Tusmørke

Balderdom

Info
Uitgekomen in: 2026 
Land van herkomst: Noorwegen 
Label: Karisma Records 
Website: Tusmørke  | Bandcamp  
Genre: progressieve rock, jazzrock 
Tracklist
Svensk drøm: (4:15) 
Balderdom (Tres Jolie) (4:35) 
Rerun of Forever (Stravinsky) (6:14) 
Vi er et kollektiv (5:23)  
Lidskjalv (21:39) 
Benediktator: basgitaar, zang, gitaar, toetsen, percussie 
Brenelsle: drums en gitaar op Lidskjalv 
Selve Kraften: toetsen 
Krizla: dwarsfluit, zang, blokfluit, toetsen 
Kusken: drums op 1 t/m 4  
Met medewerking van: 
Oslo Badstukor (koor): zang 
 
Balderdom (2026) 
Dawn of Oberon (2024) 
Hestehoven (2023) 
Intetnett (2022) 
Nordisk Krim (2021) 
Leker for barn, ritualer for voksne (2019) 
Fjernsyn I Farver (2018) 
Bydyra (2017) 
Hinsides (2017) 
Ført Bak Lyset (2016) 
Riset Bak Speilet (2014) 
Den Internasjonale Bronsjealderen (2013) 
Underjordisk Tursmørke (2012) 

Dwarse jongens, die bandleden van Tusmørke. Ieder album proberen ze het net weer even anders te doen dan het vorige. Dat is op “Balderdom”, hun dertiende, niet anders. Veelkunner Benediktator heeft er een heel verhaal over. Het verstrijken van de tijd betekent de toekomst die het heden wordt. Dit draait door als een wiel. Na de winter breekt er weer een nieuwe tijd met nieuwe mogelijkheden aan. Uit de as verrijst iets beters. Zoiets, prima verhaal, ik haak even af.

Dit keer maken de Noren gebruik van een koor, dat op een aantal nummers meezingt. Ik vind de (koor)zang niet om aan te horen, om maar met de deur in huis te vallen. Het koor begint met meteen er flink tegenaan te zingen. Veel hahaha en jajaja krijgt ondersteuning van zoemende Mellotrons en ander toetsengoed. Het titelnummer tapt gretig uit het psychedelische vaatje met veel gebliep. Het liedje, dat is het, is nog aardig te volgen qua zangpartij, zonder verder enige potten te breken. Het lijkt alsof iedereen die zich in de studio bevindt meezingt en niet kan zingen, tijdens het zweven.

Bij Return of Forever gaat het roer stevig om. Na een ronduit zenuwachtig begin gaat halverwege het kompas helemaal op ‘dwars’. Het woord melodie is geschrapt. We spreken dan al snel van jazzinvloeden. Alle toetsen, Moog, orgel en wat voor synths dan ook delen in deze dwarse hoogmis. Ik meen zowaar een gitaar te horen op Vi er et, zij het knerpend en feitelijk vals. Het zingend gezelschap lijkt nu echt dronken te zijn, ik hoop van geluk. Dat gevoel is bij mij ver te zoeken. Ze herhalen maar steeds zinnetjes en dat dan bewust vals. Ieder zijn meug.

Deze eerste vier nummers zijn vrij nieuw, het pièce de résistance van dik twintig minuten ligt al decennia op de plank. Dat verbaast me dan weer niet. In de koortjes en sommige toetsenloopjes op Lidskjalv zijn duidelijk invloeden van Gentle Giant hoorbaar. Die waren natuurlijk ook niet vies van tegendraadsheid. De dwarsfluit doet nadrukkelijk zijn intrede en de heren nemen nu goed te tijd voor hun motiefjes. Hier en daar is dit nog best te hebben, en dat geldt zelfs ook voor de zang. Toetsen-/Moogwerk met nadrukkelijk het signatuur van Keith Emerson baart enig opzien. Een lang instrumentaal stuk bestempel ik tot het beste van de cd. De zang heeft even zowaar wat folktrekjes en de knerpgitaar is ook weer terug. Op zijn Gentle Giants kabbelt het naar het eind.

Tsja, ik weet het niet. Dit is zonder meer uitdagende progressieve muziek en daar hou ik zeker wel van, maar dit is misschien iets te uitdagend voor mij. Als bijna alles in het teken staat om maar geen melodie te spelen en de zangpartijen zijn zo, uhh… bijzonder… dan gaat mijn maag toch omdraaien en gaan me de haren rechtovereind staan.

Send this to a friend