
Maak kennis met Matt Harrison, Jonny Knight en Lynsey Ward van Exploring Birdsong. Dit drietal leerde elkaar in 2017 kennen aan het Liverpool Institute for Performing Arts (kunstacademie, mede opgericht door Paul McCartney). Ze vonden een gezamenlijke passie in het schrijven van melodieuze, maar ook avontuurlijke muziek. In 2019 tekende het drietal een contract bij Long Branch Records en bracht daarna de ep’s “The Thing with Feathers” (2019) en “Dancing in the Face of Danger” (2023) uit. Met name die laatstgenoemde ep is geweldig.
Je hebt het wellicht niet direct door, maar de band heeft geen gitarist in de gelederen. Het drietal ging bewust niet op zoek naar een gitarist, maar wilde juist verkennen hoe de muziek zich zonder gitaar zou ontwikkelen. Als je dit eerste volledige album beluistert, is het moeilijk te geloven, maar in interviews drukte Lynsey Ward iedereen op het hart dat er echt geen gitaar aan te pas is gekomen. Ik moet er direct bij vermelden dat je die gitaar nergens mist.
De muziek van Exploring Birdsong is een mix van progressieve pop en crossover prog. Het is alsof All About Eve, London Grammar, Meer en Vola in de blender zijn gestopt. All About Eve hoor je veelvuldig terug in de popprog die doet denken aan de hoogtijdagen van deze Britse band rond zangeres Julianne Regan. De stem van Lynsey Ward doet veel aan haar denken. De meer gedragen en kwetsbare stukken doen denken aan London Grammar en het stemgeluid van Hannah Reid. Het Noorse Meer hoor je terug in het avontuurlijke karakter, de tempowisselingen en de sfeer. Ten slotte doet de muziek veel aan Vola denken. Dat zit hem in de strakke riffs en djent-achtige stukken waarin stevig van leer wordt getrokken. Maar ook de overduidelijke popinvloeden die Vola in zijn muziek verwerkt, hoor je hier terug.
Elk nummer is in de basis een geweldige popsong. Ze hebben allemaal een pakkende melodie, een sterk refrein en een duidelijke kop en staart. Daar gaat vaak een heerlijk progsausje overheen. De riffs van Jonny Knight zijn bij vlagen bruut, maar vliegen nergens uit de bocht. In Arrhythmia denk je bij 2:30 een gitaarsolo te horen, maar als je goed luistert, is het Ward die de solo zingt. Door de effecten hoor je het bijna niet. Heel knap gedaan.
Romanticise is een heel goed voorbeeld. Het duurt maar drie minuten, maar wat gebeurt er veel. Eerst denk je vooral een popsong te horen en hoor je die fraaie All About Eve-invloeden. Lynsey Ward heeft een dijk van een stem. Ze heeft een mooie intensiteit in haar zang, kan kwetsbaar zingen, maar ook moeiteloos standhouden als de intensiteit flink wordt opgeschroefd. Precies op de helft van het nummer komen die Vola-achtige riffs erbij en krijgt het geheel een flinke dosis testosteron. Die djent-/progmetalinvloeden hoor je ook terug in You Like It Best When It Hurts. Heerlijk!
Spy In The House Of Love is een van mijn vele favoriete nummers op dit album. Ook dit is weer een perfecte popsong. Het is ronduit indrukwekkend hoe makkelijk dit drietal een aansprekende melodie weet te schrijven. Lynsey Ward is niet alleen een begenadigd zangeres, ze is ook een uitstekende toetsenist. Zowel de gedragen pianostukken als de synthesizers speelt ze met verve. De orkestraties zijn bijzonder smaakvol en goed gedoseerd. Zo voorziet ze elk nummer van een vleug warmte en gelaagdheid.
Het titelnummer moet zeker ook genoemd worden. Het heeft een prachtige opbouw waarin je constant het gevoel hebt dat het drietal nog een verrassing in petto heeft. Dat komt tot uiting in de laatste minuut. Direct nadat Lynsey Ward een van de meest emotionele passages heeft gezongen (waarbij ik steeds een brok in mijn keel krijg), barst er een minuut pure zaligheid los met filmische toetsen en zware basgitaar-riffs. Kippenvel. Meadowlands is met zijn zeven minuten het langste nummer. Hierin hoor je alle uitzonderlijke kwaliteiten van dit drietal nog een keer voorbijkomen. Als de laatste pianoklanken wegsterven, blijf je versuft achter. Wat een beleving, wat een intensiteit, wat een perfect album. Zonder meer een van de beste albums van dit jaar.
CD
LP