Robin A. Smith

Robin A. Smith, The Best of Tubular Bells I, II & III, maandag 7 september 2026, De Doelen, Rotterdam

Info
Fotograaf: Guido Brand en Fred Nieuwesteeg
Locatie
De Doelen, Rotterdam
Ruben Alvarez: gitaar
Daisy Bevan: zang
Jack Davis: klassieke percussie
Kwesi Edman: cello
Lisa Featherston: basgitaar
Will Miles: drums en percussie
Maxime Obideau: gitaar en mandoline
Robin A. Smith: toetsen, piano, muzikale leiding
Tubular Bells II (excerpts)
Moonlight Shadow
Tubular Bells III (excerpts)
Tubular Bells, Part I
Tubular Bells, Part II
Toegift:
Sailor’s Hornpipe

Sinds mensenheugenis treedt Mike Oldfield niet meer op. Zijn laatste optreden was tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Londen in 2012. Hij werd toen onder andere bijgestaan door Robert Smith. Aan hem vertrouwde Oldfield het toe om nieuwe arrangementen voor zijn iconische werkstuk “Tubular Bells” te maken én dit – zonder hem – uit te voeren. In september en oktober 2026 reist Smith door Europa om The Best of Tubular Bells I, II & III ten gehore te brengen. Op maandag 7 september trad hij met een achtkoppig gezelschap op in De Doelen in Rotterdam.

Wat niet zo heel veel mensen weten, is dat Oldfield na de oerversie van “Tubular Bells” uit 1973 nog twee vervolgdelen heeft gecomponeerd. “II” verscheen in 1992 en “III” nog weer zes jaar later. Het publiek in de zo te zien uitverkochte zaal weet dit natuurlijk wel. Zonder aankondiging neemt het concert een aanvang. Het klinkt als Tubular Bells, maar wel een tikje anders. Na een kort piano-intro gaat een golf van herkenning door de zaal. Mooi gitaarwerk gaat samen met de nodige orkestratie en woordloze zang.

Het is meteen duidelijk dat dit een geweldige avond gaat worden. De cello van Kwesi Edman vormt een mooie toevoeging en de passage met de akoestische gitaar van Maxime Obideau is om van te smullen. Tempo- en sfeerwisseling volgen elkaar op. Dit voor velen onbekende werk bouwt op naar een climax met een stevig, rockend karakter, met fel gitaarwerk. Gitaartopper Ruben Alvarez voert een duet uit met zijn maatje. Het is duidelijk dat het volop aanwezige orkestwerk van een bandje komt. Het stoort niet. Het is geweldige muziek, uitgevoerd door een stel topmuzikanten.

Smith komt even van zijn krukje af en houdt een kort praatje. Hij maakt duidelijk dat we naar een gedeelte van “Tubular Bells II” hebben geluisterd. Dan is het tijd voor de allergrootste hit van Oldfield, Moonlight Shadow. Daisy Bevan kan geweldig zingen, en de woordloze vocalen in Tubular Bells voert ze geweldig uit, maar bij dit nummer past haar stem wat minder. De zaal deint en zingt niettemin gretig mee. Achteraf stel ik vast dat deze single een beetje uit de toon viel bij de grootsheid van de omringende muziekstukken.

Wat van “Tubular Bells III” langskomt is evenmin te versmaden. De dromerige, vooral akoestische start nodigt uit om bij weg te zwijmelen. Drummer Will Miles treedt op de voorgrond, net als zijn kompaan Jack Davis, die de klassieke percussie voor zijn rekening neemt. Denk aan pauken, (het bekende gepingel op) glockenspiel en uiteraard dé buisvormige klokken. Achter een scherm is nog een derde drumstel opgesteld, voor het zwaardere werk. Bombast en ingetogenheid, abrupte wendingen, het hoort ook bij dit werk. Het bekende thema duikt een paar keer op, tot grote tevredenheid van de luisteraars. Je zit er toch een beetje op te wachten. Bevan zingt kort iets in het Indisch en er zijn kinderstemmen te horen. De stukjes “III” vormden zonder meer ook een lust voor het oor. De mensen in de zaal kijken elkaar een beetje verbaasd aan als zij zien dat dit deel voor de pauze minder dan drie kwartier heeft geduurd.

Na de pauze volgt dan een integrale uitvoering van de échte Tubular Bells. Zwaar ‘orkest’ gaat aan het karakteristieke pianostukje vooraf. Als daar het glockenspiel en orgel bijkomen, zit het publiek er onmiddellijk vol in. Cello met veel toetsen leiden weer een orkeststuk met gitaarwerk in. Obideau neemt de mandoline ter hand en gaat het duel aan met Alvarez. Intussen speelt Smith met armgebaren ook echt de orkestleider, al denk ik dat zijn bandleden deze aanwijzingen niet echt nodig hebben.

Ook Edman voert, gevoelig, het thema uit en het verstilde stuk op akoestische gitaar is adembenemend. Je kunt een speld horen vallen in de zaal. Hulde overigens voor de materiaalman, want het aantal keren dat hij Obideau van instrumenten heeft doen wisselen, is bijna niet te tellen. De beide slagwerkers doen ook weer nadrukkelijk van zich spreken en het een voor een introduceren door de master of ceremonies van de bekende negen instrumenten is uiteraard ook iets waar het publiek op zit te wachten. Op dit stuk is de basgitaar van Lisa Featherston nadrukkelijk te horen. Het akoestische slot met weer die vermaledijde cello is om door een ringetje te halen. Wat is dit waanzinnig mooi!

Part II gaat op de bekende rustige wijze van start, na een tijdje is het weer volle bak, waarbij Bevan hoog woordloos zingt. Het dreigende stuk komt er nu echt aan en alle remmen gaan los. De gitaren op vol vermogen en paukenslagen vullen de ruimte, en de orkestbak lijkt helemaal gevuld. Het bekende angstaanjagende geschreeuw ontbreekt. Dit is overigens niet het geluid van de duivel, wat veel mensen denken – deel I van “Tubular Bells” (TB) werd gebruikt als de titelsong van de film “The Exorcist”. Oldfield zong dit holbewonersgekrijs zelf in uit frustratie omdat hij onder druk werd gezet zangstukken aan “TB” toe te voegen, in combinatie met een forse hoeveelheid drank.

Alvarez lijkt de imponerende gitaarsolo, grillig, hoog en lang, uit zijn tenen te halen. Het is duidelijk dat dit niet zo op de plaat staat. Smith blijft dicht bij het origineel, maar hij is een meester in het creëren van arrangementen, dus heeft hij er op subtiele wijze wel een beetje zijn eigen draai aangegeven. Zijn toetsenspel mag er intussen zeker ook zijn.

De beide gitaren pikken het overbekende thema na wat omzwervingen weer op, zij het iets afwijkend. Na een slordig uurtje ebben de laatste klanken zachtjes weg. Smith neemt nog een keer het woord, stelt zijn begeleidingsband voor en laat uiteraard niet na om de man die dit alles heeft bedacht en mogelijk gemaakt te eren: Mike Oldfield.

Als slotakkoord maakt het gezelschap een rondedansje over het podium onder de klanken van het slot van deel II, Sailor’s Hornpipe, op passende wijze muzikaal begeleid door Obideau op banjo. Het dankbare publiek is getuige geweest van een magistrale uitvoering van het masterpiece van Mike Oldfield. Het onmiskenbare geluid van de tubular bells, die Miles veelvuldig besloeg, dreunt nog lang aangenaam na in ieders hoofd…

Send this to a friend