
Versa bestaat uit een drietal afkomstig uit Canada. Ze ontmoetten elkaar op de University of Victoria School Of Music in 2006. Ze deelden een voorliefde voor de muziek van Sigur Rós en Mogwai. Hun intentie was om deze stijl te mixen met klassieke invloeden van bands als Genesis en Yes.
Tijdens de covid-pandemie begon de band te werken aan een ambitieus nieuw project. Al snel was er zoveel materiaal dat het een dubbelalbum zou worden. Ze besloten om de albums separaat uit te brengen. Het eerste deel verscheen in 2022, en deel twee in 2024. In 2026 bestaat de formatie twintig jaar. Dat viert de band met een speciale editie van “A Voyage / A Destination”, waarmee het oorspronkelijke idee van een dubbelalbum alsnog wordt gerealiseerd.
Voor mij/ons is dit de eerste kennismaking met de muziek van Versa. Het trio bestempelt zijn muziek naast progressieve rock ook als post-rock. Dat zou je als luisteraar zomaar op het verkeerde been kunnen zetten, want die stijl hoor je nagenoeg niet terug in de muziek. Het is meer een pastorale vorm van progressieve rock, gestileerd en veelal ingetogen. Denk aan de rustige nummers van Big Big Train en Salem Hill. Er is veel ruimte voor de akoestische gitaar, de viool en toetsen. De zang is gedragen en blijft netjes binnen de lijntjes.
In Pool of the Naiads zit een heerlijk instrumentaal stuk met vintage toetsensolo en een stevige gitaarsolo. Het maakt het nummer tot het beste van de eerste schijf. Het is jammer dat dit soort erupties verder weinig voorkomen. In Sea of Vapours is het vooral de viool die alle ruimte krijgt. Samen met het gedragen fluitspel heeft het nummers iets rustgevends. Elke passage is als een streek van een kwast op een wit canvas. Met concentratie en precisie wordt er een prachtig stilleven gecreëerd. Het is mooi, maar ook wel een tikje braaf.
Dat geldt ook voor de epic Voyage. De bijna 27 minuten glijden aan je voorbij, maar er zijn te weinig passages die je van je stoel doen opveren. De band kán het wel, want na een minuut of zes wordt alles even lekker opgestookt en volgt er een gaaf tegendraads stuk, waarin de band zijn kunnen in vol ornaat demonstreert. Maar de resterende tijd wordt weer voor het kwetsbare en ingetogen gekozen.
Wat dat betreft is de tweede schijf interessanter. Daarin zit meer afwisseling. Na een paar ingetogen nummers is Flew the Coop weer een hoogtepunt. De zang is van Ross Jennings (Haken). Hij laat hier ook zijn ingetogen kant horen en dat pakt mooi uit. De gitaarriffs op het einde geven het geheel wat noodzakelijke pit.
De band is het meest trots op Artemis. Het nummer van zeventien minuten tapt echt wel uit een ander vaatje. Zo heeft het een aantal pittige gitaarsolo’s van Sam Vallen (Caligula’s Horse), en de basgitaar wordt hier bespeeld door Kelly Nordstrom (Sound of Contact). Het frivole fluitspel en de viool geven het een folktintje. Voor deze release hebben ze er een video bij laten maken.
Alles bij elkaar is deze release goed voor bijna drie uur aan muziek. Het is allemaal mooi en dus hoofdzakelijk ingetogen van aard, maar dus ook een beetje braaf. Prima om bij een etentje op de achtergrond aan te zetten of voor als je zin hebt in niet al te veel tempowisselingen aan je hoofd.