
Progdreams, het tweedaagse indoor progrock- en metal festival van Poppodium Boederij in Zoetermeer was aan zijn elfde editie toe. We kunnen dus met recht spreken van een traditie. Progwereld was hier uiteraard bij. Onze recensent was er samen met zoonlief (wat een weelde is dat!) al die uren bij, al werd het begin wel even gemist. Vader en zoon besloten het optreden van de bands te karakteriseren met één woord. Die willen we jullie niet onthouden; ze staan achter de bandnaam.
Dag 1 – vrijdag 22 augustus
Het centrale woord van dag één is ‘hard’. Stevige kost krijgen de bezoekers, teleurstellend in aantal, voorgeschoteld.
Redikin – gemist
Niet gezien dus, deze Delftse band. Aangekondigd als groovende, heavy dansbare hardrock. Denk aan stevige gitaren, pompende drums en pakkende melodieën.
Zangeres Afke van Althuis zal haar mannen ongetwijfeld hebben opgezweept en de luisteraars, die allen dicht op het podium konden staan, zullen zeker de eerste headbangende bewegingen hebben gemaakt. Ik heb de set van korte nummers even nageluisterd en ja, het klopt: gewoon lekkere hardrock, met melodie.
Hackberry – staartje
Gelukkig nog een staartje meegepikt van deze vijfmansformatie uit Groningen. Zij maken een mix van progressieve rock, stoner, metal en psychedelica met complexe maatsoorten en verrassende tempowisselingen.
Overwegend lange nummers, die door hun afwisseling en bijzondere maatsoorten weten te boeien. Felle gitaarduels vochten Marijn de Boer en Fransesco Bonardi uit, zoals in slotnummer Desert Child voor ons ook nog goed te zien was.
Scarlet Stories – duister/somber
Nog meer Oranje Boven, met dit Tilburgse gezelschap. Donkere heavy prog met elementen van doom, ambient en…filmmuziek, is wat zij maken. Zangeres Lisette van den Berg trekt al snel de aandacht naar zich toe, met haar stem die soms iets kinderlijks heeft. Zeer fors uithalen kan ze ook, waarmee ze de luisteraar de duistere, sombere wereld van de band intrekt.
Een beetje monotone songstructuur hoor hier wel bij, de gitaristen Bart te Kamp en Robin van Poppel en ritmesectie gaan behoorlijk te keer. Het andere gezicht van het gezelschap is juist het zich bewegen in hele subtiele muziek, met getokkel en ingehouden spel, dat ook wel beklemmend is. Er zouden twee vrouwelijk bandleden niet aanwezig zijn. Deze vijf, met deze set, konden het publiek zeker bekoren.
Altesia – heerlijk/enthousiast
De positieve verrassing van de dag, deze Fransen. Fris van de lever en dolenthousiast laten zij onder leiding van de innemende frontman Clément Darrieu een bonte stoet aan speelstijlen de revue passeren. Het gaat van bijna pop tot knetterhard, met duistere doom en djent metal, met tal van aparte uitstapjes. Heerlijk gitaarspel en chaotische patronen wisselen elkaar af. De toetsenman bijt fel van zich af, maar laat ook pianoriedels los.
De band nodigt het publiek uit mee head te bangen. Tegendraadse ritmes in Cassandra’s Prophecy, waar het gitaarspel soms richting vals gaat. Darrieu houdt het in zijn zang ook niet altijd droog. Niet zo erg. Jazzstukken en funk, het past allemaal. Deze muzikale potpourri, met zoveel elan en een beetje gekkigheid gebracht, is ronduit heerlijk om een uurtje even alles om je heen te vergeten.
Poverty’s No Crime – zielloos/eentonig
Het al sinds de jaren 90 actieve Duitse progmetalgezelschap kreeg bij deze luisteraar de handen niet op elkaar. Zanger Volker Walsemann is duidelijk het baasje, hij verzorgt ook de gitaarpartijen. Zijn stem heeft zo’n typische metal-/hardrockgalm en hij lijkt moeite te moeten doen om ‘het’ te halen.
De power in de song heeft iets van Dream Theater, waarbij de toetsenpartijen plichtmatig aanvoelen. Het is technisch zeker in orde, Walsemann pingelt om de haverklap een lekker solo’tje weg, maar enige diepgang is ver te zoeken. Het is een beetje rechttoe rechtaan en het beuken lijkt een beetje een ziel te missen en de avond eindigt ondanks de herrie met gapen, niet van de slaap.
Dag 2 – zaterdag 23 augustus
We laten de metal achter ons en gaan ons meer in de ‘beschaafdere’ uithoeken van de prog begeven. Gevarieerd is het aanbod zeker. Meer publiek stroomde toe, al had dit festival echt meer verdiend. Bij slotact IQ was er een aardig zaaltje, maar vol was het zeker niet.
Agusa – ontwapenend/sprookjesachtig
De eerste klanken van het Zweedse Agusa voelen als een warm bad, dat kan ook met mijn leeftijd te maken hebben. Hun instrumentale muziek met een flinke klodder folk en psychedelische elementen doen je in de jaren 70 wanen. Gitarist en toetsenman hebben een kapsel dat nog ouder is.
Jenny Puertas is de blikvanger, haar fluitspel is uitstekend en haar enthousiasme werkt aanstekelijk. Gitarist Mikael Ödesjö strooit met pittige solo’s en Roman Andrén op toetsen schroeft het vintage karakter wat verder op. De uitgesponnen melodieën duiken ook wel eens de jazz in en het Caribisch sfeertje aan het slot is prettig. Na een half uurtje heb je wel een beeld, alles voltrekt zich in hetzelfde stramien, wat veel van hetzelfde, maar allee, een prima start.
Cheeto’s Magazine – feest/kleurrijk
Het is feest op het podium bij deze in kleurrijke pakjes gehulde Spanjaarden. Zanger en toetsenman Esteban Navarro is compleet (aangenaam) gestoord. Hij trekt bekken en haalt doorlopend dolle capriolen uit, hierbij het hele podium gebruikend. Intussen maken de Cheeto’s heerlijke muziek. Een mix van stijlen dendert over het podium: progrock met uitstapjes naar jazz, funk en ja glamrock. Basis vormen de toetsen, waarmee ze prachtige, vaak uitbundige patronen de zaal in slingeren (medepingelaar Matias Lizana zingt ook nadrukkelijk mee).
Vol symfonisch klinkt het met enige regelmaat, echt. De gitaar van Manuel Orella had iets prominenter in de mix gemogen. Epic Big Boy (25 minuten) vat alles samen en vormt de perfecte afsluiting. Navarro moet aan het infuus, zoals hij mij later toevertrouwen. Gewoon het hoogtepunt van het festival!
Freedom to Glide – liedjes/grijs
Andy Nixon (zang, gitaar), die een beetje op mijn broer lijkt, en Pete Riley vormen de kern van F2G, die voor een heel ander geluid zorgen. Het is prog, maar het zijn ook gewoon liedjes. Het is Brits, al klinkt Nixon wat Amerikaans, als de stevige broer van Danny Vera. De diepzinnig teksten over oorlog en menselijke kwesties gaan mogelijk aan het iets meer dan gisteren toegestroomde publiek heen.
Pittige solo’s komen uit Nixons snaren in de toch bedaarde nummers. Wel nog een bietje rock ’n roll en een soort steelgitaar zijn wat erupties in deze singer-songwriterprog met weinig hoogtepunten. We nemen de vrijheid om voortijdig weg te glijden naar de bar voor een broodnodig hapje. Het is een lange dag.
Sylvan – onbestemd/tweestrijd
Veel draait om zanger Marco Glühmann, hij lijkt zichzelf wel wat te vinden. Van mij hoeft dat niet. Voor mij hebben deze al twintig jaar actieve Duitsers altijd weer twee gezichten. De zangpartijen van Glühmann bevallen mij niet, het gaat vaak richting schreeuwen (of noem het emotie) en die stukken gaan doorgaans onbestemd naar Nergenshuizen.
Intussen staat er wel een band, die toch ook goede composities laat horen en diepgang in hun teksten niet schuwt. Je veert steeds op, als dat kan als je staat, als gitarist Johnny Beck weer een zalige solo loslaat. Opeens zwaait een flink deel van het publiek met gekleurde lichtstaafjes. Het zal ergens toe dienen. Sylvan, ik weet het niet…
IQ – beklemmend/meeslepend
IQ uit, altijd lastig…Als fan van het eerst uur blijf ik de muziek van Peter Nicholls cs lastig te doorgronden vinden. Hij ziet er oud uit en is niet helemaal goed bij stem. Sommige hoge passages haalt ie volstrekt niet. Er staat wel iemand op het podium. Ze doen heel “Frequency”, een overgangsschijf die bepaald niet als ‘goed’ de boeken in is gegaan. Wel het nodige moois te horen toch, neem alleen al het geweldige spel van gitarist Mike Holmes, hij klinkt wel een beetje schel.
Neil Durant pingelt naar behoren. Nee, dan de garagerock van “The Wake”, met het titelnummer en Headlong. Dat rauwe, dat zorgt toch weer voor die beklemming. Wat nieuw werk, ach…, en de verstilling bij The Road of Bones. Het is allemaal zo herkenbaar en toch laten we ons er toch steeds weer door meeslepen. Een klasse band blijft het. Een waardige afsluiter!
En zo is ProgDreams XI ook weer geschiedenis. Tien bands in twee dagen, dat is niet misselijk. Met Altesia als de grote verrassing op de vrijdag en Cheeto’s Magazine als kraker op de zaterdag. Daar zal menigeen zijn eigen beeld bij hebben. Hoe het ook zij, de paar honderd bezoekers en de Boerderij kunnen terugzien op een geslaagd festival. Op naar XII!