
Het jaar 1975 betekende voor de Britse proggiganten Yes een soort van tussenjaar. Na ruim 6 jaar in een gruwelijk tempo van één album per jaar, gevolgd door de noodzakelijke promotietournees, waren groep en bandleden toe aan wat (creatieve) rust. Besloten werd om dat jaar te gebruiken voor enige herbezinning na het uitbrengen van “Relayer” eind 1974 en de wereldwijde tournee die zou volgen eind 1975. Dat betekende dat zowel Steve Howe als Jon Anderson, toenmalige toetsenist Patrick Moraz en zelfs drummer Alan White zich bezig konden houden met het schrijven, opnemen en uitbrengen van soloalbums.
Medeoprichter en bassist Chris Squire kon natuurlijk niet achterblijven, ook hij dook zijn privé-opnamestudio in, thuis in Bridgewater, Surrey, en in Morgan Studios in Londen voor de opnames van wat later het album “Fish out of Water” zou worden. Met behulp van enkelen van zijn (ex) Yes-kompanen zoals Bill Bruford, Alan White en Patrick Moraz, King Crimson saxofonist Mel Collins en Caravan fluitist Jimmy Hastings kwam aldus een album tot stand wat door de hard-core Yes fan (ik reken mezelf daar ook toe) alom geprezen wordt als het beste soloalbum ooit door een lid van de Britse band. Tot op de dag van vandaag is dat nog het geval. Na dat ‘gap year’ zou Yes in 1977, gerevitaliseerd en met oude rot Rick Wakeman weer achter de toetsen, één van zijn beste albums ooit realiseren, “Going For The One”.
Niet onbelangrijk: Squire’s voormalige collega in The Syn, Andrew Pryce Jackman, speelde piano en orkestreerde het materiaal. Dat laatste zou hij later ook doen voor onder andere Rush (Power Windows), Barclay James Harvest en Yes (Tormato). De befaamde Stephen W Tayler tenslotte, is verantwoordelijk voor de stereo-mix. Het album kwam uiteindelijk eind november 1975 uit.
Vijftig jaar na het uitbrengen van het album is er nu dan een 50th Anniversary Edition Remix nadat er al eerder een uitgebreide versie uitkwam in 2018 en 2024. Ook na vijf decennia staat het album nog steeds stevig overeind. Dat komt enerzijds door de compositorische kwaliteiten van de lange bassist en het feit dat hij gebruik heeft gemaakt van zijn oorspronkelijke roots: kerkorgelmuziek, koor en orkest plus een uitgekiende bijdrage van zijn maten. Gekoppeld aan het geweldige basspel en zijn prettige, kenmerkende zangstem ontstaat een orkestrale/pastorale sound die dichter bij het geluid van Yes zou liggen dan welk ander soloalbum ook.
Dat begint al bij het openingsnummer Hold Out Your Hand, met magistraal orgelspel van Barry Rose en het virtuoze melodieuze tegendraadse basspel van de hoofdpersoon. ‘All the treasures of the universe are lying at your feet’ zingt Squire. En zo is het maar net. In typische Yes-stijl loopt het nummer naadloos over in You By My Side, met gebruikmaking van blaasinstrumenten, koor en orkest. De toetsenpartij is van Patrick Moraz. Het slotakkoord met de buisklok aan het eind is briljant gevonden en brengt het nummer tot een emotioneel einde.
Met het gebruik van het orkest (fluit), is Silently Falling misschien wel het beste nummer van het album. De Hammond-orgelsolo van Moraz is wild en precies op zijn plek, uiteindelijk uitmondend in een soort van climax van bas, saxofoon, orkest. Waarna stilte en herbezinning wacht ‘hopefully, eventually’. Het saxofoongeluid van Mel Collins geeft Lucky Seven een swingend, jazzy gevoel.
Het afsluitende Safe (Canon Song) is het magnum opus met een hoofdrol voor de knorrende basgitaar van de bassist. De nieuwe mix brengt het beste uit dit vijftien minuten durende muziekstuk naar voren. Uiterst complex qua compositie, met een grote rol voor het orkest, wat op sommige momenten volledig contraire melodie speelt ten opzichte van Squire’s bas, een soort van georganiseerde chaos. Gelukkig komt op het einde alles weer samen. Een verbluffende afsluiting van een fantastisch album. Een sterk ingekorte versie van Silently Falling, die ook als single fungeerde, is het bonusnummer.
Nog steeds is het voor mij een album wat ik met enige regelmaat draai, zowel de originele elpee als de nieuwe geremixte en geremasterde versie. Ik ken de teksten nog uit mijn hoofd en elk (bas)loopje en wending van de nummers staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. Terwijl het overgrote deel van de door de heren van Yes gemaakte solomuziek nooit meer uit zijn hoes of uit mijn computergeheugen tevoorschijn komt.
Helaas is de virtuoze muzikant, die zo van invloed is geweest op vele bassisten na hem, al in 2015 op 67-jarige leeftijd overleden. Wat had de flamboyante Squire graag het vijftigjarige jubileum van zijn meesterwerkje meegemaakt. Hij maakte nog een soloalbum, “Chris Squire’s Swiss Choir” (2007), twee albums met Conspiracy en werkte samen met Steve Hackett in Squackett, maar zou de kwaliteit van “Fish out of Water” nooit meer overtreffen.
LP