Sideways

... And There Is Light

Info
Uitgekomen in: 2006
Land van herkomst: Nederland
Label: eigen beheer
Website: http://www.sideways.info/
Tracklist
Fear (9:21)
End Of The Line (6:55)
Back To the wild (14:02)
Light (7:20)
Gerwin Gabry: gitaar
Corné Gietman: bas
Berry Hoogeveen: drums
Alex Visser: zang
Jurriaan Visser: toetsen
...And There Is Light (2006)

Het is dringen geblazen in de Nederlandse symfoscene. Een Nederlandse ‘progressieve’ band die zich niet profileert in bijvoorbeeld de progmetal of de artpop, maar ‘gewoon’ in klassiek georiënteerde symfo heeft tegenwoordig concurrentie te dulden van onder andere Knight Area, Casual Silence, Ricocher, Salmon, Plackband, Odyssice, Flamborough Head en last but not least de wederopgestane Kayak. Eén van de nieuwste telgen aan de Nedersymfostam is SidewayS. Deze band was zich ongetwijfeld bewust van dit druk bezette veld en besloot dan ook zich duidelijk te profileren in de promoteksten en op hun eigen website. Hieronder een stukje tekst van die eigen website:

SidewayS is een symfonische rockformatie die de muzikale uitdaging niet uit de weg gaat: complexe songstructuren gelardeerd met tempowisselingen waarin de melodie een hoofdrol inneemt. SidewayS werkt volgens het beproefde model: zang, gitaar, toetsen, bas en drums. De rolverdeling: sfeervolle tapijten en bombastische uitspattingen worden verzorgd door Jurriaan, zowel de stuwende als de ingetogen ritmes komen van de hand van Berry, de groove en het frivole wordt gecreëerd door Corné. Gerwin tekent voor het hartverscheurende snarenspel. Het geheel wordt versterkt door het melodramatische verhaal van Alex, kortom Sideways creëert emotie, sfeer en grandeur“.

Waarvan akte. Het is al bijna een recensie op zich! Rest uw recensent enkel nog de relatief weinig eervolle taak om er een second opinion op te werpen. Nou, daar gaan we dan!

Allereerst: “…And There Is Light” (om onduidelijke redenen worden zowel de albumtitel als alle songtitels voorafgegaan door drie puntjes) is een debuut in eigen beheer, dus het is te verwachten dat door onder meer een beperkt budget de geluidskwaliteit niet optimaal is. Daar moeten we dus eigenlijk doorheen prikken. Met deze overpeinzing dan wel waarschuwing in het achterhoofd klinkt het trouwens nog best heel behoorlijk (dit zijn geen ‘Seven Stories Into Eight’-praktijken).

Fear opent het album sterk. De muzikanten blijken goed op elkaar ingespeeld. Dat hoeft op zich niet te verbazen, daar ze grotendeels een gezamenlijk verleden in een death metal formatie hebben. Het muzikale roer is dan trouwens wel danig omgegooid. Terwijl Fear al tamelijk rustige symfo is, is End Of The Line bij vlagen met recht atmosferisch. In dat tweede nummer zit de wat houterige productie ook duidelijk minder in de weg.

Maar… waarom denken zoveel beginnende progressieve bands dat een album pas af is als er minstens één nummer van minstens een kwartier op staat? Laten we wel wezen, zelfs tijdens de eerste (en volgens velen nog immer definitieve) progressieve golf in de jaren ’70 is er werkelijk maar een handvol écht memorabele songs van elpeekant lengte afgeleverd. Meestal waren we beter af geweest als de ‘epics’ gewoon gepresenteerd waren als de losse nummers die ze in feite nog steeds waren of als de exercities in zelfindulgentie met ten minste een minuut of vijf ingeperkt waren. Tegenwoordig is de spoeling zo mogelijk nog dunner, met alle neo- en retroprogbands die menen probleemloos een Close To The Edge, Hemispheres, Echoes of Thick As A Brick te schrijven.

Afijn, dat was meer een algemene verzuchting… maar hij staat natuurlijk niet helemaal voor niets hier: het kwartier lange Back To The Wild is domweg het minst overtuigende moment van deze plaat. Als na een op zich lekkere intro van ruim een minuut het nummer ineens snelheid krijgt, gaat alles mis: het ritme loopt mank, Alex’ zang blijkt plotseling het nodige tekort te komen. Verderop komt weer een aardige instrumentale passage met daarin niet direct hartverscheurend maar toch wel frivool snarenspel van Gerwin. De brute manier waarop dit rond minuut acht onderbroken wordt, is helaas ook erg kenmerkend voor de in de vorige alinea beschreven lange nummers.

Toch heeft dit nummer ook zo zijn genietbare kanten. Het terugkerend thema kent op zichzelf een sterke muzikale ontwikkeling. Enige oefening en wat meer studio-/productiemogelijkheden laten het dubbeltje wellicht een volgende keer de andere kant op vallen. De (beginners)missers van deze plaat en in het bijzonder dit nummer moeten wat dat betreft dan ook niet te veel afleiden van het sterke potentieel dat in deze band aanwezig is.

Bombastische uitspattingen? Zou daarmee bijvoorbeeld de intro van Light bedoeld zijn? Persoonlijk vind ik het nogal meevallen, maar dat zou hem ook weer in de vlakke productie kunnen zitten. In dat geval zou een nadeel pardoes een voordeel geworden zijn. Bij de tekst “Are you ready for the next cliché?” krab ik mezelf even achter de oren. Nu ja, SidewayS sluit met dit nummer de plaat niet direct met het hoogtepunt af, mais soit.

Tijd voor een eindoordeel. “… And There is Light” plaatst SidewayS voorlopig in de middenmoot van de Nedersymfo. Toch maakt de plaat wel duidelijk dat de band potentieel heeft, zowel compositorisch als speltechnisch. Hier is qua speltechniek en -gevoel het geheel eens echt meer dan de som der delen. SidewayS is veelbelovend en verdient alleen daarvoor al aandacht.

Casper Middelkamp

Send this to a friend