
In 1979 bezocht ik op mijn brommertje voor het eerst een concert. Het was in de sporthal van Oost Souburg te doen, een nogal steriele en kille locatie voor een optreden. Niet dat ik me daar druk om maakte, want de prachtige muziek van mijn favoriete Nederlandse band Kayak klonk hartverwarmend. De band stond daar in smetteloos witte outfits gigantisch zijn best te doen op het materiaal van het op dat moment nieuwste album “Phantom of the Night”. Ik vond het allemaal erg indrukwekkend, maar was vooral gebiologeerd door het uitstekende spel van hun toetsenist Ton Scherpenzeel en zijn flinke arsenaal klavieren.
Door de jaren heen is mijn bewondering voor zijn kunnen alsmaar toegenomen. Niet zelden zie je muzikanten met een grote dosis smaak en kunde. Het is echter niet iedereen gegeven om dan steeds maar weer in dienst te blijven van de compositie. Scherpenzeel wel. Zijn nummers zijn altijd een bolwerk van intrinsieke schoonheid, zoals dat bij Kayak overduidelijk het geval is. Helaas is de band na 48 mooie jaren gestopt, met de daverende dubbelaar “Back to Shore – The 2022 Farewell Tour” als laatste wapenfeit.
Toch kan de Scherpenzeel-liefhebber zijn of haar hart nog ophalen aan zijn soloalbums. Onlangs is bij OOB records zijn vijfde worp “A Fleeting Light” verschenen, en geloof me als ik zeg dat dit werkstuk Scherpenzeel op zijn puurst laat horen. Hij zit daar alleen achter zijn piano, en behalve dat hij het merendeel van het album improviserend heeft opgenomen, brengt hij ook enkele uitgeklede versies van nummers uit zijn verleden.
Het is werkelijk magnifiek om 36 minuten lang te worden meegesleept door de fluwelen pianoaanslagen van het titelnummer A Fleeting Light. Wat dekt deze titel de lading trouwens perfect. Scherpenzeel is ongelofelijk ‘in control’. Met alle rust van de wereld komt hij met een volledig pakket aan diepe aanslagen van de linkerhand tot sprankelende riedels van de rechter en alles daartussen. Scherpenzeel houdt niet van abrupte overgangen, alles vloeit als een tierelier. Hij aarzelt geen moment en maakt altijd de juiste keuzes. Het is ook nooit saai in het nummer, elke wending komt precies op tijd. Wat een klassemuzikant.
Ayre vervolgt het werkstuk, een nummer dat oorspronkelijk op zijn soloalbum “The Lion’s Dream” uit 2013 staat. Scherpenzeel brengt het hier met hetzelfde feeërieke gevoel als het origineel, maar dan in een tintelend pianojasje. Chasing the Wind is weer een geïmproviseerd nummer, maar zo lang als het titelnummer duurt, zo kort duurt dit. Het heeft een wat hoekige Baroksfeer, waarbij de sierlijke loopjes hun eigen tempo krijgen.
Erg interessant zijn de versies van de Kayak-nummers Irene en Lost Blue of Charters. Dat deze uitvoeringen monumentaal mooi zijn, hoef ik eigenlijk niet te vermelden. Beide nummers behoren namelijk tot de meest melodieuze Kayak-tracks ooit. Scherpenzeel speelt de melodielijnen met zijn rechterhand. Het resultaat is prachtig, zoals elk goed liedje een goed liedje is ongeacht het arrangement. De afsluiter Lost Blue of Charters kennen we uiteraard van het album “Periscope Life” uit 1980, waar het een beetje onopvallend tussen al het andere materiaal staat. Persoonlijk leerde ik dit nummer kennen door de film “Spetters”, waar het een romantische scène hoog in de Euromast omlijstte. Wat een formidabel slotnummer op dit album.
A Fleeting Light is een dikke aanrader voor iedereen. Dit is Ton Scherpenzeel op zijn best. Ga er voor zitten, doe je ogen dicht en geniet.