, niet dat het minder fraai is. Het eerste stuk wordt door toetsenist Detlev Schmidtchen gedragen met veel orgel en Mellotron, terwijl een tamelijk hoog zingende Bornemann en de diepe vertelstem van Rosenthal de vocalen verzorgen. Het is weer zo’n heerlijke basriff die het vervolg van het nummer introduceert. Een broeierig toetsengericht stuk laat goed horen waar Eloy voor staat, en dat is dampende prog maken. Het heeft de duidelijkste rockinput van het album. Het spel op de synthesizer is er zaligmakend.
Van het album “Dawn” komen drie nummers voorbij. Zo is daar The Sun-Song dat een lang in het Duits gesproken intro heeft en daarna een soort prototype Eloy laat horen: gedragen, bombastisch en dynamisch. The Dance in Doubt and Fear is op een paar regels zang na geheel instrumentaal en dan is Eloy op zijn best. Gliding into Light and Knowledge valt positief op door zijn dreigende paukslagen. Deze nummers geven aan hoe subtiel Eloy nuances aanbrengt in zijn muziek. Mutiny en het oudje Inside zijn wat dat betreft ook weer buitengewoon fijne aanwezigheden.
Het afsluitende Atlantis’ Agony laat ditmaal twintig minuten lang horen welke psychologische effecten Eloy bij de luisteraar weet te bewerkstelligen. Zo vergt het intro heel wat van je geduld. Het is een flinke zit vol gesproken woorden, huiveringwekkende klanken en heel veel hangende orgelakkoorden. Als uiteindelijk de band invalt geeft dat weliswaar enige verlossing, maar de sfeer blijft grimmig, angstaanjagend en wanhopig. De galmende gitaar in de finale is werkelijk briljant.
Eigenlijk is alles wat Eloy aanraakt briljant, zeker in die fase van zijn bestaan. Het spettert heerlijk op dit album. De muziek is grandioos en de gesproken intro’s zijn inherent aan het spacerockgenre. De totale lengte (78 minuten) past perfect op een enkele cd, waarbij het raadzaam is om voor de remaster uit 2004 te gaan. Je hebt dan niet alleen een betere geluidskwaliteit, maar ook nog wat leesvoer.