
In het najaar van 2008 ondernam de Duitse band Nektar ter gelegenheid van zijn veertigste verjaardag een korte Europese tour. De aanwezige liefhebbers van deze progband mogen zich spekkoper noemen, want er kwamen veel nummers uit het verleden voorbij, aangevuld met werk uit de latere jaren. Het dubbelalbum dat naar aanleiding van deze tour verscheen, “Fortyfied”, kwam in 2009 op Roye Albrightons eigen label Treacle Music op de markt en was een jaar later al niet meer verkrijgbaar. Dat schiet lekker op. Vijftien jaar lang zat de Nektarfan te tandenknarsen, totdat men bij Explore Rights Management, een sublabel van Cherry Red Records, besloot het album in geremasterde vorm opnieuw uit te brengen.
Het lijkt me zinvol om eerst wat historisch perspectief te bieden. Nektar ziet eind jaren zestig in Hamburg het levenslicht, wanneer vier Britse muzikanten die tijdelijk in Duitsland wonen de handen ineenslaan. Tot hen behoren gitarist Roye Albrighton en drummer Ron Howden, muzikanten die progressieve psychedelische muziek willen maken met invloeden uit de kraut- en spacerock. Dat de heren hierin betekenisvol zijn, blijkt uit hun in 1971 verschenen debuutalbum “Journey to the Centre of the Eye”. Ook op de daaropvolgende albums maakt de band indruk.
Na 1979 wordt de klassieke fase van Nektar langzaam afgerond. “Magic Is a Child” laat een toegankelijkere kant van de band horen, maar de experimentele kracht van hun vroege werk neemt af. Rond 1981 valt de band uiteen, waarna alleen sporadische reünies en projecten volgen. Vanaf 2000 wordt Nektar nieuw leven ingeblazen, met wisselende bezettingen en albums als “Evolution” en “Book of Days”. Wel laat men zich in met een meer classic rock-geluid. Het overlijden van Roye Albrighton in 2016 en Ron Howden in 2024 markeert opnieuw breuken, maar de band blijft voortbestaan, levend gehouden door oudleden en nieuwe muzikanten die zowel het klassieke repertoire als nieuw werk blijven brengen.
Terug naar het onderwerp van deze recensie, de geremasterde heruitgave van het dubbel livealbum “Fortyfied” uit 2009. Hoewel Nektar de fijnzinnigheid mist van bijvoorbeeld een Genesis of Yes, brengt de band zijn muziek wel vol vuur. Het orgel is prominent aanwezig, de gitarist tokkelt danwel soleert zich een slag in de rondte en brengt met zijn akkoorden veel dynamiek aan, de bassist speelt de blaren op zijn vingertoppen, en de drums houden alles smakelijk bij elkaar.
Het begint al gelijk goed met het epische A Tab in the Ocean. Uiteindelijk komen op de eerste cd alle nummers van dit legendarische album uit 1972 voorbij. Helaas komt ook het Status Quo-achtige intro van Crying in the Dark uit de boxen, en geloof me: dat wil je niet horen. Het hele nummer doet nogal bootlegachtig aan, met als dieptepunt de verscholen gitaarsolo. Gelukkig herpakt de band zich met King of Twilight. Ook Dream Nebula, dat van het debuutalbum afkomstig is, kan als genietbaar worden omschreven.
Het Grobschnitt-getinte Desolation Valley en het sfeervolle Waves trekken de kar prima voort, en zo is daar het tweede deel van het epos Remember the Future. We horen dat bombastische en melancholieke passages elkaar afwisselen, totdat een groovy stuk het overneemt. Dit loopt over in een stuk gedragen blues, dat weer afwisseling krijgt van een slaggitaar. De eerste cd sluit af met twee nummers van het op dat moment meest recente album, “Book of Days”, Met name King of the Deep klinkt niet verkeerd. Het is oude stijl Uriah Heep.
De tweede cd gaat van start met Where Are You Now? Het klinkt een tijdje als Steely Dan, totdat de sfeerwisseling der sfeerwisselingen zijn intrede doet. Dit is pure artrock, met aan de ene kant toetsenspel richting Manfred Mann en aan de andere kant het extravagante van Queen. Iedere keer als ik nummers als A Day in the Life of a Preacher en Mr. H. hoor denk ik: dit is niet de muziek die ik graag hoor. Vooral Mr. H. is me te veel solo en te weinig liedje.
Een stuk beter bevalt Recycled Pt 1, maar ja: dat komt dan ook van m’n favoriete Nektar-album. Het is een weelderig nummer met sterke thema’s en melodieën. De laatste twee nummers zijn ook geen geweldige bijdragen. Het vlotte The Debate heeft vooral een wat saaie compositie. De enige sprankeling komt van de orgelsolo. De afsluiter Man in the Moon krijgt nog enigszins het voordeel van de twijfel vanwege de jaren zeventigachtige compositie.
De conclusie lijkt voor de hand te liggen. Het goede is goed met een stabiel bandgeluid, het slechte is slecht met uitschieters naar barslecht. Mengen we die twee, dan komt er een krappe voldoende uit de bus.