
Vanaf noot één maakt de Noorse toetsenman Lars Fredrik Frøislie zijn bedoelingen duidelijk: we krijgen te maken met een toetsenplaat. Met de titel van zijn tweede soloschijf “Gamle Mester” (Oude Meester) geeft hij aan een hommage aan de groten uit het verleden te willen brengen. Niet alleen denkt hij aan de pioniers van de prog, maar ook aan kunst, literatuur en mythologie. De oude meesters Rick Wakeman en Keith Emerson lijken in ieder geval in zijn eerbetoon om voorrang te strijden. Hij trekt zijn hele arsenaal aan keyboards open en verblijdt de luisteraar in het bijzonder met de Hammond. Het moge duidelijk zijn dat de Mellotron en andere klassiekers evenmin ontbreken.
Tijdens openingsnummer Demring zijn ook fluitpartijen te horen, die ons een beetje in Camel-sferen brengen. Hij pakt regelmatig stevig uit op zijn klavieren, maar zoekt ook net zo vaak de verstilling op. Op die momenten gaan de gedachten soms even uit naar de landgenoten van Jordsjø.
Zingen doet deze toetsenist van Wobbler, inderdaad ook uit Noorwegen, ook. Dat gaat hem duidelijk minder goed af. Zijn vlakke, onbestemde stemgeluid levert geen meerwaarde voor de muziek op, zoals te horen is op Jakten På Det Kalydonske Villsvin (zo, het hoge woord is eruit).
Hij weet wel hele mooie dingen uit zijn instrumentarium te halen, zichzelf begeleidend op drums en met Nicolai Haengsle op basgitaar. Symfonische passages kunnen niet uitblijven, al kan hij ook vrij hoekig uit de hoek komen. Dan dringt de vergelijking met Emerson, Lake & Palmer op, zoals op Medusas Flåte. Veel moois balt hij samen op de epic De Te Gratier, waarop hij de drie Gratiën ‘bezingt’. De spinet speelt in de ingetogen passages een hoofdrol en de Moog-solo’s mogen er zijn. Hij blokfluit de longen uit zijn lijf en de Hammond zorgt voor de nodige power.
De elektrische gitaar is taboe op deze cd, alle vormen van melodie moeten van de toetsen komen. Op zich een prima keuze, al voegt de gitaar bijna altijd wel iets wezenlijks toe aan rockmuziek. Ik mis dan ook iets, ik ben lange tijd op zoek geweest naar de ziel van de muziek, al kan ik ook niet goed benoemen wat ik hiermee bedoel, het is dan ook een gevoelskwestie. Frøislie speelt uitstekend, is een veelzijdig toetsenist, die hele behoorlijke composities in elkaar draait, maar op de een of andere manier weet hij me niet diep te raken met zijn muziek. Voor toetsenliefhebbers, zeker die van de oude school, valt er echter absoluut heel veel te genieten op “Gamle Mester”.