
T.A.P. is een samenwerkingsproject van vier muzikanten uit de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk. Ze hebben niet de ambitie om live te spelen. Dit is hun tweede album, na “Paradigms” dat in 2023 uitkwam. Mocht je willen weten waar T.A.P. voor staat: niemand die het weet. Ook de muzikanten zelf blijven daar vaag over.
Wat mag je van dit album verwachten? Ik hoor vooral heel relaxte instrumentale progrock met fusioninvloeden, die je ruim een uur uitstekend gezelschap kan houden tijdens een autorit of op de achtergrond tijdens een diner met vrienden. Geen echte erupties, geen complexe tempowisselingen, en geen rauwe randjes. De kracht zit vooral in de onderlinge samenhang en de ruimte die de muzikanten elkaar geven. Qua sfeer doet het denken aan de muziek van Trettioåriga Kriget, Djam Karet, en het wat kosmische geluid van Ozric Tentacles.
De drie heren en de dame van T.A.P. hebben voor dit album een flink aantal sessiemuzikanten uitgenodigd. De bekendste is Gayle Ellett van Djam Karet, die op twee nummers de mellotron en de bouzouki voor zijn rekening neemt. Opener Galaxy Unknown is direct een fijne kennismaking. Je hoort meteen dat hier zeer ervaren muzikanten aan het werk zijn. Het soepele baswerk van Mark Cook valt direct op, net als het sterke gitaarwerk van Cook en zijn collega Suzi James. Niet alleen de solo’s op de elektrische gitaar zijn smaakvol, ook het goed gedoseerde akoestische spel mag er zijn.
Met ruim twaalf minuten speeltijd is A Beacon of Light het langste nummer van het album. Ook hier is alles goed gedoseerd en in harmonie. Ik houd van de manier waarop de drums zijn opgenomen. Het is alsof je als luisteraar bij de muzikanten in de oefenruimte zit. De toetsen geven het geheel een ruimtelijk gevoel en doen denken aan Tangerine Dream. De viool van Suzi James is mooi ingebed in het geheel, net als de smaakvolle gitaarsolo’s.
In A Hole in the Ground stapt het gezelschap af van de instrumentale muziek en verzorgt Steve Bonino de zang. De zang voelt als een inbreuk op de instrumentale sfeer en voegt voor mij weinig toe. In 4th Dimensional Wave hoor je vooral de rijkdom van twee gitaristen. Beiden spelen in dienst van de muziek, waardoor het geheel smaakvol en redelijk ingetogen blijft. In het middenstuk zoeken de toetsen meer de voorgrond op, wat ervoor zorgt dat je als luisteraar bij de les blijft.
Zo is “Paradigms II” een solide album dat liefhebbers van relaxte, instrumentale progrock zeker zal aanspreken. Toch wringt er iets. Alles klinkt zo beheerst, netjes en veilig dat het album nergens echt spannend wordt. De muzikanten beheersen hun instrumenten uitstekend, maar ik mis het vuur, de verrassing en het lef om de muziek eens flink uit de bocht te laten vliegen. Prima achtergrondmuziek dus, maar voor een album dat ruim een uur duurt, had er best wat meer avontuur in mogen zitten.