
Vier jaar na het debuutalbum “Inquisition” is de Nederlandse band Epinikion weer terug met een nieuw album genaamd “The Force of Nature”. En dat mag je niet als vanzelfsprekend beschouwen, want in die vier jaar is behalve het creatieve duo De Boer/Tangerman de band volledig vervangen. Zangeres Kimberley Jongen heeft de plaats achter de microfoon ingenomen en Rutger Klijn heeft de basgitaar van Emre Demir opgepakt. Daarnaast is er een extra gitarist aangehaakt in de vorm van Maarten Jungschläger, en is Michal Gis als vaste drummer toegetreden.
De opening van het album is indrukwekkend met The Moon, the Sun and the Stars. Orkestrale arrangementen, vergelijkbaar met die van de collega’s van Nightwish komen onherroepelijk uit een computer, maar klinken desondanks natuurgetrouw. Daarna komt de titeltrack van het album onder begeleiding van een razend tempo, krachtig ondersteund door de vocalen van de nieuwe zangeres Kimberly Jongen. Vergelijkbaar met het debuut van de band ligt het tempo op dit album hoog, en dat gaat eigenlijk gedurende een uur door. Iets minder tempo, maar levendig vuur hoor je in Come Into My World. Het heeft een sterk refrein en is vooral pakkend te noemen. Vurigheid vind je overigens veelvuldig op dit album, en dat mag je als een positieve beoordeling opvatten. Vooral de gitaarriffs zijn gevarieerd en uitdagend; dat kan het duo Tangerman en Jungschläger als geen ander arrangeren.
Zoals in de inleiding aangegeven is Eleonora Damiano vervangen door Kimberly Jongen, en dat is geen achteruitgang voor het totale geluid. Ze klinkt stabiel en is bij elke song perfect in de mix gezet. Verantwoordelijk voor die mix en de mastering is niet de minste producer: Jacob Hansen, onder andere bekend van zijn werk met Epica.
De orkestrale elementen zijn een belangrijke factor binnen de muziek van Epinikion, en dat vind je in veel tracks terug. Don’t Wake Up the Dead is daar een sterk staaltje van, maar binnen het intro van het ruim negen minuten durende Monsters in My Head pakt het minder goed uit. Daar klinkt de panfluit net even iets te fout en infecteert het ook de rest van de orkestrale elementen. Alles valt terug in het gareel wanneer het vuur van de gitaren en drums weer losbarst, en dan vinden we de band dan ook op zijn best. De gemengde gitaarsolo aan het einde is indrukwekkend mooi.
Als lezer voel je je waarschijnlijk weer geconfronteerd met de zoveelste female fronted metalband en met die gedachte ga ik in eerste instantie ook in mee. Feitelijk verandert Epinikion daar met dit tweede album niet significant wat aan, want we worden nergens écht verrast. Maar uiteindelijk prevaleert kwaliteit boven kwantiteit, en het laatste waar we deze band van mogen beschuldigen is kwantiteit. Er is meer volwassenheid, meer visie, maar vooral ook veel te genieten. Ga zo door.