
Het initiatief voor deze Nederlandse formatie kwam van toetsenist Bram van Risp. Hij nam contact op met Marc Lamp (Claw Boys Claw), die een groot liefhebber is van symfonische rock en samen met zangeres Ly begon het creatieve proces. Korte tijd later werd gitarist Hans Gerritse (Nice Beaver/Paravane, King Eider) erbij gevraagd.
De muziek werd in 2010 opgenomen in de studio van Ruud Rijnbeek en Gerben Klazinga (Knight Area). De band was daarna nog niet helemaal content met het resultaat. Er ontstonden nieuwe ideeën en er werden (instrumentale) stukken toegevoegd. Pas in 2014 was het album klaar. Daarna was de band er zelf ook helemaal klaar mee. Mede door persoonlijke omstandigheden viel het gezelschap uiteen en eindigde het album op de plank en bleef daar elf jaar liggen.
Gelukkig eindigt het verhaal daar niet. Tijd heelt alle wonden en de bandleden kwamen weer met elkaar in contact. Besloten werd het album alsnog uit te brengen. En geloof me, daar plukken wij liefhebbers de vruchten van.
Bij de pastorale klanken van toetsen, gitaar en basgitaar van het titelnummer weet je al dat er iets bijzonders staat te gebeuren. Meteen valt de geweldige productie op. De drums klinken mooi transparant en het baswerk warm en subtiel. Het nummer draait om een sterk refrein dat steeds verder wordt uitgebouwd. Het bevat een paar schitterende overgangen. Zo lijkt de muziek weg te sterven, maar wordt daarna knap voortgezet.
Zangeres Ly heeft een geweldige stem. Ze doet het meest denken aan Jess Holland (Solstice), daarbij is ze ook een uitstekende bassist.
Gitarist Hans Gerritse behoeft geen introductie meer. Hij verdiende zijn sporen al bij Nice Beaver/Paravane en King Eider. Ik noemde hem eerder al eens de Andy Latimer van Nederland, maar op dit album stijgt hij wat mij betreft boven zichzelf uit. Hij is overal aanwezig en weet steeds perfect wat het nummer nodig heeft. In Time doet zijn gitaarspel eerst aan Steve Hackett denken en even later weer aan Steven Wilson. Zijn tokkelspel in Keep The Memories lijkt een ode aan het oude Genesis, maar even later klinkt hij als Steven Wilson ten tijde van “Stupid Dream”. Nostalgia is dankzij hem een instrumentaal pareltje van dertig seconden. Zijn lange solo in Out Of Focus doet sterk denken aan het Jordsjø-nummer Til Våren van het prachtige album “Nattfiolen” en in Casting Shadows komt Hank Marvin (The Shadows) bij me boven. In Forever Young trekt hij echt alle registers open en dat klinkt werkelijk subliem. Heel tof dat ze het applausje van de rest van de bandleden, aan het einde van het nummer, erin hebben gelaten (iemand roept nog gekscherend iets in de trend van “zullen we het opnemen?”).
Bram van Risp mag ook niet ongenoemd blijven. Voor zover ik kan zien heeft hij niet eerder in ons wereldje een bijdrage geleverd, maar laten we hopen dat het niet bij dit ene album blijft. Ook hij weet perfect wat een nummer nodig heeft. Ik word vooral blij als hij prominent de voorgrond pakt. Zo is zijn spel in de bonustrack My Town ronduit aanstekelijk. Dit nummer had trouwens niet misstaan op een Solstice-album! Op Two Hearts trakteert hij de luisteraar ook op een korte maar heerlijke solo. Ik ben het meest onder de indruk van Oceans. Het eerste deel doet een beetje jazzy aan, maar zodra zijn zwevende toetsen de voorgrond pakken, wordt het pas echt feest.
Het liefst zou ik nu ook nog elk nummer apart omschrijven, maar dan wordt het verhaal echt te lang. Ik hoop dat je nu wel overtuigd bent. Dit album is zo tijdloos dat het rustig nog tien jaar op de plank had kunnen blijven liggen. Gelukkig is dat niet gebeurd. “Where My Heart Lies” is een van de beste albums van een Nederlandse formatie in heel wat jaren. En het groeit bij elke luisterbeurt. De band bestaat niet meer, maar bij voldoende interesse willen ze wel het album op vinyl uitbrengen. Ik spreek bij deze mijn hoop daarover uit, al is het maar om het geweldige artwork!