
Tony Levins zevende soloalbum, “Bringing It Down to the Bass”, is al enige tijd uit. Het is zijn eerste sinds 2007, een soort autobiografie met thema’s uit Levins muzikale leven. Het bevat een veelvoud aan samenwerkingen uit zijn meer dan vijftigjarige carrière, zowel op tournee als in de studio, met Peter Gabriel, King Crimson en vele, vele anderen. Het aantal gastmuzikanten is niet alleen indrukwekkend, maar ook jaloersmakend, onder meer de topdrummers Steve Gadd, Mike Portnoy, Pat Mastelotto en Vinnie Colaiuta maken deel uit van het sterrenensemble dat de legendarische bassist/Stickbespeler ondersteunde bij de opnames van “Bringing it Down to the Bass”. Deze titel heeft ook een dubbele betekenis: terug naar de basis maar ook terug naar de bas. Maar daarover later meer.
Tony Levin is de man die drumsticks aan zijn vingers vastmaakte om te kijken hoe het effect zou klinken. De doorontwikkeling ervan noemde hij Funkfingers. Hij is een van de pioniers van en algemeen geacht dé specialist op het bijzondere snaarinstrument de Chapman Stick. De Amerikaanse muzikant is inmiddels 78 jaar en maakte een verrassend soloalbum met behulp van wat vrienden uit de muziekwereld.
Hij is vast lid van de band van Peter Gabriel, maar ook onderdeel van Stick Men en Liquid Tension Experiment. Daarnaast is hij vooral bekend als bassist/Stickbespeler van King Crimson, Bruford, Levin Upper Extremities, Anderson Bruford Wakeman & Howe en Bozzio, Levin, Stevens en meer recent BEAT. Een voorliefde voor lange bandnamen met vooral veel achternamen dus. Het gaat van progressieve rock tot jazzfusion, van progressieve metal en pop/rock tot world music. Een geliefd sessiespeler is hij ook, de lijst is (te) lang maar onder andere Don McLean, Alice Cooper, Paul Simon, Ringo Starr, John Lennon en David Bowie maakten/maken gebruik van de getalenteerde Yank; een karakteristieke gestalte met zijn bijna twee meter, kale kop, grote snor en sonore stem.
Die stem komt ook een aantal keren terug in de veertien nummers, met een gezamenlijke speelduur van een uur, die op het nieuwe album staan. Zoals in Road Dogs, Fire Cross the Sky en On The Drums. Vooral dat laatste nummer is bijzonder: de tekst bestaat volledig uit het a capella voordragen/zingen van de namen van de meest beroemde drummers ter wereld waarmee Levin ooit heeft samengewerkt. Met name Steve Gadd en Bill Bruford hebben een prominente rol in dit bijzondere nummer.
Maar het is toch vooral Variatie met een hoofdletter V, dat we hier te horen krijgen. Zo is er een eclectische mix van funk, hardrock, blues en jazz te beluisteren en maakt Levin zelfs uitstapjes naar de kamermuziek met onder andere een hoofdrol voor de cello (Coda). Legio King Crimson-invloeden ook, met Boston Rocks, Bungie Bass en Floating in Dark Waters, in dat laatste nummer verzorgt KC-voorganger Robert Fripp zelfs de zogenaamde Soundscape. Voor mij springen met name de volgende nummers er in positieve zin uit: Espressoville, een Snarky Puppy-achtige song met maestro Steve Gadd achter de drums en Jeff Beck-achtig gitaarspel, Beyond the Bass Clef, met Indiase klanken, Stick, cello, viool, hobo en Engels hoorn en tenslotte Fire Cross the Sky, een emotionele ode aan John Lennon, een solostuk met Stick en zang/voordracht van Levin. Absoluut geen standaard solowerk van een basgitarist, dit album. Zeker ook geen prog maar aangenaam en bij tijd en wijle verrassend om naar te luisteren.