
Twaalf jaar na het laatste studioalbum “North” is daar dan eindelijk weer nieuw studiowerk van Barclay James Harvest (BJH) onder de titel “Relativity”. De groep die al sinds 1966 bestaat, heeft daarmee een langverwachte belofte ingelost. BJH is een van die bands waarvan er twee incarnaties bestaan; net als Yes (ooit) en Wishbone Ash (nog steeds) zijn er sinds 1998 twee verschijningen: één met bassist Les Holroyd als centrum en één met gitarist John Lees als middelpunt. Het album dat nu verschijnt, komt uit de koker van die laatste, de naam van de band is aldus John Lees’ Barclay James Harvest (JLBJH), om aan alle onduidelijkheid een einde te maken. Lees, inmiddels 78 jaar oud, is dus de drijvende kracht achter deze band. Hij rekruteerde in 1998 voormalig toetsenist Stuart “Woolly” Wolstenholme en verzamelde een aantal capabele musici rond zich, waarvan bassist Graig Fletcher en drummer Kevin Whitehead tot de dag van vandaag deel uitmaken. In 2009 voegde zich Jez Smith als tweede toetsenist bij het ensemble. Helaas overleed Wolstenholme in 2010 en sindsdien is het viertal bij elkaar en werd er ook nog een album opgenomen en regelmatig live opgetreden. Een mooi voorbeeld daarvan is het in 2023 uitgekomen livealbum “Philharmonic!”, waarop de band optrad samen met een volwaardig symfonieorkest. Nu is er dan eindelijk nieuw werk van het viertal.
En het is ook nog eens een echt groepsalbum, alle vier muzikanten droegen in compositorisch opzicht bij aan het twaalftal nieuwe nummers die in totaal 78 minuten in beslag nemen. De verzameling liedjes is losjes gebaseerd op het concept van menselijke en kosmische interactie en relaties. In muzikaal opzicht is er niets nieuws onder de zon, de bekende, door toetsen (Mellotron) gedomineerde, muziek staat nog steeds fier overeind. Er zijn geen nieuwe iconische nummers als Child of the Universe of Mocking Bird meer te ontdekken, maar dat hoeft ook helemaal niet. Er blijft genoeg te genieten over.
Vooral titelnummer Relativity, deel 1 is de opener en deel 2 fungeert als afsluiter, liggen dicht tegen de legendarische nummers uit het verleden aan. Symfonisch georiënteerde muziek, zwaar leunend op toetsengordijnen en een enkele gitaarsolo van Lees. Ook het door Lees gezongen Magpie ligt in het verlengde van songs die BJH zo kenmerken. Verder zijn er veel melodieuze composities die, hoewel solide van aard, van iedere tegenwoordige (rock)band afkomstig hadden kunnen zijn. Met een enkele uitschieter naar boven zoals het sterk aan The Moody Blues verwante, door Fletcher gezongen Love. Het negen minuten durende Snake Oil met Lees’ gitaarsolo in duet met het Hammondorgel van Smith, klinkt bijna als een Eagles–achtige song met Don Henley vocalen van Fletcher.
ARVE error: Invalid URL in url
Opvallend is verder de al eerder gememoreerde uitstekende zangprestatie van bassist Fletcher, zijn vocalen dragen de meeste composities. De stem van Lees klinkt, hoewel nog steeds uiterst herkenbaar, nog heser en omfloerster dan deze al was ten tijde van Hymn. De band speelt hecht en geconcentreerd, de ritmesectie Fletcher/Whitehead is solide en de akoestische gitaren, harmoniezang en smaakvolle toetsenpartijen van Jez Smith doen de rest. Lees had wat mij betreft nog wat meer nadrukkelijk aanwezig mogen zijn, zijn sologitaarpartijen zijn spaarzaam. De ervaren engineer Stephen W Tayler (onder andere Kate Bush, Rush, Howard Jones, Rupert Hine en Tina Turner) is verantwoordelijk voor opname en geluid, en dat laatste is dik in orde.
De vergelijking met The Moody Blues zal altijd wel blijven bestaan. Niet voor niets schreef Lees ooit Poor Man’s Moody Blues als felle reactie op een criticus die de muziek van beide bands met elkaar vergeleek. Vooral het karakteristieke Mellotrongeluid en de harmonieuze samenzang zijn hier debet aan. Maar zoals Wolstenholme fijntjes opmerkt tijdens de weergave van het nooit eerder uitgebrachte concert – opgenomen tijdens RosFest, Pennsylvania, VS uit mei 2009, als bonus bij het nieuwe studioalbum – misschien zien The Moody Blues hun muziek wel als ‘rich man’s Barclay James Harvest’. Dat concert is overigens een heerlijk toetje, de bekende epische (Lees) nummers komen voorbij, For No One, Child of the Universe, Mocking Bird en Medicine Man. Met als extra toegevoegde waarde de aanwezigheid van Wolstenholme. Een mooie toegift bij het uitstekende nieuwe studioalbum van de band die ooit geen keuze kon maken uit de beschikbare namen en ze toen maar allemaal nam.