
Stefano Panunzi heeft zijn sporen al ruim verdiend in de progscene. Zo richtte hij in 1997 mede Fjieri op en werkte hij met de nodige grootheden samen. Op zijn vijfde soloschijf beoogt hij het beroemde chiaroscuro van Caravaggio om te zetten in muziek; de menselijke figuur uit het duister trekken, met al zijn emoties. Net als bij de grootmeester plaats hij één aspect nadrukkelijk in het licht; bij hem is dat de zang.
Panunzi slaagt wonderwel in zijn opdracht. Hij schetst fraaie sfeerplaatjes, die hij met een subtiele toets inkleurt met zijn toetsenspel. Wat mij betreft verdient dit een plek in het volle licht. De composities zijn ingetogen, ingehouden, en voltrekken zich in een rustig tempo. Verwacht geen rockende nummers, vaak zit de klankkleur tegen het ambiente aan, met elementen van artrock. De blazers brengen fusion- en jazzaccenten aan.
Het titelnummer begint passend met barok akoestisch gitaarspel, waarna de soundscapes een aanvang nemen. Theo Travis kun je er op dwarsfluit en saxofoon dan goed bij hebben. Hij is een van de bijna eindeloze lijst aan gastmuzikanten. Het legertje zangers (waaronder Tim Bowness) springt ook nergens uit de band. Beheerst, soms smachtend past hun bijdrage naadloos in dit bijzonder rustgevende werkstuk. De gitaarpartijen, soms ongrijpbaar, treden ook nergens in het bijzonder op de voorgrond.
Zo lijkt het dik 150 minuten op de twee cd’s (dat is wel veel te veel, natuurlijk) voort te kabbelen, maar de schoonheid bevindt zich onder de oppervlakte. Panunzi brengt met de fijnste penseelstreken een diepere laag aan, vooral op zijn klavieren dus, accenten die je pas na meerdere draaibeurten of bij heel secuur luisteren, opmerkt.
De sterk melancholische muziek draagt sporen van Fjieri, no-man, David Sylvian, Steven Wilson en op cd 2 lijkt David Bowie een paar keer uit de dood te zijn opgestaan. Liefde, verlies en oorlog zijn thema’s die Panunzi bezighouden en zijn maatschappelijke betrokkenheid blootleggen. Hij vertaalt zijn emoties kundig in klanken. Het afsluitende Gaza, dat wanhoop en uitzichtloosheid ademt, is hiervan een sprekend voorbeeld. Je kunt uren ademloos naar het werk van Caravaggio kijken, nu kun je ook uren ademloos naar “Caravaggio” luisteren.