
Johan Steensland is bij Progwereld nog niet zo bekend. Begin jaren 80 betrad deze Zweed al het podium in een omgeving die ook Kaipa en The Flower Kings voortbracht. Hij rekende King Crimson, Rush en Genesis tot zijn invloeden. In de jaren 80 schreef hij een rockopera, “Crossfade”, die in 2024 opnieuw werd opgenomen en uitgebracht. Na de progressieve popband Position Melker te hebben opgericht en een carrière in de Verenigde Staten, begon hij eenmaal terug in Zweden weer muziek te maken. Hij legde zich toe op zingen en besteedde naar eigen zeggen meer dan 5000 uur aan het verbeteren van zijn zangtechniek.
Zijn tweede progressieve rockopera is getiteld “Duality”, dat uit twee delen bestaat. Het verhaal gaat, heel in het kort, over Eddie, een schrijver van fictie die lijdt aan geheugenverlies en Lydia, de hoofdzuster in het ziekenhuis waar hij verblijft. Het is niet zo’n intensief stuk als rockopera’s, zoals bijvoorbeeld het werk van Ayreon, kunnen zijn. We moeten het iets meer in de softere hoek zoeken. Je hoort dat Steensland secuur te werk is gegaan in het componeren van de twaalf stukken. Het geheel zit goed in elkaar en het bespelen van alle instrumenten gaat hem ook goed af.
Als hij na een fijne instrumentale start gaat zingen, valt zijn goede stembeheersing op. Zoals het een goede rockopera betaamt, valt er heel wat tekst te verstouwen. De subtiele muzikale onderstroom krijgt gelukkig ook gezelschap van wat pittiger gitaarwerk. Ik ben niet direct gecharmeerd van zijn stem en na een aantal nummers en veel tekst gaat me die licht tegenstaan, zeker als hij de hoogte ingaat. Gelukkig vertolkt Aleena Gibson (Kaipa) de vrouwelijke rol in het stuk en haar hoor ik juist graag zingen.
Mooi is de bijdrage van Ingemar Brandt op piano en Ture Trygger op dwarsfluit op Only Good Men. En met de bijdrage van Gibson kunnen we een geslaagde ballad noteren. Dan duikt voor de eerste keer Per Nilsson op gitaar op, zodat we wel kunnen spreken van Kaipa-invloeden. Zijn stijl is zeer herkenbaar en voegt echt iets toe aan het geluid. The Shredder Suit is zo’n typisch een beetje hoekig rockoperanummer met van die gezongen dialogen. Daar moet je van houden…
Er staan fraaie stukken progressieve muziek op, zeker als gitaar en toetsen elkaar opzoeken. In de rustige stukken is in de verte pastoraal Genesis te horen. Op den duur hebben we het allemaal wel een beetje gehoord en lijken de nummers uitwisselbaar te zijn. Er gebeurt net te weinig om het een uur lang spannend te houden en de verveling gaat toeslaan, helaas. De solo’s van Nilsson houden ons dan wel weer op de been. Zeker die op A Perfect Lie is smullen geblazen. An Ordinary Man heeft wat jazztrekjes, maar net zo zeer een poppy karakter. Zo zijn er verschillende muziekstijlen te herkennen. Doorlopend zijn het pianowerk, de lagen toetsen en lichte orkestratie prima in orde, maar als totaalbeleving ontbreekt er dus iets. Tekenend hiervoor is het lange slotnummer Here and Now, dat veel mooie dingen bevat (emotie in de zang, mooi fluit- gitaar- en toetsenwerk), maar dat zich ook wat moeizaam voortsleept.
De titel “Duality” is in die zin dan ook wel goed gekozen: mooi en een beetje saai.