Trion

Terra Tiempo

Info
Uitgekomen in: 2026
Land van herkomst: Nederland
Label: OSKAR Records
Website: Trion | Bandcamp
Genre: symfonische rock
Tracklist
Terra Tiempo (5:24)
Nautilus (6:32)
The Return of Jemetrion (4:39)
Aftertouch (3:43)
Melloreed (3:45)
Intermission (3:58)
Red Dust (7:13)
Far Away (5:04)
One (5:19)
Growing Clouds (3:21)
Paradox Groove (5:17)
Space for Everybody (6:28)
Menno Boomsma: drums, zang
Eddie Mulder: gitaar, basgitaar
Edo Spanninga: toetsen
Terra Tiempo (2026)
Funfair Fantasy (2013)
Pilgrim (2007)
Tortoise (2003)

Drieëntwintig jaar na het eerste album en dertien jaar na het laatste is het Nederlandse Trion weer terug voor een vierde verkenning in de wondere wereld van symfonische rock in het algemeen en de Mellotron in het bijzonder. Dat blijkt al uit de naam van de band, die immers een combinatie heet te zijn van ‘trio’ en ‘Mellotron’. Waar het eerste album nog helemaal leunde op de beroemde Mellotronsamples, heeft “Terra Tiempo” een breder klankpalet door het gebruik van andere synthesizers, pianoklanken en een Hammondorgel.

Natuurlijk spelen de gitaar en basgitaar van Eddie Mulder ook een belangrijke rol, om nog maar te zwijgen van het inventieve drumwerk van Menno Boomsma. Maar de boventoon blijft toch weggelegd voor toetsenist Edo Spanninga, die een vol uur lang precies de symfonische comfortzone in je oor weet te vinden, met al die vertrouwde authentieke en nostalgische geluiden die je herkent van de progmeesterwerken uit het verleden.

Daarmee is “Terra Tiempo” meteen gekenschetst als een weinig vooruitstrevend album, maar zoals de bijsluiter al vermeldt: Trion heeft een plaat gemaakt met de luisteraar in gedachten, niet de criticus. Het is een plaat die ze niet met veel fanfare presenteren, maar die misschien juist wel daarom het horen meer dan waard is. De twaalf korte en semi-korte stukken bieden veel aansluiting bij muziek die je al kent. Bij veel bands is het een beetje flauw om de inspiratiebronnen zo overduidelijk te noemen, alsof het betreffende album geen ‘eigen’ karakter heeft. Bij Trion is dat eigen karakter juist die herkenbaarheid: Camel, Genesis, Kayak, Ekseption, Caravan. De stukken zijn bijna pastiches, op de beste manier.

Het album voelt als een vertrouwde winterjas, warm en behaaglijk. Het gaat je niet verrassen, het gaat je niet uitdagen, maar je wordt er wel blij van. Het meest opvallende stuk is ook het langste: Red Dust opent met een Russisch koor op een heel gekraste plaat, voordat de band stevig invalt. Het is ook één van de weinige nummers waarop gezongen wordt. Dat voelt als een stijlbreuk, alsof de band vanuit de jaren zeventig ineens een decennium opschuift. Het is wel een mooi nummer.

Dat geldt trouwens voor alle stukken, en ze klinken ook fantastisch. De heren hebben de plaat zelf geproduceerd, en dat hebben ze erg goed gedaan. Zoals de akoestische gitaar klinkt in Far Away bijvoorbeeld, of de percussie in One: petje af. De mannen hebben vooral gekozen voor langzame of midtempo stukken. Dat wordt in dit weldadige geluidsdecor hier en daar wel een beetje gezapig, maar zoals gezegd: Trion heeft deze plaat niet voor de criticus gemaakt. Ik ben al blij dat ik hem desondanks mocht beluisteren. Laten we hopen dat Edo, Eddie en Menno niet weer dertien jaar nodig hebben voor de volgende!

Send this to a friend