
In eerste instantie wilde John Murphy, toetsenist van de creatieve progband I Am the Manic Whale, zijn soloproject Goodbye Mountain in de markt zetten als een fictieve band. Zodoende dacht hij anoniem te kunnen blijven, maar hij werd al vrij snel ontmaskerd. Gelukkig maar, zou ik zeggen; de man verdient namelijk zelf alle lof voor zijn muziek. Zijn debuutalbum “Songs for Lost Voices” uit 2025 was al een beauty, de hier besproken opvolger “The Mystery of it All” is werkelijk beeld- en beeldschoon. Als ik het album beluister, hoor ik iedereen in mijn omgeving vragen welke prachtige muziek opstaat.
Behalve dat de stijl op “The Mystery of it All” nog steeds als ambiënte postrock valt aan te duiden, zijn het de verschillen ten opzichte van het debuut die het meest opvallen. De muziek klinkt sprankelender en progressiever, heeft meer diepgang, en is gevarieerder qua instrumentatie en stijl. Murphy brengt hier en daar jazzy pianospel aan in het geheel. Ook speelt hij meer gitaar dan voorheen, en hij heeft zelfs een nummer met tekst geschreven. Globaal zou je “The Mystery of it All” kunnen beschouwen als een kleurrijke aaneenschakeling van zinderende herhalingen en tintelende melodieën.
Als je met het openingsnummer I Do Hope You’ll Be Able to Turn this into Something Stronger van je startblok springt, word je gelijk ondergedompeld in de sfeer van het album. Aanhoudende toetsenakkoorden, Oldfield-achtige belletjes en onderhuidse gitaartonen wekken hier je interesse voor wat het album verder te bieden heeft. Naadloos kom je in het daaropvolgende titelnummer The Mystery of it All terecht, waar filmische klanken de toon zetten. Het nummer is prachtig opgebouwd met diepe bassen, gevoelig pianospel, hemelse woordloze zang van Anna Unwin, en een gonzende cello van de buitencategorie.
Met Roots Under the Ground levert Murphy naar mijn idee het hoogtepunt van het album af. De opbouw is uitermate minutieus, en verklankt zaken als donkere tijden, persoonlijke groei, en innerlijke worsteling. Uiteindelijk komt het allemaal tot ontlading met een vurige gitaarsolo van Murphy zelf. Vervolgens komt hij met twee nummers waar de akoestische gitaar een hoofdrol speelt: het frivole For Fun, for You en het Eddie Mulder-achtige Pasture. Beide nummers zijn kabbelend van aard, en dat past prima in de lijn van dit album.
Goodbye Mountain kan ook landerig klinken. Magical Piano is een dromerig nummer met veel zweverige klanken. Het wordt bijeengehouden door een broeierig drumritme en dito baswerk. Het knappe hier is dat Murphy alles precies op maat weet te houden, zodat het nergens gaat dralen. Je kan op het album goed horen dat er met hartstocht gemusiceerd wordt. Zo is Murphy in het jazzy 7th Airport helemaal in zijn element, aangezien zijn pianopingels plaatsvinden op onregelmatige maatsoorten, om uiteindelijk los te gaan in een conventionele vierkwartsmaat. Niet onbelangrijk is dat hij altijd zorgt dat er een proggy onderlaag is.
Murphy eindigt uiteraard met iets grandioos. De man komt hier met twee composities die volgens mij bij elkaar horen, aangezien ze in elkaars verlengde liggen. Wel zijn het twee aparte nummers. Don’t Care Was Made to Care/Cop for That kent mooi pianospel dat versterking krijgt van cello en viool. Het sleept je mee naar een duister stuk dat lekker lang duurt. Uiteindelijk komt het met woordloze zang tot ontlading. Terwijl mijn gedachten uitgaan naar Sigur Ros, valt ineens het kwartje. De daaropvolgende afsluiter Breathe is in meerdere opzichten een finale. Niet alleen is het exact de juiste afsluiting van het nummer daarvoor, ook sluit het dit album schitterend af. De wat hese stem van Murphy’s nicht Rebecca Joelle is de kers op de taart die het album verdient.
Om een slotwoord voor deze recensie te schrijven, wend ik me tot het hoesje van “The Mystery of it All”. De hoofdkleur is prachtig paars, terwijl er in de rechteronderhoek een gelige gloed binnenkomt met de nuance van een zonsopkomst. Beide kleuren vertellen je precies wat je op dit album kan verwachten: prachtige muziek met even fraaie nuances.